De kabouters van Loverendale

Roel van Duijn (ex-provo, ex-kabouter, ex-Groenen) ging na 33 jaar terug naar boerderij Loverendale in Zeeland, waar hij voor het eerst kennismaakte met de biologische landbouw. Uit die ervaringen zou later de kabouterbeweging worden geboren. De biologische landbouw heeft zich inmiddels over Nederland verspreid. Ook Loverendale ging mee met de tijd, al bleef het uitgangspunt al die jaren precies hetzelfde: een boer moet goed zijn voor de aarde.

Als ik de oude boerderij nader, voel ik een steek in m'n borst. Tussen de abelen duikt een neo-classicistische voorgevel op. Is dit werkelijk het historische huis Ter Linde van Loverendale, waar ik 33 jaar geleden uit een diepe depressie ontwaakt ben? Hetzelfde als waar de oorsprong van de biologische landbouw in Nederland zich bevindt en waar mijn tweede wieg gestaan heeft? Ik kan mijn ogen niet geloven.

In de winter van 1967-1968 lag ik op bed. Ziek was ik. Zo zwaar dat ik vreesde door het bed te zakken. Te tobben lag ik over de dood van Provo, die kort daarvoor was opgeheven. Was het wel nodig geweest de beweging gedag te zeggen? Hoe konden we er een nieuwe draai aan geven, zodat de revolutie beter op gang kon komen?

De dokter kwam en schreef me aspirine voor en toen die niet hielp penicilline. Toen ook die geen verandering bracht, was ik er zeker van dat ik kanker had. Mijn vriendin huilde. Maar de dokter kwam opnieuw, onderzocht me en gaf - hoewel hij zich niet realiseeerde (zoals ik nu doe) dat ik rouwde over het sterven van mijn club - een geniale raad: ,,Je mankeert niets. Kom eruit en ga iets heel anders doen. Ga eens op een boerderij werken!'' Ik stak trillend een been onder de dekens uit en het enige wat mij over het landleven te binnen wilde schieten was de verre klank Lo-ve-ren-da-le.

Mijn ouders aten wel eens volkorenbrood dat naar die naam luisterde en in gedachten zag ik een paard onder het lover een dal ploegen. De inlichtingendienst wist het nummer. Mijn persoon moet vervolgens in ditzelfde huis gezeten hebben om kennis te maken, aan het andere eind van het land, op een puntje van een schiereiland met de onbegrijpelijke meervoudsnaam Walcheren. ,,Je kunt hier een aantal maanden komen werken'', zei de boer. ,,Op voorwaarde dat je je baard afscheert.'' Ik aarzelde niet en greep trillend mijn kans om glad een nieuwe wereld in te schieten.

,,Boer zijn is geen beroep'', leerde de boer me, ,,maar een levenswijze''. Wat bedoelde hij precies? Hij heette Matthias Quèpin. Ik sliep op de zolder en terwijl ik met het onkruid dat ik gewied had voor ogen insliep, vroeg ik me af hoe het verder moest in Amsterdam. Voor het eerst met m'n handen werkend, verzwolg ik voedsel alsof ik nog niet eerder gegeten had en aan tafel zat ik naast een jongen van acht die Maarten heette. Hij was de zoon des huizes. Aan het hoofd zat de boer en ik vroeg deze bevlogen pionier het hemd van het lijf. Ik achtervolgde hem en hij kwam alleen van me af door me resoluut aan het schoffelen of Sportkoeken-bakken te zetten, waarbij ik in het gezelschap belandde van het Zeeuwse personeel dat weinig oor had voor de verheven tonen van de antroposofie.

Op een vroege lentedag, na maanden van pogingen om alles uit de boer te krijgen, h d ik hem. We stonden op een aardappelveld dat geoogst moest worden. ,,Gangbare boeren", legde hij uit, ,,laten op zulke momenten wel een loofklapper over het veld stormen, maar wij biologisch-dynamische (bd) boeren doen zoiets nooit. Wij weren luidruchtige machines." Waarom, vroeg ik weer. ,,Omdat we dan'' - hij zweeg en keek om zich heen - ,,hen zouden verjagen die we voor de groei van de gewassen zo hard nodig hebben. De kabouters.''

Ik greep zijn hand om hem te bedanken. De zon gleed over het loof. Ja, begreep ik, wij mensen hebben de mentaliteit van de kleine wezens nodig om de natuur te hulp te schieten: dat zou de basis van een nieuwe levenswijze van de stadsbewoner moeten worden. Definitief genezen vroeg ik hem verlof om nog diezelfde dag terug te gaan. Ik zei het hem niet maar ik ging om in de hoofdstad, waar zo weinig groeide, het begin van een staat van cultuurkabouters te gaan stichten.

Destijds was de NV Cultuurmaatschappij Loverendale het middelpunt van de biologische landbouw en veeteelt. Het aantal biologische of bd-bedrijven was nog aan de vingers van twee handen te tellen. Loverendale is een van de oudste bd-bedrijven ter wereld en het eerste in ons land. Het is in 1926 ontstaan uit de inspiratie die de rijke dame Maria Tak van Poortvliet kreeg, toen zij in het centrum van Rudolf Steiner, het Zwitserse Dornach, de lezingen volgde van diens volgeling Ehrenfried Pfeiffer. Deze legde zich vooral toe op de werking van de befaamde 'dynamiserende' preparaten zoals de koehoorn gevuld met mest, of de koeiendarm gevuld met kamille.

Maria Tak besloot haar rijke bezit aan boerderijen in Zeeland geheel in dienst te stellen van de nieuwe richting in de landbouw. Zij moet een dappere, lesbische vrouw geweest zijn, die faliekant tegen de stroom in durfde te roeien, want in de orthodoxe provincie was spot haar deel. In de gang van Ter Linde hangen nog de portretten die haar metgezellin Jacoba van Heemskerck van de monumentale Zeeuwse agrariërs schilderde. Maria en Jacoba waren vrienden van de schilders Piet Mondriaan en Charley Toorop, met wie zij de Domburgse kunstenaarskring vormden. Een van haar bd-boerderijen noemde Maria liefkozend de Jacobahoeve.

Pfeiffer was de directeur die, als jood, in 1939 afscheid nam en naar Amerika vertrok om daar lezingen te geven. Hij gaf het ongeschoolde personeel instructies om kwarts te spuiten, hertenblaas met duizendblad te vullen om in compost te verwerken. Die de medewerkers braaf opvolgden.

Of ik niet een consumentenkring in de stad kon opzetten, vroeg de boer nog, toen ik mijn overall en in de klei gesopte laarzen uitdeed. Maar weldra vernam hij uit de Provinciale Zeeuwse Courant dat er in Amsterdam zogenaamde cultuurkabouters aan het werk waren en werd hij vanuit nieuw gestichte 'kabouterwinkels' in de steden verzocht om brood, koeken, groente en fruit te leveren. Meer dan hij en zijn schaarse collega's produceren konden, zodat er spoedig nieuwe biologische bedrijven werden gesticht - nu zijn dat er ongeveer 1300.

Die uitbreiding had tot gevolg dat ook het opleidingscentrum voor biologische of bd-boeren, de 'Warmonderhof', uitgroeide tot een flinke school: weldra in Thedingsweert bij Tiel. Elk jaar meldden zich daar een paar honderd jongeren wier ideaal het was bd-boer of -tuinder te worden. De school zit nu in Dronten. In 1976 is Matthias Quèpin er medewerker geworden. Toen ik (inmiddels zelf boer in Oost-Groningen) er eens een lezing hield, zag ik hem met rode wangen de koeien in de potstal melken, ondertussen met armgebaren de leerlingen over de nieuwe levenswijze instruerend.

Aan het leven op Loverendale is dit alles niet voorbij gegaan. Geleidelijk wisselde de nieuwe directeur, Dick Schüfer, de onopgeleide loonarbeiders in voor tientallen afgestudeerde Warmonderhoffers. Wat deze niet voorzien had, was dat daarmee voor het eerst na zestig jaar de patriarchale structuur van het bedrijf onder vuur zou komen te liggen. ,,Zo voorlijk als het qua werkwijze was, zo achterlijk was Loverendale in sociaal en organisatorisch opzicht'', zegt Piet Korstanje, de buurman, die de bd-boomgaard van Ter Linde samen met zijn vrouw, nu als zelfstandig bedrijf, beheert. Was er niemand geweest die zich beraden had over een democratische bedrijfsorganisatie? Jawel, Maria Tak van Poortvliet zelf had in de jaren twintig al Steiners brochure Kernpunkte der sozialen Frage vertaald. Maar dit werkje over de broederschap in de economie had al die tijd tussen de zaaikalenders in de kast gelegen.

Vanaf de jaren zeventig groeiden de omzet en de oogsten op Loverendale. Er werd winst gemaakt. Dat was niet alleen te danken aan het feit dat het bedrijf schuldenvrij functioneerde, maar ook aan de toename van de productiviteit per hectare en per koe. Bijna een miljoen broden verlieten jaarlijks de bakkerij. Maar overmoed sloeg toe. Niet voldoende besefte men dat het succes van de bd-landbouw ertoe geleid had dat nu ook in de onmiddellijke omgeving van de grote steden biologische of bd-boerderijen en -bakkerijen waren gesticht die concurrentie veroorzaakten. Welke broden en koekjes smaakten verser: die ter plaatse uit de oven kwamen of die van Loverendale, die pas na een flinke reis in de winkel arriveerden?

Onder die omstandigheden werd de revolte van de Warmonderhoffers niet soepel opgevangen. Medewerkers die zich tot de commissarissen wendden, kregen te horen dat zij alleen met de directeur mochten praten. Eind jaren tachtig zocht de bedrijfsleiding haar toevlucht in overspannen aankopen van de Manna-winkelketen en zelfs in een nieuw, 120 hectare groot landbouwbedrijf bij de Biesbosch, de 'Stee nen Muur'; dit alles gelardeerd met reclameteksten.

De uitgaven overtroffen de inkomsten structureel en in 1990 hing het noodlot het boegbeeld van de bd-beweging boven het hoofd. Jan Saal, adviseur van de Triodosbank, rapporteerde in de lente van 1991 dat er te veel gelet was op de mogelijkheden om de liquiditeit te verruimen en te weinig op de beperking van de kosten van het arbeidsintensieve bedrijf. Het voortbestaan van Loverendale was alleen mogelijk als tot drastische sanering werd overgegaan. ,,Indien dit niet gebeurt, zal binnen enkele weken faillissement aan de orde zijn.''

Maarten Quèpin - de zoon van - is nu, met zijn kinderen, de bewoner van het huis Ter Linde. Zijn vader van zeventig zet zich tegenwoordig vanuit Engeland in voor de biologische landbouw. Maarten is optimistisch over de toekomst van deze branche. ,,Boeren doe je vanuit de overtuiging dat je gezond voedsel moet produceren en goed moet zijn voor de aarde.'' Dezelfde stralende blik als de vader en hetzelfde rood op de konen. Met de ogen dicht is het even als toen.

Alles is echter anders. 'Loverendale' mag het bedrijf niet meer heten. De sanering heeft tot gevolg gehad dat 'Steenen Muur' verkocht is, evenals de gebouwen van het bedrijf 'Ter Mee', alsook de boomgaard van 'Ter Linde'. 'De Pannehoeve', in West-Brabant, was al eerder verkocht. 'Loverendale' is nog slechts een merknaam, waaronder onder meer ijs verkocht wordt. 'Ter Linde' heet nu de Commanditaire Vennootschap die voor het vervolg ter plaatse zorgt.

Maarten Quèpin is een van de zeven vennoten en hij, de akkerbouwer, leidt ons langs voedergranen, pastinaken, aardappelen, pompoenen. Waar wij vroeger brood en Sportkoeken bakten, is nu de kaasmakerij. In een supermoderne potstal bevinden zich nu de droogstaande koeien met hun fraaie hoorns: de ruime kudde loopt op de weiden buiten. Klaver is daarvoor de basis van de stikstofvoorziening in de grond. Op het erf is het een wirwar van kampeerders en klanten van de winkel: dit is dus 'multi-functionele' landbouw. Van isolatie is geen sprake meer.

Ze hebben het overleefd, vertelt Maarten Quèpin, door de grond te verkopen aan Biogrond, nu het Groenfonds van Triodos. De productiviteit is opnieuw gestegen. Het loopt, maar onverdeeld gelukkig is hij niet. Elk jaar betalen de vennoten tweeduizend gulden per hectare pacht: voor het geheel van 85 hectare een-en-driekwart ton. ,,Dat noemt men groen beleggen'', zegt hij bitter. ,,Het rendement is voor de beleggers, terwijl de boeren krom liggen.''

Piet en Heleen Korstanje hebben, tussen hun appels en peren, iets op het probleem van de wurgende grondlasten gevonden. Zij hebben een stichting opgericht die door middel van schenkingen en zachte leningen elk jaar een stukje grond vrijkoopt, zodat er geleidelijk meer adem komt voor de boer. Kan dat recept dan niet ook voor Ter Linde zelf een uitkomst zijn? Quèpin: ,,Triodos stelt ons niet in staat de grond terug te kopen, hoewel zij dat bij de overdracht wel mondeling toegezegd heeft. Korstanje heeft met de Rabo te maken. Het wrange is, dat je met die bank beter een contract kunt hebben dan met het Triodos-Groenfonds, dat officieel bestaat ter wille van de biologische landbouw.''

Als Maarten 's ochtends gaat wieden, gebruikt hij het nieuwe 'wiedbed'. Een frame achter de trekker, waarin acht matrassen voor wiedende kinderen zijn aangebracht. Ik ga ertussen liggen en merk dat wieden op deze manier een spelletje is. ,,Bij een demonstratie van dergelijke innoverende apparaten, op ons bedrijf, waren vorige week tientallen Zeeuwse boeren komen kijken'', zegt Maarten met gepaste trots.

Dat staatssecretaris Faber nu een tienjarenplan voor de afschaffing van chemische bestrijdingsmiddelen heeft aangekondigd, versterkt Maartens optimisme: nauwelijks getemperd door de wetenschap dat de regering ook in 1990 al met eenzelfde plan gekomen is. Wij worden het erover eens dat de biologische landbouw het uiteindelijk alleen winnen kan als het nadelige prijsverschil ongedaan wordt gemaakt door heffingen op pesticiden, kunstmest en krachtvoer, bij wijze van ecologische marktregulering. Politiek mensenwerk kortom.

Als we langs de potstal teruglopen, horen we het ijselijke lawaai waarmee de tankwagen gier uit de kelder zuigt. Ik kijk Maarten fronsend aan. ,,De kabouters'', lacht hij, ,,dragen hier tegenwoordig oordoppen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden