’De K2 beklim je maar één keer’

Voor het eerst vertellen de bergbeklimmers Wilco van Rooijen en Cas van de Gevel uitgebreid wat er is gebeurd op de flanken van de K2. Op het nippertje overleefden zij de afdaling vanaf de top van de berg. ’Het sneeuwde en ik zag niets.’

De twee klimmaten Wilco van Rooijen en Cas van de Gevel zitten op zonnebedden bij een zwembad in Islamabad. Met hun gekapte haar en geschoren gezichten vallen ze op het eerste gezicht niet uit de toon. Maar nader bekeken zien de tenen van de een en de vingers van de ander er afwijkend uit.

De tenen van Van Rooijen kleuren paars en blauw, stukjes verhard vel hangen er los bij, de teennagels zien zo geel dat ze haast van plastic lijken.

Van de Gevel maakt er grappen over als Van Rooijen zijn tenen bedekt tegen het toenemende aantal vliegen. „Ze hebben aan elkaar doorgegeven dat hier iets lekkers te eten is”, grapt hij over de vliegen.

De tenen van Van Rooijen hebben derdegraads bevriezingen opgelopen. Of ze geamputeerd moeten worden zal op z’n vroegst pas over zes maanden duidelijk zijn.

Maar de klimmaten leven tenminste nog om er grappen over te maken.

Een week geleden waren ze betrokken bij een van de grootste drama’s uit de geschiedenis van de K2. Elf klimmers kwamen vorige week om op de flanken van de berg, met 8611 meter de op een na hoogste berg ter wereld. Haast geen berg laat zich zo moeilijk bedwingen als de K2. Een op de vier klimmers overleeft een poging om de top te halen niet. Vandaar zijn bijnaam: Killer Mountain.

Van de Gevel heeft er een dubbel gevoel over. „Ik heb wel het gevoel dat ik iets moois heb gedaan. Maar tegelijkertijd heb ik een beetje het gevoel dat het helemaal mislukt is.” De mannen verloren een Ierse teamgenoot in het drama.

Jarenlang hadden ze zich voorbereid op de beklimming van de ’berg der bergen’. Op 16 mei dit jaar vertrok Van Rooijen met zeven teamleden naar Pakistan. Vanuit de hoofdstad Islamabad reisden de klimmers met 1500 kilo voedsel, touwen en ander gereedschap naar het basiskamp van de K2.

Maar door slecht weer duurde het maanden voordat ze eindelijk een toppoging konden doen. Intussen arriveerden steeds meer klimmers in het basiskamp, allemaal met hun eigen expedities en allemaal van plan om de K2 te bedwingen.

Waarom werken we niet samen, bedacht Van Rooijen. Iedereen zou toch op hetzelfde moment een toppoging doen. Zoveel goedweer-momenten zijn er niet op de K2. De klimmers spraken af dat iedereen een deel van de touwen zou leggen die nodig zijn om boven te komen. Een groep Italiaanse klimmers nam 200 meter mee, de Nederlandse expeditiegroep 400 meter.

Het drama dat zich vervolgens voltrok is vooral te wijten aan een grote dosis pech, denkt Van Rooijen. „Je weet van tevoren dat je op de K2 een hele, hele, hele grote kans maakt om niet meer terug te komen.”

Maar menselijke fouten droegen ook bij aan de problemen die uiteindelijk elf mensen het leven kostte, denkt Van Rooijen. De Pakistaanse dragers hadden de touwen zo aan de bergwand bevestigd dat er te weinig touw overbleef voor het moeilijkste en gevaarlijkste deel van de klim, de zogeheten Bottleneck. Daardoor moesten Van Rooijen en zijn medeklimmers zelf touwen op andere gedeeltes lossnijden om alsnog de Bottleneck over te komen.

Bovendien vertraagden leden van andere expedities de tocht naar de top omdat ze niet ervaren genoeg waren, zegt Van Rooijen.

Maar toch: de top kwam steeds dichterbij. „Dat is een fantastisch gevoel. Maar het had zo lang geduurd, dat we lang getwijfeld hebben of het ook zou lukken. Rationeel gezien hadden we misschien moeten besluiten om om te keren”, zegt hij. „Maar we hebben er jarenlang voor getraind en op een gegeven moment wil je ook doordouwen.”

Om zeven uur in de avond – uren later dan gepland – stonden ze op de top. Het was nog net licht. „Dat was hartstikke mooi. We omhelsden elkaar”, vertelt Van de Gevel, die eerder een vergeefse poging deed om de K2 te beklimmen.

’Dit is het! Wat goed man!’, riepen ze naar elkaar. Van Rooijen – die ook al twee keer had geprobeerd de K2-top te bereiken – voelde zich alsof hij op de toppen van zijn geluk stond. „Als je dan uiteindelijk op de top staat – dat is zo’n verschrikkelijk fantastisch moment”, zegt hij.

„Het is verschrikkelijk tragisch dat het op de terugweg dan fout gaat”, zegt Van Rooijen.

Van de Gevel begon diezelfde nacht nog aan de afdaling. Het was pikkedonker, het enige licht dat hij had kwam van zijn hoofdlampje.

De eerste problemen doemden op toen bleek dat er touwen loshingen. Tijdens de afdaling haalde hij een Franse klimmer in. „Hij zei: Ga maar, je bent sneller dan ik’.” Even later zag Van de Gevel de Fransman vallen. „Hij zei niets, hij riep niets. Hij kwam gewoon plotseling voorbij schuiven.”

Van de Gevel bleef geconcentreerd zijn afdaling vervolgen. „Je stompt af.” Hij bereikte het hoogstgelegen vierde kamp met bevroren vingers. Die zijn nu nog zwart aan de toppen, maar zullen herstellen.

Van Rooijen en een paar andere klimmers hadden rust nodig na het bereiken van de top. Ze bleven er overnachten. Maar de volgende dag bleken de touwen moeilijk terug te vinden. „Het is heel erg steil. Het is een soort sneeuwhelling, dus je ziet ze ook niet. Voetsporen waren ook niet meer te zien.”

Uiteindelijk vonden Van Rooijen en zijn groepje de touwen waar drie Koreaanse klimmers machteloos in hingen. „Een hing op zijn kop”, vertelt Van Rooijen, die toen zelf last had van sneeuwblindheid. Zijn Ierse expeditiegenoot Gerard MacDonnal en een andere klimmer probeerden de Koreanen nog te helpen. Maar een lawine nam zowel de Koreanen als de twee andere klimmers mee. Alle vijf kwamen om. Twee sherpa’s die hulp wilden bieden kwamen vlak daarna om in een tweede lawine.

Van Rooijen kon het het vierde kamp niet vinden. „Het sneeuwde en ik zag niets. Ik wist niet eens meer aan welke kant van de berg ik zat. Op een gegeven moment was het zo steil dat ik alleen nog maar naar links of naar rechts kon. Ik dacht: Een helikopter kan op deze hoogte niet komen. Niemand weet waar ik zit. Ik zal het echt zelf moeten doen. Ik heb een tijdje liggen dommelen en toen brak de bewolking een beetje open. Daardoor kon ik in de diepte kijken en vond ik een ontsnappingsroute.” Tot ieders verbazing strompelde hij uiteindelijk het lager gelegen kamp drie binnen.

De klimmaten zeggen zich pas een vollediger beeld van het drama op de berg te kunnen vormen als ze meer met andere klimmers hebben gesproken.

Van de Gevel: „Het duurt dagen, misschien wel weken voordat je weet hoe die hele puzzel in elkaar zit. Je moet ook gewoon veel verhalen van andere lui horen.”

De K2 beklimmen houden ze voor gezien. „De K2 beklimmen doe je maar één keer”, zegt Van de Gevel. Maar het was zeker niet de laatste berg die ze beklommen hebben, zegt hij. „Als ik dat niet meer doe, ben ik mezelf niet meer. Dat is iets wat in ons zit. Het is een passie. We zouden niet zonder kunnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden