De Kinderbescherming komt vaker in actie in de grote steden

Het meisje op deze foto heeft niets te maken met het verhaal. Beeld anp

De Raad voor de Kinderbescherming heeft de de risico’s op kindermishandeling per gemeente in kaart gebracht. “Het gaat er vooral om gemeenten duidelijk te maken waar meer aandacht nodig is.

Wat is er aan de hand in Pekela? En in Ommen? In die gemeenten start de Raad voor de Kinderbescherming relatief vaak een onderzoek, blijkt uit nieuwe cijfers. Het is de eerste keer dat de raad cijfers uitsplitst per gemeente en vergelijkt met algemene risico’s op kindermishandeling. 

Kinderen hebben meer kans op schade in een gemeente die meer gescheiden ouders, eenoudergezinnen en tienermoeders telt. Ook armoede, lage huizenprijzen en criminaliteit zijn risicofactoren. Net als een laag opleidingsniveau van ouders.

Grote steden als Rotterdam, Amsterdam en Den Haag scoren hoog op beide vlakken: ze vertonen zowel een piek in kinderbeschermingsonderzoek als in risicofactoren. Niet heel verrassend bij grote steden, maar ook Heerlen, Arnhem, Kerkrade en Vlissingen springen eruit in negatieve zin.

Uiteenlopende scores in de regio's

Opvallend zijn de regio’s die uiteenlopende scores vertonen. In de stad Groningen was het gemiddeld aantal nieuwe beschermingsonderzoeken de afgelopen jaren 44 op 10.000 inwoners, in Oude en Nieuwe Pekela – 40 kilometer verderop – is de instroom bij de Raad voor de Kinderbescherming 85, terwijl de dorpen minder risicofactoren kennen dan de stad.

De kinderbescherming komt in beeld als het zo slecht gaat met een kind of gezin dat vrijwillige hulp niet meer voldoende is. De raad is verzoeker van kinderbeschermingsmaatregelen en adviseert de rechtbank bij scheidingen en jeugdstrafzaken. De medewerkers komen bijvoorbeeld relatief vaak in Rijnwaarden: jaarlijks gemiddeld 60 nieuwe beschermingsonderzoeken op elke 10.000 inwoners. Ook Ommen (50) Goirle (50), Tubbergen (50) Oost-Gelre, Brummen (50) Utrechtse Heuvelrug (50), Nijkerk (40), Urk (40) en Zederik (40) pieken. Dat terwijl de totale risicoscore in die gemeenten juist onder nul is.

Roozendaal staat te boek als een relatief veilige gemeente (het kent met -19 de laagste risicoscore), maar gemiddeld wordt daar jaarlijks wel 30 keer een beschermingsonderzoek ingesteld. Omgekeerd heeft de Raad voor de Kinderbescherming het in Weert relatief rustig, terwijl kinderen daar best wat risico’s lopen (een score van 10).

Veel cijfers, die weinig zeggen

Het zijn aardige inkijkjes, maar tegelijk zeggen de nieuwe gegevens nog niet zo heel veel. Dat een risicorijke gemeente nauwelijks de Raad voor de Kinderbescherming over de vloer krijgt, kan betekenen dat kinderen in de knel niet gezien worden, maar ook dat school of zorginstanties juist veel doen aan preventie. Dat er veel onderzoeken naar opvoedproblemen plaatsvinden kan ook komen doordat een alert wijkteam veel gezinnen doorverwijst. Of dat er in een dorp toevallig een paar heel grote gezinnen te maken krijgen met ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van de kinderen.

Directeur Annette Roeters wil gemeenten er niet negatief uitlichten. “Het rapport is een halffabrikaat”, zegt ze. “Het gaat er vooral om gemeenten duidelijk te maken waar meer aandacht nodig is. Grote steden weten vaak wel waar de risico’s liggen, kleine vaak nog niet.”

Jeugdhulp is sinds de invoering van de Jeugdwet versnipperd over 380 gemeenten, elk met een eigen werkwijze. De Raad voor de Kinderbescherming is een van de weinige instanties die nog landelijk werken. Roeters ziet grote verschillen in kwaliteit bij wijkteams. Ze vermoedt dat haar raad soms nog te laat wordt ingeschakeld, omdat hulpverleners te lang aanmodderen. Uit goede bedoelingen, verduidelijkt ze. “Maar het is aan gemeenten en jeugdzorgregio’s om te analyseren wat er precies aan de hand is.”

Juist gemeenten kunnen invloed uitoefenen met preventieve jeugdhulp en ondersteuning, merkte ze op een werkbezoek in Huizen. Die gemeente heeft bijvoorbeeld bijeenkomsten voor zwangere vrouwen die na de geboorte kunnen overgaan in opvoedgesprekken. “Rijk en arm, blank en gekleurd, ervaren en onervaren: het zit allemaal bij elkaar.” Ook is er een basisschool die uitgebreide zorgkaarten bijhoudt van de leerlingen, met daarop problemen en gedrag, en ook dingen die thuis spelen. “Zorgen die gedeeld worden als een kind overstapt naar het voortgezet onderwijs.” Toch doet de raad in Huizen jaarlijks 40 beschermingsonderzoeken, terwijl de Vechtstreek nul scoort op risico’s.

Lees ook: Meer aandacht voor kindermishandeling, maar werkt dat ook?

Gemeenten doen meer om kindermishandeling te voorkomen, maar ze weten niet of de juiste ouders en kinderen wel bereikt worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden