De kleurrijke verscheidenheid van het Jodendom

De Amsterdamse Nieuwe Kerk toont vanaf vandaag een even enorme als unieke verzameling Joodse kunst en cultuurgoed.

REPORTAGE | JETTEKE VAN WIJK | TEL AVIV/AMSTERDAM

Langzaam opent de stalen kluisdeur in de kelder van het Tel Aviv Museum of Art. Elk van de drie mannen reageert op geheel eigen wijze. Edward van Voolen, conservator van het Joods Historisch Museum in Amsterdam, stapt enthousiast naar voren als het schilderij Solitude van de Russisch-Franse schilder Marc Chagall tevoorschijn wordt gehaald. Hij zet het werk direct in zijn geschiedkundige context. De beeltenis - een contemplatieve, in een gebedsmantel gehulde Joodse man in rouwzit met op de achtergrond een in het duister gehuld dorp - zou een voorafschaduwing van de Tweede Wereldoorlog kunnen zijn; stelt hij. Te meer daar het doek in 1933 werd vervaardigd, het jaar dat Adolf Hitler in Duitsland aan de macht kwam.

Paul Mosterd, adjunct-directeur van De Nieuwe Kerk en de Hermitage en geen groot Chagall-liefhebber, is toch getroffen door het levendige kleurgebruik op het schilderij dat hij alleen van plaatjes kende.

En Ernst Veen, scheidend directeur van deze twee Amsterdamse musea, ziet nog een ander stuk van dezelfde meester dat hem wel bevalt. Tussen neus en lippen door regelt hij ter plekke dat ook 'Joodse man met Thorarol' als bruikleenobject op reis naar Nederland gaat.

Het illustere gezelschap is hier onder meer om de laatste hand te leggen aan de tentoonstelling 'Jodendom. Een wereld vol verhalen', die Veens afscheid van De Nieuwe Kerk markeert. Zo heeft het Israël Museum in Jeruzalem een segment van een van de belangrijkste Dode Zeerollen, de Tempelrol, toegezegd, alsook een bladzij van de onder hebraïsten en theologen vermaarde tiende-eeuwse Aleppo Codex. De komst van die prestigestukken wordt pas bezegeld als directeur James Snyder tijdens het bezoek in november de contracten in het museumcafé op tafel legt. Daarmee brengt hij, na twee jaar onderhandelen, een onderdrukt zuchtje van opluchting teweeg.

Een andere belangrijke toeleveraar is William Gross, een voormalige diamanthandelaar die een van de grootste privéverzamelingen judaïca ter wereld bezit. Het niet uitgeleende deel daarvan bekleedt zijn flat in Tel Aviv, waar muren verborgen gaan achter vitrinekasten. De studeerkamer is behangen met op papier getekende amuletten vol bezweringen om bijvoorbeeld Lilith - volgens de legende Adams wraakzuchtige eerste vrouw die het nog altijd op de nazaten van hem en Eva heeft gemunt - weg te houden bij zuigelingen.

"Obsessiviteit is een zeer belangrijk element bij het aanleggen van een dergelijke collectie", grijnst de 72-jarige verzamelaar. Glimmend toont hij een Thorarol uit Calcutta waarvan de perkamenten tekst niet, zoals in de westerse traditie, gewikkeld is in een stoffen mantel, maar omsloten wordt door een bewerkte zilveren huls of tiek. Hij laat een Iraaks-Joods amulet in de vorm van een halsketting door zijn vingers glijden en haalt een van de vele prachtig geïllumineerde huwelijkscontracten, of ketoebot, uit een legger.

Toen hij elf jaar geleden de islamtentoonstelling in de Nieuwe Kerk bezocht, was Gross al verkocht. "We waren er ondersteboven van", vertelt hij als hij naast echtgenote Lisa op de bank in de woonkamer zit. "Ik zei tegen mijn vrouw: 'Als ze hier ooit een tentoonstelling over het Jodendom houden, hoop ik dat ik daar drie stukken aan bij zal mogen dragen'."

Het werden er 136 - ongeveer een kwart van de ruim vijfhonderd objecten. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan zijn eigen enthousiasme. Toen gastconservator Edward van Voolen hem in de denkfase van het project eens vroeg welke voorwerpen absoluut niet ontbreken mochten, stuurde Gross meteen foto's van zo'n duizend collectiestukken. "Je kunt je gewoonweg niet voorstellen hoeveel genoegen ik eraan beleef juist hieraan mee te mogen doen", stelt hij, ofschoon musea uit de hele wereld putten uit zijn verzameling en hij vele verzoeken krijgt om delen ervan in bruikleen te geven.

De overgang van het waarschijnlijk polytheïstische geloof van de Israëlieten naar het monotheïstische Jodendom van nu begon volgens toonaangevende wetenschappers vermoedelijk rond de terugkeer uit de Babylonische ballingschap, vanaf 538 voor het begin van de jaartelling. Dat de idee van een enkele god niet direct alom beklijfde, valt terug te zien in de vele bijbelverhalen waarin wordt gelamenteerd over de afgodendienst. Ook lijkt de echo hiervan nog door te klinken in de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament waar, ondanks later redactiewerk, God soms aan zichzelf in het meervoud refereert of - zoals in de vertelling over Job en in Psalm 82 - voorzitter is van een soort hemelse raad.

Het middelpunt van de religieuze beleving vormde in deze periode de tempel in Jeruzalem, waar de priesterdienst gehouden werd en dieroffers werden gebracht. Dit heiligdom werd volgens de overlevering gebouwd door Salomon op de berg Moria, door de Babyloniërs in 586 voor de jaartelling verwoest en na de terugkeer uit de ballingschap herbouwd. Koning Herodes, vermaard om zijn megalomane bouwprojecten, renoveerde de zogeheten Tweede Tempel vervolgens op grootse wijze om meer ruimte te creëren voor gelovigen en pelgrims.

Het rabbijnse Jodendom ontstond nadat de Romeinen in het jaar 70 dit heiligdom bij het beleg van Jeruzalem opnieuw verwoestten. De priesterkaste verdween, waarna de erfgenamen van een andere religieuze stroming, de veel meer op het naleven van de Joodse wet en de mondeling overgeleverde tradities gerichte Farizeeërs, het heft konden overnemen. Deze rabbijnen ontwikkelden in Talmoedscholen in Javne, Galilea en Babylon het 'draagbare geloof', dat beleden wordt met het bestuderen van de heilige geschriften in huis en synagoge en dat geen fysieke tempel meer behoeft. Van daaruit verspreidde het zich over de diaspora.

Het is dit draagbare heiligdom dat ook in de Nieuwe Kerk centraal staat. In het belangrijkste deel van het gebouw, op het hoogaltaar, is het geschreven woord geplaatst in de vorm van de Tempelrol. Dit meer dan tweeduizend jaar oude stuk perkament is in een eigen, voor de gelegenheid gebouwde klimaatkamer geplaatst, waarin licht, temperatuur en luchtvochtigheid lijken op de omstandigheden waarin de Dode Zeerollen in de grotten van Koemran millennialang bewaard konden blijven.

Het in de eerste eeuw voor de jaartelling vervaardigde document tekent uit de mond van God op hoe de tempel en de tempeldienst er idealiter uit moeten zien, en is waarschijnlijk geschreven door puristische critici van de destijds door het Hellenisme beïnvloede priesterkaste. Gastcurator Van Voolen wilde enkele kolommen van deze rol per se als kernstuk van de tentoonstelling: "De Tempelrol is zeer moeilijk te krijgen, maar absoluut essentieel."

Uitwaaierend vanaf het altaar zijn verluchte handschriften en liturgische teksten uit alle eeuwen te zien. Sommige, zoals de achttiende-eeuwse Estherrol uit Wenen - zijn nooit eerder aan het publiek getoond.

Ook te zien zijn plekken waar de eredienst gehouden wordt, zoals een zeventiende-eeuws Hamburgs model van de Tweede Tempel, in zeer barokke interpretatie, en maquettes van synagogen uit de hele wereld. De gebouwen lijken altijd op die in hun omgeving, en nooit op elkaar.

Verder van het kerkelijk hoogkoor wordt aandacht besteed aan de Joodse feestdagen en de Joodse levenscyclus. Die begint voor jongetjes met de besnijdenis op de achtste levensdag en voor iedereen uiteindelijk eindigt met de dood. Een serie van vijftien achttiende-eeuwse schilderijen uit Praags toont precies de stadia van zo'n lewaje (teraardebestelling). Ook zijn er vier veertiende-eeuwse Joodse grafzerken uit het Duitse Speyer geplaatst die, nadat de begraafplaats door christenen was geschonden, als bouwmateriaal zijn gebruikt.

Net als elke wereldreligie kent het Jodendom een enorme verscheidenheid. Gemeenschappen passen zich aan omgeving en tijdsgeest aan. Het Joodse leven was in de Middeleeuwen beduidend anders in het islamitische Andalusië, waar doorgaans religieuze verdraagzaamheid heerste, dan in het door pogroms geteisterde Rijnland, en lijkt gelijktijdig in vrijwel niets op de huidige stromingen binnen de ultraorthodoxe groeperingen of op de in afzondering levende Koemransekte rond het begin van de jaartelling.

Die onderling zeer verschillende ontwikkelingen probeert Van Voolen uit te lichten door gelijksoortige objecten uit diverse tijdvakken en werelddelen samen te brengen. Daarnaast is echter ook plaats voor de Tweede Wereldoorlog en voor moderne Joodse kunstenaars als Micha Ullman. Op vijftien videoschermen vertellen onderling zeer verschillende mensen bovendien hoe zij hun Joods-zijn beleven.

Toch richt de tentoonstelling zich zeker niet alleen op het mainstreamJodendom. Er is aandacht voor de kabbala, een mystieke stroming die in de elfde eeuw in Zuid-Frankrijk ontstond en die onder meer beoogt de balans in de Schepping te herstellen zodat het messiaanse tijdperk kan worden ingeluid. Een keur aan amuletten met namen van engelen en demonen onderstreept daarenboven het wijdverbreide 'bijgeloof' en de hoop het eigen lot met magie te kunnen beheersen.

Bij een van de met bezweringsteksten en -kommen ingerichte vitrinekasten staan William en Lisa Gross, die speciaal voor de opening uit Tel Aviv zijn overgekomen. De verzamelaar is bezorgd dat een van zijn vijfde-eeuwse amuletten te veel licht krijgt en laat het aantal lux nog eens nameten. Zijn vrouw ziet dat een sjabbatlamp verkeerd is opgehangen, en draait en passant nog even een ondersteboven neergelegde Hebreeuwse tekst de juiste kant op.

Als het tweetal de druk met de opbouw bezig zijnde Van Voolen tegenkomt bij de synagogemodellen, kunnen ze hun bewondering voor de vorm krijgende tentoonstelling echter nauwelijks onderdrukken. "Nog nooit eerder heeft iemand een dergelijke verzameling van objecten bijeen weten te brengen", zegt Gross. "Dit is echt ongelofelijk."

De tentoonstelling 'Jodendom. Een wereld van verhalen' is vanaf vandaag tot 15 april te zien in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Het schilderij Solitude van Marc Chagall blijft echter maar zes weken. Daarna gaat het naar Madrid, waar dan een grote Chagalltentoonstelling is.

Veel van de ruim vijfhonderd objecten komen uit privéverzamelingen, zoals die van William Gross en Willy Lindwer, en zijn nooit eerder getoond. Onder de veertig bruikleengevers bevinden zich ook het Joods Museum in Praag, het Israel Museum in Jeruzalem, de Nationale Bibliotheek in Sint-Petersburg, en het Vaticaan.

Hoewel afstammelingen van de joodse priesterkaste, de zogenoemde kohaniem, niet nabij de doden mogen komen, is De Nieuwe Kerk toch voor hen toegankelijk. De kerkgraven zijn al enkele decennia geleden geruimd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden