Column

De katholiek moest zich bijna net zo vaak verontschuldigen als de moslim

Bisschop Gerard de Korte in de Haagse Kloosterkerk tijdens een speciale dienst tegen haatzaaien en racisme. Beeld anp

In haar jeugd is mijn moeder op straat nog uitgescholden om wat ze was. Nee, zij was niet zwart, niet Turks, geen dochter van een gastarbeider of allochtoon. Zij was alleen maar katholiek. Dat werd in de Amsterdamse wijk waar zij woonde niet geapprecieerd. "Roomse papen," riep men haar en haar zusjes na - en dat was niet vriendelijk bedoeld.

Afgelopen zaterdag werd er in deze krant in verschillende toonaarden geklaagd over uitsluiting en discriminatie. Sinds de pietendiscussie is het thema hot ­- al denkt niet ieder racismecriticus daar hetzelfde over. Redactrice Seada Nourhussen beklaagde zich over Zwarte Piet, NRC-columnist Zihni Özdil beklaagde zich over de klagers. Beiden waren het er echter over eens: discriminatie is in Nederland geen uitzondering maar regel.

Ze hebben gelijk; natuurlijk hebben ze gelijk. Tussen mensen wordt in elke samenleving voortdurend onderscheid gemaakt op basis van wat kenmerkend heet te zijn voor de groep waartoe ze worden gerekend. Net zoals de door Özdil aangehaalde Máxima gelijk had toen ze zei dat 'dé Nederlander' niet bestaat. Niet omdat er geen 'Nederlandse identiteit' zou zijn, hoe moeilijk die ook te omschrijven is. Maar omdat statistische grootheden nu eenmaal louter gedachtenconstructies zijn. 'Dé Nederlander' bestaat net zo min als 'Jan Modaal'.

Constructies
Toch gebruiken we die constructies, omdat we nu eenmaal niet anders kunnen. Denken is het gelijkmaken van het ongelijke, schreef de jonge Friedrich Nietzsche ooit. Wie in de werkelijkheid alleen maar individuele mensen en dingen ziet, verliest alle houvast en wordt gek. Waartóe we verschillende dingen gelijkmaken is vaak niet zo duidelijk uit te drukken, behalve door het ene woord dat we op al die dingen plakken. Zuid-Limburg verschilt hemelsbreed van Wassenaar, merkt Özdil terecht op, maar toch hoort het allemaal bij 'de Nederlandse identiteit'.

Soms gaat dat mis. We zien een (bijzet)tafel aan voor een stoel. Of erger: we denken dat je op alles wat 'stoel' heet kunt zitten en vergeten dat dat bij paddestoelen alleen voor kabouters geldt. Pijnlijk wordt het pas wanneer we mensen gaan categoriseren: Alle Turken heten Ali, zoals ooit de Nederlandse titel van een van Fassbinders films luidde. Berucht was de uitspraak van een D66-politicus, die kort na de oprichting van zijn partij verklaarde altijd zijn vingers na te tellen wanneer hij een katholiek de hand had geschud.

Veel 'roomsen' voelden zich diep gegriefd en dat was niet helemaal ten onrechte. Ook zij hadden een lange geschiedenis van achterstelling moeten verkroppen. Eeuwenlang waren de zuidelijke provincies bestuurd als koloniën. Tot ver in de jaren vijftig konden katholieken nauwelijks carrière maken in de hogere echelons van het Nederlandse staatsapparaat: een glazen plafond waarvoor ik nog nooit enig excuus heb gehoord.

Dubbele loyaliteit
De verdenking dat katholieken met hun dubbele loyaliteit (aan de paus meer dan aan Nederland) onmogelijk goede burgers kon zijn, hield nog langer stand. Die argwaan is - dankzij Wilders, die als Limburger beter zou moeten weten - inmiddels overgedragen op Marokkanen: een dubbele nationaliteit is onverenigbaar met het voorzitterschap van de Tweede Kamer.

De scherpe kantjes van het anti-papisme lijken intussen wel af - al moest nog in de vroege jaren '80 de laatste katholiek-vijandige bepaling uit de Nederlandse grondwet worden geschrapt. Intussen kon de RK-zuil al niet meer in de schaduw staan van wat ze ooit geweest was. Zelden werden tolerantie en scheiding van kerk en staat zo goedkoop afgekocht, kan ik niet nalaten te mopperen. Enig sarcasme jegens de Nederlandse 'schöne Seele' is ook mij niet vreemd.

Net zoals ik moet constateren dat er maar weinig voor nodig is of diezelfde blanke ziel haalt het hele repertoire aan verdachtmakingen weer uit de mottenballen. Dat kindermisbruik in roomse kring niet ernstiger was dan elders, mag door onderzoekscommissies dan steeds weer zijn benadrukt, de afgelopen jaren had de doorsnee- katholiek zich daarvoor bijna even vaak te verontschuldigen als de doorsnee-moslim voor de jihad. Gelovig ben ik al heel lang niet meer en kerks evenmin, maar je afkomst verloochen je niet en het stoorde mij bijzonder.

Open cultuur
Bij mijn weten is geen enkele katholiek daarom naar de rechter gestapt. Verdachtmaking, krenking en belediging: leuk is het allemaal niet - maar in een open cultuur die geen blad voor de mond neemt hoort het erbij. Zoals ook Özdil niets wil weten van de aangiftecampagne tegen Wilders: "Een knieval vond ik dat, een dieptepunt in de moderne Nederlandse geschiedenis."

Besef van wat taal is, besef van de vereisten en de grenzen van het fatsoen: je zou het méér mensen toewensen. "Ik wil geen land dat mij gedoogt," zegt Özdil tot slot. "Ik wil een land dat zegt: wat je ook doet, en of je nu Zihni heet of Henk, het maakt niet uit: je bent een van ons." Ik vind dat indrukwekkende woorden; mijn moeder heeft in haar jeugd misschien wel eens hetzelfde gedacht. Ze heeft nog een Duitse achternaam ook.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden