De kerstdagen opnieuw uitvinden

Hoe vier je de eerste Kerst zonder je moeder, die er zo'n sturende hand in had?

Een licht chaotische lunch na de eerste adventsmis, met onverwacht aangeschoven familie en vrienden - inclusief de kapelaan - in het huis van mijn ouders. Ook mijn vroegere buurjongen is van de partij. Tijdens de mis is een lied gezongen voor mijn moeder, die deze zomer overleed. Ze hield erg van de adventstijd. Een krans, vier kaarsen, een voor een ontstoken, aftellen naar Kerst. En Kerst, dat was voor haar als Duitse uiteraard vooral Heiligabend, de avond voor Kerst. Bij voorkeur was dat ook het moment voor ons gezamenlijke kerstdiner. Dat we nu al aan tafel zitten met zo een groot gezelschap in haar huis is vreemd en fijn.

Mijn buurjongen en ik kennen elkaar al vanaf de step. Na de lunch vraagt hij of hij 'het gele prullenbakje' mag fotograferen. Dit vergt een kleine toelichting. Het gele prullenbakje deed vroeger, omgekeerd op de stang van de droogkap, dienst als drumstel. Want we voerden wel eens een 'show' op tussen de schuifdeuren: mijn zus en ik playbackten Abba of The Three Degrees, hij en zijn broer vormden de band. Uiteraard droegen die shows alleen de namen van mijn zus en mij: een pijnpuntje dat sinds de jaren zeventig nooit helemaal is weggestreken. Maar dat terzijde.

Buiten onze optredens om werd de trommel gewoon weer plastic prullenbak, en is dat ook altijd gebleven. Nooit vervangen door een nieuw model. Waarom zou je ook? Een prullenbak is een prullenbak, vonden mijn ouders. Tot op de dag van vandaag dus. Zo zijn er talloze spullen in huis waarvan ik kan zeggen: deze servetdoos, dit krukje, deze rasp: die ken ik al mijn hele leven.

Mijn buurjongen vindt het fijn om weer even te ervaren, zo'n ouderlijk huis met bekende voorwerpen. Waar je elke la kunt opentrekken en weet wat er in ligt. Zo'n huis, dat heeft hij niet meer sinds zijn ouders zijn overleden. En wat doen jullie dan met Kerst, vraag ik hem? Nu ja, aan zijn kant van de familie niet veel. Zijn zus, stewardess, zorgt inmiddels dat ze altijd ergens ver weg is ingeroosterd: liever aan de rand van een zwembad in een exotisch oord dan het gedoe met een verbrokkelende familie. En sinds zijn schoonmoeder overleed is die kant van de familie ook wat verweesd. Dakloos is hij, net als Jezus bij zijn geboorte. Ja, dat was een grap, want het geeft uiteindelijk ook vrijheid hoor, zegt hij. Dat je gewoon niets kunt doen met Kerst, wat iedereen stiekem óók wel lekker vindt.

Vrijheid. Daar ben ik nog niet aan toe. Mijn vader kondigde in oktober al aan dat hij liever géén Heiligabend op de ons bekende wijze wil vieren. Dat was even schrikken, maar aangezien mijn vader in zijn nieuwe leven een tamelijk feilloos gevoel aan de dag legt voor wat hij wel en niet wil, is er geen enkele reden hier tegenin te gaan. Ik vraag me zelfs af of hij dit jaar wel een kerstboom in huis wil.

Hoe moet het dan? Van een vriendin weet ik dat ze ook acht jaar na het overlijden van haar vader nog licht in paniek raakt van het idee dat er ook maar iets anders zou kunnen verlopen tijdens het kerstdiner. Dat hoort namelijk te bestaan uit een garnalencocktail, soep en runderrollade, en plaats te vinden in het ouderlijk huis, met het vertrouwde bestek, servies en tafellinnen. tDat haar moeder het best een prima voorstel vindt die Eerste Kerstdag dit jaar maar eens naar de ruime boerderij van een van de andere dochters te verplaatsen, maakt mijn vriendin verdrietig: zolang haar moeder er nog is mag dat eigenlijk niet. Met ergens in het achterhoofd het idee dat haar vader misschien toch nog even aan zou kunnen schuiven. Je weet het tenslotte maar nooit.

Misschien is een vader verliezen weer anders dan een moeder. Het zet je op een andere manier uit het lood. Ik begrijp mijn vader wel. Die heeft helemaal geen zin om iets op te roepen wat zozeer bij mijn moeder hoorde. Omdat dat het gat alleen maar groter maakt.

Niet dat het nou altijd allemaal even makkelijk en ontspannen was, die Heiligabend. Dat wil zeggen: daar was altijd even een aanloop en een glas of twee voor nodig. Mijn moeder hield eigenlijk niet zo van koken maar wilde toch alles tot in de puntjes voorbereiden. Al weken van tevoren wilde ze van ons, mijn zus en ik, weten hoe laat we er dan zouden zijn en wat we gingen maken. In die volgorde ook. Mijn zus en ik arriveerden meestal nogal opgedraaid (mijn moeder: "Waar bléven jullie toch?") met een auto vol weekendtassen, kinderen, boodschappen, en een hevig naar dat eerste glas of twee verlangende echtgenoot. Wij, dat wil zeggen mijn zus en ik, moesten elkaar dan vaak eerst even in de haren vliegen over iets onbenulligs en met een paar deuren slaan, of iets reuze onaardigs tegen mijn moeder zeggen, om elkaar dan toch weer in de armen te vallen en er wat van te gaan maken. 'Frieden, Frieden!', riepen we dan, verwijzend naar die kerstengel in de dennenboom uit een satire van Heinrich Böll, die zijn boodschap tijdens een eindeloos, tot diep in de zomer voortdurend kerstfeest steeds grimmiger verkondigde. En werd het toch nog gezellig.

Als kind en zeker als puber was Kerst een feest op de rand, op de rand van warm en té warm, van rustig en doods, van prettig vertrouwd en verschrikkelijk voorspelbaar. Een paar weken van tevoren kon ik nog hevig verlangen naar 'Sissi', of naar die 750 stukjes puzzel van dat witte paardenhoofd omdat die zo bij Kerst hoorde, maar als ik er mee bezig was dan ging ie na een tijdje ook weer irriteren. Op Eerste Kerstdag aten we biefstuk met friet en champignons, en heerlijke Bratäpfel toe, op Tweede Kerstdag boerenkool. En we waren altijd gewoon thuis en met zijn vieren.

Waarschijnlijk daarom ook staat mij bij als de leukste Kerst ooit die keer dat er ineens zomaar een gezelschap uit Duitsland op de stoep stond, aardige mensen die we tijdens onze gezinsvakantie in Griekenland hadden leren kennen. Hij was architect en wilde de kubuswoningen van Piet Blom in Helmond wel eens zien. En dus reden we naar Helmond en daarna schilden we er nog wat aardappels bij voor de boerenkool. Eindelijk een doorbreking, een volle tafel, reuring.

We doen dit jaar dus geen Heiligabend. We doen een diner op Eerste Kerstdag, bij mij thuis, zo hebben we besloten. Ik probeer de zwaarte van die erfenis van me af te schudden. Het wordt, zonder de sturende hand van mijn moeder, vast weer net zo licht chaotisch als tijdens die eerste adventszondag. Vreemd, en zonder Bratäpfel. Ik stel me zo voor dat we straks met volle glazen een paar keer heel hard 'Frieden, Frieden, Frieden!!' zullen roepen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden