'De KNAU is een zware tractor die in de sloot is geraakt'

Het roer is weer om bij de atletiekunie, het kompas volgens Henk Kraaijenhof dolgedraaid. Anderhalf jaar was hij als prestatie-adviseur in dienst van de unie, “maar verder dan het portiek ben ik niet gekomen”. In het buitenland is hij een gerespecteerd vorser en trainer; binnen de eigen bond een onbegrepene. Hij is teleurgesteld, maar meldt opgewekt nieuwe projecten, met Maradona als meest curieuze.

ROB VELTHUIS

Er zijn er die hem gek vinden, anderen zien in hem een briljant trainer of topsportbegeleider, een goeroe zelfs. Natuurlijk, er zijn genoeg atleten die het na korte tijd bij hem hadden gezien. Anderen kloppen na jaren nog altijd aan bij deze gedreven man. Of bellen, omdat ze in een ander land wonen, voor adviezen. Als een spons neemt hij alle mogelijke wetenschappelijke facetten op, die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van met name de atleet. En zo kreeg hij overal op de wereld zijn contacten, die zelfs leidden tot de door coke-verslaving gevallen wereldster Maradona. Henk Kraaijenhof, daar valt altijd wel wat over te vertellen. En anders vertelt hij het zelf wel.

Niet voor de eerste maal is de soms in Amsterdam woonachtige globetrotter recentelijk verloren geraakt voor de Nederlandse atletiek. De man die Nelli Cooman tot fenomeen van de 60 meter maakte, was de afgelopen anderhalf jaar performance consultant van de KNAU. Een volstrekt nieuw begrip binnen de atletiek, zoals Henk altijd op de ontwikkelingen vooruit loopt. Maar voor de Nederlandse atleten in het algemeen en voor de atletiekunie in het bijzonder was hij weer eens te ver. Zoals zijn futuristische theoriën over genetische manipulatie en zelfs het vervangen van spieren door synthetische vezels teneinde de recordrace te verlengen, voor de meeste stervelingen ongeloofwaardig klinken.

Kraaijenhof was zelf een matig atleet, maar raakte geobsedeerd door de natuurlijke snelheid van de mens. Hij had de mazzel het talent Nelli Cooman te kunnen vormen tot 's werelds snelste vrouw, ofschoon hij dat destijds tegen de stroom van onbegrip en onwetendheid in moest doen. In die hoedanigheid maakte hij de periode ('81-'85) mee waarin onder leiding van technisch coördinator Herman Buuts (“Die man had ook zijn fouten, maar wist wel alles van topatletiek en waar het heen moest”) de atletiek in Nederland ongekende hoogten bereikte. Lang werd door zijn opvolgers geteerd op die voedingsbodem, ofschoon tijdens de EK in 1986 eigenlijk het laatste echte hoogtepunt werd bereikt. Met bronzen medailles voor Han Kulker en Nelli Cooman, twee vierde plaatsen, twee zesde klasseringen en in totaal negen finale-plaatsen.

Tijdens die memorabele EK in Stuttgart was de voormalige marinier en huidige bondsdirecteur Arie Kauffman de automatische piloot. Een jaar later zakte in Rome een veertien atleten sterke ploeg door het ijs. Kraaijenhof, die in de Italiaanse stad een enorme aanvaring had met de ploegleiding, concludeerde destijds al: “Terwijl elk onderdeel van de atletiek een wetenschap op zich is, terwijl een Ben Johnson een heel batterij van apparaten, tovenaars en maniakken om zich heen heeft voor die 9,83, bestaat onze leiding uit onderwijzers en mariniers. Wat moet ik die nou vertellen? De kloof is te groot.”

Pas drie jaar later roept Kauffman “het roer moet om”, een uitspraak die hij na de desastreuze WK van Tokio in het volgende seizoen herhaalt. Nadat tijdens de EK van 1994 het al onpeilbaar geachte dieptepunt van Praag '78 met twee finaleplaatsen op een afvaardiging van 25 personen is overtroffen, papegaait zijn opvolger Bert Paauw dat nogmaals. Om afgelopen week - na wéér een olympisch debacle - met een volgende koerswijziging te komen.

Oude koeien

Kraaijenhof: “Het kompas is dolgedraaid. Men weet absoluut niet welke kant het op moet. Men huurt maar wat mensen in, oude koeien worden van stal gehaald. Maar het getuigt nergens van een visie. Ik mag dan misschien voor sommige mensen niet zo'n sympathieke figuur zijn, maar als het gaat om topatleten weet ik wel wat ik wil en wat er nodig is. Dat mis ik bij de KNAU. Dat er altijd nietjes in de nietmachine zitten, dat je nooit bij de kopieermachine denkt, verrek het papier is op, iedereen kan op het bondsbureau keurig klantvriendelijk handelen. Maar het is pas op de plaats, er wordt geen progressie geboekt. Het is een zware tractor die in de sloot is geraakt. De motor draait door, er is een hoop geronk, geraas en rook en zo, maar hij zakt steeds dieper weg.”

Ook Kraaijenhof heeft de zaak niet kunnen keren, “maar dat lukt ook niet alleen door een performance consultant aan te stellen, of Erik de Bruin (na een half jaar uit onvrede ook al verdwenen - red) bij de werpers te zetten. Het is een cultuur die om moet, maar ik ben bang dat het zo voort blijft kabbelen. En daarmee steeds verder in het slop raakt.”

Volgens het afgelopen donderdag gepresenteerde beleidsplan 2000 kunnen atleten en trainers op kosten van de KNAU op ad hoc-basis gebruik blijven maken van Kraaijenhof's diensten. De adviseur zelf bezweert niet meer in Nederland te zullen werken. “Het krankzinnige is, dat nu ineens allemaal mensen beginnen te bellen, ik begin het drukker te krijgen dan ooit. Nederlandse atleten en trainers, ja. Maar daar kan ik niet op ingaan hoor. Het mag ook allemaal niets kosten. Ze kunnen op 30 november terecht op het seminar dat ik geef met Bill Laich (de Argentijnse arts waarmee Kraaijenhof al jaren samenwerkt en die hem bij Maradona heeft geïntroduceerd, red). Ja, ik ben teleurgesteld. Ik had graag iets voor de Nederlandse atletiek willen betekenen. Maar nu ga ik in Argentinië aan het werk met Maradona, met m'n buitenlandse atleten, met het houden van congressen, met studie voor het boek dat ik ga schrijven en met de schaatsers die momenteel kind aan huis zijn. Kernploegleden? Ik weet niet eens wat de kernploeg is joh! Met Rintje, met Bart. Ik heb inderdaad altijd te maken met de buitenbeentjes. Dat wel.”

Kraaijenhof concludeert dat de KNAU ontevreden was met zijn functioneren, hijzelf wat minder. “Het is maar hoe je het bekijkt. Kijk je naar hoeveel mensen contact met je hebben gehad, of kijk je naar welke mensen en heb je daar resultaat mee gehad.” Kraaijenhof noemt Marcel Dost, Stella Jongmans, Jacqueline Goormachtigh, Erik de Bruin en bondscoaches Harry Dost en Charles van Commenée als frequente bezoekers van zijn spreekuur. Maar hij geeft ook toe van de twintig leden van de toenmalige Atlanta-selectie de helft niet of nauwelijks te kennen. “Het idee was nieuw, mijn taak niet geheel duidelijk en ik heb niet het idee dat het door de KNAU werd gepusht. Als tijdens de Spelen een atleet naar een andere dokter gaat, dan baalt het medisch team. Dan zegt men: wij hebben mensen in dienst, daar moeten jullie gebruik van maken. Maar er werd nooit gezegd, maak een afspraak met Henk. De bond heeft het als een nachtkaars laten uitgegaan.”

“Als het prestatief niet goed gaat, mag je concluderen dat je als team, want zo werk je, niet het gewenste effect hebt gehad. Maar je hebt natuurlijk een ploeg bondscoaches die vier jaar aan de weg heeft kunnen timmeren en ook niets heeft gedaan. Veel atleten zijn geblesseerd geraakt. Er is dus een bondsarts die mensen niet blessurevrij heeft kunnen houden. Maar van mij is als enige het contract opgezegd.”

Kraaijenhof heeft de afgelopen anderhalf jaar nooit het gevoel gehad echt in huis gehaald te zijn. “Ik ben in de portiek blijven staan. Er is mij ook nooit gezegd 'Henk, als performance consultant heb je het waardeloos gedaan, maar heb je enig idee hoe een beleidsplan eruit zou kunnen zien?'. Ik heb geen invloed kunnen uitoefenen op beleid. Ik had gehoopt beleidsmatig betrokken te worden bij het maken van plannen. Maar ik was een buitenstaander, ik mocht aan de zijlijn wat aanwijzingen geven.”

“Mij wegsturen is meer een symptoom van de zieke, dan dat het een uniek geval is. Waarom de verantwoordelijke mensen hun conclusies na al die tijd niet trekken? Waarom zouden ze? Ze zitten hoog en droog, gestegen op het niveau van hun incompetentie. Want het is duidelijk dat er geen kapitein is die de wilde zeeën van de topatletiek heeft bevaren. Misschien eens op een binnenmeer van de scholierenatletiek gezeild of gevaren op het kanaal van de veteranenatletiek. Maar topatletiek? Daar heeft men totaal geen idee van.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden