De kleuren van Rembrandt

Met niet meer dan twaalf pigmenten kon de beroemdste Hollandse schilder honderden rijke tinten maken. Vormgevers proberen zijn kennis te benutten voor de huidige kleurenwaaier.

Vier maanden dompelden de ontwerpers Maarten Kolk en Guus Kusters zich onder in de kleuren op de schilderijen van Rembrandt. Hoe 'imiteer' je die intens rode gloed op de jurk van zijn Joodse Bruidje in hedendaagse verf? Welke pigmenten moet je mengen om zo dicht mogelijk bij de lijkbleekgroene schaduw te komen op het dode lichaam op het schilderij 'De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp'?

Naar het kleurgebruik en de werkwijze van Rembrandt is al veel onderzoek gedaan. Maar nog nooit was er een poging om de kleuren te reproduceren en toe te passen op hedendaagse materialen en producten. Kolk en Kusters bestudeerden daarvoor vier schilderijen van Rembrandt.

Zo dicht mogelijk wilden ze bij de verf van de meester komen, maar dat was niet gemakkelijk, vertellen de ontwerpers. Het lijkt eenvoudig, omdat de zeventiende-eeuwse schilder met slechts twaalf pigmenten werkte - en aan het eind van zijn loopbaan met nog maar zes. Maar daarmee wist hij wel een enorme rijkdom aan kleuren op zijn doeken te toveren. Kusters: "Met dat beperkte aantal pigmenten kon hij wel honderden kleuren maken." Daar kunnen wij met onze RAL-kleurenwaaier - er zijn inmiddels 210 tinten gedefinieerd in dit coderingssysteem voor kleuren - niet aan tippen.

Kusters: "We kunnen zoveel van hem leren, van zijn kleurgebruik, zijn technieken en de manier waarop hij de verf in lagen opbouwde." Hoe die kennis vertaald kan worden naar hedendaagse toepassingen, daar zijn de ontwerpers nog niet precies uit, dat vergt meer onderzoek. Kusters: "Maar het staat vast dat het erfgoed van Rembrandt een bijdrage kan leveren aan innovatieve toepassingen van kleur bij de vervaardiging van allerlei producten en materialen. We gaan ook zeker nog met verffabrikant Akzo Nobel praten."

De resultaten van hun onderzoek in het Rembrandtlab zijn nu ook voor het publiek te zien. Er is een bescheiden presentatie ingericht in het Rembrandt Lokaal op de Langebrug in Leiden, de stad waar Rembrandt van Rijn op 15 juli 1606 werd geboren. Het is een toepasselijke locatie: hier kreeg de jonge Rembrandt in 1619 samen met Jan Lievens zijn eerste schilderslessen van Jacob van Swanenburgh, die er zijn woning en atelier had.

In het historische pand hangen reproducties van de vier schilderijen die zijn gebruikt voor het onderzoek. Het gaat om 'Het Joodse Bruidje', 'De Nachtwacht', een zelfportret op jonge leeftijd uit 1628 en 'De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp'.

Karmijnrood

Zelfs vanaf de poster gloeit de rode jurk van Het Joodse bruidje je tegemoet. Kusters heeft er RAL-kleur 3002 ofwel karmijnrood naast gelegd. Die haalt het niet bij het karmijnrood van Rembrandt. Dankzij verfmonsters is bekend dat Rembrandt de intense dieprode kleur op het doek wist te toveren door karmijn over een laag vermiljoen (een dekkende kleur) te schilderen. Karmijn is transparant waardoor de onderliggende laag er nog doorheen schijnt, wat zorgt voor een rode gloed.

Maar dat is het niet alleen. Kusters: "Rembrandt maakte ook heel goed gebruik van de eigenschappen van de grondstoffen die in de pigmenten zitten. Die bevatten bijvoorbeeld mineralen die op elkaar reageren, waardoor de kleuren nog intenser worden." Voor het rode pigment karmijn werden gedroogde en gemalen schildluizen gebruikt. Verbrande dierenbotten waren de grondstof voor diepzwart pigment. Rembrandt gebruikte het in pure vorm maar ook vaak gemengd met andere kleuren. Het blauwe pigment smalt bevatte tot poeder fijngemalen glas.

Loodwit

Het pigment loodwit gebruikte hij het meest. Het is stevig van structuur waardoor de penseelstreek duidelijk zichtbaar blijft. Rembrandt mengde het ook met andere producten, zoals kalk, waardoor het nog ruller werd. Daar maakte hij gebruik van om bijvoorbeeld de textuur van stoffen te schilderen.

Verf bestaat altijd uit pigment (kleurpoeder) en een bindmiddel, bijvoorbeeld was, ei, olie of gom. In de zeventiende eeuw werd meestal lijnzaadolie gebruikt. Rembrandt experimenteerde ook daarmee om het dikker te maken. Hij voegde ei toe, maar ook kersenboomgom. Kusters: "Die diepe en rijke kleureffecten wist hij te bereiken door de kleuren laag over laag aan te brengen, waarbij hij optimaal gebruik maakte van de eigenschappen van de pigmenten. En daarbij speelde hij ook nog eens met transparante en meer dekkende lagen, waarbij ook de onderste laag nog steeds meedoet."

Kunnen we die rijkheid ook terugbrengen in onze industriële producten en kleuren? Dat was de insteek van ons onderzoek, zegt Kolk. "Alles is er nu op gericht dat kleuren constant en stabiel zijn, zodat ze in iedere productie en oplage hetzelfde zijn. Hierdoor zijn de kleuren erg vlak geworden. Wij denken dat de hedendaagse maakindustrie van Rembrandt kan leren om kleuren weer te verrijken."

Bij hun onderzoek hebben ze keramische en schilderspigmenten gebruikt en die net als Rembrandt dat deed, laag voor laag aangebracht op rondjes en kegels van porselein. Per schilderij pikten ze er steeds vijf of zes karakteristieke fragmenten uit. Van sommige hadden ze een verfmonster, bij andere moesten ze op eigen kracht de kleuren analyseren. "Het was soms net scheikunde, om tot de juiste mix van pigmenten te komen", lacht Kusters.

Ze kozen voor porselein als drager voor de kleuren, omdat ze zo dicht mogelijk bij Rembrandt wilden blijven. Kusters: "Hij gebruikte vaak aardkleuren. De aardpigmenten oker, sienna, omber en Kasselse aarde waarmee hij werkte, bevatten ook een aantal keramische eigenschappen. Voor de gronderingslaag gebruikte hij onder meer olie, gemalen zand en klei; dat ligt zo dicht bij keramiek." Ook wilden ze zich laten verrassen door de effecten van het bakken op hoge temperaturen van het porselein. Die waren er ook, al pakten ze niet altijd goed uit. Kusters wijst naar het kantachtige weefsel in de hals van de Joodse Bruid. Ze zijn er wel in geslaagd om het craquelé-effect in verf na te bootsen, maar toen de porseleinen kegel de oven uitkwam, waren de kleuren te veel doorgelopen.

Diepzwart

Ontdekkingen deden ze ook: het ene zwart is niet het andere zwart op De Nachtwacht. Kusters: "We gingen heel vaak kijken naar de originele werken en dan zie je op een gegeven moment allerlei gradaties van mat naar glanzend zwart. We hebben die verschillen proberen te vangen in de glazuren." Nog een ontdekking: met een mix van auberginekleurig glazuur en kleipoeder met kobalt krijg je het diepzwarte pigment van de jas van dr Nicolaes Tulp.

De volgende stap is dat ze een soortgelijk onderzoek willen doen met textiel en e-mail, een gladde ondergrond omdat Rembrandt ook heeft geschilderd op koperplaat. Of de resultaten van hun onderzoek opgepikt zullen worden door de industrie, is nog een fase verder. De verwachting is dat sommige 'verfrecepten' te ambachtelijk zijn om na te maken. Kusters: "Ik zie wel commerciële mogelijkheden als je met twee pigmenten over elkaar al een veel mooier effect krijgt dan met een RAL-kleur."

Waar hij ook wel iets van verwacht is de combinatie van pigmenten, waarmee ze de kleur van de schouderpartij in het zelfportret van Rembrandt uit 1628 hebben gereproduceerd. Doordat ijzeroxide en kobaltoxide op elkaar reageren, ontstaat een prachtig onregelmatig patroon van diep donkerblauw met roestbruin. "Het was een verrassing dat die kleuren er zo ongelooflijk mooi uit kwamen."

Aan zijn gezicht te zien ziet Kusters zichzelf al rondlopen in zo'n Rembrandtesk jasje. "Heel grappig, maar nee, dat zal niet gebeuren. We willen ons niet gaan richten op modetextiel, want de modebranche ontwikkelt juist al veel moois. We denken eerder aan meubeltextiel of dekens. Maar het mag ook op een theepot. Daar gaan we ons de komende tijd mee bezig houden."

Rembrandtlab

Hoe bracht Rembrandt zijn kleuren tot stand? En hoe kan deze kennis worden toegepast bij het maken van hedendaagse producten? Vormgevers en andere creatievelingen gaan dat de komende jaren bij toerbeurt onderzoeken in het Rembrandtlab, een initiatief van Museum De Lakenhal in Leiden, Museum Het Rembrandthuis en Leiden Marketing en Cultuurfonds. Als eersten presenteren ontwerpers Maarten Kolk en Guus Kusters nu de resultaten van hun kleurexperimenten in het Rembrandt Lokaal in Leiden (t/m 29 mei). Daarna reist de expositie door naar Het Rembrandthuis en vervolgens naar de Dutch Design Week in Eindhoven.

RAL-kleurenwaaier

De RAL-kleurenwaaier is de standaard voor kleursamenstellingen van de huidige verfindustrie. Het ReichsAusschuss für Lieferbedingungen werd in 1927 in Duitsland ontwikkeld, als standaard voor kleurgebruik in de industrie, de bouw en voor verkeerstekens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden