De kerken zijn dicht in Mosoel

Christenen zijn de Iraakse stad Mosoel ontvlucht naar dorpen in de omgeving. De roep om een veilige, eigen provincie wordt luider.

”Ik wil terug naar Mosoel, zo gauw het er beter wordt”, zegt Joesef Joenis stellig. „Dat duurt nog wel tien tot vijftien jaar”, smaalt zoon Eder. „Nee, twee of drie”, werpt Joesef tegen.

Het gezin van Joenis (60) woont sinds een paar jaar in het christelijke dorp Al-Qosh op dertig kilometer van Mosoel. Al-Qosh dateert uit 3500 voor Christus, en staat vol ruïnes en halve ruïnes. Het ligt in een veilig deel van Irak, net buiten het gebied dat onder controle staat van de Koerdische Regionale Regering (KRG). Bij de ingang van het dorp bemant een politieman een controlepost. Pesjmerga’s, Koerdische soldaten in het Iraakse leger, zorgen voor de veiligheid.

Op 17 december 2004 werd Joenis in het centrum van Mosoel ontvoerd. Door een bende die 20.000 dollar voor hem eiste. „Ik verdiende er als tandtechnicus maar vijf per maand. Daar had ik dus jaren voor moeten werken”, lacht hij. Hij kreeg een video te zien waarop hij door een van zijn medewerkers werd beschuldigd tegen de islam te zijn, waarna die man de keel werd doorgesneden. Joenis hield het hoofd koel en praatte langdurig met zijn ontvoerders. En toen zijn familie het losgeld bij elkaar had geschraapt, was hij in 24 uur weer thuis.

Zoals Joenis zijn er velen. Bedreigd, gekidnapt, gevlucht voor de onveilige situatie in Mosoel, waar bendes en moslimradicalen zich hebben verzameld uit de rest van Irak. Ze vertrekken uit angst voor de bendes die geld zoeken, en omdat radicale moslims hun geloof met geweld opleggen. Omdat buren zeggen: ’Het is beter als je vertrekt.’

„De christenen in Irak hebben het niet moeilijker dan andere etnische groepen”, zegt Rezwan Ilias desgevraagd. De voorzitter van de ’Chaldese raad’ (van plaatselijke christenen) in Al Qosh stelt niettemin vast dat van de 180.000 christenen die voor 2003 in Mosoel woonden, er nu nog hooguit 10.000 over zijn. „Die leven zonder dat ze herkenbaar zijn als christenen, en alle kerken zijn gesloten.”

De uittocht uit Mosoel en de dorpen eromheen is de afgelopen jaren enorm geweest. „Al Qosh had voor 2003 zo’n vijfduizend inwoners. Nu zijn het er ruim negenduizend. En datzelfde gebeurt in de dorpen in de buurt. Het aantal inwoners is er verdubbeld door de toestroom van mensen uit Mosoel.” De meesten van hen willen weer weg, want ze geloven niet meer in verbetering. „Iedere maand proberen twintig tot dertig families naar het buitenland te vertrekken.”

Anderen hebben hun hoop gevestigd op de vestiging van een autonome christelijke provincie Nineveh, als onderdeel van het Koerdisch gebied. Ilias is er een hartstochtelijk voorstander van, hoewel hij benadrukt dat Nineveh als autonome provincie multi-etnisch en multi-religieus moet zijn. Maar in het VN-rapport dat vorige maand verscheen over de situatie in Irak, vindt het plan geen steun.

Steun voor het idee is er wel bij Koerdische politici, en het voorstel ligt bij de beide parlementen van de Koerdische regio en van Irak. Ilias is er zeker van: die autonomie is meer dan een droom. „Ik weet zeker dat mensen het willen. Hier in Al Qosh geldt dat voor 81 procent van de inwoners.” De provincie komt er in vijf tot tien jaar, voorspelt hij.

Dat duurt te lang voor veel families die zijn ontvlucht. Eder Joenis reist iedere dag terug naar het gevaarlijke Mosoel om zijn technische studie aan de universiteit af te maken, waarvoor elders geen mogelijkheid is. „Op de campus is het al slecht, maar altijd nog beter dan buiten. Daar weet je niet wanneer de bommen ontploffen, de mortieren neerkomen of de kidnappers je vinden.”

Hij heeft nog een jaar te gaan. En daarna wil ook hij weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden