De kerk spreekt, maar de mens is mondig

Een van de opmerkelijke resultaten van het onlangs gepubliceerde onderzoek God in Nederland 1966-1996 is dat de Nederlanders aan de kerken een positieve rol in het publieke leven toekennen. De meerderheid ziet de kerken als een betrouwbare bron van informatie inzake belangrijke maatschappelijke of politieke kwesties, meer mensen dan in 1979 vinden dat de kerken zich publiekelijk moeten uitspreken over belangrijke zaken als euthanasie, discriminatie en armoede, en Nederlanders hebben een tamelijk positief oordeel over geestelijken; vrijwel niemand vindt het een goede zaak als de kerken zouden verdwijnen.

De kerken worden, zo schrijven de onderzoekers, beschouwd “als ideële instellingen die een functie in het publieke leven, met name ten behoeve van de moraal en de waarden van de samenleving, hebben te vervullen”. Velen vinden de kerken niet noodzakelijk maar wel nuttig (zoals Amnesty International en Greenpeace).

Van kerkelijke zijde is er een sterke neiging dit gegeven naar zich toe te trekken. Men is blij dat de kerken (weer) een zekere goodwill in de samenleving bezitten en men ziet het soms ook als een resultaat van het optreden van de kerken in het afgelopen decennium. Zo'n reactie is begrijpelijk.

Hebben de kerken immers - zo luidt de gedachtegang - niet het armoedevraagstuk op de politieke agenda gekregen en was één uitlating van een bisschop niet voldoende voor een uitnodiging tot gesprek door de minister-president? En brachten de kerken door het opzetten van een tentenkamp niet politiek Den Haag in rep en roer?

Hoe aannemelijk deze redenering ook lijkt - het is de vraag of de schijn niet bedriegt. Men kan er ook anders tegen aankijken. Dat blijkt uit analyses van sommige personen uit het publieke leven en/of van mensen die op iets meer afstand naar de kerk kijken. Ik noem er drie.

In de eerste plaats een analyse van de rol van de kerken in Zuid-Afrika. Velen hebben de neiging om het verzet tegen apartheid en het ontstaan van het nieuwe Zuid-Afrika aan de kerken toe te schrijven. Desmond Tutu (bisschop), Beyers Naudé en Allan Boesak (predikanten) - om meer enkele namen te noemen - speelden immers een belangrijke rol? Maar toch: in Trouw moest de Zuid-Afrikaanse ambassadeur in Nederland, Carl Niehaus, met pijn in zijn hart constateren dat de kerken in Zuid-Afrika - dat toch heel wat kerkelijker en godsdienstiger is dan Nederland - weinig hebben bijgedragen aan de transformatie van zijn land. Het geloof heeft, op het individuele vlak, grote betekenis gehad, maar de kerken niet. En procureur-generaal Docters van Leeuwen sprak op diezelfde pagina over de kerken die “als fossielen” de publieke agenda volgen.

In de tweede plaats noem ik een interview in HP/De Tijd van 14 november jl. met de Britse historicus Simon Schama, die de Nederlandse geschiedenis en situatie behoorlijk kent. Het gaat daarin onder andere over de vraag of er - net zoals in de zeventiende eeuw - ook nu een onbehagen bestaat over de economische ontwikkeling en de groeiende welstand. Hij zegt: “Historisch gezien veel opvallender is het zwijgen van de kerken. Door wie de recentelijk wegens financiële malversaties opgepakte commissionairs ook streng zullen worden toegesproken, kerkelijke leiders zullen er niet bij zijn. (...) Predikanten noemen de beurs geen poel des verderfs, waar heidense woeker en ijdelheid en duivelse geldzucht de hoofden op hol brengen. Misschien nemen de bevindelijken de witteboordencriminaliteit even mee in hun zondagse preek, maar gevolgen zal dat verder niet hebben.” Dat was in de zeventiende eeuw wel anders en dat is volgens Schama merkwaardig genoeg ook thans in de Verenigde Staten anders. Zijn conclusie: “Tegenwoordig oefenen de Nederlandse kerken, zeker in deze paarse tijden, weinig invloed meer uit.”

In de derde plaats noem ik de ervaringen en uitspraken van het in de kerken teleurgestelde Kamerlid Ella Kalsbeek, (Trouw 17 november). Zij komen erop neer dat de kerken maar zelden inspirerend spreken, dat zij wel in algemene zin iets zeggen over armoede en asielzoekers, “maar ècht laten zien waar de schoen wringt is er niet bij.” Zij vindt dat de kerken vanuit hun traditie meer dan de politiek een tegenwicht kunnen bieden aan de materialistische tijdgeest. Maar dat gebeurt niet. “De kerk helpt niet bij de keuzes waar de politiek voor staat.” Daar deinst men voor terug.

Van drie zijden dus opmerkingen over het optreden van de kerken op grond waarvan men nu niet direct geneigd is hun een belangrijke rol in het publieke leven toe te kennen.

Wat is dus die rol? Sturen de kerken de ontwikkelingen in de samenleving of volgen ze die alleen maar om ze eventueel te sanctioneren? Zijn de kerken trendsetters of alleen maar trendvolgers?

De tegenstelling tussen wat het genoemde rapport schrijft en wat de critici beweren is minder groot als men goed leest wat het onderzoek God in Nederland oplevert. De gegevens suggereren inderdaad dat de kerken een zekere goodwill bezitten en dat velen iets van de kerk verwachten. Maar waaraan hebben de kerken die goodwill te danken en wát verwacht men dan van ze? De meeste mensen vinden dat de kerken moeten uitspreken dat zij de ontwikkelingen die gaande zijn aanvaarden of legitimeren: homoseksualiteit, abortus, echtscheiding, euthanasie. Men verlangt geen kritische beoordeling en afwijzing van zulke actuele verschijnselen maar een morele rechtvaardiging ervan. En het vermoeden is gerechtvaardigd dat de goodwill slechts bestaat indien en voorzolang de kerken zich opstellen zoals men wenst of verwacht. Want - en ook dat weten we uit het onderzoek - als de kerken iets zeggen wat niet in overeenstemming is met de bestaande visies of opvattingen, dan trekken de meeste mensen zich er niets van aan. Daar zijn ze te 'mondig' voor.

Ligt hier niet het risico voor de kerken dat zij in hun optreden weinig kritisch zijn jegens de ontwikkelingen in de samenleving? Dat zij alleen hun zorg uitspreken over datgene wat ook de meeste Nederlanders een zorg is en dat zij alleen datgene zeggen waar de meeste Nederlanders zich in kunnen vinden?

Het is goed dit soort vragen niet te snel weg te wuiven, omdat de risico's voor de kerken op dit punt niet denkbeeldig zijn. Laat ik - met alle risico's van dien - als voorbeeld nemen het armoedeprobleem. Ik denk dat de inzet van de kerken (op het landelijk niveau) alleen maar waardering verdient. Maar stellen de kerken zich in het uitspreken van hun zorgen nu nog tegenover de publieke opinie of tegenover het gevoerde beleid op? Of zeggen zij nu op hun manier wat anderen ook zeggen? 'Of je nu van de VVD bent, of van de PvdA of het CDA. Armoede vinden we hier allemaal erg' zegt Kalsbeek.

Nu is er op zichzelf waarschijnlijk niets op tegen als de kerken het dan óók zeggen. Maar men moet de betekenis daarvan dan wel relativeren: het is niet bepalend voor het beleid, het schrijft niet de agenda van de politiek of de samenleving voor; het is meer zo dat men die agenda volgt. De vraag is dus of de kerken dan nog wel kritisch tegenover de gehele ontwikkeling van de samenleving staan; iets wat zij toch vaak pretenderen. Of doen ze slechts iets wat vrijwel iedereen vindt dat gedaan moet worden?

Voorzover dat laatste waar is, heeft dit optreden ook een grote schaduwzijde. Als men (zo leren ons de sociale wetenschappen) de activiteiten van een instelling bestudeert, moet men niet alleen letten op het beoogde effect, maar ook op de niet bedoelde effecten. Kan het optreden van de kerken - onbedoeld - ook tot gevolg hebben dat de bestaande ontwikkelingen in feite gesanctioneerd worden? We kunnen immers doorgaan met onze verrijking, want als er daardoor - helaas - armen ontstaan, dan zijn er gelukkig de kerken die daarvoor aandacht vragen. Ja, zo gezien zijn de kerken inderdaad nuttige instellingen in de samenleving. Kan (om het kort en radicaal te formuleren) de aandacht die de kerken vragen voor de bestaande armoede resulteren in een goed geweten van velen (ook kerkleden!) die streven naar economische groei en vergroting van hun welvaart?

Ik ben mij ervan bewust dat dit cynisch klinkt, maar ik denk wel dat de kerken zich moeten afvragen in hoever hun optreden inderdaad zulke negatieve gevolgen kan hebben. Want: waarom krijgt wat Muskens over armoede zegt wel veel aandacht, maar niet wat hij over verrijking zegt? Verdwijnt niet zelfs de schijn van invloed van de kerken zodra zij fundamenteel-kritisch spreken of optreden? En wordt er dus alleen maar naar geluisterd als het in ons straatje past?

Een grondige analyse van de rol van de kerk in de samenleving is meer dan gewenst. Zo'n analyse kan een heel wat minder positief beeld van de kerken opleveren dan het beeld dat 'God in Nederland' bij sommigen laat ontstaan. En het kan de kerken aansporen zich fundamenteler en kritischer met de samenleving bezig te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden