De keerzijde van de matrix

Je zal als schaatser maar toevallig geboren zijn in Nederland. Dan is de kans - zelfs als je een heel goede schaatser bent - niet erg groot dat je ooit de Spelen haalt. Ben je toevallig Belg, Duitser of Fransman, dan groeit de kans op olympische deelname spectaculair. Daar zijn ze al lang blij dat ze iemand kunnen vinden die met twee dunne ijzers ondergebonden kan blijven staan op glad ijs. In Nederland heeft iedere zichzelf respecterende stad een ijsbaan en daarmee een vruchtbare bodem voor talent.

Al dat talent deelt een olympische droom. Als schaatser, en dat toch zeker als heel goede schaatser, is de beklimming van de olympische berg de ultieme uitdaging. Maar helaas, er is maar een beperkt aantal plekken beschikbaar op de Spelen. Er mogen tien Nederlandse mannen en tien Nederlandse vrouwen naar Sotsji. Dat is lastig omdat er veel meer startplaatsen zijn: achttien per sekse om precies te zijn. Die verdeling heeft weer de consequentie dat sommige olympiërs op meerdere afstanden mogen of moeten uitkomen. En dat sommige goede schaatsers moeten thuisblijven.

Jarenlang werd die strijd om de startplaatsen een enorm pandemonium. Gedoe, gezeur en gezeik. Om dat dit jaar te voorkomen is lang nagedacht over een oplossing. Die oplossing heet de 'prestatiematrix'. In die matrix is, met als uitgangspunt 'gaan voor goud', een kansberekening gemaakt op welke afstanden 'we' (op basis van resultaten in het laatste anderhalf jaar) de meeste kans op goud hebben. Een hele rits aan deskundigen heeft berekend op welke afstanden we het beste zijn. Dat zie je terug in die matrix: bij de mannen zijn de 5000 en 10.000 meter het belangrijkst, bij de vrouwen de 1500 meter en drie kilometer.

De matrix heeft daarmee een tweeledig karakter. Enerzijds is het een 'verzekering voor goud'. Anderzijds heeft de KNSB, die opdracht gaf tot de samenstelling van de lijst, zichzelf óók verzekerd tegen gezeur achteraf. Door vooraf precies aan te geven (en te laten toetsen door oud-chef de mission Van Commenée) welke afstanden tijdens het olympisch kwalificatietoernooi het zwaarst wegen, wordt op voorhand een rechtsgang zoveel mogelijk voorkomen. Wat dat betreft heeft de bond goed gekeken naar de wanprestaties van de turn- en judobond, die in de aanloop naar de Spelen in Londen werden achtervolgd door procedures.

En toch wringt het ergens. Angst voor procedures is begrijpelijk, maar kan er ook voor zorgen dat sommige van 's werelds beste schaatsers thuis moeten blijven. Omdat de KNSB zichzelf twee van de tien beschikbare plaatsen heeft toegeëigend om een fatsoenlijke ploegenachtervolging op te kunnen tuigen, kunnen sommige afstanden in het gedrang komen.

In de huidige matrix zijn dat de sprintafstanden bij zowel de mannen als de vrouwen. De korte afstanden zijn - veel meer dan de lange afstanden - een loterij. De ene keer wint de een, de andere keer de ander. Mark Tuitert won op de 1500 meter plots goud in Vancouver, Annette Gerritsen zilver op de 1000 en Laurine van Riessen op dezelfde afstand brons. Vier jaar eerder in Turijn was het Marianne Timmer die verraste op de 1000 meter, net als Gerard van Velde in Salt Lake City (2002). En nog vier jaar eerder won Timmer goud op de 1000 en 1500 en pakte Ids Postma goud op de 1000.

De overeenkomst: geen van die schaatsers won in het jaar voor zo'n plotse medaille het kwalificatietoernooi. Sterker nog: Gianni Romme, die in Nagano twee keer goud won (5000 en 10.000 meter) deed daar vanwege vermeende ziekte niet eens aan mee.

In al die cijfers lijkt iets van een waarschuwing te zitten: te strikt de matrix volgen, kan zomaar medailles kosten, in plaats van ze opleveren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden