De juiste man voor het juiste paard

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Steeds meer mensen rijden paard. Trainingen en cursussen moeten een groter besef van paardenwelzijn bijbrengen. Gaat het toch mis, dan is er de paardenopvang.

Ze staan achterin een boerenstal vol loeiende vleeskoeien. De paarden van Gerrit Simmelink uit Aalten trekken zich er niets van aan. Ghandi, een bruin-glanzende arabier, sabbelt op een mouw van Simmelink.

Negen jaar geleden moest Ghandi naar het slachthuis vanwege een diepe prikkeldraadwond in een been. Daardoor kon zijn manege aan hem geen geld verdienen. Gelukkig voor Ghandi trok Simmelink zich diens lot aan en kocht hem. „Ik vond het zielig”, verklaart Simmelink. „Paarden verdienen een respectvolle behandeling.” Nu woont Ghandi met een aantal lotgenoten in Simmelinks nieuwe Paardenopvang Achterhoek op een hoekje van een boerderij in het glooiende buitengebied van Aalten.

Het contrast van deze paardenopvang met het moderne kantoor en de rijhallen van de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS) in het lommerrijke buitengebied van Ermelo kon amper groter zijn. Hier werken 118 medewerkers voor de Nederlandse paardensport in al haar facetten. Het veertien hectare grote KNHS-centrum maakt zichtbaar hoe populair de sport wordt. Ieder jaar groeit het ledenaantal. Twee derde van de ruim tweehonderdduizend leden beschouwt zich als recreatief ruiter of menner. En met de aanwas groeit ook de vraag naar professioneel advies over paardenwelzijn.

Genieten van de natuur, de vrijheid en de omgang met het paard zijn volgens KNHS-directeur John Bierling de belangrijkste redenen om aan paardensport te doen. Hij spreekt uit eigen ervaring. „Je rijdt door de natuur en ineens sta je oog in oog met wat reeën”, zegt hij.

Steeds meer mensen merken dat paardrijden niet alleen ontspannend, maar ook betaalbaar kan zijn. Voor het paardenwelzijn is dit niet in alle gevallen goed, stelt Bierling. „Mensen verwennen hun paard eerder te veel dan te weinig, bijvoorbeeld door te veel brok en supplementen te voeren die niet in het voedingspatroon passen en niet bij hun gebruik horen”, zegt hij. Overgewicht onder paarden vormt dan ook een bekend welzijnsprobleem.

Bij de paardenopvang van Gerrit Simmelink is overgewicht niet aan de orde. Zijn paarden waren doorgaans scharminkels die hij heeft gered van de slacht. Op de paardenmarkt in Groenlo leerde hij aardig handjeklappen. Hij koopt regelmatig paarden die door afwijkingen hun eigenaar niet langer het beloofde plezier geven.

Paarden worden niet zelden op stamboom gefokt om wedstrijden te winnen. Daarbij ontstaan volgens Simmelink bij sommige paarden lichamelijke of geestelijke problemen. Beginnende ruiters stappen soms op een paard alsof ze hun eerste autorijles nemen in een Formule-1-auto. „Paarden gefokt op hoog niveau hebben veel karakter en mentaliteit”, merkt Simmelink. „Voor dat gewone man is dat veel te veel. Die weet niet hoe hij daarmee moet omgaan.” Een verkeerde combinatie van ruiter en paard kan een geestelijk ontspoord rijdier opleveren. „Hier krijgen die paarden rust in het hoofd”, zegt Simmelink. „Ze verdienen een tweede kans.”

Kennisgebrek bij startende paardensporters en -eigenaren is een aandachtpunt voor de KNHS, die met eigentijdse middelen voorlichting geeft. Alles draait om ruiterkunst, het bereiken van een kennis- en vaardigheidsniveau waarmee het paardenwelzijn is gediend. Zo biedt de federatie de drukbezette paardrijder online paardencursussen. Verspreid over het land biedt KNHS bovendien trainingen en cursussen aan. En sinds kort bemannen vijf medewerkers een servicedesk waar leden om advies kunnen vragen. „In de Randstad groeien mensen steeds minder met grote dieren op”, verduidelijkt Bierling. „Een paard van zes- tot achthonderd kilogram is wat anders dan een huiskat. Het selecteren, kopen en verzorgen van het juiste paard is een kunst op zich. Past een paard bij je behoefte en je beschikbare tijd? Er zijn geen verkeerde paarden of mensen, maar wel verkeerde combinaties.”

Wie geen kenner is, weet vaak niet wat hij ziet, stelt Bierling. Zien ze een lelijke pony dan zal die wel worden verwaarloosd. Snel wordt de Algemene Inspectie Dienst gebeld. „Zo ken ik ergens een 28-jarige pony”, zegt Bierling. „Mager, kalend en grijs. Hij staat in de buurt van andere pony’s en paarden. Deze pony heeft een waardige oude dag en krijgt misschien wel de beste verzorging. Toch ontvangt de inspectiedienst voortdurend klachten over verwaarlozing.”

Ook Simmelink pleit voor een waardige behandeling van paarden, al wil hij van de nieuwe opvangstichting geen paardenbejaardenhuis maken. Liever geeft hij beschadigde paarden een nieuw tehuis bij adoptieverzorgers. Contractueel moeten die bevestigen dat ze paard of pony, als het echt niet meer gaat, netjes laten inslapen en niet naar het slachthuis brengen. In de handel wordt een paard immers als wandelende euro per kilogram gezien.

Eens kocht Simmelink een paard vol longwormen in Groenlo en bracht het weigerachtige dier lopend en duwend naar Aalten. „Kneusjes, dat is mijn ding”, zegt hij. Inmiddels heeft hij enkele paarden naar nieuwe verzorgers begeleid.

De KNHS wil voorkomen dat mensen van paarden kneusjes maken. Naast voorlichting richt de federatie zich op de overheid via de Sectorraad Paarden om paardenwelzijn te bevorderen. Zo worden er afspraken gemaakt over de aanpak van het voor paarden giftige jacobskruiskruid en van het gebruik van prikkeldraad. Simmelink biedt nazorg. „Denk aan eigenaren die bang zijn dat het paard waar ze vanaf willen, naar de slacht zal gaan”, zegt hij. „Voor hen is deze opvang.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden