De kerk is op slot in Mosoel

Duizenden christenen zijn gevlucht uit Mosoel, Iraaks tweede stad, dat vorige week door radicale moslimgroepen onder de voet werd gelopen. Voor hen is het de zoveelste keer dat ze moeten vluchten voor dreiging en geweld. En deze keer verwachten ze niet meer terug te kunnen keren.

De kerkklokken zijn nauwelijks te meer horen door de luide trompetten en trommels van de fanfare. Een paar honderd christenen zijn naar het klooster in veilig gebied gekomen om hun patriarch uit Syrië te verwelkomen.

Patriarch Ignatius Aphrem II komt speciaal naar Iraaks Koerdistan om zijn Syrisch-orthodoxe geloofsgenoten die uit Mosoel zijn gevlucht, een hart onder de riem te steken. In het klooster van Mar Mattai, op bijna veertig kilometer van het door islamitische groepen overgenomen Mosoel, hebben zo'n vijftig gezinnen onderdak gevonden. Vandaag krijgen ze gezelschap van christenen die de stad al eerder ontvluchtten.

"Deze keer is beslissend", zegt Zaid, wiens gezin sinds een week een kamer in het klooster deelt met een andere familie. "Iedere keer als er verkiezingen waren, verlieten we Mosoel. Na een paar weken gingen we terug. Nu niet. We moeten nu toch uit ons hoofd zetten dat wij in Mosoel kunnen wonen."

De een verliet de stad nog voor de beruchte strijders van de Islamitische Staat in Irak en Syrië (Isis) de stad vorige week binnentrokken, anderen keken het een paar dagen aan. Maar dat sommigen Isis met open armen ontvingen - terwijl honderdduizenden andere moslims massaal op de vlucht sloegen - vergrootte de angst voor wat er zou kunnen gebeuren.

"In een islamitische staat is voor ons geen ruimte", zeggen Sabah en Eman, twee vrouwen die als verpleegsters werkten in Mosoel. Ze zijn gebeld om weer aan het werk te gaan, de nieuwe autoriteiten proberen de situatie te normaliseren en hebben een functionerend ziekenhuis nodig. Maar ze piekeren er niet over.

Ze vertrokken met alleen de kleren die ze droegen en ze lieten hun huizen onbewaakt achter, maar ze willen niet terug. Hun belangrijkste zorg delen ze met veel andere vrouwen: hoe bescherm je je dochters tegen dit soort extremisten?

undefined

Aanpassen of vertrekken

Dat is niet de enige angst. Zaid vertelt over de vlugschriften die hij in handen kreeg. "We vonden ze op straat, soms waren ze ook bij mensen thuisbezorgd. Er stond op dat christenen zich moeten aanpassen of vertrekken."

De verhalen buitelen over elkaar heen in de schemerige kamer, waar het geluid van een kapotte airconditioning de geluidssterkte van alle gesprekken opvoert. Waar mannen en vrouwen wat doelloos rondhangen naast de stapels matrasjes voor de nacht, en een kind wat geld van zijn vader weet los te krijgen voor een ijsje.

Zaids oom Munther verhaalt over een christelijk gezin dat gehoor gaf aan de oproepen aan ambtenaren om terug te keren en hun werk te hervatten. "Ze kregen te horen dat ze alle christelijke symbolen moesten verwijderen en dat vrouwen alleen naar buiten mogen in nikaab."

Christenen in Irak laten hun geloof juist trots zien, met kruisjes om de nek en grote exemplaren aan de muur, en portretten en beeldjes van Christus en Maria in hun huizen. Vrouwen dragen geen sluier en zeker geen gezicht bedekkende nikaab, en ze zijn meer westers gekleed dan de meeste andere Iraakse vrouwen. De verplichting een nikaab te dragen zou grote invloed hebben op hun leven.

Het gezin kwam dan ook spoorslags terug uit Mosoel, vertelt Munther grimmig. Anderen vertellen over buren, die adviseren dat het veiliger is te vertrekken. Alleen christenen die geen geld en geen auto hebben, bleven in de stad achter. In totaal gaat dat vermoedelijk om een paar honderd mensen.

Het is een veranderde stad, beheerst door een samenwerkingsverband van voormalige militairen van Saddam Hoesseins leger en radicale moslimgroepen. Een stad waar zelfs de naam werd aangepast aan de geloofsovertuiging van de extremisten, die de boventoon voeren. De taal uit de Koran duikt op; 'De Welaja van Mosoel verwelkomt u' staat er nu aan de stadsgrens, gebruikmakend van het oude, in onbruik geraakte woord voor gouvernement.

Er kwamen nieuwe regels. Niet alleen voor de kleding van vrouwen, maar ook voor de moskeegang; wegblijven van het gebed kan twintig zweepslagen opleveren. In een poging de naam Isis uit te bannen wordt het gebruik ervan bestraft met tachtig zweepslagen. Men hoort voortaan te spreken over de 'Iraakse Revolutionairen'.

Niet dat Isis echt vertrokken lijkt; een van de vrouwen die kortstondig terugging om zich te melden voor haar werk zag de Isis-vlag nog wapperen bij de controleposten.

De christenen verwachten dat er een speciale belasting voor hen zal komen, maar niet alle gevolgen zijn negatief. De Syrisch-orthodoxe kerk was bij hun vertrek opengebroken en geplunderd, maar Isis droeg de dieven op de goederen terug te brengen. Hun handen zouden volgens de nieuwe regels worden afgehakt als ze hun daad niet ongedaan maakten. Volgens de berichten was alleen dreigen al voldoende. "De kerk is op slot en wordt zelfs bewaakt", weet een van de aanwezigen in de kamer te vertellen.

undefined

Geen genade

Er is grote zorg over de toekomst. Allereerst over die van Mosoel. Wat zal het nieuwe islamitische bewind brengen? Veel mensen verwachten vooral een bloedige strijd tussen de verschillende groepen - waarvan de aantallen in de schattingen oplopen tot wel twintig.

"Die gewapende groepen kennen geen genade", merkt iemand op. "Ik ben bang van mijn eigen buren, dat die zullen helpen om me te ontvoeren", zegt een ander.

En dan hun eigen toekomst. Wat zal er gebeuren met hun bezit in Mosoel, hun woningen en winkels? Zullen de gewapende groepen die zich toe-eigenen, zoals in Bagdad veel gebeurd is tussen 2005 en 2007 toen christenen daar wegvluchtten?

"We zijn met zo weinig nog, en daardoor zijn we erg kwetsbaar", merkt iemand op. Het aantal christenen in de miljoenenstad Mosoel was al gedaald van 35.000 voor 2003 tot zo'n vijfduizend, voordat het merendeel naar veiliger oorden vluchtte.

Het klooster en de dorpen in de omgeving zijn veilig, omdat de Koerden ze beschermen, die het gebied waarin ze liggen bij de autonome Koerdische regio willen voegen.

Hier in het klooster krijgen de vluchtelingen water, voedsel, stroom. Maar met een of twee gezinnen in een kamer wonen, is op de lange duur geen houdbare situatie.

"Ik wil best hier in de regio blijven, want hier is het veilig," zegt Nadia, die haar vier kinderen alleen opvoedt omdat haar man vier jaar geleden is vermoord. "Maar ik heb het geld niet. Een woning kost al gauw 500 dollar. En we kunnen onze overheidsbanen niet laten overplaatsen naar deze regio."

Veel ontheemden denken er net zo over. Ze zouden graag in de regio blijven, maar het welvarende Iraaks Koerdistan is relatief duur en hoe vind je werk? Naar Europa of Amerika, zoals duizenden voor hen, lijkt de enige optie.

Ja, dat verkleint de groep nog verder en maakt haar nog kwetsbaarder, zo wordt beaamd. Wat te doen? "Mijn broer uit Detroit belt dagelijks", zegt Zaid. "Waarom blijf ik nog hier? Ja, waarom?"

undefined

Rust en veiligheid

De patriarch schrijdt het klooster binnen, omgeven door lijfwachten, en leden van de Koerdische veiligheidsdienst en elitetroepen die hem op zijn rondgang langs de christelijke dorpen en gemeenschappen beschermen. Mensen dringen en duwen om hem te volgen, de paters en monniken voorop. De kloosterkerk zit al gauw overvol en een deel van de gelovigen moet genoegen nemen met een plekje in de schaduw, buiten op de galerij.

Als de stem van de patriarch door de luidsprekers schalt, drijven de geuren van de lunch door de galerijen. Lange tafels zijn al klaargezet. De manschappen ontspannen; ze zetten elkaar op de foto, keuvelen en grappen wat en roken een sigaretje.

Even is er rust in het klooster. Rust en veiligheid, die voor achterblijvers in het nu islamitisch verklaarde Mosoel op nog geen veertig kilometer afstand, bijna onvoorstelbaar moeten zijn.

undefined

'Onder Saddam was het voor christenen veel beter'

Christenen in Irak hadden het redelijk goed in Irak onder Saddam Hoessein, zegt pater Joesuf al-Banna, een arts die priester werd en onlangs uit Mosoel vluchtte. Hun aantal bedroeg zo'n anderhalf miljoen, wat sindsdien door massale migratie is teruggebracht tot naar schatting 35.000.

Na Saddams vertrek begon de vervolging, zegt Al-Banna. Christenen werden ontvoerd en vermoord - al waren zij niet de enige slachtoffers van de praktijken van bendes en radicale moslimgroepen.

In Bagdad kwamen christenen klem te zitten tussen de verschillende milities en hun opzet om wijken etnisch te zuiveren. De meesten hebben de Iraakse hoofdstad verlaten.

In Mosoel laaide het geweld tegen christenen op bij iedere stembusgang. Duizenden verlieten dan de stad, en steeds kwam een kleiner deel terug. Sommigen vestigden zich in de omgeving, anderen wisten het land te verlaten en voegden zich bij familie die zich in Europa of Amerika had gevestigd.

Pater Joesuf vertelt hoe hij in 2008 het onthoofde lichaam van zijn bisschop ontving, nadat die was ontvoerd en vermoord. Een herinnering die hem zichtbaar pijnigt.

"In Mosoel hebben we meer te lijden gehad dan elders in Irak", zegt een van de ontheemden in het klooster van Mar Mattai. "Zelfs voor de inval van Isis voelde we ons nooit veilig. De mensen in Mosoel hebben ons allemaal verraden."

Ze vrezen de radicale groepen, maar hebben geen probleem met de oud militairen uit Saddams leger die meekwamen. Ze zouden er helemaal geen bezwaar tegen hebben als die het voor het zeggen kregen. "In Saddams leger waren alle minderheden vertegenwoordigd", zegt een andere ontheemde. "Toen deed niemand christenen kwaad. Onder Saddam was het voor ons veel beter."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden