De kanarie

Op het terras van hotel Neptun vertoont Kühlungsborn gelijkenis met Nice of Cannes. Wie met de rug naar de straat alleen de serveersters, de azuurblauwe stoelen en het zandwitte plaveisel bekijkt, waant zich aan de Middellandse Zee. Het oude hotel is volgens de laatste decortrends gerenoveerd. De gevels zijn wit gepleisterd, en 's avonds schijnt overal gedempt halogeen licht. Deze luxe in de oude badplaats is pas twee weken open. Hier is veertig jaar DDR snel vergeten. We doen althans ons best. De overheerlijke velouté en de kip in dragonsaus met wilde rijst, helpen een handje. Ik smul van de salade met tien jaar oude Aceto Balsamico, als mijn oog valt op de buren.

Op nog geen twee meter afstand van de luxe hotelvilla, staat net zo'n pand, maar daar bladdert veertig jaar DDR van de gevel. En het is zeker geen hotel, want er staan schots en scheef heel veel brievenbussen op het tuinpad. Maar die trekken niet mijn aandacht. Ik moet naar het statige bouwval kijken, omdat het naar mij kijkt. Vanaf het rechter balkon op de eerste verdieping kijkt een man naar ons vanachter een vogelkooi. En hij kijkt niet gewoon, hij staart zonder zijn blik te laten afdwalen. Waarschijnlijk zit hij hier al vastgenageld, sinds het eerste marmeren terrasstafeltje is opgesteld. Net als ik me ongemakkelijk begin te voelen, omdat zich de Duitse armoedegrens opdringt, wordt de man afgewisseld door zijn vrouw. Ze zeggen niets, zij raakt zijn schouder aan, hij staat op, zij gaat zitten. En staart, half door de vogelkooi heen.

Op ons terras is naar mijn idee natuurlijk niets te zien. Er zitten twee mannen te telefoneren met een autotelefoon. Later gaan ze daarmee naar hun open protsauto met lederen bankjes naast het terras. Verder zitten er mensen van hele grote borden te eten, waar zeer weinig op ligt. Bij kaarslicht. Niks te zien dus. Toch blijft de vrouw onafgebroken staren, hoewel ze binnen televisie heeft, want er hangt zo'n lelijke satellietschotel aan de wrakke gevel.

Nu kan ik op mijn beurt mijn blik niet van haar huis afhouden. Er komen en gaan medebewoners van de collectief bewoonde villa. Een jongen met lang haar in de nek en kort haar van voren verlaat het pand met een sporttas, een vrouw met lichtblauw nylonschort komt thuis. Ook niks bijzonders. Als de man met de fiets in de tuin afstapt, valt me eerst niets op. Hij heeft een bruine Trevira-broek aan. Een stof die in Nederland in de jaren zestig veel werd gebruikt en in de DDR tot het laatst in goedkope varianten werd geproduceerd. Waarom je broek weggooien als de Muur valt?

Maar ik zie ineens, dat hij zijn broekspijp met een wasknijper tegen de fietsketting beschermt. Die knalgele wasknijper is nog van toen, jubel ik inwendig. Die worden sindsdien niet meer gemaakt! Ik bespeur bij mezelf vreugde over deze archeologische ontdekking: die man heeft een echte VEB-wasknijper in het nieuwe Duitsland laten overleven. Net zoals je een enkele keer ziet hoe in de trein nog een echt DDR-boterhamzakje wordt uitgepakt.

Opeens weet ik weer waar ik ben, in Kühlungsborn aan de Oostzee. Het stadje probeert de DDR af te schudden door rijke toeristen te lokken. Maar het decor is nog niet compleet. De rij van dure hotels sluit zich nog lang niet. Het staatsvakantiekamp, de bejaardenkazerne en de Trabanten op straat weten van geen wijken. Er zijn zelfs nog geen echte parkeerplaatsen voor de Mercedes cabrio, de Audi 100 en de zwarte BMW uit Berlijn. Ze stoffen onder.

Als we aan het kaneelijs met mint toe zijn, mag de man weer even kijken. De vrouw gaat naar binnen. Zouden er ook in de DDR al kanaries zijn geweest, of is dat de enige luxe die ze zich op het balkon hebben gepermitteerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden