de Kleine watersalamander: Amfibische casanova met de lente in z'n bol

Het jaar 2014 was het warmste jaar sinds men ergens begin negentiende eeuw met registreren begon; het is ongetwijfeld een gevolg van de opwarming van de aarde. We zaten in november nog met z'n allen op het terras. Het warme weer roept bij velen ambivalente gevoelens op. Enerzijds weten we dat we met ons stook- en rijgedrag de aarde aan het verzieken zijn, anderzijds vinden we het stiekem wel lekker dat het een paar graden warmer wordt. Ook de natuur kent deze ambivalentie. De ene soort legt het loodje, de andere profiteert van de opwarming. Of dénkt te kunnen profiteren, zoals de kleine watersalamander.

Net als bijna alle andere dieren plant ook de kleine watersalamander zich geslachtelijk voort. Er zijn mannetjes en vrouwtjes en op de een of andere manier moeten die elkaar zien te vinden en bevruchten. Veel dieren hebben het voorjaar voor deze bezigheden gereserveerd, ze hebben dan de lente in de kop. Zo ook de kleine watersalamander, Triturus vulgaris (of Lissotriton vulgaris als we de fijnslijpende systematici mogen geloven). Over dit diertje vermeldt de website van de Stichting Ravon (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland) dat 'de paartijd loopt vanaf eind maart tot juni, waarbij de piek in april en begin mei ligt'. Dat is duidelijk. Maar wie schetst de verbazing van enkele Ravon-onderzoekers die al op 3 januari in een Overijsselse poel enkele hitsige mannetjes aantroffen? Die lijken bijna drie maanden te vroeg op pad gegaan en voor het gemak de hele winter over te slaan. Het is de vraag of dat goed afloopt.

Kleine watersalamanders zijn een zeer algemeen voorkomende soort. Het verspreidingskaartje toont hun aanwezigheid over het hele land; hier en daar is nog een klein 5x5-kilometer-vakje opengebleven, maar waarschijnlijk is dat niet omdat de soort daar niet voorkomt maar omdat men ze er nog niet heeft gevonden - of niet gezocht. Hooguit ontbreken ze in delen van de IJsselmeerpolders en langs de rand van de Waddenzee. De salamandertjes overwinteren meestal niet, zoals kikkers, in de modderbodems van sloot en vijver, maar op het land, verscholen of ingegraven op vorstvrije plekjes. Ook in de stad komen ze voor. Wie in de winter zijn stapel openhaardhout aanspreekt, of een oude bloempot omdraait, kan zomaar een doezelig salamandertje tegenkomen.

Zodra het wat warmer wordt komen ze in actie. De mannetjes zoeken het water op en metamorfoseren dan tot een amfibische casanova. Ze worden zogenoemde 'mannetjes in paringskleed', door een enorme draakachtige rugvin te ontwikkelen en nog wat andere uitsteeksels her en der aan de poten. Daarmee gaan ze op vrouwenjacht. Ze trillen en flapperen met hun vinnen zodra ze een vrouwtje zien en als die van dit masculiene vlagvertoon onder de indruk raakt, scheidt het mannetje een spermapakketje af dat vervolgens door het vrouwtje in haar cloaca wordt opgenomen. Een copulatie komt er niet aan te pas. Het moet niet flink gaan vriezen de komende maanden, want dan komen die nu reeds smachtende mannetjes letterlijk van een koude kermis thuis.

Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden