De kleine landjes

Jelle Brandt Corstius, correspondent in Rusland voor onder meer Trouw, reisde met fotograaf Rob Hornstra de kleine ’landjes’ in de Kaukasus af. Een voorpublicatie uit zijn boek: de huwelijksmores in Karatsjaj-Tsjerkessie.

In het park van Tsjerkessk, aan de Koeban-rivier, raakten wij in gesprek met drie oude mannen die, zoals het betaamt in Rusland, piepkleine strakke zwembroekjes onder hun dikke buik droegen. Het waren een Armeniër, een Tsjerkes en een Karatsjaj. Verderop trok een jongen zich omhoog aan een rekstok. Om de Kaukasus compleet te maken kwam hij uit Tsjetsjenië en was in de oorlog naar Tsjerkessië gevlucht. Ik vroeg aan de Tsjerkes waarom de Karatsjaj en de Tsjetsjenen wél, en de Tsjerkessen niet waren gedeporteerd in de oorlog. „Omdat wij 150 jaar geleden al zijn gedeporteerd.”

Die deportatie door de Russen vond plaats in de 19de eeuw, en daardoor wonen er nog maar weinig Tsjerkes in Rusland. Zij waren verreweg de taaiste vijand bij de verovering van de Kaukasus. Heel het leven van de Tsjerkessen stond in het teken van de strijd. Voordat zij tegen de Russen vochten, streden zij tegen andere volkjes. En als die niet in de buurt waren, vochten ze onderling, op zoek naar paarden of mensen om die als slaaf te verkopen. Als slaaf was je overigens nog niet zo slecht af: alleen slaven werden namelijk vrijgesteld van de keiharde militaire opleiding. Al vanaf jonge leeftijd leerde een jongen te vechten.

De relatie tussen de vader en de zoon was die van officier en soldaat. Er zat nog een rang tussen, namelijk de moeder, die de communicatie tussen de twee verzorgde. Als de moeder niet thuis was, sprak de vader zijn zoon aan in de derde persoon. Vanaf zijn tiende werd de zoon van huis gestuurd naar een goede vriend van de vader, waar hij zijn militaire opleiding voltooide.

Eenmaal volwassen, was een man verplicht om deel te nemen aan nachtelijke roofovervallen in andere dorpen. Als je dat niet deed, zou een vader nooit zijn dochter aan je geven. Als een Tsjerkessisch dorp werd overvallen, gingen die dorpelingen uit wraak weer uit moorden en roven in het andere dorp. Daarbij was een goed paard onmisbaar en de vriendschap van een Tsjerkessische man en zijn paard ging ver: paarden werden gezien als broers. De dochters waren overigens niet beter af: elke vader had het recht zin dochter als slaaf te verkopen. Vaak om de bruidsschat van een andere dochter mee te financieren. Tsjerkessische vrouwen hadden de reputatie knap te zijn en kwamen vaak in de harem van een sultan terecht.

Het is niet verbazingwekkend dat de strijd tussen de Russen en de Tsjerkessen lang en bloedig was. De enige manier voor de Russen om de weerbarstige Tsjerkessen kapot te maken was hen te deporteren, wat vanaf 1862 gebeurde. Van de 400.000 bleven er maar 80.000 over in Rusland. Velen overleden tijdens de lange boottocht naar het Osmaanse Rijk.

’s Avonds aten we wat in een zojuist geopend openluchtrestaurent in de vorm van een kasteel, compleet met torentjes en kantelen. Het eten kwam met luide en valse karaoke. Aslan, Muha en Ruslan kwamen langs en voor we ’nee dank je wel’ konden zeggen stond er alweer een fles wodka op tafel. Ik vroeg Ruslan of er hier net als in Tsjetsjenië wel eens een vrouw werd gestolen om mee te trouwen. Ruslan en Muha moesten lachen. Wat bleek: Ruslan had de 19-jarige zus van Muha een paar jaar geleden ontvoerd. Ik vroeg Muha wat hij daarvan vond: „Nou, Ruslan is een van mijn beste vrienden dus als het toch moet gebeuren, dan maar door Ruslan.” Overigens was Ruslan na acht maanden alweer van haar gescheiden.

Gaande het gesprek bleek dat het stelen van vrouwen eerder regel dan uitzondering was in Tsjerkessië. Het gaat als volgt: een man ziet een leuk meisje, dat hij eventueel heeft gesproken. Hij geeft vrienden opdracht haar te ontvoeren. Zij leveren het meisje af bij het huis van de jongen. Die zegt: ’Wij zijn nu verloofd’. De vrienden gaan intussen naar de ouders van het meisje en melden dat hun dochter is gestolen en dat de bruiloft op die en die dag is. Op de dag van de bruiloft komt een delegatie van de familie van de bruid, maar niet de ouders, naar de bruiloft. Zij vragen de bruid: wil je echt met deze man trouwen? Zij kan op dat moment in theorie nee zeggen. Maar ze weet dat ze opnieuw ontvoerd kan worden door dezelfde man, wat soms twee of drie keer gebeurt. En ze weet dat zij al niet meer als ’rein’ wordt beschouwd, omdat ze de weken voorafgaand aan het huwelijk in het huis van de man heeft gezeten. Elke keer dat ze wordt ontvoerd is zij minder ’rein’ totdat geen andere man haar meer wil. Bovendien, het zijn gewoon de mores in Tsjerkessië. Volgens alle drie de jongens zijn meisjes van 23 of 24 diep ongelukkig omdat zij nog niet zijn gestolen. Dus zegt de ontvoerde vrouw meestal ja.

De drie zaten vol met ontvoeringsverhalen. Zo was de moeder van Aslan ontvoerd door zijn vader. En zijn buurmeisje was vorige week gestolen. Zij had al gehoord dat er een jongen achter haar aan zat en had zich in huis verstopt. Toen zij even de tuin in liep om een sigaretje te roken sloegen de vrienden van de bruidegom toe. Zelf had Aslan ook al eens een meisje gestolen dat zich had verstopt en was gaan luchten. Hij had haar zo over de schutting getrokken, ondanks de tante van het meisje die hem probeerde te wurgen.

Meestal heeft het meisje in ieder geval een paar woorden met de jongen gewisseld voordat zij ontvoerd wordt. Ruslan vertelde over een ontvoering waar hij laatst aan mee had geholpen. De jongen had het meisje alleen maar op straat zien lopen en vond haar wel leuk. Ruslan pikte haar op van straat en gooide haar op de achterbank. „Toen moest ze huilen, en vroeg: Met wie ga ik dan trouwen?” Hij sprak de laatste zin uit als de clou van een ongelooflijk goeie bak. Aslan en Muha hielden het niet van het lachen.

De maaltijd werd nog steeds begeleid door de intens vals zingende vrouw. Op de rekening stond 300 roebel voor ’muzikale begeleiding’. Tijd om de directrice van het restaurant erbij te halen. Het bleek dat de vals zingende karaokevrouw en de eigenaar van het restaurant dezelfde persoon waren. Onverstoorbaar zei Aslan; „Ik vind het prima om voor muziek te betalen, maar niet als het niet om aan te horen is.” Directe mensen, die Tsjerkessen.

Aslan bleek marsjroetkachauffeur te zijn, dus reden wij in zijn marsjroetka naar discotheek ’Octopus’, ’Sproet’ op zijn Russisch, wat ik grappig vond klinken. Bovenaan het lijstje van grappige discotheeknamen in de voormalige Sovjet-Unie staat nog steeds de ’Limpopo’ in Jalta. In Sproet verzamelde de lokale elite zich en de jongens zaten wat geïntimideerd om zich heen te kijken. In het bijzonder Muha, die in het restaurant nog had gepocht dat hij twintig man tegelijk aankon.

Intussen had Aslan de discotheekleiding op de hoogte gesteld van de Nederlandse gasten. Even later kondigde de dj een Nederlands nummer aan voor ’onze gasten uit Nederland, waar je cannabis mag roken’. Ik zat te denken wat voor nummer dat zou zijn. 2 Unlimited? George Baker? Maar het was natuurlijk ’Du Hast Den Schönsten Arsch Der Welt’.

Na nog wat flessen wodka gingen de lichten aan. Buiten grapte ik dat ze voor mij ook maar een bruid moesten ontvoeren. We gingen in het Russische minibusje van Aslan zitten die ons naar het hotel zou brengen. Het duurde een tijdje voordat de jongens kwamen. Rob ging een kijkje nemen en trof ze druk bellend aan. Een van hen wees enthousiast naar een auto die aan kwam rijden met joelende vrienden. Wat bleek: zij waren al in een vergevorderd stadium van het ontvoeren van een meisje op wie ik een blik op zou hebben geworpen tijdens ’Du Hast Den Schönsten Arsch Der Welt’.

Bewerkt fragment uit ’Kleine landjes. Berichten uit de Kaukasus’, van Jelle Brandt Corstius. Uitg. Prometheus, euro14,95. Verschijnt volgende week.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden