De kangoeroewoning: met de héle familie onder één dak

Familie Jorritsma in hun gezamenlijke huis, een “kangoeroewoning”. Beeld Maartje Geels

Als opa en oma vroeger noodgedwongen kwamen inwonen, moest iedereen inschikken. Tegenwoordig betrekken families vrijwillig een ‘kangoeroewoning’, waar je samen maar toch apart met je familieleden woont. Gezellig, maar ook handig als vader of moeder zorg nodig heeft.

De kangoeroe draagt haar jong in een buidel - bij de kangoeroewoning zitten juist de ouders vaak in de ‘buidelwoning’. Hoeveel Nederland er telt, is onbekend, zegt Yvonne Witter, adviseur bijzondere woonvormen van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. “Maar je moet eerder denken aan honderden dan aan duizenden. Het is een nichemarkt waar weinig groei in zit.”

Witter doet onderzoek voor woningcorporaties en zorginstellingen naar nieuwe woonvormen, waarvan de kangoeroewoning er een is. “Diverse woningcorporaties verhuren kangoeroewoningen. Hun ervaringen zijn niet altijd positief. Als mensen er eenmaal wonen, zijn ze meestal erg tevreden. Maar het blijkt lastig huurders te vinden.” Diverse woningcorporaties zijn er daarom mee gestopt. Onbekendheid met het fenomeen speelt een belangrijke rol, meent Witter. “En je moet het natuurlijk ook maar willen, je ouders of je kinderen de hele dag bij je in buurt. Dat kan een aanslag op je privacy zijn. Daarom moet je vooraf altijd goede afspraken maken.”

Ook het feit dat mensen een kangoeroewoning meestal moeten verlaten bij vertrek of overlijden van een van de huurders is een drempel. “Dat maakt mensen huiverig.”

Hanneke Klumpes van woningcorporatie Vestia uit Den Haag, die al een jaar of tien enkele kangoeroewoningen verhuurt, erkent het probleem. “Wij zijn dan verplicht te helpen bij het zoeken naar een nieuwe passende woning. Dat blijkt in de praktijk niet altijd haalbaar. Hierdoor staan veel helften leeg. Daarom zijn we nu aan het onderzoeken of we onze kangoeroewoningen kunnen splitsen en los van elkaar kunnen verhuren.”

Voor particulieren ligt dat anders, aldus Witter: “Daar zie ik wel flinke groei. Al gaat het dan meestal eerder om mantelzorgwoningen dan om kangoeroewoningen. Het verschil is dat een mantelzorgwoning een losse unit is die je al dan niet tijdelijk in je tuin of bij je huis laat plaatsen om bijvoorbeeld je ouders of je gehandicapte kind zorg te kunnen verlenen. Sinds 2014 heb je daar geen gemeentelijke vergunning meer voor nodig. Dat heeft deze woonvorm een flinke stimulans gegeven.” 

“Ik hoef bijna nooit te koken”

Ik voel me dubbel gezegend: mijn moeder is er nog én ze is altijd in de buurt”, zegt Mick Woearbanaran (68). Hij woont sinds tien jaar met zijn moeder in een kangoeroewoning in de Zwolse wijk Stadshagen.

Trots leidt Jublina Woearbanaran (89) haar bezoek rond in haar opvallend ruime en lichte appartement: flinke woonkamer, grote keuken, twee mooie slaapkamers, badkamer en een terras met kruidentuintje. Groot genoeg ook om haar negen kinderen met aanhang te ontvangen. En als al haar ruim honderd nazaten tegelijk op bezoek zijn, hoeft ze alleen de deur tussen haar woning en het riante eengezinshuis van zoon Mick open te zetten.

Na het overlijden van zijn vader zag Woearbanaran hoe zijn moeder vereenzaamde in haar huis in Wijhe. Dus toen hij een advertentie las waarin woningbouwvereniging Delta Wonen een kangoeroewoning te huur aanbood, aarzelde hij geen moment. Woearbanaran, gepensioneerd metaalbewerker en muzikant - hij was recentelijk een van de finalisten in ‘The Voice Senior’ - heeft nog geen seconde spijt gehad. “In het begin was het wel even spannend, je neemt toch een bepaalde verantwoordelijkheid op je. Maar in onze Molukse cultuur is het normaal om voor je ouders te zorgen.”

Mick Woearbanaran in zijn huis en links zijn moeder in haar huis. Beeld Maartje Geels

Makkelijk is het ook, geeft hij toe: “Ik hoef bijna nooit te koken, dat doet zij. We eten elke dag samen.” Ook tussendoor lopen Woearbanaran en zijn moeder regelmatig bij elkaar binnen. “Even een kopje koffie drinken en een praatje maken. Daarna gaan we weer onze eigen weg. Mijn broers en zuster en de kleinkinderen komen vaak langs. Vervelend? Nee, familie is belangrijk voor ons.”

Moeder Jublina is nog behoorlijk fit, ze heeft alleen eens in de twee weken huishoudelijke hulp. “Net als ik heeft ze haar eigen leven. Ze heeft ook haar eigen voordeur. Alleen als ze naar het ziekenhuis of de dokter moet, ga ik met haar mee. Dan is het makkelijk dat ik in de buurt én gepensioneerd ben.”

Bovendien heeft ze oog voor zijn privacy: “Als ze ziet dat ik vrienden op bezoek heb, blijft ze in haar eigen huis. Dat doe ik ook bij haar. Ze blijft natuurlijk wel mijn moeder en soms heeft ze de neiging mij de les te lezen. Ach, dat neem ik voor lief.”

Ooit, weet Mick, zal Jublina overlijden. Dan moet hij ook zijn huis uit, zo is dat afgesproken met de woningbouwvereniging. “Ik maak me geen zorgen, want dan krijg ik een ander huis aangeboden.” Mocht hem zelf iets overkomen, dan kan zijn moeder blijven wonen waar ze woont. “Ik hoop dat dan een van mijn broers of zusters het hier van me overneemt.”

“Wij kunnen allemaal goed met elkaar opschieten”

Zijn vrouw elke dag de hort op, zijn kinderen het huis uit: oud-bouwondernemer Gerlof Jorritsma (71) begon zich behoorlijk eenzaam te voelen. Zijn voorstel om als familie één woning te betrekken resulteerde in de bouw van De Nije Stins in Almere. Ieder gezin zijn eigen woning en toch dicht bij elkaar.

Het is een zonnige herfstmiddag en de familie Jorritsma zit aan de lunch op het terras, verwikkeld in een geanimeerd gesprek. De kleinkinderen Menke, Ids, Jetze en Geke, de dochters Minke en Maayke, schoonzoon Xander en opa en oma Gerlof en Annemarie. Alleen schoonzoon Yme, de echtgenoot van Minke, ontbreekt wegens bezigheden elders.

Zo ziet pater familias Gerlof het graag: allemaal even samen. Drie riante woningen achter één voordeur telt de Nije Stins, een onder architectuur gebouwd wooncomplex in het buitengebied van Almere, de stad waarvan Annemarie Jorritsma van 2003 tot 2015 burgemeester was.

Op een perceel van 3800 vierkante meter lieten de Jorritsma’s dertien jaar geleden een woning bouwen met elf woon- en slaapkamers, twee logeerkamers (waarvan er een dienst doet als flipperkastenkamer van Yme), een gemeenschappelijke kamer, zes badkamers, een gemeenschappelijke wasruimte, een grote tuin en een zwembad.

Familie Jorritsma in hun gezamenlijke huis. Vlnr: vriendje Joshua, Ids, Geke, Minke, Maayke, Gerlof, Annemarie. Beeld Maartje Geels

Haar man en zij hoefden er niet lang over na te denken toen haar vader met het Nije Stins-plan kwam, zegt dochter Maayke (44). Wijzend op de schuifdeuren die toegang bieden tot het terras en de enorme tuin: “Wie heeft nou zo’n huis? Mijn zus en ik kunnen goed met elkaar en met onze ouders opschieten en dat geldt ook voor onze echtgenoten.”

Ook Minke (41) en haar man stonden open voor het plan. Mits ze voldoende privacy zouden hebben. “Mijn man en ik vinden het prettig om ons op onszelf terug te kunnen trekken. Dat kan hier. Achter de gezamenlijke voordeur hebben we allemaal onze eigen voordeur. Die van de anderen staat altijd open, die van ons is meestal dicht.”

In De Nije Stins - de naam verwijst naar een Friese hoeve - leidt ieder gezin zijn eigen leven. Soms zien ze elkaar dagen niet. Vooral Annemarie, nog altijd maatschappelijk zeer actief, is vaak afwezig. Maar als het even kan, eten ze een keer in de week samen. Op donderdagavond, dan kookt Gerlof voor de hele bups. “Hij wordt er steeds beter in”, zegt Annemarie.

Gerlof en Annemarie passen - lekker makkelijk - regelmatig op de kleinkinderen. Iedereen bemoeit zich met de opvoeding van de vier kinderen, in leeftijd variërend van 10 tot 14. Dat leidt slechts zelden tot ergernissen, zegt Minke. “Zo zitten wij niet in elkaar. Alleen als ik mijn kinderen al heb aangesproken op iets wat ze hebben gedaan en mijn moeder het daarna nog eens dunnetjes overdoet, zeg ik weleens ‘zo is het wel genoeg, ma’.” Annemarie: “Ja, daar moet ik op letten. Maar dat ze opgroeien tussen zes volwassenen, maakt ze wel mondiger en wereldwijzer.”

De kinderen zelf zien amper nog verschil tussen hun broertje en zusje en hun nichtje en neefje, zegt Maayke. “We gaan altijd apart als gezin op vakantie. Tegen het einde van de vakantie beginnen ze hun neefje en nichtje echt te missen.”

Over de toekomst denkt de familie Jorritsma weinig na. Wat als een van de dochters gaat scheiden, wat als Gerlof en Annemarie overlijden? Minke: “Daarover hebben we ooit afspraken gemaakt, maar eigenlijk komen die erop neer dat we wel zien als het zover is. Wij zijn nuchtere mensen, hè?”

“Een beetje afstand houdt de verhoudingen goed”

Michiel Heidenrijk (45), zijn vrouw Isis (38) en hun drie kinderen wonen met zijn moeder (73) en dementerende vader (74) in een kangoeroewoning in Amsterdam.

“Een cadeautje”, vindt moeder Anneke Heidenrijk. “We hebben ons eigen appartement op de begane grond, met tuin. De kleinkinderen zien we bijna dagelijks. Het is een veilig idee dat, áls het nodig is, we een beroep kunnen doen op mijn zoon en zijn vrouw die boven ons wonen.”

Sinds enkele maanden wonen ze met zijn allen op vier verdiepingen in het gloednieuwe wijkje dat verrijst bij de voormalige Bijlmerbajes. “Een buitenkans”, noemt zoon Michiel Heidenrijk het. “We wilden groter en vrijer wonen. Op het dieptepunt van de crisis was het betaalbaar, omdat niemand hier wilde wonen.”

Al vrij snel ontstond het idee een woning te bouwen waar ook de ouders van Michiel konden wonen. Die waren nog erg tevreden in hun eigen huis. Maar omdat Michiels vader aan vasculaire dementie lijdt, zag hij als enig kind de dag naderen dat zijn vader niet meer thuis zou kunnen wonen. “Ik vond het een mooi idee dat mijn vader en moeder zo lang mogelijk samen konden blijven. Maar ik wíst dat mijn ouders liever niet zouden verhuizen, ze waren daar geworteld. Ze reageerden in eerste instantie niet enthousiast. Pas na meerdere gesprekken konden we ze overtuigen.” Hij begrijpt die aarzeling nu beter. “Voor ons jonge gezin is dit de toekomst. Voor mijn ouders is het hun laatste verhuizing, een stap dichter bij de dood. Dat is confronterend.”

Michiel Heidenrijk met zijn vrouw Isis en kinderen Jade (8), Ilya (5) en Fero (1). Beneden wonen zijn ouders. Beeld Maartje Geels

Een romantisch beeld - zijn gezin en zijn ouders elke avond samen - had hij niet bij het plan. “Nee! We hechten erg aan onze privacy. Mijn ouders zijn ook graag op zichzelf. De kinderen gaan elke dag even lang bij opa en oma, prima. Maar Isis en ik zien mijn ouders niet dagelijks. We hebben het huis bewust ook zo ingericht dat we elkaar niet hoeven te zien. Soms drinken we bij hen koffie, of komen ze eten.”

Opa en oma passen weleens op de kleinkinderen, Michiel en Isis doen soms boodschappen voor zijn ouders. “En natuurlijk zwaaien we altijd even als we de deur uitgaan of thuiskomen.”

Moeder Anneke Heidenrijk zal nooit onaangekondigd langskomen: “Stel je voor dat ze net lekker op de bank zitten te knuffelen! Daarom bel ik eerst altijd eerst even.” En met de opvoeding van de kleinkinderen bemoeit ze zich ook nooit.

Enige afstand houdt de verhoudingen goed, meent Michiel: “Het is psychologisch best een stap om weer samen te gaan wonen met je ouders. Nu begrijp ik waarom ik destijds zo graag weg wilde. Ik zie waar ik vandaan kom en hoezeer mijn leven en mijn opvattingen verschillen van de hunne. Dat is trouwens niet per se negatief, omdat het me nieuwe inzichten geeft in wie ik ben en waarom. Maar ik merk ook dat oude ergernissen gemakkelijk de kop opsteken.”

De achteruitgang van zijn vader raakt hem meer dan toen ze nog ver van elkaar woonden. “Ik zie zijn aftakeling nu van dichtbij, dat is best heftig. Mijn vader was altijd vrij beheerst, maar wordt nu emotioneler. Dat is mooi om te zien.”

De echt praktische zorg verlenen die zijn vader steeds meer nodig heeft, doen hij en zijn vrouw niet. “Al die verhalen over hoe mooi het vroeger was, toen opa en oma inwoonden bij hun kinderen en door hen liefdevol werden verzorgd... Mensen vergeten dat dat vaak pure noodzaak was. Nu hebben we andere mogelijkheden, laten we daar alsjeblieft gebruik van maken.”

“Ik ben trots en blij dat we dit hebben gedaan. Maar op sommige dagen denk ik ook: wat een slecht idee was dit. Het was een rationeel besluit. Bij de emotionele gevolgen heb ik amper stilgestaan.”

“Ik voel me veiliger met mijn dochter in de buurt”

Zij haar eigen driekamerappartementje op de begane grond, het gezin van haar dochter de drie verdiepingen daarboven. Marianne Oudshoorn-Hooijman (69) en dochter Boukje met haar vriend en twee kinderen wonen in een vrijesector-kangoeroehuurwoning in Zoetermeer.

Zelfstandig en ondernemend was Marianne Oudshoorn haar hele leven. Ook na het overlijden van haar man ging ze overal alleen op af. Maar de laatste jaren is haar zicht zo hard achteruitgegaan dat ze niet meer kan autorijden. Lopen gaat ook niet zo makkelijk meer. Een en een werd twee toen dochter Boukje en haar vriend op zoek moesten naar een ander huis en hoorden dat in de buurt een kangoeroewoning vrijkwam.

Ze delen een voordeur met één bel, maar daarachter heeft Marianne haar eigen voordeur met een eigen huisnummer. Marianne: “Ik kan mezelf nog goed redden hoor. En ik leef mijn eigen leven. Maar als het echt nodig is, kan ik altijd een beroep op haar doen. Dat idee geeft me rust en een veilig gevoel.”

Boukje met haar kinderen Rickey en Beau en haar moeder. Hond Daisy heeft op dag één besloten beneden te gaan wonen. Beeld Maartje Geels

Boukje vindt het ook prettig, zo. “We hebben een heel goeie band en zien elkaar elke dag wel even. Ook de kinderen komen vaak bij haar over de vloer. Echt afspraken hebben we niet gemaakt toen we hier gingen wonen. Niet nodig, we kennen elkaar door en door. Net als ik is mijn moeder graag op zichzelf. Dus als ik haar zat ben, stuur ik haar gewoon de trap af naar haar eigen huisje.”

Wat Boukje heel erg fijn vindt is dat Marianne bijna elke dag voor het hele gezin kookt. Regelmatig eten ze samen. Boukje: “Ze kan heel goed koken en vindt het leuk om te doen. Ik helemaal niet.”

Nu kan Marianne zich nog prima zelfstandig redden, maar stel dat het ooit slechter gaat met haar, dan wil Boukje haar zelf verzorgen. “Dat is een van de redenen waarom we hiervoor hebben gekozen. Ik heb bijna vijftien jaar in de thuiszorg gewerkt en wil er alles aan doen om te voorkomen dat ze moet worden opgenomen.”

Mocht Marianne overlijden of noodgedwongen toch ooit naar een verpleeghuis moeten verhuizen, dan moeten Boukje en haar gezin de woning ook verlaten. “Daar heb ik geen moeite mee. We krijgen dan van de woningbouwvereniging wel ruim de tijd om een andere woning te zoeken.”

Lees ook:

Het moet afgelopen zijn met dat pamperen van volwassen kinderen

Ouders van nu weten van geen ophouden. Als Tijd-redacteur Ally Smid leest dat in Amerika sommige ouders zelfs met hun kind meegaan naar sollicitatiegesprekken, schrikt ze. Wanneer stopt dat pamperen van volwassen kinderen eens een keer?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden