De kleinere broertjes zijn nóg brutaler

(Trouw) Beeld
(Trouw)

De jongste generatie straatschoffies heeft het ’vak’ geleerd van grotere broers. Maar ze zijn nog brutaler, vervelender en crimineler. In Gouda en Eindhoven zorgden ze onlangs weer voor incidenten. Instanties krijgen geen vat op deze twaalfminners, die te jong zijn voor strafvervolging. Een ’vreedzame school’ in Utrecht weet wel raad met de ’korte lontjes’.

Op een mooie avond in mei 2007 organiseerde een groep probleempubers in de Utrechtse wijk Overvecht een bingoavond in een bejaardentehuis. Acht Marokkaans-Nederlandse jongens presenteerden zich als ideale schoonzonen. Ze vertroetelden de omaatjes die na de leuke avond met koffie, lekkers en mooie prijzen hoffelijk naar rollator of scootmobiel werden geholpen. „En nou crossen mevrouw. Zal ik ’m eens voor u opvoeren?”, zei Yassin.

Probleemjongens zijn participatiejongeren geworden, zo heette het die avond in welzijnsjargon. Deze jongeren hadden geleerd om hun verantwoordelijkheid te nemen, om mee te helpen bouwen aan een mooiere wijk, aan samenhang. „Maar we zijn er nog lang niet”, waarschuwde jeugdwerker Erwin de Boer op die mooie bingoavond. „We krijgen nu te maken met de kleinere broertjes. Jochies van tien, elf jaar die op zijn minst heel brutaal zijn, maar ook met allerlei rare criminele activiteiten bezig zijn. Op die groep hebben we nog helemaal geen vat.”

Sindsdien deden de ’twaalfminners’ steeds vaker van zich spreken. Overal in het land steunen en kreunen wijkbewoners onder de jongste generatie straatschoffies die het ’vak’ hebben geleerd van hun grote broers, maar verder gaan, brutaler, gewelddadiger, crimineler en lastiger te bereiken zijn.

Onderzoekers van de Vrije Universiteit van Amsterdam stelden dat een derde van de kinderen onder de twaalf (130.000) weleens over de schreef gaat, variërend van een snoepje pikken of vuurtje stoken tot echt crimineel gedrag.

In Utrecht werd de avondklok ingesteld. Jonge kinderen die te laat op straat rondhingen, werden thuisgebracht door de wijkagent. Ouders zouden worden toegesproken en, daar op de drempel, met de voet tussen de deur, kon ook meteen een aanbod voor opvoedondersteuning gedaan worden.

De toenmalige justitieminister Hirsch Ballin vond het een goed idee en promoveerde het tot landelijk beleid. Het pakket mogelijke maatregelen bij de aanpak van twaalfminners, die niet strafrechtelijk vervolgd mogen worden, varieert van die avondklok en gebiedsverboden tot onder toezichtstelling of uithuisplaatsing.

Dat laatste middel werd eind vorige maand ingezet in Eindhoven. In de wijk Vaartbroek maakten drie kinderen (twee meisjes van 9 en 10 jaar, een jongen van 10) uit twee gezinnen de buurt onveilig. Vooral ouderen moesten het ontgelden. Het trio stal portemonnees en een scootmobiel en maakte zich schuldig aan intimidatie.

Op last van de kinderrechter, en met toestemming van de moeder, zijn twee kinderen uit huis geplaatst. Burgemeester Van Gijzel noemde het ’schokkend’ en ’ontoelaatbaar’ dat kinderen op zulke jonge leeftijd buurtgenoten bespuwen en mishandelen.

Van Gijzel ziet in de beslissing van de kinderrechter „een bevestiging van de ernst van de situatie voor de buurt en het betrokken gezin en de noodzaak van de stevige aanpak”.

Politie, Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant en de Raad voor de Kinderbescherming constateerden dat ’structurele en ingrijpende aandacht vanuit de jeugdhulpverlening’ nodig was. Met een gezamenlijke aanpak willen de instanties de overlast in de buurt terugdringen. „De aanpak is ook in het belang van de kinderen en het gezin waarvan zij deel uitmaken”, aldus de gemeente Eindhoven.

In de Goudse wijk Oosterwei, bekend door een reeks rellen in 2008, veroorzaken nu de kleinere broertjes van de hoofdrolspelers van toen overlast. Het zou gaan om een groep van tachtig Marokkaans-Nederlandse kinderen (van 8 tot 13 jaar). Bewoners worden belaagd, met stenen en eieren bekogeld, beroofd en uitgescholden.

De stad is ’verbijsterd’ over de nieuwe incidenten, maar die zijn geen reden het hele beleid te verscherpen. De aanpak waarin politie, het wijkteam, woningcorporaties, scholen en welzijnsorganisaties samenwerken is een kwestie van lange adem, weet de gemeente.

Het is de ketenaanpak die in Veiligheidshuizen wordt gepredikt. Daar werken organisaties zoals politie, Openbaar Ministerie, Jeugdzorg, reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming, verslavingszorg, Dienst Justitiële Inrichtingen en de gemeente samen om te voorkomen dat risicojongeren het verkeerde pad inslaan en om de draaideurcriminelen uit hun vicieuze cirkel te trekken. In intensief overleg worden individuele probleemgevallen besproken.

Maar dus niet de twaalfminners. „Heel af en toe komt er wel eens een jonger broertje ter sprake. Dan nemen we zo’n heel gezin mee in de aanpak. Maar in principe valt een Veiligheidshuis onder het Openbaar Ministerie. En het OM gaat niet over kinderen die niet strafrechtelijk kunnen worden vervolgd”, zegt een woordvoerder.

Sinds begin dit jaar worden kinderen onder de twaalf jaar die een misdrijf plegen doorgestuurd naar Bureau Jeugdzorg. Ook moeten de ouders op het politiebureau komen praten over het strafbare feit.

Zo ontstaat inzicht in de thuissituatie en kan Jeugdzorg een zorgaanbod op maat regelen. „Niet via de Veiligheidshuizen dus. Er is gekozen voor die aparte lijn tussen politie en Jeugdzorg”, stelt Justitie.

Dus regelen die instanties samen met gemeenten hun eigen overleg. „Daar is geen vast ritueel voor. De ene keer komt een agent met een jongetje aan dat veel te laat op straat rondhing, de volgende keer slaat de jeugdwerker alarm of komt een gezin via schuldhulpverlening in beeld. Vervolgens wordt een aanpak op maat samengesteld. En iemand krijgt de regie in handen. Want we letten er wel op dat er niet twaalf hulpverleners tegelijk bij zo’n gezin naar binnenstormen”, zo vertelt een gemeentevoorlichter over de aanpak in Nijmegen.

In Utrecht zijn ze na de eerste alarmsignalen in 2007 aan de slag gegaan. Het vangnet van politie, welzijnswerkers en scholen werkt, zo constateerde De Boer al eerder. „Na elke scheldpartij op straat, na elke schop, gaan we gelijk naar hun ouders. Ze kunnen niks meer anoniem doen. Die aanpak werkt – de extreme overlast is een stuk minder.”

„De meeste ouders laten zich nu ondersteunen door oudercoaches”, vervolgde de jeugdwerker van Cumulus. „Bij één gezin lukte dat niet. Dat moet het misschien straks maar in de kinderbijslag of uitkering voelen. Maar straffen moet altijd worden gekoppeld aan hulp. want als er minder geld binnenkomt, ontstaan er weer andere problemen die we ook niet willen...”

Op de 'Vreedzame school' in Utrecht worden onderlinge problemen opgelost door erover te praten en door de inzet van bemiddelaars, op de school 'mediatoren' genoemd. (FOTO'S WERRY CRONE) Beeld
Op de 'Vreedzame school' in Utrecht worden onderlinge problemen opgelost door erover te praten en door de inzet van bemiddelaars, op de school 'mediatoren' genoemd. (FOTO'S WERRY CRONE)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden