De klappen accepteren

Deugden zijn geen beperkende normen of vage waarden, maar kwaliteiten waarin je uitblinkt. Vandaag: vertaler Hans van Pinxteren leerde zwijgend luisteren naar teksten – dat is openheid.

Peter Henk Steenhuis

Een paar maanden geleden presenteerde een groep Groningse wetenschappers een rapport over deugden in Nederland. De uitkomst was opvallend. Moslims, katholieken, protestanten en atheïsten bleken het eens over de belangrijkste moderne deugden: respect, rechtvaardigheid, betrouwbaarheid, zorgzaamheid en openheid. Uit dit rijtje is openheid de meest opvallende.

Openheid, zegt vertaler en dichter Hans van Pinxteren, is je openstellen voor de werkelijkheid. Dat lijkt een eenvoudige omschrijving van een deugd. Maar het wordt lastiger als je vraagt wat werkelijkheid is, waar die is, en hoe je je daarvoor moet openstellen. „De werkelijkheid”, zegt Van Pinxteren, „is datgene wat er buiten je en in je gebeurt”.

Dus openheid is weinig meer dan opletten wat er gebeurt? Nee, Van Pinxteren noemt openheid een proces. „Openheid bereik je niet in een paar dagen.”

Om uit te leggen wat hij bedoelt, vertelt Van Pinxteren een verhaal over zijn begintijd als vertaler. „In 1969 vroeg mijn buurman, een dirigent, of ik een aantal gedichten uit ’Illuminations’ van Arthur Rimbaud wilde vertalen. Hij moest de door Benjamin Britten op muziek gezette ’Illuminations’ uitvoeren. In mijn naïviteit stemde ik toe, ik studeerde Frans, dus waarom niet? Ik kreeg er drie dagen voor. Ik heb toen hard gewerkt. De teksten lieten zich lastig decoderen, ik begreep zeker de helft niet. Wél werd ik erdoor geraakt, er gebeurde wat met het Nederlands, maar wat? Toen de opdracht voltooid was, besloot ik de hele ’Illuminations’ te gaan vertalen. Daarna ben ik vijf jaar met zo’n vijftig gedichten bezig geweest.”

Tamelijk lang.

„Mijn vroegere leraar klassieke talen adviseerde me bij het vertalen nooit naar eerdere versies te kijken. Dat advies nam ik ter harte: ik maakte van elk gedicht ongeveer tien versies, telkens zonder de vorige te raadplegen.”

Waarom dat monnikenwerk?

„Het was een training in leren luisteren.”

Naar Rimbaud?

„Ik dacht dat ik alleen probeerde de geest van Rimbaud te doorgronden. Maar er gebeurde meer, er ontstond een wisselwerking tussen de brontekst, het Nederlands én hoe ik die teksten beleefde. Een Belgische collega zei eens over vertalen dat je de brontekst moet verdienen, en je verdient hem alleen als je bescheiden voor die tekst zwijgt, ernaar luistert, opdat er langzaam een scheppende dialoog ontstaat.

Deze gedachte kun je ook toepassen op de werkelijkheid: het is goed bescheiden te kijken naar wat je in de wereld overkomt: wat verandert er buiten en in me?”

U gebruikt het woord ’bescheidenheid’. Vereist openheid bescheidenheid, of zorgt die openheid voor bescheidenheid?

„De openheid brengt bescheidenheid teweeg. Voor iemand die nooit een literaire tekst uit het Frans vertaalde, blies ik nogal hoog van de toren met mijn besluit wel even Rimbaud te vertalen, een tekst die nooit eerder in het Nederlands was verschenen. Ik hoop dat ik in de loop der jaren iets bescheidener geworden ben.”

Openheid vereist dus geen bescheidenheid. Wat vereist het wel?

„Incasseringsvermogen. Na een paar jaar heb ik een versie opgestuurd naar verschillende uitgeverijen. Ik kreeg afwijzingen. De bekende vertaler Dolf Verspoor schreef mij dat hij mijn tekst niet goed vond, en raadde mij af ermee verder te gaan. Dat was een klap, waardoor ik een tijdlang het spoor bijster was. Ik belandde ineen crisis, waar ik pas weer uitkwam toen ik de klap ging accepteren.”

Moet je zo’n klap accepteren of verwerken?

„Accepteren. Om verder te komen in de openheid moet je leren klappen te accepteren. In het zenboeddhisme is de klap onderdeel van de training: als de monniken iets niet goed doen, worden ze geslagen. Op die manier trainen ze hun incasseringsvermogen, waardoor ze beter in staat zijn de werkelijkheid te accepteren. Ik denk dat iets dergelijks mij overkwam. Wel heb ik ruim een half jaar er over gedaan de klap te accepteren. Het was pijnlijk maar uiteindelijk dacht ik: afwijzing of niet, die tekst was bezig mij iets te zeggen, iets wezenlijks over mijzelf. Wat was ik ook weer aan het ontdekken?”

Die klappen komen ook ter sprake in een gedicht uit de onlangs verschenen bundel ’De kaaiman’:

Op de man af gevraagd naar mijn identiteit, kwam ik uit mijn kleinste

hoek: ’Ik ben het die er niet van droomde beroemd te worden. Ik ben

het die als kind op de vraag wat hij wilde worden later enkel het woord

„groter” sprak.

Ja, ik wilde groot worden.’

’Hoe groot?’ wilde Oude Nar weten. ’Zo groot dat je niet meer geslagen

zou worden? Zo groot dat er niet meer op je getrapt kon worden? Of zo

groot dat je verder zou kunnen kijken dan je neus lang is?’

Ik ging bij mezelf te rade, probeerde in mijn antwoord tot mezelf te

komen:

draait alles er niet om de ander te worden die ik is?

Van Pinxteren: „Zoals aan iedereen werd ook mij vaak gevraagd wat ik later wilde worden. Ik herinner me niet alleen die vraag, maar ook de klappen die ik als kind opliep. Gevraagd naar zijn identiteit verwijst de ik-figuur dan ook naar die vraag van vroeger: ik wilde groter worden. Zijn tegenspeler, Oude Nar, oppert twee redenen waarom hij groter wilde worden: dan kon hij niet meer geslagen worden en dan kon er niet meer op hem getrapt worden. Dat zijn negatieve redenen. De derde reden die hij noemt, reikt verder: of wil je zo groot worden dat je verder kunt kijken dan je neus lang is. Daar heeft Oude Nar het over openheid: wie in staat is klappen te accepteren, kan zich openstellen voor de wereld en verder kijken dan zijn neus lang is.”

Slagen we erin?

„Hoe vaak zeggen we niet dat kinderen zo open zijn, zeker in vergelijking met de gesloten volwassene. Helaas, zodra we klappen krijgen, hebben we de neiging hebben ons af te sluiten voor de werkelijkheid.”

Dat is niet zo gek. Wie klappen oploopt trekt een verdediging op.

„Ja, uit angst er nog meer op te lopen. Dat zie je ook in de huidige crisis gebeuren. En het is ook moeilijk als je een zware klap krijgt het verlies te accepteren. Maar het leven is een leerproces, zoals Montaigne al zei. Pas als je de klap accepteert, kun je er betekenis aan geven, het plaatsen in je leven. Je kunt je pas goed verdedigen als je je openstelt voor de werkelijkheid. Het duurde een tijd voor ik mij realiseerde dat de brief van Verspoor eigenlijk alleen suggesties bevatte hoe ik mijn vertaling beter kon aanpakken. Uiteindelijk bleek het geen ongenadige maar een genadige klap te zijn. Openheid kun je dus verliezen en weer terugvinden. Als we onze openheid vernieuwen, geven we het kind in onszelf de ruimte. Pas dan kun je groter worden, groeien tot mentale volwassenheid.”

Als we die mentale volwassenheid bereiken, zijn we niet alleen in staat verder te kijken dan onze neus lang is maar ook anders te handelen.

„Zeker. Want dan laat je je reacties niet bepalen door angst en vooroordelen. In het koningsdrama van Shakespeare heeft de hofnar de functie stereotiepe reacties te relativeren of te doorbreken. Hij blaast de zelfgenoegzaamheid op. Zodra je verzandt in stereotiep denken sta je niet meer open en kun je niet goed meer reageren op de werkelijkheid, die voortdurend verandert: in je, buiten je.”

De deugd van de openheid biedt mogelijkheden veranderingen in de maatschappij teweeg te brengen.

„Misschien. Maar die vraag doet me denken aan een uitdrukking uit het taoïsme, die ongeveer luidt: ’Wie de wereld wil veranderen, slaagt daar niet in, integendeel, hij maakt er een puinhoop van.’ De wereld kun je niet veranderen, wél de omstandigheden waaronder mensen leven.’’

Als je in de maatschappij zo weinig met een deugd kunt waarom zou je je er dan in trainen?

„Ik zag een documentaire over een onderwijzer, meester Ben, op een basisschool in de Haagse Schilderswijk. Hij trok met problematische kinderen uit zijn klas intensief op en praatte met ze in een voor hen begrijpelijke taal. Ook ging hij naar de gezinnen om meer van hun achtergronden, en de problemen thuis te weten te komen. Wat mij vooral frappeerde, was het slot. Meester Ben legt uit aan de klas – een mix van alle culturen en religies – dat Kerstmis voor Nederlanders en dus ook voor hem een belangrijk feest is en dat je dan samen kerstliedjes zingt. Meester Ben zingt voor en alle kinderen zingen het refrein mee: ’Laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen, Christus is geboren.’

Een goed voorbeeld van openheid. Hij is iemand die zich ervoor inzet om de ander te begrijpen, zonder zijn eigen identiteit prijs te geven. De kinderen ervaren dat hij met ze meeleeft, maar tegelijkertijd stelt hij duidelijke regels. Betrokkenheid met de ander is een van de gezichten van openheid. Uiteindelijk laat hij ze iets meebeleven van onze cultuur en ontstaat er door zijn openheid een wederzijdse toenadering.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden