De keuze tussen het principe en het praktische

De eerste klasse van het zaterdagvoetbal bestaat dit seizoen 25 jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum brengt Trouw een serie van vijf verhalen, waarin een aantal aspecten van het zaterdagvoetbal wordt behandeld. Vandaag aflevering 5 en slot: de identiteit van het zaterdagvoetbal. De vorige afleveringen in deze serie stonden in de krant van 19 en 27 december, 2 en 9 januari.

Victor de Coninck behoort tot de laatste groep. Tijdens het WK-voetbal karakteriseerde de presentator van Studio Sport het niveau van een wedstrijd die hem niet had kunnen bekoren tenminste met de uitspraak dat het wel zaterdagvoetbal leek. En ook Koos Postema liet zich onlangs laatdunkend over het zaterdagvoetbal uit door vlak voor de wedstrijd tegen het Nederlands elftal het team van Luxemburg te vergelijken met Kozakken Boys 2 alvorens hij met IJsselmeervogels 3 als uitsmijter kwam.

Beide presentatoren grijpen met hun beeldspraak terug naar de tijd dat zaterdagvoetbal nog echt zaterdagmiddagvoetbal was. Naar 1946 of daaromtrent, toen de Nederlandse Christelijke Voetbalbond haar zelfstandigheid net had opgegeven en onder meer met de Nederlandse Voetbalbond als fusiepartner was opgegaan in de huidige KNVB. Toen was het zaterdagvoetbal met een vierde klasse als topafdeling, in 1947 gevolgd door een derde klasse, een onderontwikkeld gebied. Het voetbal dat op de laatste dag van de nog zesdaagse werkweek werd gespeeld, had toen een achterstand op de rest van het amateurvoetbal, dat nog kon pronken met clubs als Ajax en Feyenoord en voetballers als Abe Lenstra.

Voor bagatellisering is nu geen reden meer, want de komst van het profvoetbal en de invoering van de vijfdaagse werkweek hebben voor nivellering gezorgd. De zondagclubs werden van twee kanten afgeroomd, terwijl de zaterdagclubs in aantal en omvang toenamen. Spelen op zaterdag met een vrije zondag in het vooruitzicht heeft immers zijn voordelen. Geleidelijk groeide het zaterdagvoetbal naar de structuur die het nu heeft. En daar zal voorlopig wel geen verandering in komen. Althans, dat is de mening van Daan Schotting.

De competitieleider van het amateurvoetbal is er van overtuigd dat de zaterdagclubs een hoofdklasse boven de huidige eerste klasse afwijzen, al sluit hij een groei in die richting na afschaffing van de amateurbepalingen niet helemaal uit. Ook in kwaliteit is het zaterdagvoetbal een hoogwaardige vorm van amateurvoetbal geworden. Vanaf 1969 spelen de vertegenwoordigers van de twee secties jaarlijks om het algehele landskampioenschap. Van de 26 ontmoetingen ging de titel tot nu toe zestien keer naar de zaterdagkampioen. Slechts plaatselijk of incidenteel zijn er over en weer uitschieters naar beneden. Zo was in 1993 de strijd om de zaterdagtitel van een belabberd niveau. Maar Katwijk toonde zich wel sterker dan Holland, de zondagkampioen. Vorig jaar echter was de kampioenscompetitie van de zondagamateurs beneden peil, zodat toen bij het aanschouwen van enkele wedstrijden onwillekeurig de gedachte aan het ouderwetse zaterdagvoetbal omhoog kwam. Maar dat bestaat dus niet meer. Er bestaat nu alleen nog maar voetbal, dat goed of slecht wordt gespeeld.

Toch wil Daan Schotting, die niet alleen in het bestuur amateurvoetbal zitting heeft, maar daarin ook het VCV (Verbond van Christelijke Voetbalverenigingen) vertegenwoordigt, het begrip zaterdagvoetbal in ere houden. “Zaterdagvoetbal wordt beheerst door verenigingen, die om principiële en praktische redenen zich hebben uitgesproken om op zaterdag te voetballen en niet op zondag”, zegt hij in een poging om het begrip inhoud te geven, maar hij realiseert zich dat zijn omschrijving vooral de organisatie raakt en niet het spel.

In 1994 maken de clubs die keuze vooral vanuit praktische overwegingen, want de principiële zaterdagvoetballer, de man van nooit op zondag, valt zo langzamerhand onder Monumentenzorg. Tussen de recreanten is hij nog wel te vinden, maar in het prestatievoetbal van de eerste klasse heeft zelfs IJsselmeervogels geen tweede Jaan de Graaf meer in huis. De enige actieve voetballer met landelijke bekendheid, die op godsdienstige gronden weigert om op zondag te spelen, is Folkert Velten. En die speelt nota bene bij SC Heracles in het betaalde voetbal.

Identiteit

Ook de belangstelling om zich in het VCV te organiseren, is tanende. Bij het Verbond zijn nu 105 verenigingen aangesloten. Zo'n 85 clubs daarvan spelen in KNVB-verband, waarvan tien in de eerste klasse. Andere niet in identiteit geïnteresseerde clubs hebben voor het VZC (Vereniging van Zaterdagclubs) gekozen. In grootte overtreft het meer pragmatisch ingestelde VZC het VCV ruimschoots. Het behartigt de belangen van 280 verenigingen, voor het merendeel uitkomend in de KNVB. Van de eersteklassers hebben 27 clubs voor het VZC gekozen, met IJsselmeervogels en Spakenburg als opmerkelijke dubbel georganiseerden. Op termijn zal het wel tot een fusie tussen de beide groeperingen komen, ook al staat het VCV niet te dringen. De kwaliteitszetel in het bestuur amateurvoetbal, die het als fusiepartner in 1946 opeiste, staat op het spel. Vandaar dat Daan Schotting voorzichtig formuleert: “Er wordt inderdaad op de achtergrond met elkaar gesproken. Laat dat eerst maar uitkristalliseren. Als daarna een aantal garanties wordt gegeven, dat op lager niveau de stem van de christelijke clubs blijft klinken, dan verdwijnt misschien de kwaliteitszetel.”

Maar verder staat Schotting pal voor het zaterdagvoetbal. “Mijn grote strijd is het verhinderen van de integratie”, zegt hij. “Toen ik binnenkwam was ons net het geïntegreerde bekertoernooi door de strot geduwd. Dat gaat nu goed. Het is goddank niet verder gegaan, maar dat heeft moeite gekost. We moeten kijken naar de achterban. Er zijn nog zo veel ouders die voor hun kind een club zoeken, die niet op zondag speelt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden