De keerzijde van 'Londonistan'

Haatpredikers als Anjem Choudary, hier in april 2015, konden jarenlang hun gang gaan. Pas in september werd hij veroordeeld.Beeld EPA

Groot-Brittannië gaat harde maatregelen treffen tegen extremisten. Maar het land heeft juist de reputatie bijzonder aardig te zijn voor moslimradicalen. Londen staat bekend als trekpleister voor extremisten. De stad dankt er zijn bijnaam 'Londonistan' aan.

Het was vlak na de aanslagen van 11 september 2001 toen de Libische leider Kadafi besloot om het Westen te onderwijzen over terrorisme. Hij stelde dat het leeuwendeel van alle jihadisten niet in Pakistan of Afghanistan zit, maar in Londen. Wijlen Kadafi had de pech dat maar weinig mensen de opmerking begrepen, want deze ironisch bedoelde terechtwijzing had daadwerkelijk een kern van waarheid.

Een van de terroristen vorige week in Londen was niet alleen een bekende van de Britse politie, maar ook van het publiek. Khuram Butt, die samen met twee andere terroristen op voorbijgangers inreed en lukraak op mensen begon in te hakken met een mes, was in 2014 te zien in een documentaire over jihadisten in Londen. Samen met zijn kameraden vertellen ze over hun verlangen naar een islamitisch kalifaat en over hun haat jegens het Westen, waarbij ze trots de vlag van Al-Qaida tonen. In Groot-Brittannië zijn veel mensen verbaasd dat deze jongeren niet eerder zijn aangepakt.

Extremisten komen er regelmatig bijeen, zoals in Londen in december. Honderden Britse moslimextremisten demonstreerden voor de Syrische ambassade in Londen tegen het Syrische regime en voor de oprichting van een islamitisch kalifaat.

De Britse autoriteiten grijpen zelden in, behalve als er geweld wordt gebruikt of als daartoe expliciet wordt opgeroepen. De autoriteiten kiezen voor de 'monitorstrategie': door de bijeenkomsten te gedogen krijgen de inlichtingendienst een goed beeld van de aanhangers en de organisatie. Als je daarentegen de betogingen verbiedt, gaan de radicalen ondergronds en wordt het moeilijk om ze in kaart te brengen. Bovendien doen ze volgens de wet weinig verkeerd.

Haatpredikers

Maar dit beleid heeft een keerzijde: wellicht heb je wel zicht op wat er gebeurt, maar de radicale ideeën verspreiden zich alsnog. Of er iemand meekijkt of niet, heeft daar geen invloed op. Haatpredikers als Anjem Choudary, die opriep tot de jihad en haatdragende teksten verspreidde, kon jarenlang onder het toeziend oog van de Britse geheime diensten jongeren aanzetten tot de jihad. Choudary rekruteerde onder meer voor IS. Hij werd pas in september tot vijf jaar cel veroordeeld.

Mede door de coulante houding van de Britten tegenover haatpredikers is het land een geliefde bestemming voor moslimradicalen vanuit de hele wereld. De afgelopen decennia waren daar tal van voorbeelden van. Zo arriveerde de Palestijns-Jordaanse moslimfundamentalist Abu Qatada, die onder meer de aanslagplegers van 11 september 2001 inspireerde tot hun daad, in 1993 in Groot-Brittannië als asielzoeker. De radicaal was net uit Afghanistan teruggekeerd en kreeg asiel omdat hij door de Jordaanse geheime dienst zou zijn gemarteld. Abu Qatada had innige banden met Al-Qaida en al snel ontplooide hij terroristische activiteiten.

Algerije

De Algerijnse burgeroorlog (1991-1999) tussen het regime en jihadisten was in volle gang bij zijn aankomst in Engeland. Abu Qatada faciliteerde vandaaruit de strijd van de jihadisten van de GIA (Groupe Islamique Armé). Deze groepering is een van de ideologische voorlopers van IS, en stond bekend om zijn onthoofdingen en verkrachtingen.

Abu Qatada hield zich onder meer bezig met de uitgave van jihadistenkrant Al-Ansar en het verzenden van cassettebandjes met instructies naar de Algerijnse jihadisten. Dat er ultragewelddadige jihadisten werden aangestuurd door mannen uit Londen, was voor de Britten geen reden om in te grijpen, zelfs niet toen Abu Qatada in 1995 een fatwah formuleerde waarin hij het vermoorden van vrouwen en kinderen van Algerijnse 'afvalligen' goedkeurde. De jihadisten grepen deze fatwah aan om nieuwe slachtpartijen aan te richten onder de bevolking. Ook schrijvers, feministen, zangers en journalisten werden omgebracht. Hun moordenaars werden bezongen in pamfletten, die in Londen waren geschreven en gedrukt.

De extremisten kregen in Groot-Brittannië vrij spel zolang zij zich maar richtten op niet-westerse landen. Abu Qatada brak met deze ongeschreven regel. Na de aanslagen van 11 september 2001, sprak hij openlijk zijn steun uit voor Osama Bin-Laden en voor Al-Qaida. Net als in Algerije, vond hij zelfmoordaanslagen tegen 'afvalligen' een legitiem middel. Of deze nu oosters of westers waren, maakte hem niets uit.

Voor de Britten was dit reden om hem aan te pakken. Zo kreeg hij in 2001 bezoek van de politie die hem vragen stelde over 170.000 Britse pond aan contanten, die zij in zijn huis hadden aangetroffen. Ook kreeg hij vragen over een envelop met daarin 805 pond, waarop stond: "Voor de mujahideen in Tsjetsjenië". Hij mocht daarna weer gaan, er was niet genoeg bewijs om hem aan te houden.

Uitleveren aan Jordanië

Mede door de publieke druk moesten de autoriteiten wel tegen hem optreden, onder meer met dreigementen hem uit te leveren aan Jordanië. Dit was alleen juridisch onmogelijk zeiden de autoriteiten: Jordanië staat erom bekend verdachten te martelen. De verdenking groeide daarom dat Abu Qatada mogelijk bescherming genoot van de autoriteiten en dat hij werkte voor de Britse geheime dienst. Daarnaast leverde Groot-Brittannië veel andere politieke vluchtelingen uit aan landen met nog beroerdere rechtssystemen dan Jordanië. De advocaat van de terrorist maakte tijdens de rechtszaak bekend dat de geheime dienst MI5 inderdaad contacten met hem onderhield. Uiteindelijk werd Abu Qatada toch uitgezet naar Jordanië, maar hij kwam al snel op vrije voeten vanwege een deal tussen de twee landen: er mochten geen bewijzen worden gebruikt die waren verkregen via marteling.

Er zijn tal van andere voorbeelden van extremisten die een veilige haven vonden in Groot-Brittannië, onder wie de beruchte Egyptische jihadist Abu Hamza - ook wel bekend als 'Haak', vanwege zijn prothese. De Egyptenaar raakte zijn handen en een oog kwijt in de strijd tegen de Russen in Afghanistan. Hij arriveerde in 1979 in Londen, net als Abu Qatada als vluchteling. Hij was betrokken bij de jihadistische strijd in Afghanistan, Pakistan, Bosnië, Algerije en Egypte. Hij opereerde in Londen, waar hij predikte in een moskee in Finsbury Park. Onder zijn toehoorders zaten veel mannen die de wapens opnamen, onder meer in Irak tegen de Amerikanen. Hij was actief betrokken bij de jihadisten in Algerije en had van de Britse geheime diensten evenmin iets te duchten.

Net als Abu Qatada, kreeg hij pas problemen met de autoriteiten na de aanslagen van 11 september 2001. Hij was volgens de Amerikanen betrokken bij de aanslagen, en bij tal van andere terreuracties. Abu Hamza had zich na de aanslagen lovend uitgelaten over Bin Laden, waardoor hij bekend werd bij het grote publiek. Hij werd gearresteerd en veroordeeld voor uitspraken die hij in het verleden had gemaakt.

Kritiek

De Amerikanen wilden hem uitgeleverd krijgen, maar de Britten moesten daarvoor nog het nodige juridische papierwerk verrichten. Abu Hamza probeerde zijn uitlevering te voorkomen, en deed een boekje open over zijn relatie met de Britse geheime diensten. Hij werd ingezet door de diensten om 'de heethoofden' onder zijn volgelingen tot bedaren te brengen. Volgens zijn advocaat hadden de geheime diensten hem toestemming gegeven om te prediken "zolang we maar geen bloed zien vloeien op straat".

Het grote aantal beruchte terroristen in Londen kwam de stad op de bijnaam 'Londonistan' te staan - de Franse veiligheidsdiensten zouden er de bedenker van zijn geweest. De Fransen hadden veel kritiek op het Britse beleid. Frankrijk werd in 1995 getroffen door aanslagen van dezelfde beweging die Abu Hamza en Abu Qatadah vanuit Londen aanstuurde: de GIA.

Niet alleen Frankrijk ergerde zich: bevriende Arabische landen zagen gezochte jihadisten in Londen opduiken. De Egyptische leider Mubarak, die te maken had met een jihadistische opstand in de jaren negentig, zag met lede ogen hoe sommige terreurleiders er asiel kregen en vanuit Londen acties organiseerden. Na een slachtpartij in 1997 onder toeristen door jihadisten zei hij in een interview met Der Spiegel: "Ik snap werkelijk niet waarom mensen met bloed aan hun handen asiel krijgen in Engeland. Waarom krijgen zij alle ruimte voor oproepen, in zowel interviews als krantenartikelen, voor de moord op andersdenkenden?"

De recente aanslagen zetten opnieuw de schijnwerper op het Britse beleid. Londen had begin jaren negentig asiel verleend aan de Libische islamist Ramadan Abedi: de vader van de terrorist Salman Abedi, die 22 mensen vermoordde tijdens het concert van Ariana Grande. Toen in 2011 de opstand tegen Kadafi uitbrak, vertrok de vader naar Libië om tegen het regime te vechten aan de zijde van de aan Al-Qaida gelieerde terreurbeweging Libische Islamitische Strijdgroep (LISG). Zoon Abedi reisde op en neer tussen Groot-Brittannië en Libië, met medeweten van de Britse geheime diensten.

Beleid wreekt zich

De reden van de coulance is gelegen in het buitenlandse beleid: de Britten beschouwen jihadisten als handig middel om in te zetten tegen vijanden. Ze lieten beruchte extremisten naar Libië vertrekken om Kadafi ten val te brengen en later ook naar Syrië om Assad omver te werpen. Dat beleid wreekt zich nu. Net als Abu Hamza en Abu Qatadah zich niet hielden aan hun afspraak om het Westen met rust te laten, zo beperkt ook de nieuwe generatie terroristen zich niet uitsluitend tot de vijanden van het Westen.

Theresa May heeft naar aanleiding van de aanslagen nieuwe maatregelen beloofd, zoals het inperken van de internetvrijheid en ruimere bevoegdheden voor de opsporingsdiensten. Maar de vraag is vooral of die andere belangrijke les is geleerd, namelijk dat echt extremisme zich niet laat beteugelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden