De kerkhervormer en het ongemak

De canon van Nederland bevat maar een paar ‘vensters’ die religie in de geschiedenis uitlichten. De Amerikaans-Nederlandse historicus James Kennedy legt uit waarom wat meer aandacht voor het calvinisme terecht zou zijn. De Nederlandse geschiedenis én de westerse samenleving zouden er zonder Calvijn heel anders hebben uitgezien, zegt Kennedy in dé calvinistische stad van Nederland: Dordrecht.

‘De Statenbijbel, het belangrijkste boek’ heet een van de vensters uit de canon van de Nederlandse geschiedenis. Deze bijbelvertaling, die de Nederlandse taal flink heeft beïnvloed, is niet de enige vrucht van Dordrecht. ‘Dordt’ is tot in de Verenigde Staten en Zuid-Korea een begrip. Maar de stad heeft haar religieuze geschiedenis niet erg zichtbaar gemaakt, terwijl er toch buitenlandse toeristen op zoek naar hun roots rondlopen.

James Kennedy, hoogleraar Nederlandse geschiedenis en columnist van Trouw, lacht als hij recente foto’s ziet van de plaatsen waar het calvinisme ooit wortel schoot. De Hof in Dordrecht, waar in 1572 de eerste vergadering van de Staten van Holland gehouden werd, is wel goed bewaard gebleven, maar op de plaats waar eens de Kloveniersdoelen stonden, rest niet meer dan wat graffiti en een bordje ‘verboden in te rijden’. Geen verwijzing naar de synode die daar in 1618 bijeenkwam of naar de protestantse stroming die daar haar belangrijkste theologische keuzes maakte, waar de remonstranten de zaal werden uit gescholden, waar de Statenbijbel is geboren.

Zo’n beeld, zegt Kennedy (met een c-factor van 78 procent zelf een stevige calvinist), verbeeldt het ‘ongemak’ van Dordrecht met Calvijn. En niet alleen van Dordrecht. De oorzaak zoekt de historicus in de persoonlijkheid van de reformator – die is niet zo aaibaar als zijn collega Maarten Luther. ‘Lutheranen hebben het vaak over Luther, calvinisten niet zo over Calvijn. Zijn persoonlijkheid sprong er in zijn publieke geschriften niet erg uit en hij was minder begeesterend dan Luther. Bovendien wilde Calvijn, een beroemdheid tijdens zijn leven, voorkomen dat zijn graf een protestants bedevaartsoord zou worden. ‘Daarom werd hij op een niet-gemarkeerde plaats begraven, dat was zijn wens. Heel bescheiden: wij trekken geen eer naar ons toe. Calvinisten hechten daardoor niet zo aan gedenkwaardige plaatsen.’

Toen het calvinisme in de Nederlanden terechtkwam, midden zestiende eeuw, leverde dat brandstof voor de Opstand tegen de Spanjaarden. En voor de Beeldenstorm (1566) – óók een venster in de nationale canon.

Het Nederlandse calvinisme kreeg vorm vanuit Dordrecht, waar de synode, het nationale protestantse kerkbestuur, bijeenkwam. Dat ging gepaard met keiharde doctrinaire maatregelen, met een ‘uitverkiezingsleer’ (God bepaalt al voor je geboorte of je naar de hemel of naar de hel gaat) die Maarten ’t Hart en Jan Siebelink bitter beschreven hebben. De milde, erasmiaanse onderstroom van het protestantisme werd de deur gewezen. Dat maakt, zegt Kennedy, dat de gereformeerde traditie een ‘moeilijke verhouding’ heeft gehouden met Dordrecht.

Orthodoxe protestanten wijzen geregeld naar ‘Dordt’. Niet alleen in Nederland, ook emigranten, zoals het voorgeslacht van Kennedy. Dat is afkomstig uit Schotland, emigreerde naar Canada en belandde in de Verenigde Staten. ‘Ik ben opgegroeid in Iowa. Niet ver daarvandaan stond Dordt College. Zonder standbeeld van Calvijn, maar zo is de herinnering wel levend gehouden.’ In het Calvijnjaar wordt van alles aan de reformator toegeschreven.

Zo brengt premier Balkenende hem in verband met democratie. Daar zit wat in, beaamt Kennedy. Al wijst de manier waarop Calvijn in Genève keihard zijn bewind voerde niet in die richting, Kennedy ziet in de vroege zeventiende eeuw toch democratie ontkiemen. ‘Johannes Calvijn was leider van de dominees daar, het consistorie. Dat viel niet samen met het stadsbestuur. Het was niet veel, maar er zát ruimte tussen.

Die twee besturen hadden niet dezelfde belangen. Dat kon tot wrijving leiden, want ze hadden consensus nodig. Een enkele keer botsten ze echt. Zo kon er geleidelijk aan ruimte ontstaan voor wat we later democratie gingen noemen.’ Die kreeg een extra stimulans door het gereformeerde kerkmodel. Daarin functioneerden naast dominees ook leken – ouderlingen en diakenen.

‘Dat kerkelijke regeringssysteem werkte met verkiezingen: je kon ouderlingen kiezen. Die gingen naar classes, bovenplaatselijke besturen, en daar moest eindeloos veel geargumenteerd worden. Het ging er soms heel fel en onaangenaam aan toe, ze verketterden elkaar, maar raakten zo wel gewend aan overleg en aan een representatieve bestuursvorm. Heel democratisch, met dank aan de Gereformeerde Kerk.’

De verslagen van de Dordtse synode wijzen op veel strengheid en weinig tolerantie jegens andersdenkenden. De Gereformeerde Kerk wilde in de zeventiende eeuw dat de overheid daarin behulpzaam was en ketters najoeg. Maar Britten die in die eeuw ons land bezochten, zagen iets heel anders: ze vonden Nederland opmerkelijk tolerant, je had hier allerlei godsdienstige overtuigingen en toch sloegen ze elkaar niet de hersens in. Dat was dan tolerantie ondanks de gereformeerden. Of, zoals Kennedy het formuleert: ‘Op dat terrein namen ze de leiding niet.’

Waar komt die tolerantie dan vandaan? Er waren, zegt Kennedy, weinig alternatieven in de zeventiende eeuw. ‘Ze moesten hard werken – katholieken, protestanten, allemaal – om elkaar niet aan te vliegen. Ze vonden er een modus vivendi voor. Maar het was ook een eeuw van oorlogen. De zeventiende eeuw is geen succesverhaal.’

De belangstelling voor Calvijn en diens erfgoed is dit jaar flink opgeleefd, en niet alleen in Dordrecht. Symposia, een glossy, bespiegelingen in kranten en op tv. Dat wijst, zegt Kennedy, op een ‘omslag’. ‘Nederland was lang in de ban van de moderne tijd. We moesten niet terugkijken, alleen maar vooruitkijken en dan kwam alles goed. Nu weten we het niet meer zo, de zekerheid dat het goed gaat met de moderniteit, die zijn we kwijt. En dan speelt de vraag op: waarin zijn we geworteld?’

Kennedy is ‘geraadpleegd over de contouren’ van het Nationaal Historisch Museum in Arnhem, het huis waar Nederland zijn canon gaat beleven. Daarin zou wat extra aandacht voor Calvijn en diens nalatenschap wel passen, zegt Kennedy. Niet door een 51ste venster te maken, maar wel door ‘het venster over de Statenbijbel uit te breiden’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden