De kerstcantate

Ooit vond ik het in een bisdomblaadje achterin de kathedraal van Reims, later kwam ik het verhaal ook tegen in een bewerking van Henri Knap: het verhaal van de kerstcantate.

'Bent u met kerstmis hier, als ik vragen mag?' vroeg de abbé.

Het was de dorpspastoor een eer en een genoegen dat de beroemde musicus in zijn dorp een huis had gekocht om er tot rust te komen van het jachtige leven in de concertzalen van Parijs. 'Blijft u met kerstmis hier?'

Ja, de beroemde musicus was van plan de kerstdagen in het dorp door te brengen.

'Mag ik u dan uitnodigen voor onze kerstcantate? Ja, dat klinkt natuurlijk heel duur, kerstcantate, wij zijn natuurlijk maar amateurs, ons koor is niet meer dan een gewoon boerenkoortje, dat begrijpt u wel. En het orgel is al even gammel als de organist. Zelf ben ik ook geen echte dirigent, maar goed, we doen ons best, en ik stel er prijs op uw vakkundig oordeel te mogen vernemen.'

Het werd kerstmis, de grote musicus kwam, de abbé was nog zenuwachtiger dan anders, de organist en het koor deden hun uiterste best en iedereen was het erover eens dat de cantate dit jaar nog schoner klonk dan vorig jaar.

Na afloop nodigde de abbé zijn hoge gast uit op de pastorie, hij had zijn mooiste fles wijn uit de kelder gehaald. 'En?' vroeg hij gespannen, nadat hij de glazen had ingeschonken.

'Heel goed,' zei de man uit Parijs. 'Werkelijk heel goed. Ik bedoel de wijn.'

'En de cantate?'

'Niet goed,' zei de man uit Parijs. 'U doet uw werk zonder twijfel met toewijding, maar als ik eerlijk ben: de toon is niet zuiver, de stemmen zitten niet goed onder elkaar, de tekst is onverstaanbaar, de inzetten zijn aarzelend, het forte is te hard, het pianissimo te zacht, de tempi zijn niet constant. Het spijt mij dat ik u dit zeggen moet, maar u vroeg mij ernaar.'

Bedroefd sloeg de abbé zijn ogen neer en tuurde in zijn glas. 'Het is goed dat u het mij eerlijk zegt, monsieur. Ik ben ook geen vakman, ik ben maar een gewone dorpspastoor. Ik kan noten lezen en een beetje de maat slaan, maar dat is dan ook alles. Ik ben wel blij dat u zei dat wij ons werk met toewijding doen. Dat hoorde u er dus wel in?'

'Jazeker,' zei de musicus uit Parijs, 'met toewijding. Alleen vals. Maar laat ik ophouden met mijn kritiek, liever doe ik u een voorstel. Ik heb zojuist van mijn dokter gehoord dat ik het het komende jaar kalm aan moet doen, zodat ik voor langere tijd in deze contreien zal vertoeven. Kan ik u misschien van dienst zijn door volgend jaar kerstmis de directie van uw koor over te nemen?'

En zo geschiedde. De grote musicus ving reeds in september met de repetities aan, de slechtste stemmen gooide hij eruit, een kennis uit Parijs lapte het orgel op en bracht de organist van het dorp de eerste beginselen van behoorlijk orgelspelen bij, en de verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen het weer kerstmis werd.

De abbé zat wat onwennig in de kerk, tussen zijn parochianen in, vijftien jaar lang had hij voor zijn geliefd koor achter die lessenaar gestaan, nu stond de grote musicus daar.

Met een gebaar dat de routinier verried hief de dirigent uit Parijs zijn slanke handen, het koor zette als één man in, en zuiverder dan ooit klonk de muziek door de gewelven. Zo had de kerstcantate nog nooit geklonken. Toch was er iets, maar de abbé wist niet wat.

'En?' vroeg de musicus. Net als een jaar geleden waren zij voor een goed glas wijn neergestreken op de pastorie. 'En?'

'Heel mooi, monsieur, heel mooi. Ik weet niet hoe u te danken. Woonde u maar altijd in ons dorp, dan kon u jaarlijks de kerstcantate dirigeren!'

Die nacht kon de abbé de slaap niet vatten en de abbé wist niet waarom. Hij zei nogmaals zijn avondgebed, maar het hielp niet. Hij lag maar in het donker voor zich uit te staren, totdat plotseling aan zijn voeteneind een zacht schijnsel zichtbaar werd. De abbé schrok, daar stond een engel. De abbé vreesde met grote vreze. Maar de engel zei: 'Vrees niet, monsieur l'abbé, ik ben uit de hemel neergedaald om te zien hoe het met u is. Al vijftien jaar lang luisteren wij hierboven naar uw kerstcantate, maar nu laat de Eeuwige u vragen waarom de muziek dit jaar is uitgebleven, wij hebben niets gehoord.'

Jaren geleden heb ik dit verhaal eens in een cantatedienst verteld waarin het Westerkerkkoor onder leiding van Jan Pasveer het Weihnachtsoratorium zong. Ik zei er voor de zekerheid wel bij dat iedere gelijkenis met een bestaand koor en een bestaande dirigent een volstrekt toevallige was en een door de verteller niet gewilde.

Een dezer dagen kreeg ik bezoek van een jonge vrouw. 'Weet u nog dat u een keer in een cantatedienst een verhaal over een kerstcantate hebt verteld? Daar moet ik u nog altijd voor bedanken.'

'Dat vond u mooi?'

'Ja. Mensen die achter mij zaten vonden het maar niks, die hadden zeker een echte preek verwacht, maar voor mij was het evangelie. Ik weet nog waar ik zat en wat ik aanhad, die dag. God is aanwezig in de eenvoud, dat hoorde ik in dat verhaal. Ik zit in de verpleging en alles moet beter en mooier en sneller en professioneler. Maar of het een verbetering is? Als je het hart eruit haalt, haal je God eruit. Ik ben maar een gewoon mens, een eenvoudig mens, ik hoef me niets te verbeelden. Maar God werkt door gewone mensen. Ik lees dat verhaal ieder jaar als ik in mijn eentje kerstmis vier en ieder jaar ben ik er weer door ontroerd.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden