De klik van het liedduo

Beeld Maartje Geels

Een liedduo bestaat uit een zanger en een pianist. Maar wat maakt een duo goed? Sopraan Lenneke Ruiten en pianist Thom Janssen vertellen over hun samenwerking.

Dat magische moment: de zanger haalt adem en spatgelijk zetten pianist en zanger in. Hoe doen ze dat? Andere mensen tellen eerst tot vier en dan beginnen ze nóg ongelijk. Sopraan Lenneke Ruiten en pianist Thom Janssen halen hun schouders op. Gelijk beginnen, dat is niets bijzonders. Een kwestie van ademhalen.

Achttien jaar vormen ze al een duo. Ze komen samen op, buigen voor het publiek, nemen hun plaats in, kijken elkaar even aan en beginnen.

Ze zijn het ook opvallend vaak met elkaar eens. Bijvoorbeeld over het feit dat een zanger en een pianist in een duo muzikaal gelijkwaardig moeten zijn, ook al gaat de aandacht van het publiek meestal uit naar de zanger, die frontaal naar de zaal gekeerd staat. Janssen: “De pianist en liedbegeleider Rudolf Jansen heeft een keer gezegd: ‘Als ik niet ben opgevallen, heb ik het goed gedaan’. Op zich klopt dat, maar zo voel ik het toch niet. Want een pianist kan een zanger zomaar een zware avond bezorgen.”

Gelijkwaardig

Ruiten: “Als een zanger straalt, komt dat vaak door de pianist. Het is heerlijk als een pianist de flow veroorzaakt, waarop je kunt zweven. Dan zing je met de wind in de rug. Een liedrecital is daarom een two-menshow van twee muzikaal gelijkwaardige partners.”

Ruiten, die komende week optreedt als jurylid in het Liedduoconcours, zingt liederen en opera. Haar operacarrière is een paar jaar geleden in een enorme versnelling geraakt. Ze zingt nu bij de grote operahuizen, in juni bijvoorbeeld in de Scala in Milaan: de rol van Konstanze in Mozarts opera ‘Die Entführung aus dem Serail’.

Hoe spectaculair dat ook klinkt, een lied zingen vindt ze veel moeilijker dan een operarol. “Opera is theater, het lied is poëzie. Je bent een verteller, je speelt geen rol. Voor een publiek staan en die poëzie vertolken, vind ik heel mooi. Maar óók heel moeilijk. Je hebt er een bepaalde kwetsbaarheid voor nodig, een speciale concentratie. 

Opera is makkelijker: je hebt meer vrijheid om eens iets uit te proberen. Gaat het fout, dan is dat niet heel erg. Bij een lied wel, dat is immers een miniatuurschilderij. Het liedgenre is ook moeilijker qua stemtechniek. En dan moet je ook nog een spanningsboog van 45 minuten volhouden; en na de pauze nog eens.”

Dan is het fijn om een goede pianist achter je te hebben waar je op kan rekenen. Want ook al zijn ze muzikaal gelijkwaardig, het valt niet te ontkennen dat de pianist de zanger begeleidt en ondersteunt. Voor Janssen houdt dat bijvoorbeeld in dat hij de zanger vanuit een ooghoek in de gaten houdt. 

“Ik ben er altijd mee bezig of een zanger wel lekker staat te zingen. Ik zie het bijvoorbeeld als Lenneke’s oog gaat tranen van de lampen. Als pianist moet je je dienstbaar en ondersteunend opstellen. Maar als de zanger nerveus of ongeconcentreerd is, valt er niets te ondersteunen, alleen op mentaal gebied. Dan moet je nog uitkijken dat je de zanger niet overschaduwt.”

Een van de dingen die de pianist moet volgen, is de ademhaling van de zanger. Janssen: “Als je als pianist een fractie te langzaam speelt, kan de zanger moeite krijgen om een melodielijn in één adem te zingen. Vreselijk om te horen. Daarom moet je als pianist de adem van de zanger voelen en volgen. Adem is altijd een belangrijk onderdeel van muziek. Een pianist die vaak met zangers speelt, is zich er meer van bewust dat alle muziek moet ademen.”

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld Maartje Geels

Niet te veel praten

Janssen en Ruiten houden er niet van om van tevoren lang over de betekenis van de tekst te praten. En zelfs niet over hoe ze een lied zullen brengen. Janssen: “We spreken eigenlijk nooit veel af. Tijdens het repeteren zeggen we hooguit tegen elkaar: dit vind ik iets te snel of te langzaam.”

Ruiten: “Ik vind dat je niet te veel moet praten over een tekst. Soms maak ik mee dat er eindeloos wordt gefilosofeerd. Dan zeg ik: zullen we het nu maar gaan doen? En dan komt er van al die filosofie niets terecht. Het maakt niet uit of je het erover eens bent of de tekst gaat over de dood of over verlies. Als het muzikaal maar functioneert. Als je afspraken moet maken over waar je zachter zingt of waar je mag ademhalen, is de lol er voor mij af. Dan klinkt het niet levend meer. Op een moeilijke dag zing ik anders dan als ik vrolijk ben.” 

Janssen: “Zonder afspraken werkt waarschijnlijk alleen als je elkaar door en door kent.” Ruiten: “Ja, je moet elkaar muzikaal enorm vertrouwen. Dan kun je creëren op het moment.”

Liedrecitals spelen zich af in kleine zalen. Is er eigenlijk nog wel publiek voor de kleinoden van Schubert, Wolf, Debussy, Poulenc, Strauss, Chausson, Britten enzovoorts? 

Ruiten: “Als zanger doe je het lied er altijd bij, naast opera of concerten. Het is een klein genre. Zalen aarzelen soms of ze wel liedrecitals moeten programmeren. Vooral als ze eenmaal een slechte ervaring hebben gehad met een operazanger die het lied er voor een keer bijdoet. Dat kan echt vreselijk zijn. Toch denk ik niet dat de interesse bij het publiek minder is geworden. Het publiek wordt niet kleiner. Ook niet grijzer trouwens. Het publiek is grijs, ja. Maar dat was al zo in Mozarts tijd. Daar schreef hij zelfs een lied over. Dat is geen reden om als zanger af te zien van dit genre. Want het is een mooi en bijzonder vak.”

De ideale pianist volgens Lenneke Ruiten:

‘Een goede begeleider is technisch goed, heel muzikaal en heeft een sterke persoonlijkheid. Het moet een autonome artiest zijn, die ook kan begeleiden en flexibel genoeg is om met heel verschillende zangers te werken. Het is fijn als iemand met muzikale oplossingen komt. Maar als ze de zanger de les gaan lezen, kan dat heel irritant zijn.’

De ideale liedzanger volgens Thom Janssen:

‘Een goede liedzanger is technisch goed, is goed te verstaan en heeft begrip van teksten. Vooral belangrijk is fantasie. Het mag best een dwingende persoonlijkheid zijn.’

42 paren zingen tegen elkaar

Eens in de twee jaar organiseert de stichting Internationaal Liedconcours een competitie voor zangers met een vaste begeleider, die studeren aan conservatora over de hele wereld. Het is een van de weinig concoursen voor zangduo’s ter wereld. 

De 42 paren zingen donderdag en vrijdag in de eerste ronde. Zaterdag is de halve finale en zondag de finale. Alle optredens kunnen worden bezocht in het Prins Claus Conservatorium in Groningen. www.liedconcours.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden