de kloof tussen mannen en vrouwen in islamitische landen / Waarom het niet opschiet

Wereldwijd onderzoek stelde begin deze maand vast dat de kloof tussen mannen en vrouwen in islamitische landen het grootst is. Nahed Selim is niet verbaasd. „De meest gehoorde beschuldiging is nog steeds dat vrouwenrechten voortkomen uit een typisch westerse denkwijze – net als neokolonialisme, secularisme of liberalisme.”

Of er ooit een matriarchale samenleving bestond waarin vrouwen meer voorrechten genoten dan mannen, is een hypothese die de antropologie onderzoekt. Maar de mentale en tastbare overblijfselen van het patriarchaat – waarin mannen bevoorrecht zijn boven de vrouwen – zijn in grote delen van de wereld intact en zichtbaar gebleven. Deze ongelijke positie betekent voor vrouwen dat ze veel minder zicht hebben op een eerlijke verdeling van kansen, welvaart en verantwoordelijkheden.

Begin deze maand publiceerde het World Economic Forum (WEF) voor de tweede maal een rapport waarin het deze kloof tussen de seksen in kaart brengt. Het WEF gebruikt daarbij een ranglijst waarop 128 landen staan die samen 90 procent van de wereldbevolking vertegenwoordigen. „Het doel van de ranglijst is om inzicht te geven in hoe een land de beschikbare bronnen tussen mannen en vrouwen verdeelt”, zei Saadia Zahidi, een van de drie auteurs van het rapport.

Het Global Gender Gap Report brengt daarvoor in kaart in hoeverre vrouwen even gemakkelijk als mannen toegang hebben tot de gezondheidszorg, het onderwijs, de politiek, de arbeidsmarkt.

Net als vorige jaar blijken de Scandinavische landen – Zweden, Noorwegen, Finland en IJsland – aan de top te staan. Zij hebben het meest ondernomen om discriminatie van vrouwen tegen te gaan. Je zou haast denken dat het gunstig is voor vrouwen wanneer het kwik een deel van het jaar onder nul daalt. Misschien zijn mensen daardoor eerder bereid het idee van een eerlijke verdeling tussen de geslachten te accepteren. Maar Nieuw-Zeeland staat op de vijfde plaats, gevolgd door de Filippijnen – beide koude noch noordelijke landen.

Met het klimaat heeft een en ander dus niets te maken. Waarmee dan wel? Volgens medeopsteller Zahidi zijn ’religieuze en culturele factoren’ een belangrijke verklaring voor de voorsprong van mannen op vrouwen in grote delen van de wereld.

Ik denk dat ze helemaal gelijk heeft.

Het fabeltje dat de positie van vrouwen in een land vooral wordt bepaald door de politieke en economische situatie veegt dit rapport overtuigend van tafel. Het zijn vooral de cultuur en de religie die maken dat mensen hardnekkig vasthouden aan vrouwendiscriminatie – zelfs wanneer dat indruist tegen de wetten van het land waarin ze wonen.

Het gaat er niet om hoe arm of rijk een land is. Vrouwen in landen als Sri Lanka, de Filippijnen, Zuid-Afrika, Cuba en Lesotho komen er op de lijst beter vanaf dan vrouwen in rijke, geïndustrialiseerde landen als Japan, Zwitserland, Frankrijk en de Verenigde Staten.

Oliestaten als Katar, Iran, Bahrein, Saoedi-Arabië en Oman behoren allemaal tot de rijke landen. Desondanks hebben ze de kloof tussen mannen en vrouwen nauwelijks kunnen dichten, waardoor vrouwen niet in gelijke mate voordeel hebben van die rijkdom.

Deze landen hebben met elkaar gemeen dat ze islamitisch zijn. Ze horen tot de laagste twintig in de ranglijst, samen met arme tot zeer arme landen als Ethiopië, Tsjaad, Pakistan, Kameroen, Egypte, en Marokko.

Als je bovenaan de WEF-ranglijst begint, duurt het even voordat je het eerste islamitische land tegenkomt. Tussen de eerste vijftig landen is geen enkel moslimland te bekennen. Pas op de 81ste plaats staat er een: Indonesië.

Nergens, kortom, is de kloof tussen de seksen zo groot is als onder moslims. Dat is trouwens ook het geval als ze in het Westen wonen en een goede opleiding hebben genoten. Een intellectuele moslimman kan zeer progressief overkomen – totdat het gesprek over vrouwenrechten gaat. Dan merk je pas hoe sterk iemand getekend wordt door zijn reactionaire islamitische opvoeding. Ik kom zulke intellectuele moslims veel tegen op conferenties waar delegaties uit de hele wereld met elkaar in discussie gaan.

Naast de ranglijst biedt het rapport een schematische verdeling in regio’s. Voor acht geografische gebieden is in kaart gebracht hoe het er staat met de positie van vrouwen. Een snelle blik leert dat je als vrouw het minst gediscrimineerd wordt in Oceanië. Daarna volgen West-Europa, Noord-Amerika, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, Oost-Europa, Sub-Sahara, Azië, en helemaal onderaan het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Daar liggen wat gewoonlijk de hartlanden van de islam heten, waar deze godsdienst zich al heel vroeg definitief heeft gevestigd.

De WEF-ranglijst bevat geen gegevens over geweld tegen vrouwen. Wel vermeldt het rapport in hoeverre een bepaald land maatregelen neemt om het geweld tegen vrouwen te gaan.

Uit een onderzoek van Amnesty International uit 2004 bleek dat elke twee seconden ergens op de wereld een vrouw geweld ondergaat en dat eenderde van alle vrouwen te maken heeft of heeft gehad met mishandeling, verkrachting of andere vormen van geweld. De dader is vaak iemand uit eigen familie of kennissenkring.

Het onderzoek van Amnesty was het startsein voor de campagne ’Stop geweld tegen vrouwen’. Sommige islamitische landen gaven daar gehoor aan. Maar daar kreeg de vertaling van dit streven een typisch islamitisch-oosters karakter.

Dat bleek uit de woorden van Datom Seri Rosmah Mansor, de vrouw van de vicepresident van Maleisië, bij de start van zo’n campagne ten behoeve van de Aziatische regio: „Soms brengen vrouwen zichzelf in gevaar en worden zo doelwit van geweld. Ze zullen zo verstandig moeten zijn om donkere en verlaten plaatsen te vermijden. Zulk gedrag nodigt uit tot gevaar.” Ze vond dat vrouwen zich altijd moeten laten vergezellen, en anders die oorden moeten vermijden. Ook zei ze dat een vrouw zich zedig dient te kleden om geen aandacht te trekken. Het is niet altijd de schuld van de man, als een vrouw door hem mishandeld wordt. In haar woorden: „Denk erom, wanneer je met één vinger naar iemand anders wijst, zijn er altijd nog vier vingers die naar jou wijzen.”

Een andere, zeer ernstige vorm van geweld is de ’vermissing’ van naar schatting 60 miljoen vrouwen, als gevolg van abortus op meisjesfoetussen en moord op meisjesbaby’s – een praktijk die vooral in Aziatische landen voorkomt. Dit geweld maakt dat bijvoorbeeld India en China laag scoren op de lijst. Deze vorm van geweld komt nauwelijks in islamitische landen voor, dankzij het officiële verbod op abortus. Toch leeft ook daar een sterke voorkeur voor jongens boven meisjes.

Al met al lopen vrouwen het meest achter in de hartlanden van de islam, ook vergeleken met landen die een vergelijkbare economische situatie kennen. Niet alleen is de algehele kloof in welvaart en welzijn tussen mannen en vrouwen daar het grootst, ook op andere terreinen scoren ze slecht.

Als het gaat om de toegankelijkheid van de gezondheidszorg voor vrouwen dan komen deze landen op de zesde plaats. Kijk je naar de inspanningen om de achterstanden in het onderwijs weg te werken, dan eindigen de hartlanden van de islam op zeven. En weer bieden religie en cultuur een verklaring.

Tot het begin van de twintigste eeuw waren er in islamitische landen geen meisjesscholen te vinden. Gemengde scholen waren helemaal uit den boze. De enige meisjes die onderricht volgden waren de dochters van de aristocratie, die thuis les kregen van privéleraren.

Een van de eerste boeken in de islamitische wereld die een lans braken voor onderwijs aan meisjes, verscheen in 1898 en was geschreven door een Egyptische man: Kasim Amine (1865-1908). In ’De bevrijding van vrouwen’ bepleitte hij vurig de voordelen van het onderwijs aan meisjes en hoe dat de hele samenleving ten goede zal komen.

Natuurlijk moest hij eerst betogen dat dit niet strijdig was met de principes van de islam. Kasim Amine werd scherp bekritiseerd door moslimgeestelijken, die het ergste vreesden voor de moraal zodra meisjes uit hun huizen zouden komen. Bovendien zeiden ze dat onderwijs de hersenen van vrouwen alleen maar zou corrumperen en dat het nergens goed voor was.

Een jaar voor de verschijning van het boek werd Egypte gekoloniseerd door de Britten. En de meeste geestelijken waren van mening dat Kasim Amine een hand langer was van de kolonisator. Blijkbaar kon een Egyptenaar nooit zelf op het verlichte idee komen dat onderwijs de ontwikkeling van vrouwen ten goede komt. Zulke ideeën waren typisch westers en dus in het voordeel van de vijand.

Nu, ruim een eeuw later, haalt niemand het in zijn hoofd – behalve de taliban en de strenge wahabieten – te beweren dat onderwijs voor meisjes anti-islamitisch is. Maar het patroon van verzet tegen elke vernieuwing die de status van vrouwen kan veranderen is nog steeds zichtbaar.

De meest gehoorde beschuldiging is nog steeds dat vrouwenrechten voortkomen uit een typisch westerse denkwijze – net als neokolonialisme, secularisme of liberalisme.

Op een bijeenkomst gehouden in februari 2007 in het Chatham House te Londen, weet Mozah Al-Mesned, de vrouw van de emir van Katar, de geringe vooruitgang die vrouwen boeken in Saoedi-Arabië aan de dominantie van religie over praktisch elk aspect van het dagelijks leven. Dat maakt het voor de vrouwen haast onmogelijk om vraagtekens te zetten bij de vele vormen van dwang en onrechtvaardigheid die ze ondervinden. Ze zijn bang om beschuldigd te worden van ’westerse oriëntatie’, of gestigmatiseerd als ’liberaal’ of ’secularist’.

Natuurlijk prees Al-Mesned de ontwikkelingen in haar eigen land de hemel in, maar feit is dat Katar, dankzij een opener houding tegenover sociale en politieke vrijheden, de laatste jaren veel vooruitgang heeft geboekt. Het land staat veertien plaatsen boven Saoedi-Arabië.

Je kunt je afvragen hoe het komt dat een land als Saoedi-Arabië zo antiwesters kan zijn terwijl het tegelijkertijd een politiek bondgenoot is van het Westen. Hetzelfde geldt voor Pakistan en voor praktisch elk ander islamitisch land, inclusief het vooruitstrevende Maleisië. De officiële verklaring die politici geven aan hun westerse bondgenoten staat vaak diametraal tegenover wat ze in eigen land erover zeggen, wat de media schrijven en wat een groot deel van de bevolking vindt.

Deze tegenstrijdigheid is alleen te verklaren uit religie en cultuur. De normen en waarden botsen te veel. Bovendien houden de publieke opinie, de media en de politici het Westen verantwoordelijk voor alle misstanden in eigen land. De westerse kolonisatie krijgt de schuld van alles, zelfs nu nog. Ook al zijn die landen zelf (afgezien van Saoedi-Arabië) ooit islamitisch geworden dankzij Arabisch-islamitische veroveringen. Of dankzij islamisering – een proces dat buiten de hartlanden van de islam nog steeds in volle gang is.

Eerder deze maand zei ik dit tijdens een conferentie over progressieve moslims in Berlijn. Een verhitte discussie brak los, waarbij een Egyptische hoogleraar driftig beweerde dat moslims overal dankbaar zijn dat hun landen ooit geïslamiseerd zijn. Toevallig zat er in de zaal iemand uit Iran, gevlucht naar Duitsland voor het regime van de ayatollahs. Hij sprak dit tegen.

Voor vrouwen is de islamitische religie en cultuur duidelijk nadelig – iets wat de niet-gehersenspoelde vrouwen met een moslimachtergrond allang weten. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens verklaarde in februari 2003 dat de sharia (de wettelijke voorschriften van de islam) in strijd is met de democratische rechtsorde. Iedereen met een greintje verstand van de islam weet dat alle geestelijken – ook zij die in Nederlandse moskeeën preken en lezingen houden of voor de klas staan in islamitische scholen – de sharia beschouwen als de ruggengraat van de godsdienst.

Wat je zou hopen is dat Nederlandse politici en beleidsmakers deze islamitische invloeden proberen af te zwakken en tegen te gaan. Dat ze dapper durven opkomen voor het belang van individuele vrouwen, mannen en eigenlijk de hele samenleving. Helaas. Nederland geeft juist veel geld uit om deze culturele en religieuze identiteit van de Nederlandse moslims te behouden en te versterken. Blijkbaar hoeven politici in Nederland zich niets aan te trekken van het Europese Hof.

Komt hun houding voort uit populisme? Hopen ze op electoraal gewin? Is het angst voor de reacties van moslims? Of simpelweg naïviteit?

Individuele mannen en vrouwen hebben op den duur veel meer baat bij integratie. We leven in een concurrentiesamenleving waar iedereen alle instrumenten nodig heeft om zijn kansen op werk te vergroten. Daarbij hoort een voltooide opleiding, het accepteren van de westerse cultuur en zijn arbeidsethos, maar ook van omgangsvormen en alle andere culturele elementen. Alleen dan zullen moslims er werkelijk bij kunnen horen.

Nahed Selim is tolk en schrijfster. Onlangs verscheen van haar bij uitgeverij Houtekiet ’Allah houdt niet van vrouwen’ (ISBN 9052409587, 14,95). Het ’Global Gender Gap Report 2007’ is te raadplegen via www.weforum.org .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden