De kalklijnen van een voetbalpolder

De eredivisie, die vanavond aan een nieuw seizoen begint, is een krimpende competitie in een veranderende voetbalwereld. Henk Hoijtink laat zien waarom.

Hoe leuk kan het nog zijn?

Een deel van het plezier dat weer een nieuwe voetbalcompetitie kan brengen, wordt vergald door de acties van de politie op de openingsdagen - althans, zo kan dat worden aangevoeld. Maar dat is slechts leed, en dan ook nog klein leed, voor even. In bredere zin moet de vraag toch zijn hoe leuk de eredivisie in het almaar meer veranderende voetballandschap nog kan zijn.

Dat hangt natuurlijk af van het individuele perspectief. Al duurt het misschien maar één seizoen, voor de supporters van De Graafschap zal het leuk zijn. Hun club keert na drie seizoenen terug op het hoogste niveau, en her en der wordt dat de trouwe aanhang in de Achterhoek van harte gegund.

Zo zullen ze ook in Enschede benieuwd zijn, en bevrijd wellicht. Na de aftocht van de megalomane voorzitter Joop Munsterman wil FC Twente weer normaal gaan doen, en wie weet kan dat, zonder de druk van opgeklopte sferen, tot aardig voetbal leiden.

Zo zullen de meeste clubs en fans hun vragen hebben, en voorzichtige doelen. Maar bedenkingen zullen en kunnen er ook zijn. Jarenlang werd de eredivisie nog voorgesteld als een in elk geval vermakelijke competitie, waarvoor de tribunes in de polder dan toch maar mooi volstroomden. Maar al drie jaar lopen de toeschouwersaantallen terug: gemiddeld per wedstrijd met 2000. In absolute getallen trok de eredivisie vorig seizoen 260.000 toeschouwers minder dan in 2012-2013.

Dat is geen grote daling, maar een vingerwijzing is het wel. Natuurlijk zien ook de eerste toeschouwers dat de competitie verschraalt - en dat die tendens onomkeerbaar oogt. Dat er dan maar spanning moge zijn, en op voorhand mag die worden verwacht tussen PSV en Ajax, de (sorry, Feyenoord en getrouwen) enige titelkandidaten. Met, voor wat het waard kan zijn, gevoelsmatig een licht voordeel voor PSV.

Jonge nestverlaters

Dat spelers de eredivisie verlaten, soms al erg jong, is (als een van de belangrijkste oorzaken van de verschraling) niets nieuws meer. Maar in de vooral financieel schuivende internationale verhoudingen doet zich een nieuw fenomeen voor. Ook minder grote talenten trekken naar het buitenland, naar clubs in de tweede afdelingen van de grote voetballanden, waar het geld ook behoorlijk blijkt te kunnen rollen en bijvoorbeeld de tv-contracten die in de eredivisie verre overstijgen.

Maikel Kieftenbeld, de aanvoerder van bekerwinnaar FC Groningen, tekende een contract voor drie jaar bij Birmingham City, een club uit het Championship, de eerste divisie van Engeland - op papier dan. Voetbal International becijferde dat het Championship op de ranglijst van bestbetalende competities ter wereld de achtste plaats inneemt, de eredivisie de dertiende (met een naar 260.000 euro gedaald gemiddeld salaris).

Daarmee zijn de nieuwe verhoudingen afdoende getekend. Zo valt voor het grootste deel te verklaren dat ook Tjaronn Chery van FC Groningen naar Engeland vertrok: naar Queens Park Rangers, in het Championship. Aanvaller Steven Berghuis, die even in verband met PSV was gebracht, verruilde AZ voor het naar de hoogste Engelse klasse gepromoveerde Watford. Adnane Tighadouini, die bij het gedegradeerde NAC leuke dingen had laten zien, koos voor het Spaanse Malaga.

Toch mag de relativerende vraag zijn of dit verschijnsel Nederland veel pijn doet. Dit is het segment van aardige voetballers van wie het voorstelbaar is dat Nederlandse topclubs hen niet halen. Of ze met een daar gevraagde constante prestatiecurve het niveau zouden kunnen opstuwen, mag worden betwijfeld. In hun nieuwe omgeving wordt dat, als een van de velen, niet of minder van ze verlangd - en in Nederland dienen zich echt wel weer vervangers aan.

De grote(re) transfers

Van een andere orde zijn de transfers van de beste spelers, en de lijnen die daarin te trekken zijn. Voor het eerst sinds 2007, toen Wesley Sneijder door Real Madrid van Ajax werd overgenomen, leverde de eredivisie een toptalent aan een grote internationale club: Manchester United betaalde PSV 27 miljoen euro voor topscorer Memphis Depay.

Maar de trend is een andere. Tekenend voor de tegenwoordige verhoudingen was de overgang van een andere PSV'er, Georginio Wijnaldum, naar Newcastle United. Dat is geen kleine, maar ook geen hoogwaardige club. Eerder vertrokken Siem de Jong (Ajax) en Daryl Janmaat (Feyenoord) naar die club. Na het ongedacht voorspoedige WK konden Stefan de Vrij en Bruno Martins Indi vorig jaar van Feyenoord overstappen naar de Europese subtoppers Lazio en FC Porto.

Het is natuurlijk niet vreemd dat spelers uit Nederland niet meer in trek zijn bij de grootste buitenlandse clubs. Op basis van de aantoonbare uitzondering stelde PSV-directeur Toon Gerbrands zichzelf en zijn club onlangs iets te interessant voor. "Depay is ons kwaliteitsmerk: zo leiden wij hier bij PSV op en dit leveren wij af", zei hij in VI. Het toptalent tot norm verheffen, het is nogal grotesk - zeker bij een club die voordien nauwelijks eigen talenten afleverde.

Gerbrands' uitspraak past nog in de jarenlang wijdverbreide veronderstelling dat Nederland een opleidingsland zou moeten zijn. Maar Marco van Basten wil daarmee breken. Omdat talenten vroeg of laat weggaan, moeten clubs zich volgens hem niet meer wijsmaken dat er moet of kan worden opgeleid. Ze moeten, elk seizoen weer opnieuw, domweg een redelijk waardig team zien samen te stellen, met alle elementen die daarbij horen.

Laat dat bovenal de taak zijn voor PSV, Ajax, toch ook Feyenoord en in mindere mate de clubs daaronder. Zó zou een verantwoord peil kunnen worden bereikt - meer wil Van Basten niet vragen, en meer kan en mag ook niet worden gevraagd.

De eredivisie verschraalt en moet daarnaar leren handelen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden