De kleiwerken van Johan Creten vragen er altijd om dat iemand ze aanraakt.

De beelden van Johan Creten zijn lieflijk en afstotelijk tegelijk, ruw én glad of vertonen een mengeling van robuustheid en kwetsbaarheid. Ze zijn vreemd en daardoor intrigerend, hebben iets dubbelzinnigs, maar vragen er altijd om om aangeraakt te worden.

En dat laatste mag, nee móet zelfs, vindt de kunstenaar, willen de kijkers het beeld volledig in zich kunnen opnemen. Niet voor niets organiseert museum De Lakenhal in Leiden vanwege de eerste grote solotentoonstelling van Creten in Nederland, speciale rondleidingen voor blinden.

Neem nou die ruim een meter hoge vrouwentorso die overdekt is met honderden rozenblaadjes in het teerste groen en roze dat maar denkbaar is. De titel van dit verleidelijke beeld is Odore di Femmina, ontleend aan de opera Don Giovanni van Mozart. De vrouwenverleider roept daarin op een gegeven moment uit: „Ah, odore di femmina...” Hij ziet de vrouw niet, maar hij ruikt haar. Wie de roosjes wil aanraken, merkt dat ze zo scherp als een scheermes zijn. Ze ogen aanlokkelijk, maar stoten af als je toegeeft aan de verleiding. Het gaat om een even fragiele als onaanraakbare schoonheid. Creten maakt de rozentorso’s ook wel eens helemaal zwart, waardoor ze iets weg krijgen van een mosselbank of koraalrif.

In Nederland en België is de Vlaming Johan Creten (Sint-Truiden, 1963) nauwelijks bekend bij het grote publiek. Maar dat komt misschien ook doordat hij als een nomade over de wereld trekt. Zo bevond zijn atelier zich in de woestijn van Tempe Arizona, in een fabriek in Wisconsin, in een zeventiende-eeuwse hacienda in Mexico, in Berlijn en in de Villa Médicis in Rome. De afgelopen drie jaar werkte hij in de beroemde porseleinfabriek Manufacture nationale de Sèvres in Parijs. Vorig jaar werden zijn beelden getoond in het Louvre en nu is zijn werk in Leiden te zien. Misschien, zegt hij, is Nederland wel de volgende halte op zijn reis door de wereld, omdat hij waarschijnlijk gaat meedoen aan de beeldententoonstelling Sonsbeek, die voor 2008 staat gepland.

Johan Creten, zwart krijtstreep kostuum en knalgroene brogues, typeert zichzelf als een excentrieke eenling die altijd zijn eigen pad kiest. Dat verklaart ook dat hij twintig jaar geleden besloot met klei te gaan werken, ’omdat niemand in de moderne kunst dat deed in die tijd’. „Klei was oubollig en werd geassocieerd met ambachtelijkheid en figuratief werk. Maar nu zie ik dat het allemaal weer terugkomt. Zelfs mijn studenten pikken het weer op.” Klei is volgens de kunstenaar een fantastisch materiaal om mee te werken. „Het is lekker vies en ongelooflijk sensueel om daar met je handen mee te modelleren en boetseren. Het mooie is ook dat je er verder niemand bij nodig hebt.” Maar de uitdaging van het materiaal is ook dat het zo lastig is. Als het beeld gemodelleerd is, moet het eerst drogen. Bij de minste aanraking of tocht kan het in elkaar vallen, vertelt Creten, wat hem vele malen is overkomen. Ook het moment dat het een paar honderd kilo zware beeld in de oven wordt gezet om te worden gebakken, is zo’n cruciaal moment dat het helemaal in elkaar kan storten. Tijdens het bakken wordt het materiaal door de hoge temperatuur week, waardoor het beeld dreigt te vervormen. Na het bakken duurt het vaak nog weken voordat de deuren van de oven kunnen worden geopend. Dan kan het resultaat nog tegenvallen en moet soms alsnog de hamer erin.

Zijn inspiratie ontleent Creten vooral aan de oude kunst. Als kind had hij daar al belangstelling voor. Zijn moeder was geschiedenislerares, zijn vader was gek op boeken en zijn beste vrienden waren een bejaard echtpaar, antiquairs, die hem elke woensdagmiddag antieke voorwerpen lieten bekijken en daar verhalen bij vertelden. „Dat zit in je in hoofd en dat komt er op een gegeven moment weer uit.”

Dat is ook de reden dat de Lakenhal zijn beelden laat zien in samenhang met zeventiende-eeuwse kunstvoorwerpen in de extravagante kwabstijl (zie kader). Cretens werk roept associaties op met de ontwerpen in zilver van onder meer Adam en Paulus Vianen. Hun zilver heeft lobbige versieringen die aan organische vormen doen denken. Allerlei dieren, monsters en menselijke figuren duiken erin op en symbolen die wijzen op liefde, lust en vergankelijkheid, wat ook geldt voor de sculpturen van Creten. Hoe langer je er naar kijkt, hoe meer je erin gaat zien: een kluwen octopussen waar je tussen de tentakels het hoofd van een mens ontwaart; of een grote kwabbige massa waaronder het hoofd van een vrouw blijkt schuil te gaan. De sluier, noemt hij dat laatste beeld, dat wat wiebelig op zijn sokkel staat. De vrouw lijkt te bezwijken onder het gewicht van de dikke lagen op haar hoofd. Daarin mag je volgens Creten gerust een politieke ondertoon lezen. „Maar ik ben er niet op uit om pamflettaire kunst te maken. Het mag er nooit dik bovenop leggen.”

Imponerend is de zittende man met een darmachtige massa op zijn rug, waarin je met enige fantasie ook een wolk kunt zien. Die wolk was voor veel mensen de eerste associatie, vertelt Creten, toen ze het beeld zagen op een expositie die op 13 september 2001 werd geopend, twee dagen na de aanslagen op de Twin Towers. Toeval? Creten: „Toen ik met dit beeld bezig was, stelde ik me wel zo de toestand in de wereld voor. Als een zware bepakking kan die op je rug liggen of als een zwarte wolk boven je hoofd hangen.”

Dood, leven, lust, het zit allemaal in zijn beelden, die metaforen voor het leven zijn.

De meeste sculpturen op deze tentoonstelling zijn minstens een meter hoog. Maar er ligt ook een klein grillig gevormd stuk keramiek, waarin je een menselijk figuurtje zou kunnen zien, maar dat als je het anders beetpakt, ook een wapen kan voorstellen. In 1986 reisde hij met dit beeldje in de Parijse metro en vroeg voorbijgangers het beet te pakken en te vertellen wat ze erin zagen, wat veel gespreksstof opleverde. Wat hij ermee wil zeggen is dat zijn beelden niet per se uitleg behoeven, maar wel altijd van zichzelf verhalen vertellen en tongen in beweging brengen. La Langue heeft hij dit beeldje genoemd, het Franse woord voor taal en tong.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden