Column

De kleine lettertjes van de arbeidsmarkt

Stakende FNV-leden zitten in een cafetaria in Zaandam. Beeld anp

Patrick van Schie Stel, u gebruikt zeer geregeld - bijvoorbeeld elke week - een maaltijd in een vertrouwd restaurant. U vindt het eten daar lekker en bent inmiddels goed bekend met de vriendelijke eigenaar, de bekwame kok en de attente bediening.

Eén jaar nadat u voor het eerst dit etablissement bezocht gaat u er weer naar binnen. De eigenaar komt op u af en zegt: 'U komt hier nu al een heel jaar, het wordt tijd dat u zich meer verplicht. U mag hier elke week blijven komen op voorwaarde dat u zich voor de eerstvolgende dertig jaar hierop vastlegt. U begrijpt overigens wel dat ik u niet kan garanderen dat de prijs schappelijk blijft of de kok, dan wel te zijner tijd zijn opvolger, steeds even smakelijke gerechten zal bereiden. Wilt u hier maar even tekenen?' In de kleine lettertjes blijkt te staan dat het niet-nakomen van dit contract een flinke boete kost.

Zou iemand hierop in gaan? Zou niet iedereen zich afvragen of de eigenaar een forse tik van de molen heeft gehad? Als u al even zou overwegen te tekenen, schiet toch waarschijnlijk onmiddellijk door uw hoofd dat u zich dan verplicht in dat restaurant te gaan eten ook als de prijzen sterk worden verhoogd, het eten belabberd wordt en/of de serveerster voortaan de maaltijd chagrijnig voor uw neus kwakt. En zelfs als dat niet zo zou zijn; er kan wel een tijd komen dat u zich dit wekelijks uitje niet meer kunt veroorloven. 'Ben je helemaal bedonderd', zo zal denk ik iedereen reageren. En men zal weglopen met het vaste voornemen: 'In die tent zet ik nooit meer een voet.'

Toch is dit precies wat de FNV wil met het arbeidscontract. Na één jaar wordt als het aan deze vakbondskoepel ligt elke werkgever die met een werknemer door wil, verplicht dat personeelslid een contract voor onbepaalde tijd aan te bieden (momenteel is dat na drie jaarcontracten). En aan versoepeling van het ontslagrecht weigert de FNV mee te werken. Dus een werkgever kan ongeacht eventueel gebleken gebrek aan inzet van de werknemer na het eerste (proef)jaar dan wel indien de financiële situatie van zijn bedrijf verslechtert, alleen nog van deze kracht af door hem een afkoopsom mee te geven of aan ambtenaren (het UWV) te vragen of hij 'alstublieft' het contract mag beëindigen. Hoe groot acht u de kans dat een werkgever - anders dan u zou doen met de restauranteigenaar - wél een dergelijk contract aangaat?

Misschien dacht u al bij het lezen van de beginpassage van deze column: wat een raar voorbeeld, want zo'n contract mag een restaurant zijn klant helemaal niet aanbieden. Voor bedrijven zoals telefoonaanbieders, energieleveranciers en verzekeraars is zelfs geregeld dat klanten juist eenvoudiger kunnen overstappen. Precies, en dat is maar goed ook. Op de arbeidsmarkt is echter nog altijd het tegendeel geregeld: werkgevers komen van niet-functionerend personeel slechts met veel moeite en geld af, terwijl het de werknemer vrij staat elk moment zijn vertrek op korte termijn aan te kondigen. De termijn waarvoor werkgever en werknemer contractueel met elkaar in zee gaan, wordt in ons land niet aan henzelf over gelaten. Dat de staat zich hierin mengt beschouwt menigeen als volstrekt normaal.

Nu zullen velen tegenwerpen dat mijn vergelijking niet deugt. Is een werknemer voor zijn dagelijks brood immers niet afhankelijk van zijn baan? Dat klopt, maar dit geldt net zo goed voor de restauranthouder. Ook hij ziet zijn inkomen waarschijnlijk graag voor jaren achtereen gegarandeerd. Niemand die hem dat echter zal willen toezeggen, en terecht.

Het voorstel waarmee de FNV de nu lopende onderhandelingen over een sociaal akkoord is ingegaan zou indien het werd overgenomen de arbeidsmarkt voor werkzoekenden op slot gooien. Vooral jongeren, maar ook ouderen die werkloos raken, zouden zwaar de dupe worden van deze protectionistische praktijken van de haves in arbeidsland, de oudere vakbondsaanhang van vastgeroeste kaders. In een tijd met economisch onzekere vooruitzichten, zou het tot wet verheffen van dit FNV-voorstel zeker wel iets aanjagen. Helaas zal dat niet de economie zijn maar de werkloosheid.

Patrick van Schie is historicus en directeur van de Teldersstichting, het onafhankelijk wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden