De klap zal hard aankomen

“Het is zinloos om clichés op clichés te stapelen. Ik vind dat ik er voor moet zorgen dat het publiek, dat meestal de bezochte opera van achteren naar voren kent, de verrassing beleeft van de allereerste kennismaking. Realisme in de uitbeelding doodt de verbeelding bij de toeschouwer. Die moet zelf aan het werk kunnen blijven met de opera die hij hoort en ziet.”

In een interview in deze krant verwoordde de Canadese opera-regisseur Robert Carsen drie jaar geleden zijn visie op het vak dat hij uitoefent. Carsen deed voor het eerst echt van zich spreken met een opzienbarende 'Mefistofele' van Boito in San Francisco. Vervolgens maakte hij diverse voorstellingen in Genève, Aix-en-Provence en Keulen en inmiddels is hij ook in het vizier gekomen van de grote operahuizen zoals de Parijse Bastille, de Weense Staatsoper en de New Yorkse MET.

In onze contreien viel Carsens naam voor het eerst op toen hij in het begin van de jaren negentig in Antwerpen begon aan een cyclus van de zeven grote Puccini-opera's. Die cyclus werd vorig jaar met enorm veel succes afgesloten.

Pierre Audi nodigt hem nu voor de eerste keer uit bij De Nederlandse Opera voor 'Dialogues des Carmélites' van Francis Poulenc. Het is voor Carsen een debuut in dubbel opzicht, omdat hij nog niet eerder een productie van Poulencs opera regisseerde. Niet alleen voor Carsen zal het de eerste kennismaking met de opera zijn; en voor Nederland is het werk nauwelijks bekend, zodat er een onbevangen publiek is voor Poulencs prachtige werk over de angst om te leven en de angst om te sterven.

Met het stapelen van cliché op cliché zal het dus wel meevallen; zo'n uitgebreide opvoeringstraditie heeft 'Dialogues des Carmélites' elders ook niet. Bij de Vlaamse Opera ontnam Carsen de nonnen in Puccini's eenakter-kloosterdrama 'Suor Angelica' hun habijt. Zonder dat cliché in de beeldtaal zou de boodschap van die opera volgens hem ook wel overkomen. Voor 'Dialogues' heeft hij lang nagedacht; na langdurig overleg met het vormgevingsteam (decor Michael Levine, kostuums Falk Bauer) was hij ervan overtuigd dat het onzin was om deze opera niet in habijt te laten spelen. Dat maakt het moment dat de nonnen hun habijt op last van de revolutionaire regering uit móeten trekken spannend.

Ongetwijfeld heeft Carsen weer een dwingende en logische opbouw bedacht voor deze opera. Een paar dingen heeft hij al losgelaten: het frappeert hem dat mère Marie in de opera zo vaak buitengesloten is, het verwondert hem dat Blanche jaloers is op de ongecompliceerde Constance en hij mijmert over Blanche's beweegredenen om uiteindelijk toch haar angst te overwinnen en met de andere nonnen het schavot te bestijgen.

Uit dit soort overdenkingen en uit de intensieve samenwerking met de zangers komt dan uiteindelijk een alomvattend concept, waarmee Carsen de opera bestaansrecht wil geven. Voor een publiek dat nù naar deze opera gaat kijken, moet duidelijk worden, wat de personages op het toneel beweegt. De vloeiende beweging in dit drama met veel, snelle scènewisselingen en weinig theatrale gebeurtenissen is belangrijk. Volgens Carsen moet in zijn productie alles toewerken naar die verpletterende laatste scène waarin de nonnen één voor één hun hoofd verliezen onder de guillotine.

“Je kunt als regisseur heel veel bereiken door heel weinig te doen. De dood van de oude priores bijvoorbeeld is een heel sterke scène. Je moet dan erg oppassen dat het geen melodrama wordt. En dan inderdaad die laatste scène. Werkelijk heel bijzonder. Als het mes van de guillotine voor de eerste keer met een klap naar beneden komt, zal dat een geweldige schok teweegbrengen.”

Dat hoeft niemand te verwonderen die zijn zeven Puccini-regies al zag in Antwerpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden