De juiste student op de juiste plek

Veel hogescholen en universiteiten stellen deelname aan studiekeuzeactiviteiten vanaf dit jaar verplicht. Maar helpen al die testjes, proefcolleges en motivatiegesprekken? Avans Hogeschool voert de komende tijd 10.000 gesprekken met potentiële studenten.

Niet komen, dat is mijn advies. Ik meen het, dit gaat niet lukken." Docent bedrijfseconomie Sergio Marchand windt er geen doekjes om. Jesper Latta (19) heeft zojuist een negatief advies gekregen bij zijn intakegesprek voor de hbo-opleiding accountancy/bedrijfseconomie aan de Academie voor Financieel Management (AFM) van Avans Hogeschool in Den Bosch. Zijn vooropleiding sluit niet aan, legt Marchand uit, en hij heeft een achterstand bij wiskunde. "Ik weet het", reageert Latta wat stuurs. "Ik had de helft van de vragen op de wiskundetoets fout, maar ja, ik heb al vier jaar geen wiskunde gehad, dus het viel mij nog wel mee."

Tweeëntwintig jongeren zitten deze ochtend in het leslokaal van Avans Hogeschool. In september willen ze beginnen met de opleiding accountancy/bedrijfseconomie. Vandaag vindt hun 'intake' plaats. Geen vrijblijvende kennismaking met de opleiding, met ballonnen en folders met mooie praatjes, zoals op veel open dagen. Nee, dit is een serieuze bijeenkomst waar ze antwoord hopen te vinden op de vraag: past deze opleiding bij mij? In totaal voeren 500 docenten van Avans deze en komende maanden naar schatting 10.000 gesprekken met potentiële studenten.

Beter nadenken
De tijden dat toekomstige studenten zich nog in de eerste weken van september konden inschrijven aan een hogeschool of universiteit zijn voorbij. Sinds dit jaar mogen de instellingen studenten die zich na 1 mei aanmelden weigeren, besloot de Tweede Kamer afgelopen zomer. Op die manier hoopt men dat scholieren eerder en beter gaan nadenken over een vervolgopleiding.

In ruil daarvoor moeten hogescholen en universiteiten wel betere studievoorlichting geven. Hoe ze dat precies doen, mogen ze zelf weten. Sommige instellingen houden het bij een online vragenlijst, maar veel anderen tuigen hele 'matchingstrajecten' op met huiswerkopdrachten, proefcolleges en motivatiegesprekken. In veel gevallen is deelname aan de studiekeuzeactiviteiten verplicht.

Dat moet ervoor zorgen dat 'de juiste student op de juiste plek' terechtkomt. Want te veel studenten vallen nu in het eerste jaar uit of wisselen van opleiding. Op de universiteit gaat het om 15 tot 23 procent van de eerstejaars, zegt universiteitenvereniging VSNU. Op de hogescholen zijn het er nog meer: in studiejaar 2011-2012 stopte 16,1 procent en wisselde nog eens 19,2 procent van opleiding, aldus de Vereniging Hogescholen. Dat zijn er te veel vinden kabinet en onderwijsinstellingen.

Bij de opleiding accountancy/bedrijfseconomie van Avans liggen de percentages nog iets hoger. "We staan goed aangeschreven, op alle ranglijstjes scoren we heel hoog. Dat trekt veel studenten, maar daarvan vallen er ook veel af", waarschuwt Marchand de 16 jongens en 6 meiden die hem wat bedrukt aankijken. Met Kerst is een kwart vertrokken, aan het eind van het jaar staat de teller tegen de 40 procent, zegt hij.

Dat zou de docent bedrijfseconomie liever anders zien. Daarom wil hij zijn toehoorders er vandaag van doordringen dat ze goed moeten weten waarvoor ze kiezen. "Er komen hier veel scholieren binnen met eurotekens in de ogen. Ze denken dat ze een ton per jaar gaan verdienen en een Audi A6 gaan rijden. Ik wil dat je nadenkt of je ook intrinsiek gemotiveerd bent. Anders word je doodongelukkig."

Wat de opleiding dan inhoudt? Veel bedrijfseconomie, boekhouden en wiskunde. Marchand tekent een schema op het digibord met vier studieperiodes en wijst ze één voor één aan: "Hier krijg je een vak wiskunde, hier ook, daar krijg je statistiek en daar ook." Ook stipt Marchand het herkansingsbeleid aan, de hoeveelheid groepsopdrachten en het negatief bindend studieadvies.

Na deze 'preek' deelt Marchand een wiskundetoets uit. Thuis hebben de scholieren al een anderhalf uur durende online test gemaakt met vragen over motivatie en taal- en wiskundeopdrachten. Alles bij elkaar levert dat stof op voor het individuele 'intakegesprek' van een half uur dat elke scholier voert met een docent/studiebegeleider van de opleiding. Aan het eind van dat gesprek krijgen ze een groene, oranje of rode kaart met het advies om al dan niet aan de opleiding te beginnen.

Bij die gesprekken mag de verslaggever niet aanwezig zijn. "Alleen al de vraag of ze er bezwaar tegen hebben, kan een scholier beïnvloeden of onder druk zetten", zegt woordvoerster Nicky Jansen. "Soms worden ook persoonlijke omstandigheden besproken", vult Marchand aan, die ook studieloopbaanbegeleider is. "Dat gaat verder niemand aan."

Bij de Avans Hogeschool hebben ze inmiddels ongeveer duizend van dit soort gesprekken achter de rug. Tien procent van het verwachte aantal. Een monsteroperatie, beaamt Bartje de Wit, programmamanager van de intakes op Avans.

Kosten en baten
Maar leveren al die inspanningen ook wat op? Gaan scholieren hierdoor eerder nadenken over hun vervolgopleiding? Kiezen ze beter en stoppen ze minder vaak met hun studie? Harde cijfers heeft De Wit nog niet. "Maar scholieren die vorig jaar meededen aan proeven gaven aan dat ze na afloop een beter beeld hebben van de opleiding. Ook de meet and greets met huidige studenten worden erg gewaardeerd." Het draait vooral om bewustwording en het binden van studenten. "Een grote groep pubers komt niet naar open dagen of proefstudeercolleges. Nu worden ze gedwongen eerder na te denken. Je hoopt dat het onverschillige dat sommige jongeren hebben, verdwijnt tijdens zo'n dag, dat ze er zin in krijgen."

Maar wegen de kosten tegen de baten op? Voor de aankomende studenten zijn al die studiekeuzeactiviteiten gratis, maar de opleidingen moeten er wel personeel voor vrij maken. Hoeveel dat kost kunnen of willen hogescholen en universiteiten niet zeggen. Bartje de Wit van Avans: "Het is inderdaad een grote investering. Maar als je het omdraait: als je kunt zorgen dat minder studenten onnodig uitvallen, kun je veel maatschappelijke kosten besparen. Daarbij denken wij dat dit uiteindelijk de kwaliteit van het onderwijs verbetert." Als eerder duidelijk is of een student uitvalt, kunnen docenten sneller met de echt gemotiveerde studenten aan de slag, zegt De Wit. "Nu heb je in iedere klas studenten die niet komen opdagen of die zich niet hebben voorbereid, dat kost onnodige energie. Maar of de intakes echt minder uitval opleveren, weten we nog niet."

Docent bedrijfseconomie Sergio Marchand hoopt dat zijn inspanningen en waarschuwingen werken. In de vier jaar dat hij lesgeeft, ziet hij studenten vooral uitvallen omdat ze niet hard genoeg werken of omdat ze met een verkeerd beeld aan de opleiding begonnen. "Dan vraag ik ze: ben je naar een open dag geweest voor je je inschreef? Het antwoord is vaak: Neuh, ik heb wat op internet gekeken."

Tuurlijk, ze zijn nog jong, verzucht Marchand. "Maar eindeloos studeren is er tegenwoordig niet meer bij. Ik zou ze graag wat meer tijd gunnen, maar na vier jaar is de studiefinanciering op. Dus dan ben ik maar zo eerlijk mogelijk. Voor mij zijn de intakes geslaagd als straks minder dan een kwart in het eerste jaar uitvalt."

De intakes van Avans zijn ook niet bedoeld om zoveel mogelijk negatieve adviezen uit te delen of om studenten af te schrikken, benadrukt programmamanager Bartje de Wit. "In de praktijk krijgt pakweg 70 procent een groene kaart, 25 procent een oranje en 5 procent krijgt een rode kaart en dus een negatief advies." De keus om al dan niet met de opleiding te starten, ligt bij de student.

"Het advies is niet bindend. Maar mijn collega's hebben wel zoveel ervaring dat ik naar ze zou luisteren", drukt Marchand zijn toehoorders op het hart. "Een groene kaart is geen garantie dat je het eerste jaar haalt, maar je maakt wel een goede kans. Krijg je een rode kaart: begin er dan alsjeblieft niet aan."

Dagmar Aerts (18) is teleurgesteld na haar gesprek. Ze kreeg een 'oranje' advies; de docent in kwestie heeft twijfels of haar vooropleiding - mbo hotelmanagement - goed genoeg aansluit. Ze wil het liefst verder studeren. Haar docent bedrijfseconomie op het mbo raadde haar de opleiding aan. "Dat vak vind ik leuk en het gaat me makkelijk af. Ik dacht dat het goed zou aansluiten. Ik weet wel dat ik wiskunde zou moeten bijspijkeren, maar die docent denkt dat dat niet genoeg is."

De balans in de groep van vandaag: 12 positieve adviezen, 9 twijfelgevallen en 1 negatief advies. Jesper, met zijn rode kaart, is niet van plan dat advies op te volgen. Havist Daan Krijger (17) denkt ook dat het wel goed komt met zijn 'oranje' advies. "Ik weet dat ik mijn houding moet veranderen, ik ben een beetje nonchalant. Maar straks volg ik een opleiding waar ik echt iets leer voor mijn toekomst. Dan ga ik wel werken. Volgend jaar Kerst zit ik hier nog wel", lacht hij zelfverzekerd.

Maar Dagmar, die twijfelt echt. De mbo-scholiere heeft zich ook aangemeld voor de hogere hotelschool, waarvoor ze later dit jaar een selectieprocedure moet doen. "Vanochtend was bedrijfseconomie nog mijn eerste keus. Nu twijfel ik heel erg. Ik ga thuis maar eens met mijn ouders overleggen."

"Het is goed als ze na deze dag twijfelen", vindt woordvoerster Jansen. "Dat is ook onze bedoeling met deze intakes: dat ze goed nadenken over wat ze gaan studeren en misschien nog wat verder kijken wat er te koop is. Ze hebben nu nog tijd om elders te gaan kijken."

'In driekwart van de gevallen is te voorspellen of student het gaat halen'
De afgelopen jaren hielden veel hogescholen en universiteiten experimenten met het 'matchen' van studenten. De effecten blijken vooralsnog moeilijk meetbaar. Studenten met een positief advies presteren niet altijd beter dan die met een negatief advies.

Maar aan de Universiteit Maastricht durven ze inmiddels wel te zeggen dat hun intake werkt, vertelt Patrick Bijsmans, onderwijsdirecteur van de opleiding European Studies. Afgelopen jaren deed de universiteit verschillende proeven.

Studenten die aan de UM willen studeren moeten eerst online een vragenlijst invullen over onder meer vooropleiding, voorgeschiedenis en de inhoud van de opleiding. Op basis daarvan worden ze door de universiteit ingedeeld in categorieën. Ongeveer de helft van de aanmelders valt in de zogeheten 'rode' categorie. Zij krijgen een uitnodiging voor een gesprek. Een kwart van deze groep haakt op dat moment al af.

Bijsmans: "Op basis van vragenlijsten en gesprekken is goed te voorspellen of een opleiding past. In 75 tot 80 procent van de gevallen klopt onze inschatting."

Heeft een student al een andere opleiding afgebroken? Dan maakt hij meer kans om ook deze keer uit te vallen.

Ook uit de antwoorden is veel op te maken: geen reflectie, verkeerd beeld van de opleiding, slechte beheersing van het Engels.

"We beginnen gesprekken altijd met: waarom denk je dat je hier zit? Als ze daarop geen antwoord hebben, weet je genoeg."

Positieve voorspeller blijkt onder meer de manier waarop de open vragen beantwoord worden.

"Uit hoe meer woorden het antwoord bestaat, hoe groter de kans dat ze het halen. Dat past bij het karakter van de studie: studenten moeten hier veel beargumenteren en schrijven." De vragenlijsten verschillen per opleiding, benadrukt Bijsmans, en ook de voorspellers van studiesucces.

Waterdicht is de 'matching' nog niet. Studenten die meteen groen licht krijgen, halen niet altijd het eerste jaar. "En er lopen hier studenten die in de proef een negatief advies kregen en zich nu de pleuris werken om alles te halen en daarin slagen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden