De julikever, een zeldzame tor uit de duinen

De enige keer dat ik een julikever vond, was in de zomer van 1953. De tor was vliegend op de onbesuisde manier die veel kevers eigen is, in botsing gekomen met een tak en op de grond getuimeld. Ik bewonderde de fijne tekening van zijn dekschilden, die de julikever tot een van de fraaiste inheemse torren maakt.

Stel je een kever voor van bijna vier centimeter met het postuur, zij het wat plomper, van een meikever. De zwarte dekschilden vertonen een onregelmatig wit vlekkenpatroon, als van gemarmerd papier.

Toen ik de kever oppakte, liet hij een eigenaardig gesjirp horen. Dat geluid ontstaat doordat het verontruste dier bewegingen met het achterlijf maakt, waardoor de hoofdader van de op de rug opgevouwen vleugels langs de verdikte rand van de dekschilden strijkt.

Thuis pakte ik meteen de boeken. Daaruit leerde ik dat de witte schubjes op de dekschilden bij oudere kevers deels of geheel verdwijnen, omdat ze na verloop van tijd afslijten. Kevers uit onze duinen hebben een zwarte grondkleur, las ik, en dat klopte met mijn kever, die ik had gevonden in een dennenbos in de duinen van Overveen. Elders kan de grondkleur diep kastanjebruin zijn.

Aan de kop draagt de julikever een paar geknikte sprieten met een wel tien millimeter lange, gebogen eindknop. Als je goed kijkt, blijkt die knop te bestaan uit de laatste zeven sprietleden, die tot blaadjes verbreed zijn en als de bladzijden van een boek tegen elkaar aan liggen. Dat was tenminste het geval bij de julikever, die ik vond, een mannetje. Bij een vrouwtje zijn maar vijf sprietleden iets vergroot en zo tegen elkaar aan gedrukt dat het gewone sprietknoppen lijken.

BLADSPRIETIGEN

Aan die bijzondere sprietvorm heeft de familie, waartoe de julikever behoort, de naam bladsprietigen te danken. Die familie telt wereldwijd wel twintigduizend soorten, die vooral in de tropen leven. In ons land kennen we de meikever en verwanten, de gouden torren, de neushoornkever en de mestkevers. Die hebben geen van alle zulke duidelijke bladsprieten als de julikever, al komt het mannetje van de meikever wel in de buurt.

In 1900 noemde dr. J. Th. Oudemans ('De Nederlandsche insecten') de julikever 'niet zeldzaam in zandstreken en vooral in de duinen algemeen'. Ook in insectenboeken uit de jaren vijftig werd de julikever nog vrij algemeen genoemd. Maar dat was hij toen waarschijnlijk al lang niet meer.

Ik herinner me dat in die tijd regelmatig julikevers te zien waren in het oude Artis-insectarium. Maar conservator Dirk Piet haalde vooral veel dieren uit Zuid-Europa, waar de julikever nog veel voorkomt. Hij schijnt thuis te horen in met naaldhout begroeide zandstreken in Midden- en Zuid-Europa. Dennen zijn zijn voornaamste voedselplant, al knaagt hij ook aan het loof van eiken, zonder overigens schade te doen. De larven vreten de wortels aan van allerlei grassen en ook van bomen zoals robinia's, berken en dennen.

Er is weinig fraais aan die kromme, bleke, schaars behaarde en vettig glimmende larven, die als twee druppels water op de engerlingen van meikevers lijken. Net als deze hebben ze drie paar poten voor aan het lijf en zijn de twee laatste segmenten sterk gezwollen. Ze doen er vier tot vijf jaar over voordat ze zich verpoppen en in juli als kever tevoorschijn komen. De kevers leven maar een paar weken. Na de paring legt het vrouwtje de eitjes in de grond.

MELDINGEN

Na mijn enige vondst bij Overveen kreeg ik sterk het vermoeden dat de opmerkingen in de boeken dat de tor algemeen zou zijn, nogal optimistisch waren. Daarom heb ik de Trouw-lezers tot tweemaal toe gevraagd mij te melden of ze wel eens julikevers zagen. Hoewel de kever zich overdag schuil houdt, moet hij nogal opvallen, omdat hij op warme juli- en augustusavonden met een zwaar brommend geluid om de kruinen van de bomen vliegt.

Ik kreeg weinig reacties, wat mijn vermoeden bevestigde dat de julikever zeldzaam is. Alle meldingen hadden betrekking op de duinstreek. Ook in andere delen van Europa, behalve in Spanje, komt de julikever bij voorkeur voor aan de kust. Zo bracht iemand kortgeleden een julikever mee van Cap Griz Nez.

J. den Hartog uit Vollenhove meldde een mannetje uit de duinen bij Burgh op Schouwen. Drs. J. E. de Oude van het Nationaal Natuurhistorisch Museum zag vroeger wel julikevers in de Amsterdamse Waterleidingduinen bij Vogelenzang en vond op 5 augustus 1991 een dode kever aan de Laan van Poot in Den Haag. Bram Couperus uit Leiden zag in juli 1995 een mannetje in de duinen van IJmuiden. Leo van Druten uit Den Haag schrijft: “Enkele jaren geleden vond ik in een meidoornbosje in Meyendel een dode julikever, zo'n mooie grote, gemarmerde. Ik bewaar hem in een glazen doosje. Ook heb ik er eens een in Meyendel op een zomeravond rond zien snorren, iets waar ik toen behoorlijk van geschrokken ben.”

De collectie van het Zoölogisch Museum van Amsterdam herbergt nog een paar redelijk recente Noord-Hollandse vondsten: een vrouwtje uit de duinen van Groet op 19 juli 1982 en een mannetje uit de duinen van Bergen op 22 juli 1991.

MASSA-OPTREDEN

Andere briefschrijvers meldden andere bladsprietigen, meest meikevers, vaak met de opmerking dat die ook al zeldzaam zijn geworden. Dat is nog maar de vraag: in 1993 dreigde op de zandgronden plotseling een meikeverplaag. Elke veertig tot vijftig jaar treedt zo'n plaag op, die na vijf tot tien jaar ook weer stilletjes verdwijnt. Van de julikever zijn geen massa-optredens bekend, behalve in 1954, toen engerlingen jong plantsoen in Wassenaar geheel vernielden.

Het zwaartepunt van het onderzoek naar voorkomen en voor- of achteruitgang van insecten ligt bij sprinkhanen en krekels, libellen en dagvlinders. Toch zijn er insectenliefhebbers die zich vooral met kevers bezighouden. Een van hen is Hans Huijbregts uit Leiderdorp. Hij attendeerde me op een melding in het natuurtijdschrift 'De Levende Natuur' uit 1939: “Tussen Katwijk en Noordwijk op elke wandeling te vinden” (Stürcke).

Hans is geïnteresseerd in de glimworm. Ik ook. Daarom nu de oproep aan de lezers: wie heeft in ons land wel eens een glimworm gezien? Vrouwtjes zijn larfachtig gelede, ongevleugelde dieren, die een groen licht verspreiden. Mannetjes zijn vliegende kevers met donkerbruine dekschilden. Zij geven licht aan de kop en de achterlijfspunt.

Natuur deze week

De veenmol is een grote krekel met graafpoten als een mol. Hij eet allerlei insecten, maar knaagt tevens aan wortels, waardoor hij zich de haat van tuinders op de hals heeft gehaald. Als een echte krekel sjirpt de veenmol op warme zomeravonden met een onmiskenbaar, keihard ratelend geluid. Hij zit daarbij in de ingang van zijn hol, dat als klankkast dient. - De grote groene sabelsprinkhanen zijn een week geleden volwassen geworden. Nu sjirpen de mannetjes van de late middag tot ongeveer twee uur 's nachts in bomen en struiken. Het vrouwtje sjirpt niet en is te herkennen aan de lange sabelvormige legboor. - De witvlakvlinder is roodbruin met een zilverwitte vlek in de achterhoek van de voorvleugel. Alleen het mannetje kan vliegen. Het zwaar gebouwde vrouwtje is vleugelloos en wordt bevrucht, terwijl ze op de lege eicocon zit. Daar legt ze ook de honderden eitjes. - De witte vedermot vliegt in de avond en strijkt vaak neer op verlichte vensters. De vleugels lijken op struisveren. - Het valt vooral op bij de kokmeeuwen die hoog in de lucht vliegende mieren vangen: ze zijn al in de rui. Veel meeuwen missen een of meer slagpennen en er mengt zich al wit in hun chocoladebruine masker. Binnenkort hebben alle kokmeeuwen een witte kop, het kenmerk van het winterkleed. - De grauwe klauwier is sterk in aantal achteruitgegaan. Hij is een vogel van stekelige heggen. Prooien zoals grote kevers (julikever!), jonge zangvogels en hagedissen spietst hij op lange doorns om ze gemakkelijk uit elkaar te kunnen trekken. - Deze week is de laatste koekoek te horen. Deze zomervogel vertrekt nu naar Afrika. Koekoeken die je in augustus ziet, zijn jonge vogels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden