'De kleur van de medaille is niet belangrijk'

BUNNIK - Het doel in Atlanta is een medaille, zowel voor het Nederlandse mannen- als vrouwenhockeyteam. De kleur in Atlanta wordt op dit moment minder relevant genoemd. Gezien het recente verleden zou brons voor de vrouwen van bondscoach Tom van 't Hek al heel mooi zijn, maar ook diens collega Roelant Oltmans mag je vanwege de marginale, onderlinge krachtsverschillen in de mondiale top vier niet vastpinnen op goud.

Waar je de beide heren wel op mag afrekenen is een eventuele herhaling van de wanprestaties op de Olympische Spelen van Barcelona. Toen werden de hockeyers vierde en kwamen de toen door Oltmans getrainde vrouwen niet verder dan de beschamende zesde plaats. Bondsvoorzitter Wim Cornelis rekent zelfs op een grotere oogst dan in Seoul (1988): tweemaal brons. Aan de voorbereiding zal het in ieder geval niet liggen. Mede door financiële steun van NOC-NSF zijn de beide selecties in staat zich optimaal op de komende Zomerspelen te prepareren. Voor een deel zijn de aandachtspunten identiek. Zo willen Oltmans en Van 't Hek in de 87 dagen lange aanloop naar Atlanta meer zorg aan de verdediging besteden. De beide vlaggeschepen van de KNHB, waar de Rabobank met ingang van 1 juli voor een periode van drie jaar het hoofdsponsorschap van een andere bankier (NCM) overneemt, scoren veel en gemakkelijk, maar beschouwen stug verdedigen als een noodzakelijk kwaad, waarvoor je indertijd niet hockey als hobby koos. Op het Olympisch kwalificatietoernooi voor vrouwen in Kaapstad liet de equipe van Van 't Hek veelvuldig het net bollen, maar kreeg ze nog meer tegentreffers te incasseren dan de vrijwel alles verliezende niet geplaatste teams.

Op dat punt heeft Van 't Hek lering getrokken uit de les van Zuid-Afrika, waar de Europees kampioen plaatsing voor Atlanta nog bijna aan haar neus voorbij zag gaan. De hockeysters gaan soberder spelen, belooft de coach. “Meer vanuit een gesloten verdediging.” Daartoe zal hij ook de disciplinaire touwtjes strakker aantrekken. Van 't Hek ging tot dusver uit van de zelfwerkzaamheid van de speelsters als belangrijkste motivatiebron. Dat wreekte zich vooral in de defensie, waar een speelse, hockeyende oplossing (of een al dan niet mislukte poging daartoe) het vrijwel altijd won van het onesthetisch hard wegrammen van de bal. “Door een strakkere begeleiding en een hoge zelfmotivatie bij de speelsters denken we daar wel uit te komen,” verwacht Van 't Hek.

Het punt is dat in de hoofdklasse haast per definitie de aanval wordt gekozen. Dat je beter één keertje extra kunt scoren inplaats van een tegengoal te voorkomen dan andersom. “Terwijl het laatste gemakkelijker is aan te leren,” debiteert Van 't Hek een oeroude wijsheid. “Op talentendagen let ik ook scherp op spelertjes die een bal af kunnen pakken,” voegt Oltmans er aan toe. Beiden zijn het er over eens dat een dergelijke opvatting on-Nederlands is en dat de omstandigheden van dien aard zijn dat 'we' ons gemakkelijk zand in de ogen laten strooien. Van 't Hek: “In de aanloop naar 'Kaapstad' hebben we het EK en de oefenwedstrijden erna te gemakkelijk gewonnen. Er komt meer voor kijken dan aardig hockeyen.”

Dit soort aspecten moet in de komende oefencampagnes ingesleten automatismen worden. De eerste fase van de voorbereiding zal overigens verre van ideaal zijn. Door allerlei competitieverplichtingen (play offs, bekertoernooi en Europa Cup) is Oltmans niet eens in staat om begin mei een volwaardig Nederlands elftal naar een toernooi in Maleisië te sturen. Acht man van de grote pre-selectie van 25 vormen een mix-team met Jong Oranje, dat zich vervolgens moet meten met de op volle sterkte spelende (sub)toplanden Australië, Groot-Britannië en India. Vanaf 23 mei heeft Oltmans de beschikking over al zijn internationals. De tweede fase wordt ingezet met een rustperiode - het nog niet beëindigde seizoen was met een EK, Champions Trophy en het winnend afgesloten kwalificatietoernooi in Barcelona lang en zwaar - waarna in toernooien in het Engelse Milton Keynes en Amstelveen (met in beide gevallen Groot-Brittannië, Duitsland en Pakistan als tegenstanders) en trainingskampen in Terrassa (Spanje) en de Verenigde Staten de weg naar Atlanta wordt geplaveid. Op 30 mei, zes weken voor de eerste groepswedstrijd tegen Maleisië, maakt Oltmans zijn definitieve selectie van zestien bekend.

Het hoogtepunt in de Olympische campagne van Tom van 't Hek is een drietal wedstrijden tegen wereldkampioen Australië, op 6, 8 en 9 juni. In die 'trial' worden ook de zestien tickets verdeeld. Momenteel bestaat de 'werkgroep' uit negentien speelsters. Achttien komen uit de Nederlandse competitie, op 9 mei voegt de in de Verenigde Staten spelende Carole Thate zich bij de groep. Anders dan de mannen (waar het deelnemersveld van twaalf is opgesplitst in twee poules) werken de acht vrouwenploegen een hele competitie af, met als sluitstuk een finale en een duel om de derde plaats. Van 't Hek vindt het een eerlijk systeem. Voor de rest is zijn credo eenvoudig: “We moeten er voor werken.” Voor de veranderingen die hij voorstaat, heeft hij ook geen mentale begeleiders nodig. “Het nadeel is dat degenen die er verstand van hebben zelf niet aan sport hebben gedaan. Ik zie niets in een weekeindje bomen zagen in de Ardennen. We moeten het op het hockeyveld doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden