De klucht van de canon Van Doorn

Het is een opwindende week die we achter de rug hebben. Wat een jaar lang in stilte was voorbereid, kwam met bazuingeschal tot ons: een historisch document, canon genoemd, dat bestemd is om het collectief geheugen van de Nederlandse natie te gaan vormen.

Het werkstuk is voorbereid door een commissie onder leiding van niemand minder dan Frits van Oostrom, veelvuldig gelauwerd en op weg Johan Huizinga in de schaduw te stellen, president bovendien van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Niet alleen daalt de canon daarmee af van de Olympus der nationale wetenschapsbeoefening maar blijft hij tevens omgeven door het aureool van een geestesaristocratische herkomst.

Minister van onderwijs Maria van der Hoeven, die de hoge opdracht aan de commissie heeft verstrekt, blijkt over de uitkomst meer dan verrukt. Ze spreekt van een ’unieke’ prestatie, in geen ander land ter wereld geëvenaard. Alleen Nederland, zo moeten we begrijpen, zal binnenkort over een collectief geheugen beschikken; de rest van de wereld dwaalt vooralsnog gedachteloos rond. Nederland blijkt weer eens als Gidsland te fungeren, deze keer niet op weg naar een utopische toekomst maar in het zeldzame bezit van een nationaal verleden.

Wie na al dit zelfvoldane getrompetter een poging deed te doorgronden wat de werkelijke winst van de exercitie was, kwam helaas van een koude kermis thuis. Het komt erop neer dat docenten geschiedenis voortaan een instructieboekje in handen krijgen gestopt waarin staat aangegeven welke onderwerpen bij uitstek aandacht moeten krijgen. Voorheen kon dat worden afgeleid uit de inhoud van elk willekeurig schoolboek, maar met ingang van heden zal de keuze tot één model worden teruggebracht en van een overheidsstempel zijn voorzien. Onze geschiedeniskennis moet standaardkennis worden.

Maar misschien vat ik de zaak te zwaar op. Het gepresenteerde verraadt geen enkele leidende of sturende idee. Het is een verzameling historische plaatjes, zonder enig innerlijk of uiterlijk verband op een wandkaart uitgestald. Het zou het resultaat kunnen zijn van een avondje intellectueel scrabbelen.

U kunt het zelf proberen. Nodig een paar vrienden uit, mensen van enig niveau natuurlijk, die wel eens een boek lezen, en vraag hen een avond te besteden om de Nederlandse geschiedenis beknopt te inventariseren. Zet berenburg en korenwijn op tafel en kijk hoever ze komen.

Dat valt enorm mee. Na wat lacherige debatten graait eenieder in de stapel klaarliggende blocnotevelletjes en begint te schrijven. Er is een luie deelnemer die al mompelend de voornaamste perioden op een rij zet: steen-, ijzer- en bronstijd, Romeinse tijd, Hoge Middeleeuwen, de Republiek, de Franse Tijd, Koninkrijk met en zonder België, Eerste en Tweede Wereldoorlog (inclusief crisisjaren), herstel en wederopbouw, verzorgingsstaat, culturele revolutie en multiculturele verwarring.

Een andere aanwezige is ambitieuzer. Hij zit te kauwen op personages die hij zich herinnert en weegt hun belang af. Ze rollen uit zijn pen: Willibrord en Bonifacius, Erasmus, Willem van Oranje, Rembrandt natuurlijk en Vondel, Michiel de Ruyter en Tromp, koning Willem I, Thorbecke, Abraham Kuyper en Pieter Jelles Troelstra, Drees (héél veel Drees), met tot besluit Anne Frank en Loe de Jong. Pim Fortuyn doet hem aarzelen: een verbasterde naam, een verzonnen familiewapen, een misbruikte hoogleraarstitel. Maar vooruit: één clown mag er wel in.

De techneut in de groep heeft het zwaarder, maar hij voelt zich ook origineler. Te beginnen bij de neolithische vuursteenmijnen in Zuid-Limburg marcheert hij via de boekdrukkunst, de spoorwegen, de stichting van de Hoogovens en de vlucht van de Uiver naar Melbourne, het tijdperk van televisie en internet binnen, even aarzelend bij de dreigende plaatsing van de kruisraketten die een half miljoen Nederlanders op de been bracht. Afsluitdijk en Deltawerken niet vergeten.

Nummer vier is activistisch ingesteld: de Opstand tegen Spanje, de ontdekking van Indië (Coen!), de slag bij Nieuwpoort, de tocht naar Chatham, het verzet ’40-’45, de politionele acties (spoor!), en waarom niet: de Maagdenhuisbezetting en de Amsterdamse kronings- en krakersrellen all over de place. Het mooiste voorbeeld van niet-activisme: Srebrenica.

Tegen twaalven is het karwei geklaard. Op de tafel in het midden liggen tussen de lege glazen zo’n honderd briefjes, soms voorzien van aanvullende commentaren en suggesties, gereed voor ordening en bewerking. Vier man hebben in vier uur het collectieve geheugen van de Nederlandse natie gerepareerd.

Een paar dagen later bellen enkelen hun gastheer. Het was best leuk, is hun conclusie, maar wat een armoe eigenlijk: geschiedenis gezien als prentenboek. Geschiedenis is totaal iets anders. Het is een onvoorstelbaar rijke verzameling verhalen, van generatie op generatie doorgegeven, onderling verweven, en vooral: op talloze manieren te variëren en te waarderen, niet in de laatste plaats ter verheldering van vragen die ons vandaag bezighouden. Daarin zit de attractie van geschiedenis: het is in het licht van het verleden dat het heden verrassend wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden