De klassieke journalistiek moet in ere worden hersteld

De teloorgang van de dagbladen is niet de schuld van de boze buitenwereld. De journalistieke zeden zijn verzuurd en zelfreiniging is hard nodig.

Jan Schinkelshoek en Tweede Kamerlid voor het CDA

Het aftellen is begonnen. Nauwelijks meer dan twintig jaar heeft de krant nog maar te gaan, schijnt het. Als de neerwaartse trend zich doorzet, valt volgens Philip Meyer, schrijver van het boek over ’The Vanishing Newspaper’, het laatste gedrukte exemplaar van het dagblad op z’n laatst in april 2040 in de brievenbus vallen. Dat is, helaas, geen misselijke grap. Overal ter wereld worden kranten getroffen door dalende oplages. Er wordt minder gelezen. In combinatie met lage advertentie-inkomsten gaat die ’ontlezing’ in zo’n hard tempo dat menig krant wankelt op de rand van de afgrond. De crisis doet de rest.

Toch geloof ik niet dat de krant gedoemd is te verdwijnen. Dat is méér dan hoop-tegen-beter-beter-in van een oud-hoofdredacteur die z’n eigen krant, de Haagsche Courant, heeft zien bezwijken. En het heeft ook niets te maken met een verwachting dat de overheid, ondanks alle goede bedoelingen van minister Plasterk, in staat zal zijn die trend te keren. Nee, ik heb een onverwoestbaar geloof in de kracht van ’print’.

Internet zal de rol van de krant niet kunnen overnemen. Natuurlijk wordt het ’net’ steeds belangrijker als bron van informatie. Maar met die opkomst wordt het dagblad nog niet automatisch overbodig.

Ook in de toekomst hebben we nog steeds zoiets als een dagblad nodig om uitgelegd te krijgen hoe het elkaar in elkaar zit, om zaken te doorgronden, om vat te krijgen op de werkelijkheid. Het moet worden gelezen, niet gescand, niet gescrold.

Sterker nog, papier en inkt blijven tot ver na 2040 onmisbaar. Al was het alleen om de steeds groter wordende informatiestroom te ordenen. Om geattendeerd te worden op wat er nog meer speelt. En ook omdat je sommige dingen gewoon in handen wilt hebben.

Dat gaat niet vanzelfsprekend. Het vergt eerherstel van de journalistiek, de klassieke, onpartijdige, professionele dagbladjournalistiek die overal ter wereld onder druk staat.

In de Verenigde Staten zoeken jongeren via het internet zelf op wat hun nieuwswaardig lijkt, zetten het in elkaar en geven het door aan iedereen-die-geïnteresseerd-is. Die ’grassroot journalism’ –zelf gefabriceerde nieuwsjagerij– gaat, voorspelt de Amerikaanse denktank Carnegie Corporation vervangt steeds meer de traditionele methoden van journalistiek. Dat is misschien wel de meest serieuze bedreiging van de krant.

Dat journalistieke hobbyisme is een ontwikkeling die de oude garde in de journalistiek natuurlijk aan het hart gaat. Maar het is minstens zo treurig voor iedereen die oprecht geïnteresseerd is in wel en wee van stad, land en wereld.

De klassieke journalist deed z’n best om een zo getrouw, evenwichtig en eerlijk beeld te schetsen van wat er gebeurt. Ook als er meer mis gaat dan iedereen lief is, blijft er het permanente streven naar onpartijdigheid. Als een norm, als een toets. Die vorm van journalistiek in te ruilen voor iets wat subjectief is, onbetrouwbaar en niet vrij van persoonlijke belangen –nee, daar wordt niemand beter van. Op zich is dat al een goede reden om de klassieke journalistiek in ere te herstellen.

Minstens zo belangrijk is dat het bijdraagt aan wat ik geneigd ben een ’sanering van de journalistiek’ te noemen. De teloorgang van de krant is niet de schuld van de grote boze buitenwereld. De journalistiek is niet slechts een lijdzaam slachtoffer van publieke desinteresse of anonieme maatschappelijke krachten. De media –niet alleen krant, minstens zozeer televisie– maken het er, eerlijk gezegd, ook naar.

Staat de journalistiek niet vaak met de rug naar lezers, kijkers en luisteraars? Is er niet een proces van verloedering gaande? Hoeveel slordigheden en ordinaire fouten telt een bericht niet? Zet hyperventilatie niet te vaak de toon?

Me beperkend tot politieke journalistiek –een domein dat ik over een wat langere termijn kan overzien– valt op hoezeer in de loop der jaren de journalistieke zeden verzuurden.

Het geklaag over kranten en journalisten is –ik weet het– van alle tijden. Te vaak zijn die klachten ingegeven door bijbedoelingen of eigenbelang. Afgestompt door kritiek, hebben de media een neiging om zich ongenaakbaar op te stellen, afgeschermd door de vrijheid van meningsuiting. Maar die zelfbescherming verwordt tot obstakel voor journalistieke zelfreiniging – noodzakelijk om in de slag om het naakte bestaan te overleven. Het recept ligt al een tijdje klaar.

Waar kan dat eerherstel van de klassieke journalistiek beter beginnen dan bij het al even klassieke dagblad? De krant moet nog langer mee. Langer dan april 2040.

Dit is het tweede artikel in een serie over de toekomst van kranten. Reageren? Mail naar lezers@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden