Reportage

De klap na de klap, díe doet Groningers pas pijn

Rudi en Monique Brouwer uit Slochteren. Beeld Reyer Boxem

Twee weken lang liep Trouw rond in Noordoost-Groningen en sprak met bewoners, ondernemers, makelaars, hypotheekadviseurs, onderzoekers en schade-experts. Vijf dagen later vond de beving in Westerwijtwerd plaats. Een verslag.

 Het is twaalf over acht in de ochtend als Thea Ahrens (59) het appje leest. Gaat ’ie goed, vraagt de verslaggever. “Ja, ik droomde dat er een aardbeving was. Maar het was dus echt. Weer!”, tikt ze terug. Een paar uur later klinkt ze rustig, bedeesd. Ze heeft het al verwerkt, zegt ze aan de telefoon. In haar droom. “In die droom ging mijn bed heen en weer. Maar ik ben niet bang, niet in paniek. Ik heb het gewoon niet bewust meegemaakt. Trouwens, ons gesprek heeft me gesterkt. Ik ga gewoon weer melding doen van schade.”

De gemene deler van alle telefoontjes en appjes uit Noordoost-Groningen: het gros kreeg de beving half slapend of helemaal niet mee. Schrik lijken ze niet echt te hebben. Het is eerder gewenning, afstomping haast. Want inmiddels is het niet de beving die schrik veroorzaakt, maar de klap erna. Het aanhoudende leed dat volgt. De nieuwe scheuren in huis, de bureaucratische moloch van de schadeafwikkeling. Woningen die minder waard worden, de restschuld waarmee eigenaren blijven zitten. Ze voelen onmacht, wantrouwen ten opzichte van politiek Den Haag. Ze kampen met gezondheidsklachten. Slapeloze nachten, hartkloppingen, depressie, een posttraumatische stressyndroom, zelfmoordgedachten. Het komt allemaal voorbij in interviews met bewoners en ondernemers. Niet zelden vloeien er tranen. Ook makelaars, hypotheekadviseurs, onderzoekers en schade-experts vertellen wat ze zien. 

Gerommel, gegrom

Terug naar een week geleden. Ahrens zit aan de eettafel in haar woning in het dorpje Westeremden. Zes kilometer van waar vijf dagen later de beving bij Westerwijtwerd zal plaatsvinden. “Het doet wel wat met je”, zegt ze geëmotioneerd. Ze vertelt over de eerste grote aardbeving die ze voelde. Er klonk een orkaanachtig geluid in de grond. Gerommel, gegrom. En opeens was daar die enorme knal. Net een gasexplosie. Buren renden naar buiten. De meesten geschrokken, sommigen in tranen.

Ahrens herinnert zich die angst nog. Gebeurt het nog eens, dan ben ik weg, zei ze tegen zichzelf. Een gedachte die veertien jaar geleden nooit in haar was opgekomen. Ahrens woonde met haar twee kinderen in de stad Groningen. Waar alleen maar tegels zijn, zei haar zoontje van zes. Reden om op zoek te gaan naar een huis buiten de stad, met een groot erf, een echt familiehuis. Ze ging weleens fietsen in Westeremden. Wist van de historie, van abt Emo die vocht voor zijn klooster dat moest sluiten. Dat hij toen naar Rome is gelopen om te protesteren bij de paus. En van de pioniers die er 600 jaar voor Christus gingen wonen. Dat in het dorp een voormalige pastorie te koop kwam te staan, was een droom die uitkwam.

Inmiddels verraden de scheuren in het beschilderde plafond, de barsten in de mozaïekvloer en de kromming van die vloer dat haar huis in aardbevingsgebied staat. De keukendeur is bij een beving verboden terrein: die moet gesloten blijven, omdat de kans bestaat dat de muur van de buren instort. In een hoek van de woonkeuken zit een scheur die tot onder de vloer loopt. Of het goed zit met de fundering... Ahrens weet het niet. Daar kijken ‘ze’, de bouwkundig experts van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (Nam) en de Nationaal Coördinator Groningen, niet naar.

Diezelfde experts concludeerden in 2009 dat de scheuren in haar huis niet het gevolg zijn van aardbevingen. “Dat waren oude scheuren, want er zaten spinnewebben in, zeiden ze.” Even geleden meldden ze dat haar voormalige pastorie waarschijnlijk niet versterkt hoeft te worden. Het huis van de buren gaat in augustus wel in de steigers.

Ahrens gelooft het allemaal wel. Struisvogelpolitiek, geeft ze direct toe. Dan is ze maar van die ellende af. Het herstellen van de allereerste schade aan haar woning duurde negen jaar. Het stucwerk was nog niet droog of de klap bij Zeerijp kwam, de tweede zware aardbeving, in januari 2018. Ze kan het niet meer aan, zegt ze, dat melden. “Het is ook zonde. Want er gaat een mooi stuk cultureel erfgoed verloren.”

Thea Ahrens uit Westeremden: ‘Er gaat een mooi stuk cultureel erfgoed verloren’. Beeld Reyer Boxem

Bedeesd

Wordt nooit verliefd op het Noordoost-Groningse landschap, grapt een van de geïnterviewden over het weidse gebied. Het is er groen, vlak, uitgestrekt, met hier en daar een koe of een schaap. Boven al dat stille groen en de pittoreske authentieke dorpjes hangen wolken zo schilderachtig alsof Jacob van Ruisdael ze zelf heeft getekend. Mensen zijn er warm, vriendelijk. Open vooral. Bagatelliseren hun eigen leed. “Vreselijk wat er gebeurt”, klinkt het dan. “Maar bij mij is het niet zo erg. Ik heb maar 16.000 euro schade.”

Echte woede kom je zelden tegen. Enkel in bedeesde vorm. Kun je ertegen als je een boze, oude man tegenover je hebt zitten, waarschuwde Peter Wentzel uit Uithuizen aan de telefoon. Maar tijdens het interview passeert die woede slechts bij vlagen. Wentzel laat liever zijn kippen zien, praat over zijn verre reizen, toont zijn bijenkorf en geeft aan het eind van het gesprek zelfgemaakte honing mee. “Zorg ervoor dat je dochter het niet eet! Het is niet gepasteuriseerd.”

Groningers geven enkel blijk van de weggestopte woede door de Groningse vlag uit te hangen, zegt oud-activiste Inez Witjes uit Appingedam. “Met Koningsdag zag je hier geen Nederlandse vlag wapperen hoor.” Groningers hebben het gevoel er niet bij te horen, hoort ze geregeld. We zijn een kolonie,  klinkt het ook. De typische VOC-mentaliteit, zeggen anderen weer over het optreden van politiek Den Haag.

Activiste Inez Witjes uit Appingedam: ‘Met Koningsdag zag je hier geen Nederlandse vlag wapperen hoor’. Beeld Reyer Boxem

Stuk voor stuk kunnen ze de cijfers opnoemen. Ruim zesduizend complexe schadegevallen liggen nog op stapel bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Nog eens achttienduizend meldingen zijn in behandeling (naast de achthonderd die er woensdag bijkwamen).

Ze weten vrijwel allemaal exact wanneer oud-minister Kamp de gasproductie omhoog gooide, herinneren zich als de dag van gisteren dat minister Wiebes beloofde dat de gaskraan versneld dicht zou gaan. Om daarna de boel een jaar stil te leggen. En op bijna alle eettafels ligt een smartphone met daarop de Nam-app om aardbevingen bij te houden. “Wat ze in het westen niet weten”, klinkt het dan, “is dat we hier wekelijks aardbevingen hebben”. Vaak kleintjes, maar ook die vergroten de scheuren. 

Dan zijn er nog de verhalen van woningbezitters met een huis dat is gedaald in waarde. Neem Wentzel. Weet je hoe ik leef, vraagt hij met een ernstige blik. Op tafel staat een bescheiden bos bloemen. Gratis. Broodbeleg in de koelkast. Ook gratis. De chocolade in het schaaltje voor zijn neus. “Nee, dat dan weer niet.” Hij legt de regel van de Jumbo uit: alles moet dagvers zijn. Is een product dat aan het eind van de dag bijna niet meer, dan mag het gratis mee met de klant. “Was die regel er niet, dan kwam ik een stuk minder makkelijk rond.”

Wentzel heeft een klein AOW’tje. Met de bank sprak hij daarom een ‘opeetconstructie’ af. De overwaarde van zijn woning kon hij gebruiken als aanvulling op zijn AOW. Maar nu die overwaarde is verdampt, moet hij het vooral hebben van zijn schamele AOW. Daarbij loopt hij het risico dat de bank zijn woning wil verkopen, terwijl hij toch echt niet weg wil. 

Dan toch de frustratie. In plaats van een onbezorgde oude dag heeft hij alles moeten inleveren. Verre reizen naar Suriname, Noorwegen, Finland, Tsjechië, Australië maakt hij niet meer. Zijn auto heeft hij weggedaan. Zijn kinderen bezoeken gaat nauwelijks, die wonen te ver weg. Hij heeft niet te verklaren pijnklachten aan de situatie overgehouden. Zijn pensioendagen glijden aan hem voorbij, terwijl de overheid hem zoet probeert te houden met een aalmoes, zegt hij.

Met stemverheffing: “Ja, een aalmoes is het! Ze hebben willens en wetens schade toegebracht en willen nu niet alles vergoeden. Dat is onze Nederlandse overheid!”

Peter Wentzel uit Uithuizen Beeld Reyer Boxem

Licht overspannen

In het dagelijkse werk van hypotheekadviseurs en makelaars lijkt de aardbevingsproblematiek nauwelijks aanwezig. De markt loopt gewoon door, wordt zelfs als licht overspannen omschreven. Is bekend welke schade een woning heeft en hoe die moet worden hersteld, dan deinst de Noordoost-Groninger – van wie de markt vooral afhankelijk is – terug niet voor koop, ziet makelaar en taxateur Sjirk de Jonge. Kopers uit het gebied zijn gepokt en gemazeld, weten precies waarop te letten.

Ook hypotheekadviseur André Poortinga merkt niet veel van de problematiek in zijn praktijk. Sterker, op de dag dat Westerwijtwerd werd opgeschrikt door een aardbeving, kreeg hij van een geldverstrekker een officiële goedkeuring door, van een hypotheek op een woning die zelfs op de slooplijst staat.

Maar hij weet ook van oude boerderijen die total loss zijn en nooit en te nimmer meer verkocht raken. Van mensen die in de hoogtijdagen voor de crisis hebben gekocht en er ook nu de markt aantrekt niet zonder restschuld van afkomen.

Het zijn net twee werelden, zegt Poortinga. Met aan de ene kant de woningen met beperkte schade die zonder al te veel moeite verkocht worden, soms zelfs al voor ze op Funda staan. En aan de andere kant woningen die door de Nam en de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen als ‘schrijnend’ worden bestempeld. “Bij die mensen zit ik niet aan tafel. Dat wordt allemaal door de Nam zelf afgehandeld.”

Bert en Francina Beek uit Appingedam zitten in die laatste categorie. In 2011 werden ze verliefd op een herenhuis uit 1554, met een gigantische tuin, vijf slaapkamers en twee badkamers. De woning waar ze de komende twintig jaar zouden vertoeven. Maar twee weken na de verhuizing verliest Bert bij een reorganisatie zijn vaste baan. Een paar maanden later is er die beving bij Huizinge.

Dit is foute boel, weten de twee vrij snel. Ze zetten het huis te koop, voor flink wat minder dan dat ze het hebben gekocht. Maar zo vlak na de beving komt niemand kijken. Ook al is de schade beperkt.

Weer een tijd later is het de bank die het huis te koop zet, omdat het ze niet meer lukt de hypotheek te betalen. Hun droomhuis zakt nog verder in prijs. Vier geïnteresseerden druppelen binnen, maar van een serieus bod komt het niet. Ondertussen wordt de bank ongeduldig. Mails worden venijnig, telefoontjes nors. Of er komt helemaal geen antwoord op vragen van het echtpaar.

Opkoopregeling

Weer komt hun huis op de markt. Voor ongeveer de helft van het bedrag waar de Beeks het voor kochten. Uiteindelijk meldt het echtpaar zich aan voor de opkoopregeling van de Nam. Ze lichten hun bank in, die wederom geen sjoege geeft. Er komt een executieveiling, is de boodschap.

Ook als drie maanden later bekend is dat de Nam het huis zal opkopen, zet de bank stug door. Hun huis verschijnt op Funda, in het plaatselijke suffertje, overal. “Ik kon de straat niet over of de buren vroegen: wat is er bij jullie aan de hand?”, zegt Francina. Bert vreest ook voor imagoschade. Een financieel adviseur die is gedwongen zijn huis te verkopen... Dat is niet best, hoort hij zijn klanten al denken.

Ze vertellen erover in hun wisselwoning, een tijdelijk thuis dat door de Nam ter beschikking is gesteld. Het is inmiddels een paar maanden geleden dat hun huis, een paar kilometer verderop, is opgekocht. Er is rust, een beetje althans. Ze maken grapjes, zijn strijdbaar. Bert grapt nog dat hij had gedacht dat hij veel bozer zou worden.

Maar de kous is nog niet af. Ze hebben een restschuld van een paar ton. Op de eettafel ligt een brief van de bank van een paar maanden geleden. Of ze binnen veertien dagen het bedrag over kunnen maken.

Ook aan die restschuld kleeft een verhaal. Als de Nam hun huis opkoopt, komt dezelfde taxateur langs die acht jaar eerder bij de aankoop hun woning taxeerde, nu werkzaam voor de Nam. Alleen ligt zijn taxatie tot hun verbazing 50 procent lager dan in 2011. Zijn verweer: de markt is veranderd. Een andere taxateur komt uiteindelijk op een hogere waarde, maar de restschuld blijft fors. 

Ze moeten over zaken nadenken waar ze eerder nooit van hadden gedacht ermee in aanraking te komen, zeggen de twee. De schuldsanering bijvoorbeeld. “Deze shit-situatie komt door een samenloop van omstandigheden”, zegt Bert. Maar dat de bank de oorzaak van hun situatie zo zou minachten, had hij als oud-bankmedewerker nooit verwacht. 

Net als de Nam zijn banken, maar vooral taxateurs en bouwkundig experts niet populair bij de gesprekspartners. Meerdere ondernemers en huis-eigenaren liggen in de clinch met hun geldverstrekker. Nog veel vaker zijn ze boos over de rol van taxateurs en schade-experts. Die zouden met hun werk voor de Nam een slaatje slaan uit alle ellende. Bewijs is er niet voor. Maar uit een evaluatie van de opkoopregeling blijkt dat 80 procent van de respondenten ontevreden is over de taxatiewaarde van hun woning. Veel te laag vindt het gros, en 40 procent ging in beroep.

“Daar hebben taxateurs toch zelf ook niks aan”, reageert taxateur Sjirk de Jong op de aantijgingen. Hij is woordvoerder van de afdeling NVM Groningen. “Als we bewust lager taxeren houden we over vijf jaar geen klant meer over.” Hij wijst erop dat gedupeerden bij de opkoopregeling ook zelf een taxateur mogen aanwijzen. “Het is niet altijd zo negatief als de media schetsen.”

Bert Beek uit Appingedam voor zijn huis dat door de NAM is opgekocht. Beeld Reyer Boxem

Over de vloer

Die grap van nooit verliefd worden op het Groningse landschap? Die komt van de 49-jarige Rudi Brouwer. Hij maakte hem een week of drie geleden toen hij tijdens het interview uit zijn raam naar het weidse landschap tuurde. Schade-experts, contra-experts, makelaars, taxateurs, aannemers, bouwbegeleiders. Hij heeft de hele boel diverse keren over de vloer gehad. Positief is hij allerminst over ze.

Een dag na Westerwijtwerd staat het huilen hem zelfs nader dan het lachen. Het gaat slecht, zegt Brouwer aan de telefoon. Hij heeft zojuist het vertrouwen in de bouwbegeleider opgezegd die verantwoordelijk is voor de renovatie van zijn beschadigde woning. Nu is de boel compleet geëscaleerd en dreigt de Commissie Bijzondere Situaties volgens hem de handen van verbouwing af te trekken.

Rudi woont samen met zijn vrouw Monique en hun twee dochters in een tijdelijke woning in Slochteren. Daar vertellen hij en zijn vrouw over de slepende kwesties waarmee ze al jaren kampen. Enkele honderden meters verderop staat hun eigen huis, waar ze zich na de klap bij Huizinge nooit meer veilig heeft gevoeld. “We staan met onze rug tegen de muur”, zegt Monique aan het einde van het gesprek. “Wachtend totdat iemand de trekker overhaalt en zegt: nu is het voorbij.”

Jarenlang werd de schade die de klap bij Huizinge veroorzaakte niet erkend. Expert na expert kwam langs. De scheuren verergerden, de situatie werd onveiliger. Zo onveilig dat het middelste deel van hun huis op instorten stond. Uiteindelijk werd de schade hersteld. Niet naar behoren, zegt het echtpaar. Ze legden uiteindelijk 25.000 euro bij om de verbouwing naar wens te laten verlopen. Weer een aardbeving. Weer schade. Weer moeten ze hun huis uit.

Ondertussen kan Monique het amper opbrengen om haar eigen bedrijfje te blijven runnen. Noodgedwongen sluit ze de deuren. Rudi verliest op een gegeven moment zijn baan en hun oudste dochter ontspoort. Inmiddels leven ze met z’n vieren van 150 euro in de maand. De auto niet al te vol tanken, elke maand slechts een beetje. Niet te lange autotripjes maken. Al helemaal geen kleding kopen. Zo houden ze het vol. Af en toe met steun van familie die ze ongevraagd wat geld toestopt. Het liefst willen ze weg. Weg uit Groningen. Maar verhuizen zonder restschuld gaat niet. Dus blijven ze, gegijzeld in hun huis.

De schade zelf is ondergeschikt, zeggen bouwkundigen die werkzaam zijn in het aardbevingsgebied. Ze voelen zich soms halve maatschappelijk werkers, weten alles over de financiële situatie van hun klanten, onderhandelen zelfs over de schadeclaims. Daar zijn ze niet voor, weten ze. Maar dat beetje extra service gaat bijna als vanzelf. Ze spreken over ‘een ramp in slowmotion’. Een die klap na klap erger dreigt te worden, de gedupeerden steeds weer op mentale afstand zet.

Strijdvaardig

We hebben een abt Emo nodig, zegt Thea Ahrens uit Westeremden. Zo’n strijder die vecht voor zijn volk, die bij de Paus verhaal ging halen.

Inez Witjes was zo’n abt, maar gooide kort geleden moedeloos de handdoek in de ring. Ze ligt zelf al jaren in de clinch met haar voormalige huurbaas over aardbevingsschade. Tot twee maanden geleden was ze er bij elk protest, elke bijeenkomst, elk evenement over aardbevingen. Ze hield alles scherp in de gaten, sprak met een hoop gedupeerden. Maar het heeft allemaal geen zin, zegt ze aan haar eettafel in het oude centrum in Appingedam. “Het is vechten tegen de bierkaai. Vechten tegen de Shell met dure advocaten. Daar kunnen wij niet tegen op.”

Fastforward. 22 mei. “Hoi”, zegt een haastige Witjes aan de telefoon. “Ik eet even snel een broodje en dan ga ik naar Westerwijtwerd. Echt tijd heb ik niet.” De handdoek hangt weer om haar nek, het protest begint weer.

Ook Ahrens is strijdbaar. Haar kop is uit het zand, zegt ze. “We gaan ertegenaan.”

Inez Witjes uit Appingedam: ‘Het is vechten tegen de bierkaai. Vechten tegen de Shell met dure advocaten. Daar kunnen wij niet tegen op.’ Beeld Reyer Boxem

Lees ook:

‘Na Huizinge bleef het een hele tijd rustig, en toen dacht ik: misschien is het nu wel klaar’

In Westerwijtwerd, het epicentrum van de aardbeving, hangen de vlaggen halfstok. ‘Het was alsof er een heel zware vrachtwagen de straat door denderde.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden