De kinderen van de rekening

In de grote steden van Zuid-Afrika worden steeds meer baby’s achtergelaten, en sinds kort ook oudere kinderen. Betrokkenen wijten dit aan de economische crisis. „Vroeger werden die kinderen nog opgevangen in de lokale gemeenschap. Maar nu is het: survival of the fittest.”

Bij een tehuis in Johannesburg wordt een plastic zak gevonden. Er ligt een premature baby in van twee dagen oud, de navelstreng doorgeknipt maar niet afgebonden. De kleine is gewikkeld in krantenpapier.

Inwoners van Benoni vinden een verdachte doos bij hun huis. Er ligt een meisje in van nog geen dag oud, voorzien van een keurig geschreven briefje: ’please adopt me’.

In een veld bij Randburg ziet een man een stel honden aan iets vreten. Het blijkt een pasgeboren baby. De voorbijganger komt net op tijd; haar armpje hoeft niet te worden geamputeerd.

Regelmatig duiken in de Zuid-Afrikaanse media dergelijke schrijnende berichten op. Pasgeboren baby’s die worden verstoten zijn helaas geen onbekend fenomeen. Zwarte Afrikaanse vrouwen zien direct na de bevalling soms geen andere uitweg. Uit schaamte vanwege de ongeplande tienerzwangerschap, uit afschuw omdat het kind het product is van een verkrachting, of vanwege het taboe rond een buitenechtelijke relatie.

Sinds eind vorig jaar tekent zich echter een duidelijk stijgende lijn af in het aantal vondelingen, die wordt toegeschreven aan de forse toename van de kosten voor levensonderhoud. Politieagenten vinden steeds meer pasgeborenen in vuilnisbakken, op openbare toiletten en in het veld. Taxichauffeurs treffen regelmatig bundeltjes aan op de achterbank van hun combi, ziekenhuispersoneel vindt het kraambed leeg met de baby in het perspex wiegje ernaast.

De provincie Westkaap - met Kaapstad als hoofdstad - meldde alleen al in de eerste helft van dit jaar 432 achtergelaten baby’s, bijna evenveel als de 480 van heel 2007.

Ook in de regio Johannesburg is sprake van een drastische toename, signaleert de Johannesburg Child Welfare Society. De JCWS is de grootste non-gouvermentele kinderbeschermingsorganisatie in de regio en houdt min of meer als enige statistieken bij van het aantal achtergelaten baby’s.

Tot twee jaar geleden lag het gemiddelde aantal gemelde vondelingen zo rond de honderd per jaar. In 2006 werden er 109 baby’s aangemeld bij de JCWS, in 2007 123. Dit jaar heeft de organisatie vóór half augustus al de honderdste vondeling geregistreerd; een stijging van 33 procent ten opzichte van verleden jaar.

„En dan moet de piekperiode rond de kerst nog komen”, sombert Kosi Msibi, hoofd van de afdeling Kind & Gezin. Veel armen uit de traditionele gebieden in KwaZoeloe-Natal en de Oostkaap trekken naar Johannesburg om werk te zoeken. „Die vrouwen krijgen hier een relatie, raken zwanger en durven dat buitenechtelijke kind dan niet aan de familie te laten zien. Als ze dan tijdens de decembervakantie terug gaan naar huis, blijft de kleine hier achter”, verklaart ze.

De JCWS sluit niet uit dat het aantal vondelingen dit jaar oploopt richting de tweehonderd; nog los van de baby’s die bij andere organisaties op de stoep belanden. De sterke stijging is volgens Msibi duidelijk te wijten aan de economische crisis. „Alles is duurder geworden: voedsel, brandstof, huisvesting, noem maar op. De inflatie is hoog, de werkloosheid is hoog - mensen trekken het gewoon niet meer.”

Door die financiële stress is ook de geest van ubunthu verdwenen, stelt de sociaal werkster. Ubunthu staat voor gemeenschapszin, voor omzien naar elkaar als Afrikaanse broeders en zusters.

„Voorheen konden mensen elkaar helpen, vingen ze in het township of de krottenwijk de moeders op die niet voor hun kind konden zorgen. Ubunthu was het vangnet. Dat is nu weg. Al zou men willen, er is gewoon geen geld om iemand iets toe te stoppen voor luiers of babyvoeding. Mensen kunnen het gewoon niet opbrengen. Het is echt ieder voor zich - survival of the fittest.”

Directrice Kate Allen van het Johannesburgse kindertehuis Door of Hope merkt dit ook aan het groeiende aantal te vroeg geboren baby’s. „Moeders hebben geen geld, geen eten - dat geeft zo veel stress, dat we nu duidelijk meer prematuurtjes binnen krijgen.”

Tegelijkertijd worden ook meer oudere kinderen achtergelaten. Ouders kloppen soms bij Door of Hope aan omdat ze het financieel niet meer kunnen opbrengen om voor de kinderen te zorgen, of omdat ze de kleintjes tijdelijk in een tehuis willen onderbrengen totdat ze een baan hebben gevonden.

„In januari en februari hebben we meer oudere kinderen gezien dan ooit te voren. We kregen er verschillende in de leeftijd van drie tot vijf jaar, terwijl we normaal eigenlijk alleen maar baby’s zien”, vertelt medewerkster Sarah Hubble.

De groeiende behoefte aan opvang voor deze kinderen noopte Door of Hope ertoe om de opvang uit te breiden met een derde tehuis, dat in september open gaat.

Ook de Johannesburg Child Welfare Society meldt een toestroom van oudere kinderen. Msibi: „Moeders laten ze achter bij buren of familie om werk te zoeken, en halen ze vaak niet meer op. Die mensen brengen vervolgens dat kind maar naar ons.” Sommige ouders maken het nog bonter, vertelt ze. „Die komen met hun eigen kind aan mijn bureau en claimen dat ze het gevonden hebben, of dat het bij hen is achtergelaten.”

Voor sommigen is dit een manier om hun weggelopen ex-partner te straffen. Msibi heeft het een keer meegemaakt dat een tweejarig jongetje doorhad wat zijn vader van plan was, en begon te roepen dat ’papa wél echt zijn papa was’. „Mensen die dat doen zijn óf extreem egoïstisch, óf ze schamen zich heel erg voor hun buitenechtelijke kind”, verzucht ze.

Om de stroom achtergelaten kinderen en baby’s in te dammen, zou er veel meer onderlinge samenwerking moeten komen tussen politie, huisartsen, opvangorganisaties en de overheidsdepartementen van gezondheidszorg en welzijn, stelt Msibi.

„Nu werken we nog veel te veel reactief in plaats van preventief. Als een meisje zwanger wordt, kan ze in de kliniek naar een zwangerschapscursus, maar die is vooral gericht op de medische kant van het verhaal. Er is onder vrouwen en meisjes een enorm gebrek aan informatie. Ze weten niet dat er welzijnsorganisaties zijn die hen kunnen helpen. Ze doorstaan de zwangerschap helemaal alleen.”

In zo’n zwangerschapsklasje, betoogt Msibi, moet veel meer aandacht komen voor de sociale aspecten rond de zwangerschap. „De negatieve kanten van het achterlaten van je baby laten zien, en vertellen dat er opties zijn, zoals adoptie en kinderopvang. Er moet eigenlijk één loket komen, waar politie, welzijnswerkers en gezondheidszorg aanwezig zijn.”

Op dit moment gebeurt het hooguit een of twee keer per jaar dat de verschillende disciplines elkaar treffen, bijvoorbeeld op een nationale kinderbeschermingsdag of tijdens de week van de misdaadpreventie.

Msibi heeft zich ferm voorgenomen om de bestaande onderlinge contacten nu op te waarderen tot één taskforce, die gezamenlijk de strijd aanbindt met het vondelingenprobleem. „Dat staat bovenaan op mijn agenda.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden