De keerzijde van gratis hulp

Jongeren van de Stichting Present helpen een gezin met klussen. De stichting biedt 'vrijwilligerswerk à la carte'. FOTO'S © WERRY CRONE Beeld
Jongeren van de Stichting Present helpen een gezin met klussen. De stichting biedt 'vrijwilligerswerk à la carte'. FOTO'S © WERRY CRONE

Je belangeloos inzetten voor daklozen of verslaafden staat in Nederland hoog aangeschreven. Maar het kan mensen ook afhankelijk maken, zegt historicus James Kennedy.

INTERVIEW | MAAIKE VAN HOUTEN

Vrijwilligers krijgen doorgaans te horen dat ze fantastisch werk doen. Historicus James Kennedy vindt dat ook, hij wil hun feestje niet graag verpesten. Maar hij heeft ook een andere boodschap. Vandaag zal hij de vrijwilligers voorhouden dat gratis hulp een keerzijde heeft. Het kan mensen afhankelijk maken, in plaats van dat het hen stimuleert op eigen benen te staan.

"Vrijwilligerswerk kun je goed doen, en minder goed", zegt Kennedy, hoogleraar van de Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, columnist van Trouw en in zijn vrije tijd ouderling van de vrijgemaakte kerk in zijn woonplaats Amersfoort. Vrijwilligerswerk staat, weet de geboren Amerikaan, in Nederland hoog aangeschreven. Mensen die zich belangeloos inzetten voor armen, daklozen, verslaafden of anderen ver buiten hun familie- en vriendenkring, kunnen over het algemeen op grote instemming en waardering rekenen van hun omgeving. Ook maatschappelijk is er niets dan lof. Nederland kent - inclusief mantelzorg - meer dan vijf miljoen vrijwilligers. Dat hoge aantal wordt uitgelegd als teken dat het met het egoïsme in dit land nog niet zo'n vaart loopt, en dat er meer sociale samenhang is dan velen wellicht denken.

Gisteren sprak Kennedy bij een dag van Stichting Present, een christelijke vrijwilligersorganisatie die de tijdgeest aanvoelt, en volgt. Moderne vrijwilligers willen zich niet binden, maar een bijdrage leveren op de tijd die hun schikt. Bij Present kunnen ze zich als groepje melden voor een karwei. Present zoekt voor hen iemand die hulp nodig heeft voor het stuken van een muur of bijvoorbeeld bij het opknappen van de tuin.

Minder loyaliteit aan kerk of aan instantanie
Kennedy noemt het een 'klusgerichte onderneming': "Het vrijwilligerswerk is ontzuild, net als de samenleving. Dat betekent dat de vanzelfsprekende loyaliteit aan een instantie of aan een kerk minder is geworden. Ook vrijwilligers werken meer projectgebonden. Bij Present kun je een klus klaren als vaste ploeg, maar ook als steeds veranderende groep. Het is vrijwilligerswerk à la carte, als het je gelegen komt. Deze werkwijze komt als geroepen, omdat die past bij de moderne mens en omdat het mensen helpt die waarschijnlijk anders niet geholpen waren. Als dat het is voor deze tijd, dan is dat mooi. Alle vrijwilligerswerk is welkom."

Het concept om de moderne mens op dit soort manieren te verleiden tot onbetaalde activiteiten slaat geweldig aan. Present bloeit en groeit, en soortgelijke clubs schieten als het ware als paddestoelen uit de grond. Kerkgangers - traditioneel gulle gevers en actief in vrijwilligerswerk - hobbyclubs en vriendengroepen melden zich. Maar ook jonge werknemers van grote bedrijven, die met wat hulp van hun werkgever evenementen organiseren voor zieken en gehandicapten. Ze doen dat onder het motto: leuk voor de ander, leuk voor jezelf: de hulpbehoevenden genieten van een sportdag die anders niet was georganiseerd, en diegenen die in de baas zijn tijd hun handen uit de mouwen steken, vertellen zonder enige schroom dat het hun een ruimere blik oplevert, en een mooi extra punt op hun cv.

Keerzijde
Maar ondanks Kennedy's waardering voor die gratis hulp en ondanks zijn uitgangspunt dat het beter is iets te doen dan het te laten, vraagt de historicus toch aandacht voor de andere, onbedoelde effecten van het vrijwilligerswerk. Die gedachten heeft hij, eerlijk is eerlijk, niet helemaal van zichzelf. In zijn column schreef hij al over de Amerikaanse opbouwwerker Robert Lupton. Die komt in zijn boek 'Toxic Charity' met de opzienbarende stelling dat de Amerikaanse liefdadigheid mensen net zo afhankelijk maakt als de Europese verzorgingsstaten. Vanwege het eenrichtingsverkeer - de een geeft, de ander krijgt - is het bovendien een aanslag op hun waardigheid.

In de steden waar hij werkte, zag Lupton dat mensen passief blijven zolang ze geld en praktische hulp krijgen van mensen die het goed hebben. Zoals hier uitkeringsgerechtigden afhankelijk worden van de staat om rond te komen zonder dat ze daar iets voor hoeven te doen - een systeem overigens dat steeds sterker wordt gekritiseerd, omdat het mensen niet uitdaagt hun positie te verbeteren. Een uitkering moet van vangnet, springplank worden.

Wederkerigheid
In die nieuwe ideeën over de verzorgingsstaat zit een element van wederkerigheid: je krijgt geld, maar je moet er wel wat voor doen. Zo zou het ook met vrijwilligerswerk moeten, vindt Lupton, en Kennedy zegt hem dat graag na: "Een minimale inbreng moet er wel zijn, al is het maar dat de klanten van een Voedselbank de blikjes helpen uitpakken. De klant moet niet alleen een geschenk krijgen maar er ook wat voor terugdoen. De Stichting Present vraagt ook wat van de ontvangers van hulp. Zij moeten op zijn minst een kopje koffie zetten voor de mensen die hen komen helpen. Het is altijd zoeken hoe je die wederkerigheid vorm kan geven, maar je moet er op zijn minst voor zorgen dat de afhankelijkheid niet groeit. Dat is ook beter voor de waardigheid van diegene die hulp krijgt."

Maar zit de gemiddelde vrijwilliger op dat verhaal te wachten? Die is blij dat ie tijd heeft vrijgemaakt in zijn volle agenda. En nu komt de hoogleraar zeggen dat hij of zij de hulpzoeker misschien afhankelijk maakt of iets terug moet vragen voor zijn hulp! Kennedy: "Je moet iets terugvragen, maar dat geldt misschien iets meer voor de organisatie en iets minder voor de vrijwilliger zelf. Die wil iets aardigs doen, die wil licht brengen, en liefde. Ze komen om de mensen te verwennen, en dan zijn ze weer weg. Maar toch, je moet ze de notie geven dat het vrijwilligerswerk iets is dat je samen doet. Het gaat niet zozeer om jouw gevoel, maar om samenwerken, en bewerkstelligen dat mensen participeren in hun eigen verbetering."

Langdurige relatie
Om mensen te stimuleren zelf hun bijdrage te leveren, heeft een langdurige relatie tussen gever en ontvanger de voorkeur van Kennedy boven kortstondige projecten. Kerken waren daarin superieur: ze konden behoeftige gemeenteleden tien, twintig, soms wel dertig jaar volgen. "Met de ontkerkelijking is het vermogen om langdurige relaties aan te gaan verminderd. Met name mensen met chronische problemen, die dag in dag uit zorg nodig hebben, komen daardoor minder gelukkig uit", zegt de historicus, die wel wijst op zorg binnen families - die jarenlang kan duren en die onafhankelijk is van seculariseringsprocessen.

Kennedy weet dat hij nogal wat vraagt, maar hij denkt dat zijn boodschap wel op bijval kan rekenen. Dat komt ook, overweegt hij, omdat in Nederland zelfstandig functioneren als een breed gedragen ideaal geldt. "Bedeling is hier een vies woord, dat wordt weggezet als heel erg top-down, en eenrichtingsverkeer. Een particulier die de baas probeert te zijn over medeburgers, dat is hier minder acceptabel dan in Amerika. In Nederland willen ze allebei die positie niet, de hulpgever niet en de vrager ook niet. In sociaal-economisch opzicht moet iedereen toch een beetje gelijk zijn. Dat heeft ook met waardigheid te maken. Afhankelijk zijn van de overheid, of van de familie, dat kan nog wel. Maar afhankelijkheid van filantropen wordt als een misstand gezien, of op zijn minst als een noodzakelijk kwaad."

Tegen de gangbare opvatting
Net zo diep in de Nederlandse traditie zit de notie dat Voedselbanken of structurele armenzorg er niet behoren te zijn. De gangbare opvatting is dat de overheid er is om armen te helpen. Particuliere organisaties kunnen hoogstens aanvullend zijn.

Kennedy verwacht niet dat het hier ooit zo zal worden als in de VS, waar een achtste van de sociale zorg in handen is van religieuze organisaties, en particulieren ook nog een flinke portie voor hun rekening nemen. Maar hij ziet wel al sinds de jaren tachtig de tendens dat de overheid meer afschuift op de samenleving. Dat heeft volgens Kennedy te maken met geldtekort en gebrek aan kennis en informatie over wie er hulp nodig heeft.

De verwachting van de overheid
Die actualiteit dwingt de samenleving zich beter af te vragen of het met het vrijwilligerswerk op het goede spoor zit. Juist omdat de overheid verwacht dat mensen zich meer onbetaald gaan inzetten voor anderen, is het van belang dat die hulp goed gebeurt, vindt Kennedy. Hij is zich ervan bewust dat vrijwilligers dat als extra ballast kunnen ervaren.

"Als je nieuwe eisen stelt, verpest je het feestje. Maar ik denk dat mensen intuïtief wel begrijpen dat het nodig is. Ik denk dat die discussie in Nederland wel gevoerd kan worden. Ik weet alleen niet of het debat vruchtbaar is; vrijwilligers zijn praktisch ingestelde mensen. Het is zeker niet mijn bedoeling om het enthousiasme en de motivatie te temperen. Het kan een tegenvaller zijn voor praktisch ingestelde mensen, die graag uit vrije wil mensen willen helpen. Deze vrijwilligers willen vooral dankbaarheid. Maar de organisaties kunnen de strenge boodschap wel brengen."

Gelet op de effecten van zijn woorden op vrijwilligers, brengt James Kennedy zijn boodschap in behoedzame bewoordingen. De historicus is benieuwd hoe zijn verhaal gaat vallen. Maar echt nerveus is hij niet: "Ik hoef vandaag niet een heel kritisch verhaal te vertellen. Maar ik vraag wel: hoe kan het vrijwilligers- werk meer de diepte in? Wees kritisch, want ook voor gratis hulp geldt: je kunt het goed en minder goed doen."

Vrijwilligerswerk behoeft professioneel kader
De kwestie die James Kennedy aansnijdt is volgens Thiemen Zeldenrust, directeur van de Stichting Present, zeer relevant - voor vrijwilligers, voor vrijwilligersorganisaties en voor de politiek. Hij komt in zijn werk wel vrijwilligers tegen die eigenlijk niet zo geïnteresseerd zijn in de mensen die ze helpen, maar die vooral hun eigen verhaal willen vertellen. Of die de hulpontvanger alle zorg uit handen nemen. Terwijl de gratis hulp, ook volgens Zeldenrust, gericht moet zijn op het bevorderen van zelfstandigheid. Aan de andere kant ziet hij ook vrijwilligers die met de handen in het haar zitten, omdat de behoeftige hen helemaal claimt.

Vrijwilligerswerk als dat van Present is daarom ingebed in professionele kaders. Present werkt samen met woningbouwcorporaties, maatschappelijk werk en andere welzijnsinstellingen. Zij bepalen wie welke hulp nodig heeft, en ook hoe lang of hoe kort dat duurt. "Wij sturen nooit zomaar een vrijwilliger ergens op af, we combineren de professionele deskundigheid met de persoonlijke aandacht en motivatie van vrijwilligers", zegt Zeldenrust. Hamvraag voor de politiek is volgens hem, hoe het afstoten van taken van de overheid naar de samenleving, wordt ingekleed. "Hoe je professionele zorg en burgers zo kunt laten samenwerken dat ze elkaars kwaliteiten benutten, zodat de samenleving de nieuwe verantwoordelijkheden die ze krijgt ook echt kán oppakken."

James Kennedy Beeld
James Kennedy
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden