De keiharde strijd van de Thaise ranger

Wildbescherming | reportage | Onderbetaald, onvoldoende beschermd en geconfronteerd met bewapende wilddieven; wat beweegt Thaise rangers om hun bossen tegen stropers te beschermen?

Diep in de wildernis van het grootste natuurpark van Thailand, langs de zuidelijke grens met Burma, zit Prapan Jittag in ontspannen hurkzit achter een gaspit. Onder begeleiding van de eerste tropische stortbui van het seizoen kookt hij rijst voor zijn mannen, de rangers van nationaal park Kaeng Krachan.

Buiten is het inktzwart en maakt de regen langzaam plaats voor de zoete lucht van dampend woud. Onder een overkapping werkt een viertal parkwachters onverstoorbaar hun rijst en whisky-soda naar binnen. De werkdag zit er nog niet op, met de zomerstorm zijn er bomen en takken naar beneden gekomen, die moeten nu van de weg af. "Neem jij je geweer mee?", vraagt één van de in camouflagepak gestoken jongens aan zijn collega. Een ouderwets vuurwapen wordt bevestigend over de schouder geslingerd.

Het geweer is uit voorzorg. Op elke patrouille, zelfs bij zoiets onschuldigs als het rapen van takken, ligt er gevaar op de loer. In het gebladerte houden zich wilde beren, olifanten en tijgers schuil. Maar de grootste dreiging, de dreiging die Jittag elke missie weer een knoop in zijn maag bezorgt, komt van stropers. "Zwaarbewapende jagers die hun klemmen en vallen langslopen, die wil je 's nachts niet tegenkomen."

De kans dat de mannen een wilddief tegen het lijf lopen is aanwezig. De jacht op bedreigde diersoorten neemt nog altijd toe. Om de wereldwijde honger naar ivoor, tijgerbotten en berenvachten te kunnen blijven stillen, opereren internationale stropersnetwerken steeds professioneler en gewelddadiger. Volgens anti-dierenhandelorganisatie Freeland, kwamen er vorig jaar zeven Thaise rangers tijdens hun werk door geweld om het leven.

Onlangs nog is een collega in een park verderop door een illegale houtkapper beschoten, zegt Jittag, als hij weer veilig is teruggekeerd uit het bos. Terwijl hij zijn bemodderde gympen uittrekt (stevige wandelschoenen zijn er niet) en de whisky nog eens doorgeeft, vertelt hij hoe hij ooit een stroper bij een babyolifantje betrapte. "Er volgde een vuurgevecht in het donker. Uiteindelijk is de jager gevlucht, maar in de rugtas die hij achterliet vonden we twintig berenklauwen."

De poten van een beer zijn een delicatesse in de Chinese keuken en in Laos vormen ze de basis van exclusieve whisky. Jittag zucht. "Het probleem is dat we eigenlijk niet de training en materialen hebben om onszelf en de dieren voldoende te beschermen."

Een mannenzaak

Ter illustratie hangt hij zijn versleten tenue bij het vuur te drogen voor morgen. Schoenen, hemd en slaapzak, alles is doordrongen van een schimmelig vocht. Zijn blote benen verraden de ongemakken van muggen, bloedzuigers en striemend gras. Zorgzaam als deze mannen zijn voor elkaar, pakt Jittag het schoeisel van zijn collega's mee. "Wij zijn als broers. Zonder elkaar red je het niet."

Met het ontwaken van een lawaaierige troep gibbons komen ook de rangers 's morgens vroeg in actie. De rugtassen worden gepakt voor een tweedaagse wandeling. Veel gaat er niet mee: wat blikvoer, muggencrème, een zakmes en een hangmat. Komende nachten slapen de mannen niet in de relatieve beschutting van het basiskamp, maar onder een dak van gebladerte. De vrouwen blijven thuis. Hier is rangerwerk een mannenzaak; de zondoorstoofde patrouilles zijn te lang en de dagenlange fysieke ontberingen te intens voor vrouwen, volgens het Thaise wildpark-adagium.

"De tochten zijn zwaar en we zouden best betere geweren, goed schoeisel, handboeien en voedsel kunnen gebruiken", zegt Kissanapong Jittag (28), zoon van Prapan. Na een studie economie in de stad besloot de jonge parkwachter dat hij de bomen en de dieren waartussen hij opgroeide te veel miste. "Van mijn vader kende ik de gevaren en ook wist ik dat je dit werk niet voor het geld hoeft te doen. Maar toch wilde ik niets liever dan ranger worden."

Jittag junior verdient ongeveer 220 euro per maand. Van dat geld onderhoudt hij niet alleen zijn vrouw en dochtertje maar betaalt hij ook zijn eigen verzekering, onderdelen van zijn uitrusting en voedsel voor op de patrouilles. De witte beenkappen, die zijn enkels van hongerige bloedzuigers moeten vrijwaren, kreeg hij van zijn vader.

Gelukkig zijn er ook nog de bosgeesten om hem en zijn teamleden op de lange trektochten bescherming te bieden. Onder een met kleurige sjaals omwikkelde bodhiboom offeren de mannen voor vertrek een voor een wierook en blikjes vis. Als je in het Thaise woud wilt slapen, zul je eerst de bosgeesten om toestemming moeten vragen, 'anders laten ze je verdwalen', weten deze rangers uit ervaring.

Begin dit jaar waarschuwde het Wereld Natuur Fonds in een rapport dat er meer aandacht moet komen voor de arbeidsomstandigheden van rangers. Van de 530 Aziatische wild- en boswachters die de organisatie ondervroeg, vond driekwart de uitrusting te gebrekkig en zag 48 procent zichzelf als onvoldoende getraind voor het patrouillewerk.

Een ranger ben je elke dag

Met de intensivering van de stroperij neemt het gevaar in de frontlinie van de dierenbescherming alleen maar toe. De jacht op beschermde diersoorten is een zogenoemde 'hoge winst, laag risico-business'; de pakkans is klein, de opbrengsten zijn duizelingwekkend hoog. Naar schatting gaat er wereldwijd rond de 10 miljard euro in wildlife-handel om.

Om een graantje mee te pikken van die opbrengsten speuren lokale stropers in het Kaeng Krachan natuurpark naar olifanten, beren en aapjes. Om de slagtanden, pelsen en botten te kunnen verkopen, maar ook vanwege de groeiende vraag uit de toeristenindustrie. Van de olifanten waar je tijdens een Thaise vakantie een ritje op kunt maken komt naar schatting één derde uit het wild. Vaak is de moeder afgeschoten om het nog trainbare kalf te bemachtigen. Die lieve aapjes waar je mee op de foto kunt? Ook die komen uit het bos.

Ondanks de uitdagingen denken de tachtig rangers van Kaeng Krachan niet aan opgeven. Het bos is het begin van alles, klinkt het hier, iemand moet de wildernis van Thailands tweehonderd nationale parken beschermen. Ook al vreet het aan je gezondheid en je gezinsleven. "Een ranger dat ben je altijd, elke dag. Vakantie of weekend daar doen we niet aan." Op het gegroefde gezicht van Jittag senior verschijnt een lachje. "De dieren gaan toch ook niet met vakantie?"

Een bos bescherm je alleen door elke dag te patrouilleren, zal het hoofd van het park, Kamol Nuanyai, later zeggen. "Aanwezigheid, aanwezigheid: laat zien dat je er bent!" Met zijn goudgeringde vinger veegt de directeur langs de foto's op zijn smartphone. Een zwarte zonnebeer kijkt met een grimas de camera in, om zijn rechtervoorpoot zit een bebloede doek.

De beer is volgens Kamol een dag eerder door een ongeluk verwond. "Dat moet wel, want sinds ik hier twee jaar geleden ben begonnen hebben we de stroperij teruggebracht naar nul procent!"

In Kaeng Krachan is de jacht deels in handen van lokale gemeenschappen die al jarenlang in deze bossen wonen. De inheemse bevolking is voor haar levensonderhoud afhankelijk van klein wild, planten en brandhout uit het woud, maar kan alleen terecht in daarvoor aangewezen bufferzones. Buiten de zone staat het schieten van een eekhoorn of het oogsten van bijenhoning, ook voor eigen gebruik, gelijk aan illegale stroperij. Tegelijkertijd verleiden stropersnetwerken van buiten het park de lokale bevolking om bij te verdienen door 'op bestelling' op groot wild te jagen.

De situatie leidt tot constante spanning tussen natuurbeschermingsregels en lokale leefgewoontes. "Wat de natuur en deze mensen echt nodig hebben is voorlichting maar vooral zicht op een andere bron van inkomsten", antwoordt Kamol, op de vraag hoe dit opgelost moet worden. "We geven voorlichting over wat je wel en niet uit het bos kunt halen en betrekken de dorpelingen in het toerisme, bijvoorbeeld als gidsen. Zo wordt de noodzaak om te jagen in opdracht ook kleiner."

Ongeloof

Maar niet iedereen deelt dit optimisme. "Nul procent stroperij?" Een paar dagen na het bezoek aan het natuurpark zal Tim Redford, trainingscoördinator van natuurorganisatie Freeland, de woorden vol ongeloof herhalen. "Helaas moet ik die droom doorprikken." Volgens de organisatie is er geen plek op de wereld waar zoiets bestaat.

Nationale parken zien het als zwaktebod wanneer er gestroopt en gekapt wordt en schetsen de situatie graag rooskleuriger dan hij is. "Als ze nou toegeven dat ze een probleem hebben dan kunnen wij ook beter helpen", aldus Redford. Door samen te lobbyen voor betere vervolging van overtreders bijvoorbeeld. "Stropers worden nu nauwelijks bestraft in Thailand en dat schrikt dus niet af."

Zou de beer op de foto van Kamol dan toch door de klem van een stroper te grazen zijn genomen? Terug bij de voorbereidingen voor de patrouille, halen de rangers hun schouders op, zij bemoeien zich liever niet met de politieke spelletjes. "Wij zijn hier voor de dieren, punt uit."

Het is de morgen van vertrek en het woud oefent haar verlokkelijke aantrekkingskracht van tropische geuren en geluiden uit. Als de goden tevreden zijn gestemd en de vrouwen met een liefdevolle buiging vaarwel gezegd, lossen de camouflagepakken, net als elke andere dag, weer op in het groen.

De jacht op beschermde dieren is een 'hoge winst, laag risico-business'; de pakkans is klein, de opbrengsten zijn hoog

'De tochten zijn zwaar en we zouden best betere geweren, goed schoeisel, handboeien en voedsel kunnen gebruiken', aldus een van de rangers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden