De keerzijde van een bonus voor docenten

Hoe ontrafel je argumenten? Wat is de waarde van een mening? Vandaag: filosoof Wouter Sanderse over prestatiebeloning in het onderwijs. „Men zal elkaar de tent uitvechten.”

’Een bonus maakt docenten blij’, kopte de Volkskrant onlangs. De krant schreef over de prestatiebeloning in het onderwijs, die in Nederland nog weinig gangbaar is, maar die een van de beste manieren lijkt te zijn om het onderwijs te verbeteren. Dat constateerde het Centraal Planbureau al in 2006. Her en der wordt in Nederland al wel geëxperimenteerd met de prestatiebeloning. Op de Purmerendse OnderwijsGroep (1800 leerlingen, 150 fte’s docenten) wordt nu voor het tweede jaar gewerkt met teambonussen. Die kunnen maximaal per persoon 900 euro bruto bedragen. Elk van de ongeveer vijftien betrokken teams heeft een ’target’ geformuleerd. Het ene team wilde het aantal spijbelaars omlaagbrengen, het andere wilde de resultaten van het examen verbeteren. Uitgangspunt was dat de doelen meetbaar en haalbaar moesten zijn. In het eerste jaar haalden alle teams hun doel. En dus, zo lijkt de conclusie, is een bonus een goed middel om het niveau in het onderwijs op te krikken.

„Niet onbegrijpelijk”, zegt filosoof Wouter Sanderse, onderzoeker aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „De prestatiebeloning past heel goed in de ontwikkeling dat het onderwijs in Nederland meetbaar moet worden. De Trouw Schoolprestaties zijn daarvan een mooi voorbeeld. Bovendien zou een groot probleem, zoals voortijdig schoolverlaten, zo aangepakt kunnen worden. Als klap op de vuurpijl zijn er met enkele experimenten in Amerika, Groot-Brittannië en Israël opmerkelijke resultaten geboekt. Toch denk ik dat er sterke tegenargumenten zijn te geven.

Ik begin met een financieel argument, dat ik het minst belangrijk vind. Voer je prestatiebeloning in, dan wordt een deel van het inkomen van de leraar variabel. Het aantrekkelijke hiervan is dat je de mogelijkheid hebt om meer te gaan verdienen. De prestatiebeloning is echter geen extraatje. In een tijd van bezuinigingen is het ondenkbaar dat het totaal van alle salarissen blijvend omhoog zal gaan. Dat betekent dat leraren die bepaalde doelen niet halen echt minder zullen krijgen dan voorheen.

Er zijn verschillende vormen van prestatiebeloning. Een daarvan is dat je individuele leraren beloont. Een mogelijk gevolg daarvan is dat leraren zich anders naar elkaar gaan opstellen. Men wordt minder coöperatief, grover gezegd: men vecht elkaar de tent uit. Bovendien ontstaat er zo een nieuwe hiërarchie: de leraar met de hoogste bonus zou de beste docent zijn. Een manier om dat probleem te ondervangen is de teambeloning, zoals die wordt uitgeloofd in Purmerend. Een probleem daarvan is vervolgens dat je meelifters, profiteurs krijgt. Een aantal leraren slooft zich uit, een aantal anderen ontvangt voor weinig doen een handje extra.

Een ander, belangrijker argument tegen prestatiebeloning vind ik het gevaar van manipulatie. Wie beloond wordt naar prestatie gaat al gauw nadenken over de meest efficiënte manier om te scoren. Als je je als doel stelt dat meer studenten hun examen halen, heb je verschillende opties. Beter lesgeven, het examen makkelijker maken, zorgen dat minder slimme leerlingen pas voor een examen worden uitgenodigd als de kans groot is dat zij slagen. Wie zegt mij dat er altijd voor het eerste wordt gekozen?

Het belangrijkste argument tegen prestatiebeloning lijkt mij dat de bonus ten koste zal gaan van de minder meetbare, maar net zo belangrijke pedagogische taken van de leraar. Leraren in het voortgezet onderwijs geven natuurlijk een vak, maar doen ook iets heel anders dan het overbrengen van kennis. Door hun voorbeeldfunctie brengen zij jonge mensen bij wat eerlijkheid inhoudt, wanneer troost en straf gepast zijn, en wat het betekent om geduldig te blijven met iemand die stottert. Maar om een prestatiebeloning op dit vlak in te voeren, zou je de morele ontwikkeling van leerlingen moeten kunnen meten. Dat is niet zo gemakkelijk. Hoe bepaal je of een leraar zijn leerlingen eerlijker heeft gemaakt? Kan dat met een schriftelijke toets, zoals bij geschiedenis, of blijkt dat veeleer uit het dagelijkse gedrag van een leerling?

In Trouw zei Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad, de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs, dat scholen een steeds grotere rol moeten gaan spelen bij de morele opvoeding van kinderen. „De verenigingen”, zei Slagter, „de kerk, de overheid en zelfs het gezin zijn hun opvoedende rol kwijtgeraakt.”

Slagter herinnerde aan een motie die de Tweede Kamer aannam om het onderwerp homoseksualiteit op te nemen in de kerndoelen van de school. Dat illustreert dat onderwijs niet alleen meer gaat over rekenen, lezen en schrijven, maar net zo goed over morele vorming. Met de invoering van een prestatiebeloning lopen we het risico het tegenovergestelde te doen van wat we willen. Met prestatiebeloningen zal de aandacht naar meetbare doelen verschuiven, waardoor de opvoedende rol van de leraar juist ondergesneeuwd raakt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden