DE KINDEREN VAN MAJAK

Kerncomplex Majak in de zuidelijke Oeral is het onbekende zusje van Tsjernobil. Net iets minder explosief van karakter, maar wel geniepiger en wreder bedreigt Majak een half miljoen Russen. De slachtoffers vechten - met Nederlandse steun - voor informatie en behandeling. “Maar we worden als konijnen behandeld.”

De arts duwt het hoofdje van het kindje nog eens stevig terug in de pot met sterk water. De baby heeft halve armpjes zonder vingers. Op een soort dienblaadje liggen zijn lotgenootjes: misvormde embryo's zonder ruggengraat, buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, baby's met een gescheurde en zwart gevlekte huid.

Op het medisch instituut van het Argajasjki-district zijn de zogenaamde 'monster-kinderen' onderwerp van studie voor de aanstaande artsen. Maar daarvoor zijn de medewerkers van de Beweging voor Nucleaire Veiligheid uit Tsjeljabinsk niet gekomen. Zij willen met eigen ogen de slachtoffers zien van de kernwapenfabriek Majak, de 'moloch die al vijftig jaar onze gezondheid en die van onze kinderen en kleinkinderen bedreigt'.

Natalja Mironova is fysica en lid van de hoogste Raad voor Ecologie van de Doema, het Russische Parlement. Vanaf de oprichting in 1989 is ze betrokken bij de Beweging voor Nucleaire Veiligheid. Het kantoor, offis voor de moderne Rus, is een klein woonappartementje in het centrum van Tsjeljabinsk. Vroeger de stad van de helden-staalarbeiders, nu een grauwe industriestad in de zuidelijke Oeral waar nauwelijks nog een tank of tractor de fabriekspoorten uitkomt.

Mironova zet haar leesbrilletje op, loopt naar de wand en wijst op een kaart van het district Tsjeljabinsk. Grote rode cirkels geven de hoeveelheden radioactieve vervuiling gedetailleerd aan. “Die kaart symboliseert wat wij bereikt hebben. Vroeger bestond het woord plutonium niet voor ons, het werd hoogstens gefluisterd. Het kerncomplex Majak, codenaam Tsjeljabinsk-40, stond niet op de kaart, evenals de omliggende dorpen. Het is een militair complex, in tegenstelling tot de centrale bij Tsjernobil, en dus omgeven met de grootste geheimzinnigheid. Al in 1949 werd de eerste kernproef genomen.”

Informatie en democratie, dat is in twee woorden waar de Beweging voor staat. “Westerlingen kunnen zich vast geen voorstelling maken hoe belangrijk informatie voor ons is”, benadrukt Mironova. “Het volk wist niets over Majak, alleen dat bij de grootste explosie in 1957 tientallen dorpen zijn ontruimd. Er waren geen wetten die hun gezondheid beschermden. Ambtenaren wisten nog minder, of wilden er niets over vertellen. Nu leiden wij met onze vijf vaste medewerkers tien projecten. Die krijgen we echter nog steeds met de grootste moeite geregistreerd in de ambtelijke molen. Ons budget was de afgelopen twee jaar een half miljoen gulden, grotendeels afkomstig uit sponsorgelden uit het buitenland, onder andere van de Nederlandse overheid.”

Vijftig jaar terug in de tijd. In het zuiden van het Oeralgebergte, op 70 kilometer afstand van Tsjeljabinsk, gaat een van Ruslands grootste plutoniumfabrieken voor kernwapens van start. Majak is een enorm complex van 90 vierkante kilometer, omgeven door een verboden zone van 250 vierkante kilometer waarin de strengste veiligheidsmaatregelen gelden. Voor pottenkijkers althans - het is immers het begin van de Koude Oorlog - niet voor de bewoners van het gebied. “Gevaarlijke industrie werd gepland in de buurt van spoorwegen, water en natuurlijke hulpbronnen als steenkool en metalen”, zegt Mironova. “De bevolking kreeg niets te horen over mogelijke risico's, als de autoriteiten daar zelf al van door- drongen waren. Het culturele aspect woog al helemaal niet mee.”

In die eerste jaren loost Majak (Vuurtoren in het Russisch) enorme hoeveelheden radioactief vloeibaar afval in het riviertje de Tetsja. Dat stroomt via de Ob naar de Noordelijke IJszee. Inwoners van tientallen dorpen langs deze rivier gebruiken het water voor hun akkers, om te drinken en in te zwemmen. In 1957 ontploft een opslagplaats voor hoog radioactief kernafval op het fabrieksterrein, een gebeurtenis die de autoriteiten voor de direct omwonenden niet geheim kunnen houden. Eenderde van de radioactiviteit die in 1986 bij Tsjernobil vrijkwam, wordt de lucht in geslingerd. Naar schatting vierduizend fabriekswerkers en militairen worden kort na de ramp dodelijk ziek, bij nog eens tienduizend medewerkers ontstaat in de veertig jaar erna kanker. Tienduizend dorpsbewoners in de nabije omgeving worden geëvacueerd. Een gebied ter grootte van driekwart van Nederland raakt ernstig vervuild met radioactieve deeltjes strontium, cesium en plutonium. Het ongeluk wordt gevolgd door een tiental kleinere 'incidenten', het laatste in 1993. De oude vijf reactoren zijn nu gesloten, maar voor plutoniumopwerking zijn drie nieuwe gebouwd.

“Zelfs dat is nog niet alles”, zegt Mironova. “Een nucleaire tijdbom is de vervuiling van het Karatsjaj-meer, dat na de lozingen op de Tetsja als opslagplaats werd gebruikt. Radioactieve stofwolken van de verdroogde oevers waaiden in 1967 over het gebied. Het waterniveau wordt nu kunstmatig hoog gehouden, maar via het grondwater wordt het drinkwater van onze stad, met ruim een miljoen inwoners, bedreigd.” Het Karatsjaj-meer staat bekend als de smerigste plek op aarde. Iemand die aan de oever bij het lozingspunt staat, ontvangt binnen een uur een acuut dodelijke dosis.

In de slibstroom van de perestrojka hield de Beweging in 1991 de eerste internationale conferentie over de gevolgen van Majak voor het omliggende gebied. Onderzoek van onafhankelijke experts werd naar buiten gebracht. Voor de Russische pers een complete shock, aldus Mironova. Nu staan de boekenkasten in het kleine kantoortje vol met eigen publicaties. Een kleine greep uit de trieste tabellen. In de periode 1988 tot 1994 kwam in Kisjtim, onder de rook van Majak, 2,4 keer zoveel leukemie voor bij kinderen, 1,8 keer zoveel klierziekten, 2 keer zoveel ziekten aan het zenuwstelsel en 1,3 keer zoveel ziekten aan ademhalingsorganen. Bovendien worden in Kisjtim anderhalf keer meer misvormde kinderen geboren dan in een 'schone' streek in hetzelfde district. De percentages maag- en slokdarmkanker onder volwassen zijn vele malen hoger dan normaal.

“Gelukkig wordt de kring van onafhankelijke experts die ons steunt steeds groter”, aldus Mironova. “Maar helaas zijn er nog steeds radiobiologen die de resultaten van ons onderzoek glashard ontkennen. Zij behoren tot dezelfde groep geleerden die de gevolgen van Tsjernobil wilden afschermen voor het Westen. Ach, zeggen ze dan: die regio's zijn onderontwikkeld, mensen huwen te vaak met familieleden en hebben een slechte persoonlijke hygiëne. Dat verklaart alle afwijkingen en ziekten.”

Hoofdschuddend toont Mironova een artikel van april dit jaar. Daarin schrijft dokter Boesjkova, lid van de prestigieuze Russische Academie van Wetenschappen, zonder blikken of blozen: 'Vandaag de dag kan het water van het riviertje de Tetsja alweer gedronken worden'. “Wij hebben bewijzen van het tegendeel”, zegt Mironova strijdlustig. “En op dit artikel kwamen gelukkig veel reacties. Ik noem die Boesjkova de Russische dokter Mengele.”

De vader van Milja Kabirova diende in de eerste lichting militairen die begin jaren vijftig de bovenloop van de Tetsja afschermden van al te nieuwsgierige dorpelingen. Hij stierf in 1962 aan kanker, 43 jaar oud. Moeder Kabirova werkte haar hele leven aan het rivieronderhoud. Ze maakte dammetjes en beschoeiing schoon. Het slik en de opgedregde rotzooi lagen opgeslagen naast het huis. Milja en haar zes broers en zussen speelden er graag mee. Twee broers stierven aan maag- en darmkanker.

“En er zijn vele, vele gezinnen zoals het onze”, zegt Milja Kabirova, een knappe Tataarse met een lange, donkere paardenstaart. Ze kijkt uit het raampje van de taxi op weg naar haar geboortedorp Moesljoemovo. Besneeuwde, licht glooiende velden en eindeloze berkenbossen zoeven voorbij.

“Mijn moeder hief als een van de weinigen haar handen op naar het monster. Vier jaar heeft ze geprocedeerd om een uitkering. Ze verloor. Wij, de kinderen, hebben wel een bewijs van slachtofferschap gekregen, wat recht geeft op een paar tientjes per maand. Terwijl ik in haar buik zat toen die explosie plaatsvond. Moeder had de pech dat ze niet eerder ziek werd.”

Moesjloemovo ligt 30 kilometer van Majak en is het eerste dorp aan de zwaar vervuilde rivier dat niet ontruimd is. De taxi draait de brug over de Tetsja op. Het riviertje is bevroren, op het ijs werpt een visser zijn hengel door een wak. “Van straling krijg je lekker grote vissen”, zegt Kabirova wrang. “Die verkopen ze op de markt in Tsjeljabinsk, met de mededeling dat ze uit een ander district komen.”

Kabirova is een van de medewerkers van de Beweging voor Nucleaire Veiligheid. Bij het station van Moesljoemovo heeft de Beweging het museum 'Ecologisch Alarm' ingericht. Alhoewel, museum is een groot woord voor de steenkoude inloopkast waar vrijwilligster Mirjam Musina het bezoek ontvangt. De wanden staan vol met vitrinekasten met krantenartikelen en informatie over de effecten van straling. Foto's van recente demonstraties - kinderen bezetten de rails met spandoeken 'Geef ons gezonde melk' -, sieren de muren, evenals een reportage van de opening van het vijfde kerkhof in Moesljoemovo.

“Vijf begraafplaatsen is best veel voor een dorp van 2500 inwoners”, zegt Musina. “Kijk, daar hangt de lijst van dorpsbewoners die aan kanker zijn overleden, dit jaar alleen al zeventig personen. Maar wij willen de mensen niet bang maken, ze kunnen hier informatie over straling krijgen die betrouwbaar is. We helpen hen op te komen voor hun belangen.”

Musina toont een onderzoek uit 1991 naar de stralingswaarden in het dorp. Bij de brug over de Tetsja is 500 microrontgen per uur gemeten, ruim 25 maal hoger dan de internationaal toegestane norm. Rond de oude, in onbruik geraakte watermolen sloeg de teller uit naar 100 maal de normwaarde. Het prikkeldraad dat spelende kinderen op afstand moet houden, is daar allang verdwenen. In de meeste straten vonden de onderzoekers 'slechts' een twee keer te hoge straling.

De rekenles in de dorpschool van Moesljoemovo is net afgelopen. De kinderen klonteren samen en giechelen om het vreemde bezoek. “Zie ze nu eens, ze zijn jong en willen gewone dingen; buiten spelen, 's zomers zwemmen in de rivier. Dat kun je ze toch niet verbieden?” zegt lerares Vera Ozjogina. “Ons is een sportzaal beloofd en een zwembad, maar op de zaal wachten we nog steeds en het zwembad is niet afgebouwd. Alleen het kinderkamp kwam er, betaald van ecologisch smartengeld, maar dat was nog steeds binnen het besmette gebied. We eisen zo weinig, en zelfs van de ecologisch schone producten voor onze kinderen komt niets terecht. Die eten nog steeds aardappels, besproeid met water uit de Tetsja.”

Ozjogina neemt deel aan een project van Aigoel, een afdeling van de Beweging onder leiding van Kabirova. Aigoel - maanbloem in het Tataars, aangezien een groot deel van de getroffen bevolking van Tataarse afkomst is - vertegenwoordigt verontruste vrouwen uit het besmette gebied. Zij weigeren 'monsterkinderen' te baren. Met financiële steun van een Moskouse professor in de genetica wil Aigoel aantonen dat de straling genetische afwijkingen bij de mensen veroorzaakt tot in het derde en vierde geslacht. Het onderzoek is duur, zodat Aigoel slechts een paar families kan helpen.

“Echt objectief onderzoek heeft de staat tot nu toe niet uitgevoerd”, zeggen Musina en Kabirova. “Begin jaren zestig haalden ze de dorpskinderen met vrachtwagens bij de school op. Dan namen ze bloed af en stukjes haar. 'Ze' waren onbekende mannen - waarschijnlijk KGB'ers - die ons zonder toestemming van de ouders onderzochten. Wij waren voortaan bang voor elke onbekende auto die ons dorp binnenreed. Zelfs in 1994 hebben 'ze' nog een keer toegeslagen”, weet Musina. “Ze gaven onze kinderen een mooie hanger, om straling te meten. Over de resultaten hebben we nooit iets gehoord. Als proefkonijnen hebben ze ons behandeld.”

Toch heeft de Russische overheid wel iets gedaan. Alleen, dat onderzoek was grotendeels geheim. In het Filiaal van het Instituut voor Biofysica (Fib), een ziekenhuis in Tsjeljabinsk, werden vanaf 1968 bewoners uit het stroomgebied van de Tetsja geregistreerd. Daarvoor waren de onderzoeken incidenteel. Alleen van het dorpje Metlino is bekend dat in 1956 zestig procent van de paar duizend inwoners leed aan de gevolgen van straling. In de dorpen aan de bovenloop van de Tetsja lag het sterftecijfer zes jaar na de start van Majak een kwart hoger dan normaal. Genetisch onderzoek is in die beginjaren niet uitgevoerd, aangezien Stalin de genetici had gebrandmerkt als 'vijanden van het volk'.

Het Fib rukte eens in de vier jaar uit om honderd mensen in het besmette gebied te onderzoeken. Al met al is zo één procent van de besmette bevolking gecontroleerd. Het ontbreken van statistieken maakt het onderzoeken van de gevolgen voor volgende generaties erg moelijk. Het niveau van de ziekenhuizen in het gebied is slecht.

President Jeltsin, ooit gouverneur in Sverdlovsk, bezocht het gebied in 1991 op zijn verkiezingscampagne. Hij beloofde aan de slachtoffers van Majak te denken, mocht hij in het Kremlin gekozen worden. Jeltsin hield woord. In 1993 verscheen de wet 'Over de sociale bescherming van burgers, die blootgesteld zijn aan de straling van het ongeluk in 1957 op het industriecomplex Majak, en de uitstoot van radioactief afval in de Tetsja'. “Die laatste toevoeging is het werk van de Beweging”, zegt Kabirova. “Anders hadden de inwoners van Moesljoemovo naar steun kunnen fluiten.”

De wet voorziet in een kleine uitkering voor de bewoners van de meest besmette gebieden. Ook kregen zij het recht op evacuatie. Maar zoals altijd is de praktijk in Rusland weerbarstiger dan de letter van de wet. “We moeten soms met processen de staat dwingen geld uit te keren”, zegt Kabirova. “Daarvoor is ook het project van Aigoel. Die kleine kinderen van de derde generatie zijn geboren na de wet en in een 'veilig' gebied. Kunnen wij aantonen dat ze ziek zijn geworden via hun moeder en oma, dan krijgen ze toch geld. Want als je 'vrijwillig' vertrekt uit besmet gebied, verlies je nu je recht op geld. En alle jongeren met hersens willen weg, net als ik heb gedaan.”

Evacuatie in Moesjloemovo betekent: verhuizen naar de andere kant van het dorp, of naar een dorp verderop. Vlakbij het station van Moesljoemovo staat een rijtje nieuwe huizen. Bestemd voor nieuwe bewoners, maar onduidelijk is wie er wanneer mag intrekken. Meer dan de helft is nog leeg. Tot nu toe zijn alleen de twee straten langs de Tetsja ontruimd. Een daarvan is de Karl Marx-straat, waar het geboortehuis van Kabirova staat. Ze staart peinzend naar de vuile ramen met gescheurde gordijnen. “Mijn moeder kreeg vorige maand het bericht dat er een flatje voor haar was. Drie dagen later was ze dood. Er zit zo'n willekeur en traagheid in die toewijzing. Als ze zo doorgaan, zijn we over veertig jaar nog niet klaar met die verdomde evacuatie.”

In de rest van de straat liggen op sommige huisnummers slechts stapels balken. “Ze zijn bang dat je toch blijft, dus moeten we ons eigen huis afbreken”, zegt Kabirova grimmig. Ze loopt naar de overburen, waar twee oude broers hun huis leegruimen. Het gesprek gaat in het Tataars. Maar de tranen die even later over de gezichten rollen, ook bij de mannen, hebben geen vertaling nodig.

Een poging uitleg te vragen bij de lokale autoriteiten over de evacuatie blijkt vergeefs. Burgemeester Gulfarida Falimova wil ons wel ontvangen, maar heeft geen tijd voor een interview. Ze verwijst door naar het hoofd van de regio, in het dorp Koenasjak twintig kilometer verderop.

“Zo gaat dat hier”, constateert Kabirova. “Weet je, burgemeester Falimova was vroeger een van onze beste activisten. Ze is arts en heeft veel gedaan voor de Beweging, maar nu praat ze niet meer met ons. Ze is nu een van hen.”

De arts duwt het hoofdje van het kindje nog eens stevig terug in de pot met sterk water. De baby heeft halve armpjes zonder vingers. Op een soort dienblaadje liggen zijn lotgenootjes: misvormde embryo's zonder ruggengraat, buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, baby's met een gescheurde en zwart gevlekte huid.

Op het medisch instituut van het Argajasjki-district zijn de zogenaamde 'monster-kinderen' onderwerp van studie voor de aanstaande artsen. Maar daarvoor zijn de medewerkers van de Beweging voor Nucleaire Veiligheid uit Tsjeljabinsk niet gekomen. Zij willen met eigen ogen de slachtoffers zien van de kernwapenfabriek Majak, de 'moloch die al vijftig jaar onze gezondheid en die van onze kinderen en kleinkinderen bedreigt'.

Natalja Mironova is fysica en lid van de hoogste Raad voor Ecologie van de Doema, het Russische Parlement. Vanaf de oprichting in 1989 is ze betrokken bij de Beweging voor Nucleaire Veiligheid. Het kantoor, offis voor de moderne Rus, is een klein woonappartementje in het centrum van Tsjeljabinsk. Vroeger de stad van de helden-staalarbeiders, nu een grauwe industriestad in de zuidelijke Oeral waar nauwelijks nog een tank of tractor de fabriekspoorten uitkomt.

Mironova zet haar leesbrilletje op, loopt naar de wand en wijst op een kaart van het district Tsjeljabinsk. Grote rode cirkels geven de hoeveelheden radioactieve vervuiling gedetailleerd aan. “Die kaart symboliseert wat wij bereikt hebben. Vroeger bestond het woord plutonium niet voor ons, het werd hoogstens gefluisterd. Het kerncomplex Majak, codenaam Tsjeljabinsk-40, stond niet op de kaart, evenals de omliggende dorpen. Het is een militair complex, in tegenstelling tot de centrale bij Tsjernobil, en dus omgeven met de grootste geheimzinnigheid. Al in 1949 werd de eerste kernproef genomen.”

Informatie en democratie, dat is in twee woorden waar de Beweging voor staat. “Westerlingen kunnen zich vast geen voorstelling maken hoe belangrijk informatie voor ons is”, benadrukt Mironova. “Het volk wist niets over Majak, alleen dat bij de grootste explosie in 1957 tientallen dorpen zijn ontruimd. Er waren geen wetten die hun gezondheid beschermden. Ambtenaren wisten nog minder, of wilden er niets over vertellen. Nu leiden wij met onze vijf vaste medewerkers tien projecten. Die krijgen we echter nog steeds met de grootste moeite geregistreerd in de ambtelijke molen. Ons budget was de afgelopen twee jaar een half miljoen gulden, grotendeels afkomstig uit sponsorgelden uit het buitenland, onder andere van de Nederlandse overheid.”

Vijftig jaar terug in de tijd. In het zuiden van het Oeralgebergte, op 70 kilometer afstand van Tsjeljabinsk, gaat een van Ruslands grootste plutoniumfabrieken voor kernwapens van start. Majak is een enorm complex van 90 vierkante kilometer, omgeven door een verboden zone van 250 vierkante kilometer waarin de strengste veiligheidsmaatregelen gelden. Voor pottenkijkers althans - het is immers het begin van de Koude Oorlog - niet voor de bewoners van het gebied. “Gevaarlijke industrie werd gepland in de buurt van spoorwegen, water en natuurlijke hulpbronnen als steenkool en metalen”, zegt Mironova. “De bevolking kreeg niets te horen over mogelijke risico's, als de autoriteiten daar zelf al van doordrongen waren. Het culturele aspect woog al helemaal niet mee.”

In die eerste jaren loost Majak (Vuurtoren in het Russisch) enorme hoeveelheden radioactief vloeibaar afval in het riviertje de Tetsja. Dat stroomt via de Ob naar de Noordelijke IJszee. Inwoners van tientallen dorpen langs deze rivier gebruiken het water voor hun akkers, om te drinken en in te zwemmen. In 1957 ontploft een opslagplaats voor hoog radioactief kernafval op het fabrieksterrein, een gebeurtenis die de autoriteiten voor de direct omwonenden niet geheim kunnen houden. Eenderde van de radioactiviteit die in 1986 bij Tsjernobil vrijkwam, wordt de lucht in geslingerd. Naar schatting vierduizend fabriekswerkers en militairen worden kort na de ramp dodelijk ziek, bij nog eens tienduizend medewerkers ontstaat in de veertig jaar erna kanker. Tienduizend dorpsbewoners in de nabije omgeving worden geëvacueerd. Een gebied ter grootte van driekwart van Nederland raakt ernstig vervuild met radioactieve deeltjes strontium, cesium en plutonium. Het ongeluk wordt gevolgd door een tiental kleinere 'incidenten', het laatste in 1993. De oude vijf reactoren zijn nu gesloten, maar voor plutoniumopwerking zijn drie nieuwe gebouwd.

“Zelfs dat is nog niet alles”, zegt Mironova. “Een nucleaire tijdbom is de vervuiling van het Karatsjaj-meer, dat na de lozingen op de Tetsja als opslagplaats werd gebruikt. Radioactieve stofwolken van de verdroogde oevers waaiden in 1967 over het gebied. Het waterniveau wordt nu kunstmatig hoog gehouden, maar via het grondwater wordt het drinkwater van onze stad, met ruim een miljoen inwoners, bedreigd.” Het Karatsjaj-meer staat bekend als de smerigste plek op aarde. Iemand die aan de oever bij het lozingspunt staat, ontvangt binnen een uur een acuut dodelijke dosis.

In de slibstroom van de perestrojka hield de Beweging in 1991 de eerste internationale conferentie over de gevolgen van Majak voor het omliggende gebied. Onderzoek van onafhankelijke experts werd naar buiten gebracht. Voor de Russische pers een complete shock, aldus Mironova. Nu staan de boekenkasten in het kleine kantoortje vol met eigen publicaties. Een kleine greep uit de trieste tabellen. In de periode 1988 tot 1994 kwam in Kisjtim, onder de rook van Majak, 2,4 keer zoveel leukemie voor bij kinderen, 1,8 keer zoveel klierziekten, 2 keer zoveel ziekten aan het zenuwstelsel en 1,3 keer zoveel ziekten aan ademhalingsorganen. Bovendien worden in Kisjtim anderhalf keer meer misvormde kinderen geboren dan in een 'schone' streek in hetzelfde district. De percentages maag- en slokdarmkanker onder volwassen zijn vele malen hoger dan normaal.

“Gelukkig wordt de kring van onafhankelijke experts die ons steunt steeds groter”, aldus Mironova. “Maar helaas zijn er nog steeds radiobiologen die de resultaten van ons onderzoek glashard ontkennen. Zij behoren tot dezelfde groep geleerden die de gevolgen van Tsjernobil wilden afschermen voor het Westen. Ach, zeggen ze dan: die regio's zijn onderontwikkeld, mensen huwen te vaak met familieleden en hebben een slechte persoonlijke hygiëne. Dat verklaart alle afwijkingen en ziekten.”

Hoofdschuddend toont Mironova een artikel van april dit jaar. Daarin schrijft dokter Boesjkova, lid van de prestigieuze Russische Academie van Wetenschappen, zonder blikken of blozen: 'Vandaag de dag kan het water van het riviertje de Tetsja alweer gedronken worden'. “Wij hebben bewijzen van het tegendeel”, zegt Mironova strijdlustig. “En op dit artikel kwamen gelukkig veel reacties. Ik noem die Boesjkova de Russische dokter Mengele.”

De vader van Milja Kabirova diende in de eerste lichting militairen die begin jaren vijftig de bovenloop van de Tetsja afschermden van al te nieuwsgierige dorpelingen. Hij stierf in 1962 aan kanker, 43 jaar oud. Moeder Kabirova werkte haar hele leven aan het rivieronderhoud. Ze maakte dammetjes en beschoeiing schoon. Het slik en de opgedregde rotzooi lagen opgeslagen naast het huis. Milja en haar zes broers en zussen speelden er graag mee. Twee broers stierven aan maag- en darmkanker.

“En er zijn vele, vele gezinnen zoals het onze”, zegt Milja Kabirova, een knappe Tataarse met een lange, donkere paardenstaart. Ze kijkt uit het raampje van de taxi op weg naar haar geboortedorp Moesljoemovo. Besneeuwde, licht glooiende velden en eindeloze berkenbossen zoeven voorbij.

“Mijn moeder hief als een van de weinigen haar handen op naar het monster. Vier jaar heeft ze geprocedeerd om een uitkering. Ze verloor. Wij, de kinderen, hebben wel een bewijs van slachtofferschap gekregen, wat recht geeft op een paar tientjes per maand. Terwijl ik in haar buik zat toen die explosie plaatsvond. Moeder had de pech dat ze niet eerder ziek werd.”

Moesjloemovo ligt 30 kilometer van Majak en is het eerste dorp aan de zwaar vervuilde rivier dat niet ontruimd is. De taxi draait de brug over de Tetsja op. Het riviertje is bevroren, op het ijs werpt een visser zijn hengel door een wak. “Van straling krijg je lekker grote vissen”, zegt Kabirova wrang. “Die verkopen ze op de markt in Tsjeljabinsk, met de mededeling dat ze uit een ander district komen.”

Kabirova is een van de medewerkers van de Beweging voor Nucleaire Veiligheid. Bij het station van Moesljoemovo heeft de Beweging het museum 'Ecologisch Alarm' ingericht. Alhoewel, museum is een groot woord voor de steenkoude inloopkast waar vrijwilligster Mirjam Musina het bezoek ontvangt. De wanden staan vol met vitrinekasten met krantenartikelen en informatie over de effecten van straling. Foto's van recente demonstraties - kin- deren bezetten de rails met spandoeken 'Geef ons gezonde melk' -, sieren de muren, evenals een reportage van de opening van het vijfde kerkhof in Moesljoemovo.

“Vijf begraafplaatsen is best veel voor een dorp van 2500 inwoners”, zegt Musina. “Kijk, daar hangt de lijst van dorpsbewoners die aan kanker zijn overleden, dit jaar alleen al zeventig personen. Maar wij willen de mensen niet bang maken, ze kunnen hier informatie over straling krijgen die betrouwbaar is. We helpen hen op te komen voor hun belangen.”

Musina toont een onderzoek uit 1991 naar de stralingswaarden in het dorp. Bij de brug over de Tetsja is 500 microrontgen per uur gemeten, ruim 25 maal hoger dan de internationaal toegestane norm. Rond de oude, in onbruik geraakte watermolen sloeg de teller uit naar 100 maal de normwaarde. Het prikkeldraad dat spelende kinderen op afstand moet houden, is daar allang verdwenen. In de meeste straten vonden de onderzoekers 'slechts' een twee keer te hoge straling.

De rekenles in de dorpschool van Moesljoemovo is net afgelopen. De kinderen klonteren samen en giechelen om het vreemde bezoek. “Zie ze nu eens, ze zijn jong en willen gewone dingen; buiten spelen, 's zomers zwemmen in de rivier. Dat kun je ze toch niet verbieden?” zegt lerares Vera Ozjogina. “Ons is een sportzaal beloofd en een zwembad, maar op de zaal wachten we nog steeds en het zwembad is niet afgebouwd. Alleen het kinderkamp kwam er, betaald van ecologisch smartengeld, maar dat was nog steeds binnen het besmette gebied. We eisen zo weinig, en zelfs van de ecologisch schone producten voor onze kinderen komt niets terecht. Die eten nog steeds aardappels, besproeid met water uit de Tetsja.”

Ozjogina neemt deel aan een project van Aigoel, een afdeling van de Beweging onder leiding van Kabirova. Aigoel - maanbloem in het Tataars, aangezien een groot deel van de getroffen bevolking van Tataarse afkomst is - vertegenwoordigt verontruste vrouwen uit het besmette gebied. Zij weigeren 'monsterkinderen' te baren. Met financiële steun van een Moskouse professor in de genetica wil Aigoel aantonen dat de straling genetische afwijkingen bij de mensen veroorzaakt tot in het derde en vierde geslacht. Het onderzoek is duur, zodat Aigoel slechts een paar families kan helpen.

“Echt objectief onderzoek heeft de staat tot nu toe niet uitgevoerd”, zeggen Musina en Kabirova. “Begin jaren zestig haalden ze de dorpskinderen met vrachtwagens bij de school op. Dan namen ze bloed af en stukjes haar. 'Ze' waren onbekende mannen - waarschijnlijk KGB'ers - die ons zonder toestemming van de ouders onderzochten. Wij waren voortaan bang voor elke onbekende auto die ons dorp binnenreed. Zelfs in 1994 hebben 'ze' nog een keer toegeslagen”, weet Musina. “Ze gaven onze kinderen een mooie hanger, om straling te meten. Over de resultaten hebben we nooit iets gehoord. Als proefkonijnen hebben ze ons behandeld.”

Toch heeft de Russische overheid wel iets gedaan. Alleen, dat onderzoek was grotendeels geheim. In het Filiaal van het Instituut voor Biofysica (Fib), een ziekenhuis in Tsjeljabinsk, werden vanaf 1968 bewoners uit het stroomgebied van de Tetsja geregistreerd. Daarvoor waren de onderzoeken incidenteel. Alleen van het dorpje Metlino is bekend dat in 1956 zestig procent van de paar duizend inwoners leed aan de gevolgen van straling. In de dorpen aan de bovenloop van de Tetsja lag het sterftecijfer zes jaar na de start van Majak een kwart hoger dan normaal. Genetisch onderzoek is in die beginjaren niet uitgevoerd, aangezien Stalin de genetici had gebrandmerkt als 'vijanden van het volk'.

Het Fib rukte eens in de vier jaar uit om honderd mensen in het besmette gebied te onderzoeken. Al met al is zo één procent van de besmette bevolking gecontroleerd. Het ontbreken van statistieken maakt het onderzoeken van de gevolgen voor volgende generaties erg moelijk. Het niveau van de ziekenhuizen in het gebied is slecht.

President Jeltsin, ooit gouverneur in Sverdlovsk, bezocht het gebied in 1991 op zijn verkiezingscampagne. Hij beloofde aan de slachtoffers van Majak te denken, mocht hij in het Kremlin gekozen worden. Jeltsin hield woord. In 1993 verscheen de wet 'Over de sociale bescherming van burgers, die blootgesteld zijn aan de straling van het ongeluk in 1957 op het industriecomplex Majak, en de uitstoot van radioactief afval in de Tetsja'. “Die laatste toevoeging is het werk van de Beweging”, zegt Kabirova. “Anders hadden de inwoners van Moesljoemovo naar steun kunnen fluiten.”

De wet voorziet in een kleine uitkering voor de bewoners van de meest besmette gebieden. Ook kregen zij het recht op evacuatie. Maar zoals altijd is de praktijk in Rusland weerbarstiger dan de letter van de wet. “We moeten soms met processen de staat dwingen geld uit te keren”, zegt Kabirova. “Daarvoor is ook het project van Aigoel. Die kleine kinderen van de derde generatie zijn geboren na de wet en in een 'veilig' gebied. Kunnen wij aantonen dat ze ziek zijn geworden via hun moeder en oma, dan krijgen ze toch geld. Want als je 'vrijwillig' vertrekt uit besmet gebied, verlies je nu je recht op geld. En alle jongeren met hersens willen weg, net als ik heb gedaan.”

Evacuatie in Moesjloemovo betekent: verhuizen naar de andere kant van het dorp, of naar een dorp verderop. Vlakbij het station van Moesljoemovo staat een rijtje nieuwe huizen. Bestemd voor nieuwe bewoners, maar onduidelijk is wie er wanneer mag intrekken. Meer dan de helft is nog leeg. Tot nu toe zijn alleen de twee straten langs de Tetsja ontruimd. Een daarvan is de Karl Marx-straat, waar het geboortehuis van Kabirova staat. Ze staart peinzend naar de vuile ramen met gescheurde gordijnen. “Mijn moeder kreeg vorige maand het bericht dat er een flatje voor haar was. Drie dagen later was ze dood. Er zit zo'n willekeur en traagheid in die toewijzing. Als ze zo doorgaan, zijn we over veertig jaar nog niet klaar met die verdomde evacuatie.”

In de rest van de straat liggen op sommige huisnummers slechts stapels balken. “Ze zijn bang dat je toch blijft, dus moeten we ons eigen huis afbreken”, zegt Kabirova grimmig. Ze loopt naar de overburen, waar twee oude broers hun huis leegruimen. Het gesprek gaat in het Tataars. Maar de tranen die even later over de gezichten rollen, ook bij de mannen, hebben geen vertaling nodig.

Een poging uitleg te vragen bij de lokale autoriteiten over de evacuatie blijkt vergeefs. Burgemeester Gulfarida Falimova wil ons wel ontvangen, maar heeft geen tijd voor een interview. Ze verwijst door naar het hoofd van de regio, in het dorp Koenasjak twintig kilometer verderop.

“Zo gaat dat hier&rdqu

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden