DE KERMIS IS IN DE STAD!

Het is een regenachtige zondagmiddag. Grijze wolken pakken zich samen boven Libanons noordelijkste kuststad, Tripoli, waar op een verlaten terrein dertig kermisattracties wachten op klanten. Een achtbaan, botsautootjes, een 'psycho hotel' (de nieuwste versie van het spookhuis), draaimolens, suikerspinkarren, topspinners en andere vrolijk gekleurde apparaten.

Het is half één, de kermis is nog niet open. Binnen in een grote tent zitten veertig mannen en vrouwen bij elkaar te kleumen. “Dat zijn de Libanezen”, wijst Annie Dauphin (43), gekleed in trui en bodywarmer. “Die zitten met dikke jassen aan en vinden het nog koud. Ik vind het best meevallen. Heel wat warmer dan Rostock, bij de Poolse grens, daar zaten we hiervoor op een kermis.”

Met man Henk en dochter Anouk (15) bestiert ze de botsautootjes. Ze zitten te wachten op de organisator van de kermis, Hattem Osman. Om twaalf uur had een vergadering met de kermisexploitanten moeten beginnen, maar “dit land heet niet Libanon, het heet 'Boukra' (morgen). Dat is nou iedere keer zo”, zegt Annie en ze steekt nog maar eens een sigaret op.

De Dauphins komen uit Limburg (“Mijn vrouw is uit Kerkrade, daar heb je een tolk nodig”, grapt Henk met een zachte g). Zijn lange, zilvergrijze haar is in een paardenstaart gebonden. Hij komt uit een traditioneel kermisgezin - “geboren in een wagen” - maar Annie was 'burger', zoals niet-kermismensen heten. Ze waren er vroeg bij; hebben al twee kleinkinderen. Eén dochter is burger geworden, maar de tweede staat ook op de kermis. Anouk, de laatste, zit in de derde klas Mavo, maar ze denkt dat dit het laatste jaar is van haar schoolcarrière. Haar schoolboeken heeft ze nog wel meegenomen. “Ik heb altijd gezegd 'pa, ik schop het verder dan jij', want die is ook op zijn vijftiende gestopt. Maar ik heb nou helemaal geen zin meer in school. Volgend jaar, als ik 16 ben, dan krijg ik mijn eigen zaak, een suikerspin, en ik heb mijn eigen caravan al, die staat nu thuis, en dan ga ik zelf aan de slag. Als ik trouw met een burger, dan hou ik mijn eigen naam, 'Dauphin', want dat is een echte kermisnaam. Als je geen kermisnaam hebt, dan kom je heel moeilijk deze wereld binnen”, zegt ze met een brede armzwaai richting kermisattracties.

Er komen wat Fransen de tent binnen - “die hebben kinderzaken, attracties voor kinderen, en gokzaken, met van die grijpertjes” - en een Belg - “hij heeft het spookhuis.” Maar de organistor laat nog steeds op zich wachten. De vergadering moet gaan over de toegangsprijs. Osman heeft besloten 25 gulden per persoon entreegeld te vragen en 15 gulden voor kinderen, waarna alle attracties gratis zijn. De kermisexploitanten, onder wie de zes Nederlandse kermisfamilies, zijn niet tevreden. “Die organisatie, dat is zo'n puinhoop en al die vergaderingen gaan in het Frans, hè, dus daar verstaan wij niks van”, zegt Henk. “Wat verdienen die mensen hier per maand? Zeker als je drie kinderen hebt, dat kan toch niet? Gisteren stond er een hele rij mensen voor de poort die het entreegeld niet konden betalen.”

Niet dat de situatie in Libanon hen zorgen baarde. Zelfs niet toen er achter het kermisterrein een kanon werd opgesteld. Dat kanon gaat tijdens de vastenmaand bij zonsopgang en zonsondergang af om de islamitische bevolking een seintje te geven. “Met een knal, ja. De eerste keer vroeg ik me wel even af wat dat was”, zegt Henk, “want dat was me een klap. Ik dacht niet aan de oorlog hoor, want Libanon zat al een jaar in de planning, dus je volgt het nieuws wel. Kijk, in het zuiden bijvoorbeeld, daar zou ik mijn attractie niet opzetten.”

Anouk vindt het wel best in Libanon. “Er is een disco in het hotel en dat is best gezellig, daar ga ik zaterdagavond heen. De discjockey loopt een beetje achter, maar ik heb hem nu een tape gegeven van Ome Henk: 'Neem een ander in de maling'.” Maar de haar ouders en de andere kermisexploitanten zijn allerminst te spreken over Libanon. De Libanees Hattem Osman heeft - gespeend van enige kermiservaring - een aantal Europese kermisattracties naar Libanon gehaald. Karin en Louis Kallenkoot (72) uit Maaseik staan ook op het terrein met een 'kinderzaak'. “Er was ons verteld dat we op het expoterrein zouden komen te staan en nu zitten we hier op een vuilnisbelt”, klaagt Karin (54). “De ingang is helemaal niet aantrekkelijk gemaakt, het is hier aardeduister als je aan komt rijden. En er komen helemaal geen kinderen, dus daar staan wij dan. Elke keer wordt ons verteld: 'als de ramadan is afgelopen, donderdag, dan komen er een heleboel kinderen'. Maar daar staan we nou al twee maanden op te wachten. D'r zit helemaal geen geld in deze stad. Dit is een gat.” Louis: “Ja en die ramadan, hè, dat hoewahoewa, die mogen pas om vijf uur 's avonds eten en dan gaan ze naar bed, die komen niet naar de kermis.”

Het gebrek aan klanten is niet het enige probleem. 'Libanon' mag dan al een jaar in de planning ztten, het is bar slecht geregeld. “De boot vertrok een maand te laat, toen mocht-ie de haven niet in, ze mochten de spullen niet ontladen en toen het op de kade stond, mochten wij het niet klaren”, zegt Rudy Lubbers (53). De voormalige bokser - “17 jaar lang Nederlands kampioen en 21 jaar nooit van een Nederlander verloren” - is ook met een kinderzaak gekomen, een 'Western Train'. “We moesten betalen voor de verzekering, maar kregen de polis nooit te zien. Er zijn ons allemaal dingen voorgespiegeld, maar dat is men nooit nagekomen.” Tussen de Libanese en de Franse kermisexploitanten in de tent begint een discussie. De Nederlanders zitten stil. “Kijk, ik kan wel een woordje Frans, maar kermislui, dat spreekt een dialect.” Lubbers kent het Midden-Oosten wel. “Ik heb twee jaar in Marokko gezeten met een kermis en Libanezen zijn wat makkelijker. Die ramadan is hier ook niet zo heel radicaal, heb ik gemerkt. Maar die organisatie hè, die is geflopt.”

Het is inmiddels één uur, maar nog geen Osman. Om twee uur moet de kermis open. “Kijk, in Europa gaat dat anders. Je komt ergens aan, je hebt een plaats waar je je waterkraan aansluit en een kabel voor de elektriciteit en klaar ben je”, zegt Annie. “Hier had ik de eerste dagen geen elektriciteit in mijn wagen, want zodra het aggregaat voor de attracties uitging, was bij mij de stroom ook weg, zat ik in het donker. En voordat ik dan een eigen aggregaat kreeg, daar gaan wel een paar dagen over heen. Het water duurde ook lang. Maar ik ben niet zo moeilijk, hoor, ik pas me wel aan. Ik heb 20 pakken Douwe Egberts meegenomen en mijn machientje en dat gaat best.” Ze heeft er nog 12 over. “Ja, want ik knip de bonnetjes. En als er geen stroom is, doe ik het met het keteltje.”

Pas de laatste tien jaar zoeken de 'reizigers', zoals kermisexploitanten zichzelf noemen, hun heil buiten Europa. Niet om het avontuur, maar uit armoede. “Vroeger hadden mensen twee uitstapjes: de kermis en het circus en daar spaarden ze voor. Nu heb je wel elke week ergens een braderie, of een openluchtfeest en dat gaat ten koste van ons”, zegt Lubbers. Zijn ouders waren kermismensen, maar omdat Rudy voor de bokswereld koos, is hij een tijd 'verburgerd' geweest. Sommige reizigers lassen een winterstop in, maar de meesten kunnen zich dat niet meer veroorloven. “Van Libanon werd gezegd dat er een hele markt open lag.” En dat valt lelijk tegen, zeker in Tripoli, waar het merendeel van de bevolking met de huidige economische crisis in het land de eindjes maar met moeite aan elkaar kan knopen. “Het geld zit in Beiroet, hè, niet hier.”

De opbrengsten, die voor de helft met de organisatie moeten worden gedeeld, blijken veel lager uit te pakken dan gedacht. De kinderzaken lijden het meest. Ze hebben dezelfde kosten als een achtbaan, maar kunnen moeilijk dezelfde toegangsprijs vragen. Als IFAC (International Fair & Amusement Cooperation), het bedrijf van Osman, failliet gaat, draaien de exploitanten op voor de kosten van het vervoer terug naar Nederland. Met een vrachtprijs van zo'n 700 gulden per meter zullen sommigen gedwongen zijn de spullen ter plekke te verkopen tegen afbraakprijzen.

Half twee. Hattem Osman komt eindelijk binnen. Hij heeft de 'carnets' bij zich. “Daar is ook een gedonder om geweest”, zegt Henk Dauphin. Een carnet is het document van een kermisattractie. Daarop staat vermeld wanneer je apparaat gemaakt is, waar, en welke wagens erbij horen. Het nut van het carnet is dat je geen invoerrechten hoeft te betalen voor je spullen. “In Nederland wordt ons altijd verteld: 'geef dat carnet nooit uit handen'. Hier krijgen we ze nu pas terug.” Bij Henk is er iets mis, er staat wat bij zijn aanhangwagen gekrabbeld in het Arabisch. “Het nummerbord van mijn vrachtauto is niet hetzelfde als dat van mijn aanhanger. Ja, dat klopt ook, want dat is een aparte wagen.” Hij blijft goed gehumeurd, maar zucht diep.

De vergadering kan beginnen. De Franse exploitanten zijn behoorlijk nijdig en beginnen te klagen tegen Hattem. In het Frans. “Daar heb je dat weer.” Annie wordt boos, maar redt zich alleen in het Engels. Zij wil dat de entreeprijs naar beneden gaat. De Fransen, met hun kinderzaken, hebben liever een hogere entreeprijs, waarna de omzet gelijkelijk wordt verdeeld. Het is een betere deal voor hen. “Een gewone schiettent, dat had hier best wel goed gedraaid”, zegt Lubbers voor de neus weg.

Osman kan maar niet beslissen welk prijzensysteem het beste is. In gebroken Nederlands legt hij uit dat bij de kassa de keus aan de klanten wordt gelaten. “Ja maar Hattem”, roept Annie geïrriteerd, “dat kan toch niet! Sommigen hebben 25 gulden betaald en mogen overal gratis in, en anderen moeten per attractie betalen. Hoe denk je dat dat te controleren valt? Leg mij dat maar eens uit.” Hattem kan het niet uitleggen, hij weet het zelf ook niet meer.

“Nou, ik blijf dicht als het zo moet”, zegt Karin Kallenkoot. Uiteindelijk wordt er een compromis gesloten. Bij de ingang wordt twee gulden betaald. Voor de meer draagkrachtigen zijn er op het terrein twee kassa's, waar zij 25 gulden kunnen betalen, waarna alles gratis is. “Het halve gevecht is gewonnen”, zegt Henk, terwijl hij naar de botsautootjes loopt. “Die kassa's zijn na twee dagen ook wel weer weg. Maar nu heb ik een nieuw probleem. Mijn aanhanger zit vast in de modder.”

De zon breekt door het wolkendek. In de verte liggen met sneeuw bedekte bergtoppen. “Ja, je kunt hier 's ochtends waterskiën en 's middags op sneeuw skiën”, zegt Anouk. Ze moet het nog proberen. Verder dan de oude markt in de binnenstad is ze nog niet geweest. Geen tijd voor toerisme, ze zijn hier om te werken. Karin Kallenkoot haalt het zeil van haar draaimolen af. “Ik ga net zo lief naar huis, maar we moeten nog twee maanden.” De eerste klanten slenteren binnen en de kermishouders hollen om hun tenten te openen. “Hup Louis”, grapt een Belg. “Ik heb een kindje ontwaard. Snel klaarstaan!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden