De kauw kan vertellen wat oud worden is

reportage | Door te rommelen met hun nesten ontdekt bioloog Simon Verhulst waarom de ene kauw sneller oud wordt dan de andere. Daar kan de mens van leren.

Collega Jelle Boonekamp is vandaag ook op pad. Simon Verhulst groet vanuit de auto. Verhulst, hoogleraar biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, stuurt zijn wagen door de bosrijke omgeving rond het Groningse Glimmen. Voor het elfde jaar op rij is dit in mei en juni het gebied van hem en zijn team. Of eigenlijk van de negentig kauwtjesgezinnen die nestelen in de nestkasten die Verhulst heeft opgehangen.

De professor heeft vanochtend gezelschap van tweedejaars bachelorstudent Paul Rijskamp. Samen gaan ze langs de kasten met jonkies van twintig dagen. Paul klimt langs een ladder in de boom, een katoenen tas om de nek. Hij vist de kauwenkuikens voorzichtig uit hun kastje en stopt ze in de tas.

In een simpel laboratoriumpje dat Verhulst in zijn kofferbak heeft ingericht worden de vogeltjes onderzocht en gewogen. Verhulst meet de lengte van de pootjes, Rijskamp kijkt onder de vleugeltjes of de kuikens parasieten hebben.

Bloed afnemen staat vandaag niet op het programma. Wel wordt hier en daar een nageltje bijgeknipt. Aan de geknipte nagels herkennen de biologen de verschillende kuikens.

Hard werken

Verhulst rommelt met de nesten. Als de kuikens vijf dagen oud zijn pakt hij uit sommige kasten twee stuks om die bij een ander kauwenpaar af te leveren. Op die manier ontdekte hij als eerste dat vogels met extra jongen, die dus harder moeten werken, korter leven. Verhulst beschreef dit fenomeen vorig jaar in het vakblad Ecology Letters.

Gemeen toch? Babyvogels stelen en er andere kauwen mee opzadelen. Helemaal nu duidelijk is dat de ouders die de zorg hebben voor grote broedsels eerder doodgaan. Verhulst zegt zich te troosten met de gedachte dat de exemplaren met de verkleinde broedsels langer leven.

Bovendien bewijst hij de kauwensoort als geheel een goede dienst. De bossen van Glimmen zijn een kauwenparadijs. "Als wij ze geen nestkast hadden gegeven, hadden ze hier niet op zo'n grote schaal kunnen broeden. Een kauw is namelijk afhankelijk van natuurlijke holtes om in te broeden."

Verhulst heeft zijn focus inmiddels verlegd van de ouders naar de jonkies. Hij probeert er nu achter te komen wat de invloed is van opgroeiomstandigheden - lees: een groot of juist klein nest - op de toekomst van de jongen. "Gemiddeld is zo dat in kleine nesten de jongen het beter doen", weet Verhulst al. "Maar we weten niet waardoor. Waarom is het niet zo dat je met meer jongen gewoon kauwtjes krijgt die misschien wat kleiner zijn, maar wel perfect gezond? Zo gaat dat bij insecten."

Centraal in de zoektocht naar het antwoord staan de zogenoemde telomeren. Dat zijn aaneenschakelingen van DNA, ingekapseld in beschermende eiwitten aan het uiteinde van een chromosoom. Een telomeer is te vergelijken met het plastic uiteinde van een schoenveter. En bij iedere deling van de cel rafelt het uiteinde wat uit, tot uiteindelijk de cel niet meer kán delen en sterft.

Telomeren komen bij mensen, zoogdieren, vogels en ook bij sommige reptielen voor, legt Verhulst uit. Het zijn indicatoren voor veroudering, want met het stijgen der leeftijd worden de ketens korter. Bij kauwen gaat het hard. Tussen dag vijf en dag dertig, de laatste meting voor de kuikens uitvliegen, wordt een aanmerkelijk telomeerverlies gemeten.

Verhulst: "We hebben nu ook gevonden dat in nesten met veel jongen het verlies harder gaat. Die jongen hebben daarmee een kleinere kans om te overleven dan jongen met weinig verlies. Wat we nu willen weten is: wat maakt nou dat sommige jongen veel telomeer verliezen en andere weinig? Daarvoor meten we al die fysiologische eigenschappen."

Lekker klein

Honderden zebravinken maken ook deel uit van het onderzoek. Zo'n vinkje is lekker klein en makkelijk te houden, zelfs te fokken, in gevangenschap. Het vogeltje is daardoor continu voorhanden op het biologisch instituut van de Groningse universiteit. Kauwen gedijen alleen in de vrije natuur. Vanaf hun derde jaar nestelen ze zo'n vier keer, meestal met dezelfde partner en in dezelfde kolonie.

Alleen in die nestelperiodes kunnen Verhulst en zijn groep over de dieren beschikken. Hoewel ze vorige winter getrakteerd werden op een bonus: "Een boer in de buurt had de koeien de hele winter buiten. Er was een foerageerplek. We hebben bijna zestig kauwen kunnen meten die vorig jaar waren uitgevlogen. Ik herkende ze aan de gekleurde ringen die we ze omdoen." Hij lacht: "Misschien dat ik deze winter zelf wel voer strooi om de vogels te lokken."

Thuis heeft Verhulst ook nestkasten aan de gevel van zijn woning hangen. Hij houdt van de kauw sinds zijn eigen studietijd. Het is primaire nieuwsgierigheid naar die vogel met zijn brede bek die hem drijft, bezweert hij.

Maar wat het vogelonderzoek oplevert, kan worden doorgetrokken naar de mens. En daarmee past het werk van Verhulst en zijn groep naadloos in 'Gezond oud worden', een van de brede thema's waarmee de Rijksuniversiteit Groningen zich profileert. "Wat we te weten komen over factoren die de telomeerlengte van kauwen beïnvloeden, kan ons helpen ook bij de mens factoren te herkennen die belangrijk zijn voor gezond ouder worden."

"Bij een mens moeten we tien jaar wachten voor we hetzelfde telomeerverlies hebben als bij een kauw in 25 dagen", zegt Verhulst. Mensen telomeertechnisch in kaart brengen is daarmee gecompliceerd en een zaak van lange adem. Maar met beschikbare data heeft de groep van Verhulst al wel laten zien dat mensen met korte telomeren eerder dood gaan.

Komt dat door hard werken, zoals bij de kauwtjes? En moeten we niet meer dan twee kinderen nemen om hun toekomst niet te ondermijnen? Zo ver wil Verhulst niet gaan. Een mens is geen vogel. "Wat wel zou kunnen is dat, als telomeerlengte een voorspeller is van bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, we de lengte op het consultatiebureau gaan meten. Bij kinderen met groot verlies weet je dan: die moet uitkijken. Daar kun je dan op inspelen."

Verhulst heeft nog een spannend idee: "Kijken of we er baat bij zouden hebben als we erin slagen onze telomeren langer te maken."

Hoogleraar Simon Verhulst en student Paul Rijskamp onderzoeken een kauw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden