De klanten waren ons bestaan

Bakkerij Zandbergen verdween, zoals vele bakkerijen in Nederland. Mem is er nog, om de familiegeschiedenis te vertellen.

,,Het was hollen van voor naar achteren'', zegt Annie -mem- Zandbergen (75). Ze vertelt over de tijd dat ze de bakkerij nog hadden. Haar man Anne, tien jaar geleden overleden, stond achterin de zaak, waar nu de woonkamer is. Zij stond in de winkel. Het leven draaide om het familiebedrijf.

Ze hadden de bakkerij in 1952 overgenomen van Anne's broer, die naar Canada emigreerde. Het was Anne Zandbergens kans geweest om eigen baas te worden. Ze waren jong, begin twintig nog maar. Ze konden werken. Maar zwaar was het wel. Vooral toen het gezin uitbreidde; elke twee jaar werd er een baby geboren. Annie stond drie dagen na een bevalling meestal weer achter de toonbank. Wat rauwe eieren met cognac en daar ging ze weer.

Bij de zesde zoon begonnen de klanten de bakkersvrouw te beklagen: Ach, alweer een jongen. Maar zelf was ze dolblij met Jan. Toen de zevende een dochter bleek, vonden ze het mooi geweest.

In Appelscha waren er in die tijd nog vijf andere bakkers, op slechts 4000 inwoners. Kwamen er op zondag in de kerk nieuwe mensen, dan probeerde mem de andere gereformeerde bakkersvrouw voor te zijn en als eerste met hen kennis te maken. Opdat de nieuwkomers bij haar brood en koekjes kwamen kopen. Want eens een klant, altijd een klant.

,,Wij waren wijs met de klanten, die waren ons bestaan.'' Over de toonbank informeren naar wel en wee, dat was goed voor de omzet. Zoals het ook goed voor de omzet was dat de kinderen Zandbergen geen aanstoot gaven.

,,De kinderen hebben allemaal moeten meehelpen in de zaak. Ieder kind had een taak'', vertelt mem. Vijfde zoon Bert beaamt dat. Hij kan nog precies nadoen hoe hij met een taart op de arm op de fiets naar een klant ging. ,,Ik had een wijkje met twee klanten, die ik tussen de middag moest bedienen.''

Tweede zoon Dick moest elke zaterdagochtend de vloer van de bakkerij brandschoon maken met een vegertje en een krabbertje. ,,En ik moest het deeg afwegen voor de broden: 925 gram deeg, voor een brood dat uiteindelijk 800 gram zou wegen. Het was een sport om die hompen deeg in een keer op het goede gewicht te hebben.''

Ook Anton, de vierde zoon, moest als tiener na schooltijd brood venten. ,,Voor één rol beschuit fietste je door de regen. Het moest.'' Alleen Lieneke werd ontzien. Een meisje stuurde je niet uit venten.

In de zomermaanden werkten de kinderen zelfs dagelijks. Appelscha werd overspoeld door vakantiegangers. Zo vroeg mogelijk stapten de jongens op de fiets, tassen met broden aan het stuur, om eerder bij die klanten te zijn dan de andere bakkers. Op den duur werd dat een echte bakkersoorlog. ,,Tot we in de jaren zeventig de 88 huisjes van het vakantieterrein eerlijk verdeelden: ieder 44'', vertelt Annie Zandbergen.

Geld voor personeel was er niet. Anne -heit- stond om vier uur op, bakte brood en koekjes, en ging drie keer per week zelf uit venten. Hij leverde de boodschappen af of zette ze bij de klanten op de stoep. Op zaterdag werd er afgerekend. ,,Kom daar nu eens om'', zegt Annie Zandbergen. Op vrijdagavond maakte haar man de rekeningen op. Zoon Peter herinnert zich: ,,Dan begon zijn hoofd te knikkebollen, schoot zijn arm uit en maakte de pen een uithaal over het papier.''

De enige rustdag was zondag. Dan ging het hele gezin naar de kerk. En als het mooi weer was: picknicken in de Kale Duinen, doppinda's pellen op het meegebrachte kleed.

Het gezin is maar een keer op vakantie geweest, in 1966. Anne Zandbergen had een huisje gehuurd bij een kolenboer in Schoorl. ,,Is dat het?'', vroeg zijn vrouw teleurgesteld toen ze het onderkomen zag. Ze zag haar zonen al op de smerige kolenbergen klimmen.

Zoals in veel grote gezinnen, was er nauwelijks tijd voor persoonlijke aandacht voor de kinderen. Maar de kinderen kregen wel ruimte: ze mochten verder leren en zelf hun opleidingen kiezen. Oudste zoon Luitzen ging halverwege de jaren zestig naar de hbs. Hij kon zo goed leren dat hij op zijn vijftiende het diploma al op zak had. Luitzen had andere dromen dan zijn ouders. Hij wilde de wereld verkennen, weg uit Appelscha.

Annie Zandbergen: ,,De directeur van de hbs had voorgesteld dat hij via een christelijke organisatie een jaar naar Amerika zou gaan, naar een college in Michigan. We vonden het goed. Maar ik was bang dat hij nooit meer terug zou komen. Daarom liet ik foto's maken. In de studio, door een portretfotograaf. Op Schiphol heb ik het vliegtuig uitgezwaaid met tranen in de ogen.'' Voor Luitzen verborg ze die emoties. Hij hoort het verhaal nu voor het eerst.

Bijna was de reis naar Amerika trouwens niet doorgegaan. Luitzen: ,,Ik had achterin een bijbel een tekening gemaakt van een dominee met een tekstbalonnetje. 'Blablabla', stond erin. Nogal onschuldig, maar het werd hoog opgevat.'' Luitzen was nog de meest rebelse van het stel. ,,We waren braaf'', zegt zoon Peter. Ze bleven nooit zitten, en spaarden voor hun brommer. Zoon Bert: ,,We kregen tien procent van de opbrengst van het venten. Ik had een Kreidler, Peter een Zündapp, Lieneke een Puch Maxi en Jan een Yamaha.''

Dick, de tweede zoon, stond op de nominatie om de zaak over te nemen. ,,Maar tijdens een logeerpartij bij een tante veranderde ik van gedachten. Zij suggereerde dat ik voor de klas moest gaan staan. Ik was toen veertien.'' Geen van de zeven kinderen heeft uiteindelijk de zaak willen overnemen. Degene die er nog het dichtste bij heeft gezeten, is derde zoon Peter. Als enige van de zeven had hij plezier in het werk achterin de bakkerij - de anderen deden het omdat het moest.

Zijn moeder meldde Peter op 13-jarige leeftijd aan bij de bakkersschool. ,,Ik wist van niets. Ik wilde naar de lts. Ze had de muts en broek al besteld. Ik zei meteen: O nee, niet mijn vader achterna, niet die eindeloze werkdagen en dat geploeter. De broek is afbesteld. Moeder heeft zich er dezelfde avond nog bij neergelegd. Er is nooit meer over gesproken. Ik denk dat ze het jammer vond. Maar ze heeft het nooit laten merken.''

Nu zegt mem: ,,Het is maar goed dat niemand de zaak heeft overgenomen. Er zat geen toekomst in, met al die supermarkten die kwamen.''

Begin jaren tachtig, toen zes van de zeven kinderen het huis uit waren, beëindigden Anne en Annie Zandbergen de bakkerij. Anne kampte met een slechte gezondheid. Bakkerij Zandbergen was een van de duizenden kleine middenstandszaken die in die periode verdwenen, dankzij de 'saneringsregeling' voor het midden- en kleinbedrijf. De Zandbergens kregen tot hun pensioen maandelijks een bedrag uitgekeerd.

Annie Zandbergen vond het erg dat de winkel sloot: ,,Ik voelde me in de winkel een maatschappelijk werkster. Ik miste de klanten.'' Maar de kinderen zagen hun ouders opbloeien. Lieneke, die nog thuis woonde, merkte hoe ze veranderden. ,,Ze waren altijd heel streng geweest, conservatief. Ik mocht zelfs niet handwerken op zondag. Vanaf toen werden ze soepeler. Ze gingen anders tegen dingen aankijken. Ik denk omdat ze voor het eerst in hun leven tijd hadden om met andere mensen om te gaan, zonder in die rol te zitten van winkelier die netjes moet zijn voor zijn klanten.''

De kinderen verschillen van mening over de vraag in hoeverre het gereformeerde geloof van invloed was op die strengheid. Luitzen: ,,Ik heb nooit iemand op vroomheid kunnen betrappen.'' Dick: ,,Dat we op zondag niet mochten schaatsen op de vaart voor het huis was omdat de klanten daar aanstoot aan zouden nemen.'' Peter: ,,Vader vond dat je van de Bijbel op zondag niet mocht schaatsen op de ijsbaan, want die was door mensen gemaakt. Maar op de vaart weer wel, want het water was door God gemaakt.'' Lieneke: ,,Ze waren veel strenger dan andere gereformeerden in Appelscha.''

De kerk was meer dan een plek waar strenge regels vandaan kwamen. Vader was veertig jaar lang de middagorganist, voor 25 gulden per jaar. Hij bracht de kinderen in aanraking met muziek. Ze kregen van hem orgelles. Nog altijd zingen Dick en Bert in een koor. Luitzen ging de popmuziek in. Mem: ,,Dat muzikale hebben ze van mijn man.''

Dan komen de verliefdheden de bakkerij binnen. En het gaat in veel gevallen om liefde voor het leven. Als een Zandbergen kiest voor iets of iemand, dan kan je daarvan op aan. Dick is zestien als hij zijn Ria ontmoet, die een jaar jonger is. Ze zien elkaar op een feestje in de buurt. Drie jaar later trouwen ze.

Het is midden jaren zeventig, instituten wankelen. Durfals gaan hokken in plaats van trouwen en Peter, dan met lang haar en baard, wil dat ook wel met zijn Dineke. Maar dat gaat heit en mem te ver. Het wordt toch het stadhuis. De bruid heeft een paarse bloemetjesjurk aan en een kransje in haar haar.

Op een disco-avond van de gereformeerde kerk ontmoet de zeventienjarige Anton zijn Alie Veenstra, die twee jaar jonger is. Iets te jong, vinden de ouders. Gehoorzaam verbreken ze de verkering. Een jaar later maken ze een doorstart. Ze trouwen in 1978 en kopen in Assen een flatje van 50000 gulden.

Zo ontmoet Bert zijn Janneke als hij 21 is, is Jan zeventien als hij zijn Geesje ziet en krijgt Lieneke als ze dertien is verkering met buurjongen Anko. Een hervormde jongen en ook nog van de supermarkt, die een dreigende schaduw werpt over de bakkerij. Ondanks haar leeftijd verbieden de ouders het niet. Lieneke: ,,Waarschijnlijk hadden ze niets in de gaten.''

Met zoveel opwinding in huis moeten er wel regels zijn, vinden heit en mem. Kinderen mogen als ze verkering hebben niet alleen met vriendin of vriend naar boven, ook niet als ze ziek zijn. Verliefde pubers mogen elkaar alleen op woensdagavond en zaterdagavond ontmoeten en wel in huis, op de bank, voor de televisie.

Dan gebeurt bij de familie Zandbergen wat ook in de rest van Nederland steeds vaker voorkomt. Peter en Dineke gaan scheiden, na zeven jaar huwelijk. ,,We hadden geen ruzie maar het was op'', zegt Peter achteraf. ,,We wilden elkaar de kans geven op een beter leven. Maar we vonden het zo moeilijk om het te vertellen. Ik was de eerste Zandbergen die ging scheiden. Alles loopt toch altijd goed in de familie Zandbergen? Je kunt toch op ze bouwen?''

Mem: ,,Ze zaten hier samen op de bank, de armen om elkaar heen. En ze vertelden dat ze uit elkaar gingen. Ik kon het niet geloven. Ze waren gek op elkaar. Het was een erg leuke meid, een mooie meid ook en lief. Ik begreep het niet.'' Moeder Zandbergen schaamde zich tegenover vriendinnen. Uit zichzelf begon ze er niet over, maar een vriendin had het nieuws al gehoord en sprak haar erover aan. ,,Ik heb het heel erg gevonden.'' Maar toen Peter daarna met Maria trouwde kon mem ook haar in de familie opnemen.

Marieke is het eerste kleinkind, dochter van Dick en Ria. Mem heeft er nu zeventien.

Dan komt er verlies. Vader Anne, een stevige roker, had al last van zijn longen gehad. ,,Kwaaltjes'' noemde mem het, maar het was wel kanker. Behandelingen sloegen aan, hij genas, maar zijn longen bleven een zwakke plek. In 1994 bleek hij longemfyseem te hebben.

Peter bezocht zijn vader om hem nog iets zeggen. ,,Ik heb hem bedankt voor de goede opvoeding. Hij zei: Nou, ik heb mijn best gedaan. En ik: Ja, dat is eruit gekomen. Dat was het gesprek. Het was het enige persoonlijke, goede gesprek dat we ooit hebben gevoerd. Ik ben wel blij dat ik dat nog heb gezegd.''

Mem werd weduwe, na een huwelijk van meer dan veertig jaar. Maar dankzij haar vriendinnen was ze niet eenzaam. En toen kwam Andries aan de deur, haar jeugdliefde, die ze ooit had afgewezen omdat hij meer oog had voor een motor dan voor haar. Ook nu wees ze hem de deur, maar die ging niet helemaal dicht. Met een smoes dat hij haar frambozenstruiken wel wilde overnemen kwam Andries een jaar later weer langs. En nu wilde ze wél.

Ze vertelde haar kinderen eerst niets. Omdat ze zich wat geneerde ging mem met Andries ver buiten Appelscha fietstochtjes maken. ,,Ze hadden stiekeme verkering, als twee pubers'', grinnikt Anton, achteraf. ,,Maar iedereen gunde het haar. Al zei Peter wel, toen hij het hoorde: Potver, nu doe je het zelf ook. Hij mocht vroeger niet samenwonen.''

Maar mem vindt een weekendrelatie mooi genoeg. ,,Ik hoef niet altijd een man om me heen.'' Wel stuurde ze haar kinderen eerst een brief, over Andries en haar. Ze zijn altijd bij haar, ze gaat alleen naar zijn boerderij om af en toe de ramen te lappen.

Jan: ,,Ik ben blij dat hij in haar leven is. Dat ze gezelschap hebben aan elkaar. Nu moet je er niet langs, je gaat als je zin hebt. Dat is prettig, over en weer.''

Anton: ,,Het is gezellig voor haar. Ze is beter verzorgd, wij hoeven minder op te letten. Daardoor heb ik er minder moeite mee dat ze samenwoont. Ik kan het van mijn moeder beter accepteren dan van mijn dochter. Ik vind dat je hoort te trouwen. Maar zij is wijs en oud genoeg.''

Kleindochter Dorien: ,,Ik vind het geweldig dat oma een vriend heeft.''

Mocht ze hulpbehoevend worden, dan wil ze niet dat de kinderen dan voor haar zorgen. Als meisje zag ze haar ziekelijke grootmoeder bij hen in huis op bed liggen, midden in de kamer. Dat was niet vervelend, maar toch wil ze nooit bij de kinderen gaan wonen. ,,Dan voel ik me een last.''

Mem laat een advertentie zien. Haar zuster is net overleden. Onder haar naam staat die van haar overleden man. Onderaan staat de naam van Andries, haar vriend. Hij hoort bij de familie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden