De kip van Columbus

De vleeskippenhandel werkt aan verduurzaming. In de toekomstige Windstreekstal hebben de dieren ruimte én buitenlucht. Bovendien is de omgeving verlost van ammoniak en fijnstof.

De vleeskip van morgen krijgt in haar stal een halve ansichtkaart aan extra ruimte. Die recente afspraak tussen supermarkten en pluimveesector is gepresenteerd als een flinke stap richting meer dierenwelzijn. De plofkip zal daarmee verdwijnen, zo is de suggestie. Daar worden echter veel vraagtekens bij gezet.

Intussen wordt al enige tijd in stilte gewerkt aan een beter alternatief, zeg maar de kip van overmorgen. Deze scharrelkip loopt niet alleen in een stal die veel meer ruimte biedt, die stal is energieneutraal en reduceert bovendien de uitstoot van fijnstof en ammoniak fors.

De zogenoemde Windstreekstal, ontwikkeld door een collectief van boeren, bedrijven en onderzoekers, lijkt het ei van Columbus, of liever gezegd de kip van Columbus.

"Het is inderdaad een radicale breuk met de bestaande stallen", zegt onderzoeker verduurzaming veehouderij Bram Bos van de Wageningen Universiteit. "Het is een open stal die veel meer duurzaamheidsdoelen bereikt dan bij de kip van morgen en, niet onbelangrijk, de kostprijs niet laat exploderen. Het feit dat de grootste kipverwerker van Nederland - Plukon - meedoet met de ontwikkeling van deze stal, laat zien dat zij er brood in zien, dat dit nieuwe systeem economisch ook mogelijk is."

Dat laatste is bij vleeskippen veel moeilijker dan bij leghennen die eieren produceren. Bos: "Je hebt direct al veel meer volume (en dus stallen) nodig, het is veel lastiger om een apart merk vers in het schap te krijgen en te houden, en de marges zijn kleiner. Initiatieven om dierenwelzijn te verhogen botsen dan snel op de meerkosten. Want minder kippen per vierkante meter - scharrelkip, kip met een ster - levert minder kilo's op. Bovendien zitten we in Nederland met het feit dat vooral de filet wordt verkocht. Voor de vleugels en de poten is hier amper belangstelling. Die gaan op de grote exporthoop en moeten concurreren met dezelfde onderdelen van de plofkip. De meerkosten van de scharrelkip moeten dus louter op de filet worden terugverdiend. Dat is waarschijnlijk ook een van de redenen dat de supermarkten geen grotere stap aandurfden in hun recente afspraak met de pluimveesector over de kip van morgen."

De Windstreek-stal is een poging alle belangen te verenigen. Bos: "In Nederland is er eigenlijk alleen aandacht voor dierenwelzijn. Het milieu wekt nauwelijks interesse. Er wordt hier ook vaak gedacht dat dierenwelzijn en milieu per definitie in strijd met elkaar zijn. Denk maar aan de opmerkingen van Aalt Dijkhuizen dat de landbouw nog intensiever moet, omdat dat ook duurzamer zou zijn. Met Windstreek willen we uit die klem komen. Na vier jaar nadenken en ontwikkelen is er nu geld om volgend jaar de eerste stal te bouwen. Op een oppervlakte van 90 bij 22 meter kunnen we met leefruimte op meerdere niveaus 30.000 kippen kwijt. Per kip kunnen we dan een ideaal welzijnsniveau creëren van elf dieren per vierkante meter. Qua ruimte zitten de kippen daarmee op het niveau van biologisch (tien kippen per vierkante meter)."

De stal zelf is een radicale breuk met de staande praktijk, zegt Bos. "De stal heeft een oplopend dak en is aan de hoge kant open. Dat geeft de kippen het gevoel alsof ze buiten lopen. Deze vorm maakt natuurlijke ventilatie mogelijk en daarmee een fris buitenklimaat. Maar ook voor de boer en zijn personeel is die open stal gunstig. In traditionele stallen scharrelen de kippen in hun eigen mest en dat veroorzaakt veel fijnstof. Omdat in Windstreek de mest regelmatig wordt afgevoerd via een systeem van banden en vijzels, wordt dat probleem bij de bron aangepakt. Dat voorkomt ook dat de kip in haar eigen poep moet scharrelen. Dat is onhygiënisch en veroorzaakt ziekten. Buiten de stal wordt de mest gescheiden van het stalstrooisel dat kan worden hergebruikt. Door deze aanpak bij de bron zijn er ook geen luchtwassers nodig om de lucht van ammoniak te zuiveren."

Zo'n open stal is nauwelijks te verwarmen, is al gauw de eerste kanttekening. "Er is amper verwarming nodig", is het verrassende antwoord van Bos. "Alleen de heel jonge kuikens, tot zo'n twee weken, hebben warmte nodig. Daarvoor is een soort grote lampekap - de moederklok - ontwikkeld, die in zekere zin werkt als een echte moederkloek. De vorm van de kap zorgt voor voldoende ventilatie. Onder die kap, die bijna de grond raakt passen zo'n duizend kuikens. Ze houden elkaar warm. Hoogstens moet de kap even worden voorverwarmd. Dat kan via zonnepanelen op het dak van de stal. Als de kuikens ouder zijn dan twee, drie weken moeten ze juist warmte kwijt. Er is dus geen stalverwarming nodig. Dat levert een stevige besparing op, die de kostprijs behoorlijk drukt."

De open stal staat ook letterlijk voor transparantie. De nieuwsgierige burger kan nu gewoon zien wat er gebeurt. Bos: "De Windstreek is ook landschappelijk meer één met zijn omgeving. De stal hoef je niet meer te verstoppen. Aan de lage kant is er een aarden wal die dient als een soort spoiler om de wind door een spleet de stal in te leiden, waar het gecontroleerd bijdraagt aan de ventilatie. Aan de hoge open kant van de stal staan bomen. Die vormen enerzijds een mooi landschapselement en beschutting voor de dieren, anderzijds reduceren die bomen het resterende fijnstof dat de stal toch nog via de open kant verlaat."

Voer is een belangrijke kostenpost in de veehouderij. Het komt vaak uit Zuid-Amerika waar de verbouwing leidt tot afbraak van waardevolle natuur. Omdat Windstreek robuustere rassen gebruikt die zo'n twee weken langer de tijd krijgen om te groeien, is voer, net als bij de scharrelkip, ook nog eens een grotere kostenpost en nadeliger voor het milieu. Bos erkent dat daar een knelpunt zit.

De mensen achter Windstreek hopen dat deels op te lossen door verbanden aan te gaan met plaatselijke industrieën. "De eerste demonstratiestal komt in Raalte (bij Zwolle) te staan, op het land van de boer die vanaf het begin heeft meegedacht over de ontwikkeling van de Windstreekstal. In Losser komt, als het even meezit, direct daarna de tweede. In dit Twentse plaatsje is tevens de salade- en sauzenfirma Johma gevestigd. De Grolsch-brouwerij zit ook vlakbij. Met de reststromen van dit soort fabrieken kunnen we een deel van het kippenvoer samenstellen. We zijn al met Johma in gesprek, ook omdat zij onze duurzamere kip in hun salades willen verwerken. Dit zal echter voor een beperkt aantal kippen genoeg zijn. Mijn collega's en voerfabrikanten kijken daarom ook naar gras als voer, naar algen, naar eendenkroos, naar insecten."

Het duurt nog wel een jaar of tien voordat kippenvlees uit Windstreek-stallen in de supermarkten ligt, zegt Bos. "Het gaat om enorme volumes. Een kleine supermarktketen vergt al twintig tot dertig stallen om het hele jaar door te worden voorzien van verse en duurzamere kip. De 'kip van morgen' kan dat sneller, omdat die veranderingen in bestaande stallen mogelijk zijn. Maar de duurzaamheidswinst is beperkt, zowel op gebied van dierenwelzijn, als van het milieu. In de Windstreek kunnen we de kip veel meer ruimte geven om zijn natuurlijk gedrag te vertonen. Door de forse energiebesparing maken we niet alleen milieuwinst, maar blijft de kostprijs vergelijkbaar met de huidige scharrelkippenstal. De voorlopers in de pluimveehouderij zijn erg enthousiast. Die zien en voelen ook dat er anders geproduceerd moet worden. De scharrelkip is het snelst groeiende segment op het vleesschap."

Gemakkelijk schakelen tussen de markten
De Windstreek-stal is inmiddels de denkfase voorbij. Volgend jaar worden er twee gebouwd, een in Raalte bij Zwolle en de ander in het Twentse Losser. Het ministerie van economische zaken heeft daarvoor een half miljoen euro ter beschikking gesteld. De stal in Raalte komt op het terrein van pluimveehouder Robert Nijkamp. Hij is deelnemer in het consortium dat de Windstreek-stal heeft ontwikkeld. Verder nemen daarin deel: Plukon Food Group, de op een na grootste pluimveeverwerker van Europa, Sommen klimaatsystemen, landschapsarchitectenbureau Vista, en Livestock Research, onderdeel van de Wageningen Universiteit. De stal is zo ontworpen dat hij geschikt is voor elke pluimveehouder, ongeacht voor welke markt hij werkt - van gangbaar tot biologisch. Zonder grote ingrepen kunnen pluimveehouders daardoor makkelijk schakelen tussen de verschillende markten als daar aanleiding toe is.

Belangrijk dat de marktleider meedoet
Onafhankelijk consultant Yolande de Vries zit namens pluimveeverwerker Plukon in het Windstreek-consortium. Het is verrassend dat zo'n grote speler uit de huidige keten, die ook veel plofkippen verwerkt, meedoet met de Windstreekstal. "Ze zijn betrokken geraakt door de overname van Interchicken. Dat bedrijf deed al mee aan het consortium. Nu Plukon meedoet en meedenkt, vinden ze dit een prachtig project. Ze zien een kans om voorop te lopen. En als de marktleider mee doet, betekent dat een grote stap. Dat geeft vertrouwen. De duurzamere Windstreek krijgt dan de potentie om de nieuwe norm in de pluimveesector te worden. Dat temeer omdat deze stal geschikt is om mee te groeien met de ontwikkelingen in de sector en de kostprijs niet hoger is dan die van de huidige scharrelkippenstallen."

De stal wordt volgend jaar gebouwd en zal, zegt De Vries, in de loop van 2015 zijn uitontwikkeld. "De stal zal op allerlei punten worden getest. Ook gemeenten en provincies moeten met dit systeem leren omgaan. Er komt een bouwcatalogus voor de inpassing in heel verschillende landschappen. Als alles gaat zoals we hebben gepland, is de stal vanaf eind 2015, begin 2016 te koop. Dan wordt de papieren tijger een echte tijger."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden