De Kamer maakt het Blok niet moeilijk in het debat over steun aan Syrische rebellen

Beeld Werry Crone

Na het chagrijn kwam de olijftak. In de Tweede Kamer vielen de coalitiepartners elkaar en minister Blok niet hard aan tijdens het debat over de steun aan gewapende oppositie in Syrië.

Terwijl Kamerleden elkaar de maat namen, kon Stef Blok rustig voor zich uit kijken. Tijdens de eerste uren van het debat maakte hij maar zelden aantekeningen van vragen die hij later moest beantwoorden, zoals ministers in politieke problemen plegen te doen.

De minister van buitenlandse zaken kon volhouden dat het steunen van Syrische rebellen over het algemeen een verstandig besluit was. “De controle op het programma had beter gekund, maar de suggestie dat de gesteunde groepen op grote schaal met terrorisme bezig waren is onjuist. Ze probeerden juist weerstand te bieden aan Islamitische Staat.”

Voor de Kamer was het lastig om hier de minister diepgaand op te bevragen. De precieze namen van de gesteunde groeperingen waren en blijven geheim, waardoor deze lijst niet naast rapporten van mensenrechtenorganisaties gelegd kan worden. Ook kunnen Kamerleden niet beoordelen of de groepen daadwerkelijk tegen IS vochten toen zij steun ontvingen, of dat zij vooral tegen president Assad streden. 

Eerder meldde het kabinet al dat de gesteunde groepen gevaar lopen als bekend wordt dat zij westerse steun ontvingen. Blok voegde daar nu aan toe dat Nederland de steun samen met bondgenoten heeft gegeven, en dat ook aan hen geheimhouding is beloofd.

Binnen de grenzen

De minister betwistte aantijgingen van oorlogsmisdaden aan het adres van door Nederland gesteunde groepen. Volgens Blok is het lang niet duidelijk dat de Sultan Murad-brigade oorlogsmisdaden pleegde. Deze groep zegt zelf Nederlandse steun te hebben ontvangen, en verspreidde een filmpje waarin het een primitieve raket richting een woonwijk afschiet. Blok zegt dat hij ‘op basis van de beelden niet kan beoordelen of de raket een burgerdoel heeft geraakt’. Onder het oorlogsrecht maakt dat weinig uit, omdat ongericht een wapen afschieten per definitie al een misdaad is.

Nederland zelf is volgens Blok ook keurig binnen de grenzen van het internationale recht gebleven, door geen wapens aan rebellen te leveren. Volkenrechtelijk adviseur André Nollkaemper uitte hier eerder zijn twijfels over. Steun aan rebellen zou neerkomen op verboden inmenging in een andere staat. Het maakt volgens hem niet uit of je wapens levert of strijders van auto’s en kleding voorziet.

De Kamerleden Sjoerd Sjoerdsma (D66) en Pieter Omtzigt (CDA) hadden ook kritiek op de redenering van Blok. Nederland heeft ook auto’s geleverd die beschermd zijn tegen explosies of voorzien zijn van metalen beugels waar wapens op geplaatst kunnen worden.

Te impliciet

Terugblikkend concludeerde Blok wel dat het in de toekomst anders moet. Het is beter om openlijk met de Kamer over alle juridische haken en ogen te spreken. “De les is dat de discussie destijds te impliciet was.” Daarmee komt hij tegemoet aan een breed gedragen wens in de Kamer om een lijst met criteria voor rebellensteun op te stellen, zoals die ook bij eigen militaire missies geldt. Voorafgaand aan een uitzending informeert het kabinet de Kamer altijd over de juridische en praktische risico’s.

Een meerderheid in de Kamer wil dat een commissie van onafhankelijke deskundigen kijkt wat er fout is gegaan bij de steun aan Syrische rebellen, en welke criteria herhaling kunnen voorkomen. 

Hoe de nieuwe procedure er precies uit komt te zien is nog niet duidelijk. Het ook de vraag of een verplicht volkenrechtelijk mandaat de deur niet grotendeels dichtdoet voor toekomstige steun aan rebellen. Kabinetsadviseur Nollkaemper vindt dat zulke steun maar moeilijk te rechtvaardigen is onder het volkenrecht.

Blok waarschuwt de Kamer ook voor een te strikte procedure. Hij wil niet dat Nederland alleen nog groepen mag steunen die het zelf in de gaten houdt. In Syrië werd een deel van de controle uitbesteed aan Groot-Brittannië. Als Nederland niet kan vertrouwen op bondgenoten, zou het lastig kunnen worden groepen in verre oorlogsgebieden te helpen.

Vooral de controle moet beter, en er moeten lessen worden getrokken

Het is PVV’er Raymond de Roon die halverwege het debat als enige zijn pijlen rechtstreeks richt op de minister. Want Stef Blok, zo merkt De Roon op, was dan wel geen minister van buitenlandse zaken toen het kabinet in 2015 besloot tot steun aan de gewapende oppositie in Syrië, hij zat wél elke week in de ministerraad. Dus, stelt de PVV’er vast, moet hij op alle nog onbeantwoorde vragen kunnen antwoorden, anders is er weinig vertrouwen meer in de minister. Veel bijval voor zijn aanval op Blok krijgt hij niet.

Na eerdere wrijvingen tussen vooral VVD en CDA – tot in de Ridderzaal werd er geruzied – is de matheid van het debat opmerkelijk. Aanleiding voor vuurwerk was er genoeg. CDA en ChristenUnie zagen in de onthullingen van Trouw en ‘Nieuwsuur’ hun gelijk bevestigd: zij riepen vanaf het begin dat de risico’s te groot waren dat de hulpgoederen in Syrië in verkeerde handen zouden vallen. Maar hun eigen ideeën destijds – inzet van grondtroepen (CDA) en steun aan Koerdische groeperingen (CDA en ChristenUnie) – waren ook niet zonder risico’s, sneerde de VVD vorige week nog. Bij de VVD overheerste vooral het chagrijn over het vooruitzicht van alweer een zwaar debat voor hun minister.

Maar de plooien leken vooraf gladgestreken. Coalitiepartners zijn over één ding gloeiend eens: hulp aan partijen in een gewapend conflict mag nooit meer op deze manier. Vooral de controle moet beter, en er moeten lessen worden getrokken. De olijftak komt van ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind: toets voortaan bij dergelijke hulp vooraf, onder meer aan volkenrechtelijke criteria.

Stratego

En zo werd er vooral vooruitgekeken, en weinig achterom. VVD-Kamerlid Sven Koopmans: “Het was niet fout om mensen proberen te redden. Maar helende handen zijn vaak vuile handen. Hoe kunnen we ze schoner houden zonder ze op de rug te binden, dat is de vraag.”

Zijn D66-collega Sjoerd Sjoerdsma verdedigt het besluit van Blok om een deel van de betrokken stukken geheim te maken – zoals de complete lijst van groepen die Nederlandse steun ontvingen.

Terugkijken willen alleen de ­partijen die destijds in de oppositie zaten, en nu nog steeds, zoals de SP. Was er met de kennis van nu destijds anders geoordeeld, vraag SP-Kamerlid Sadet Karabulut aan diverse col­lega’s, maar antwoorden blijven vaag of worden doorgekaatst naar Blok.

Ook Thierry Baudet (Forum voor Democratie) stelt iedereen dezelfde vraag: willen we liever een Syrië onder president Bashar Assad of een Syrië onder IS en Al-Qaida? Voordewind slaat terug. “Als de wereld zo zwart-wit in elkaar zit, hadden we net zo goed Stratego kunnen spelen.”

In ons dossier Nederlandse steun aan Syrische rebellen leest u alle onthullingen van Trouw en 'Nieuwsuur', waaronder:

Hoe Al-Qaida aan een mobiele bakkerij uit Nederland kwam

Hoe kwam de omstreden hulp aan Syrische strijdgroepen daar eigenlijk terecht, en wat gebeurde ermee? Trouw en Nieuwsuur brachten het logistieke proces in kaart, voorafgaand aan het Kamerdebat vandaag. Er ging veel mis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden