De juiste kunstmest voor elk kind

In discussies over onderwijskwaliteit gaat het al snel over meer toetsen, hogere cijfers, beter toezicht en extra geld. Zijn er wervender vergezichten te bedenken? Trouw vroeg vier onderwijsvernieuwers naar hun visie: hoe kan het beter?

'Docenten moeten de taal van games gebruiken'
Zet kinderen aan de Playstation en ze kunnen zich uren achtereen concentreren. Daar kan het onderwijs veel van leren", zegt Willem-Jan Renger, hoofd van het onderzoeksprogramma Applied Game Design aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Daarvoor is nodig dat docenten zich een nieuwe taal aanleren: die van interactiviteit.

"Er is een keiharde generatiekloof. Die ontstond begin jaren tachtig, toen de computer in ons leven kwam. De impact daarvan is ongelooflijk groot: de computer heeft de manier veranderd waarop jongeren bezig zijn met de wereld om hen heen. En het huidige schoolmodel sluit daar niet goed op aan.

"Tot 1980 was kennisuitwisseling gebaseerd op een zend-ontvang-paradigma. Iemand bedenkt iets en geeft dat door, jij interpreteert dat. De computer heeft dat veranderd, die leerde ons de taal van interactie, en dat is meer dan een druk op een knop. Daar komt mijn fascinatie van games vandaan: het is een uiting is van dat nieuwe interactieparadigma. Onder kinderen is het het meest gebruikte medium. Dertig, 35 uur per week zijn ze ermee bezig. Buiten school.

"In de klas zit een leerling als leerling. In een game is dat anders. Je bent niet gewoon speler, je bent burgemeester, soldaat of gangster. Stel, een game maakt je verantwoordelijk voor het beroven van een bank. Dat klinkt misschien dom. Maar doe ik het niet, dan gaat het spel niet verder. Het heeft consequenties, het doet er toe. Dat motiveert.

"Het gaat mij om het achterliggende idee van games. Toen er meer televisie kwam, verschenen er in lesboeken meer plaatjes en diagrammen. Beeldtaal. Die stap moeten we nu zetten naar interactiviteit. Het huidige onderwijsstelsel is geënt op het zend-ontvang-paradigma. De materialen, de lesboeken, het gros van de didactiek komt van mensen die in dat oude systeem zijn opgegroeid.

"Het zend-ontvang-paradigma kan blijven bestaan. Maar betrek ook kenmerken die games aantrekkelijk maken in het onderwijsmodel. Door gamification kun je lesmethodes ontwikkelen die een sterker beroep doen op cognitieve vermogens van jongeren.

"Jammer genoeg is ons onderwijssysteem zo gesloten dat het zich moeilijk laat innoveren. De overheid zegt wat een leerling moet kunnen. De uitgevers spelen op safe en leveren daar kant-en-klare lesmethodes voor. En docenten zitten onder een schoolbestuur dat wordt afgerekend op resultaten.

"Er zou een pre-competitief onderzoeksbureau moeten komen, dat los van de markt nieuwe lesmodellen bedenkt die beter aansluiten op de interactietaal die kinderen van jongs af aan meekrijgen. Wat er ontwikkeld wordt, kan daarna weer terug naar de markt.

"Ook zou ik geld steken in nascholing van docenten. Zij moeten die interactieve taligheid begrijpen. Helaas is onze beroepsgroep een van de laatste die meent dat wat ze tijdens de opleiding hebben geleerd voldoende is om het pensioen mee te halen.

"Er is een regressie gaande in het onderwijs. Meer taal, meer rekenen, meer toetsen: een terug-naar-Swiebertje-gevoel, naar een tijd waarin het onderwijs nog overzichtelijk was. We staan met de rug naar de toekomst."

Willem-Jan Renger (1967)
Sinds 2003 docent geschiedenis, sinds 2009 bij havo/vwo-school UniC Utrecht

Schreef samen met collega René Kneyber 'Het alternatief, weg met de afrekencultuur in het onderwijs'

2012: Genomineerd voor docent van het jaar

2013: Uitgeroepen tot Radicale Onderwijsvernieuwer door Vrij Nederland

'Een kind onthoudt pas echt iets als het er iets bij voelt'
De leraar is een tuinier, de kinderen verschillende bloemen. Die leraar moet beslissen welke kinderen welke kunstmest wanneer krijgen. Maar het beeld dat ik heb van het onderwijs nu is dat van een bed viooltjes waar een gierwagen overheen dendert."

Docente Frans Claire de Pont (36) nam na zeven jaar afscheid van lesgeven om zich in te zetten voor onderwijsvernieuwing. Er ligt veel druk op leraren, puur omdat niet duidelijk is wat de verantwoordelijkheden zijn. "Een visie op onderwijs ontbreekt. Eerst is nodig dat we eens helder krijgen wat we eigenlijk met Nederland willen."

"Er zijn drie niveaus waarop je moet denken. In de onderwijsdiscussie lopen die niveaus door elkaar. Allereerst heb je een metaniveau: dat moet gaan over het grotere plaatje, het maatschappelijke beeld van wat onderwijs is. Waarom doen we het, wat verwachten we ervan en waar gaat onze maatschappij heen? In mijn droomscenario zet ik daar een soort raad van wijzen op. Een Femke Halsema, een Anton Philips... mensen die Nederlanders vertrouwen en die de waarde van menselijke groei begrijpen. Buiten de politiek om.

"Als Singapore besluit het creatieve centrum van Azië te worden, richten ze het onderwijs daarop in. We hoeven geen Singapore te worden, maar hier ontbreekt een dergelijk toekomstbeeld. Willen we een handelsnatie zijn? Benadruk dan talen, sociale vaardigheden. Je kunt vanuit zo'n overkoepelende visie het onderwijs inrichten.

"Een docent kan niet alleen de verantwoordelijkheid dragen voor het slagen van een generatie; dat moeten we als maatschappij doen. Nu draagt een docent in feite de verantwoordelijkheid voor de toekomst van ons land, terwijl niet eens duidelijk is hoe die eruit zou moeten zien. Pas als we daar helder over zijn, wordt duidelijk welke rol onderwijs zou moeten vervullen.

"Een niveau lager kunnen vervolgens pedagogen, lesmethodemakers, uitgeverijen en andere specialisten bepalen wat bij onderwijs hoort. Hoe en wat een kind zou moeten leren. En dáárna kunnen we praten over het microniveau. Daar moet de leraar weer ruimte krijgen om mens te zijn. Een kind onthoudt pas echt iets als het er iets bij voelt. De momenten waarop je echt iets onthoudt, zijn de momenten waarbij je een emotie voelt.

"Zo had ik zelf willen lesgeven. Maar daar was te weinig ruimte voor. Neem het leren van Franse woordjes. Sommige kinderen vinden dat verschrikkelijk. Die proppen het in hun kortetermijngeheugen, en de dag na de toets is het vergeten. Maar als je kinderen als mens benadert... Een leerling van mij had er moeite mee. Maar ze hield van musicals, en dus stelde ik voor om die woordjes op zang te zetten. Een week later kende ze het rijtje nog steeds."

Claire de Pont (1977)
2002 - 2006: Raadslid Utrecht (PvdA)

2006 - 2010: Wethouder onderwijs, jeugd, volksgezondheid in Utrecht

2010 - 2013: Wethouder jeugd, werk en inkomen, sport en locoburgemeester Utrecht

Sinds april 2013 voorzitter PO-raad

'Meer ruimte, minder regels en minder verplichte les'
De oplossing voor beter onderwijs? Minder les." Geschiedenisdocent Jelmer Evers pleit voor meer ruimte voor docenten om leerlingen individueel te begeleiden. Die ontbreekt door te veel inhoudelijke inmenging vanuit de overheid. Zoals de cijfercultuur, waar Evers zich sterk tegen verzet.

"Helaas heb ik ook de gesprekken in de docentenkamer moeten voeren over de vraag of een iemand met een 5,5 over mag. Onderwijs volgt te veel de cijfers. Terwijl je moet kijken naar wat een kind op een bepaald moment nodig heeft in zijn ontwikkeling. Dat laten cijfers niet zien.

"Met cijfers is niks mis, zolang ze worden gebruikt om aan te geven waar een kind op een bepaald moment staat. Maar als cijfers een leerling moeten vertellen wie ze zijn, dan geeft dat verkeerde signalen. Dan gaan scholieren leren om het cijfer, niet om zich te ontwikkelen.

"Die output in cijfers wordt wel van scholen gevraagd. De schoolleiding krijgt op z'n kop als de doorstroomcijfers niet kloppen. 'Word maar strenger, ga maar meer toetsen.'

"Zijn cijfers nodig om te beoordelen of iemand over mag? Ik vind dat die hele overgang afgeschaft moet worden. Ik had een mentorleerling die versneld havo-Engels had gedaan en die ook het vwo-examen wilde doen. We zijn een half jaar met kafkaëske toestanden bezig geweest om te ontdekken dat dat niet kon. Je kunt die niveaus niet mixen. Maar je zou toch ook met certificaten per vak kunnen werken?

"Voor dit alles is meer individuele begeleiding nodig, en dat vergt veel van leraren. Maar daar is een oplossing voor. Minder lesgeven. Dan is er tijd voor maatwerk. Dan kunnen docenten met elkaar meekijken. Dan is er ruimte om je creativiteit kwijt te kunnen. Het werk wordt aantrekkelijker.

"Het concept Flipping the Classroom is één manier om dat te bereiken: laat leerlingen thuis de klassikale lessen op video leren en laat ze juist op school huiswerk onder begeleiding maken. Maar het kan ook op een meer traditionele manier. Een les wordt sterker dan het huidige fabriekswerk wanneer een docent meer voorbereidingstijd heeft.

"Meer ruimte. Minder regels. Minder verplichte onderwijstijd. En docenten moeten zelfbewuster worden, ze moeten elkaar durven aanspreken. Nu wordt hun die verantwoordelijkheid ontnomen door de toetscultuur. Scholieren alleen maar voorbereiden op het diploma, dat is een te beperkte visie op onderwijs.

"Laat je die verplichte onderwijstijd los, dan kom je een heel eind. En wil je betere leraren, sorry, maar dan moeten ook de salarissen omhoog. Ook zou ik geld steken in een innovatiepot, waaruit docenten kunnen putten. Geef ze de ruimte om ideeën uit te werken. Nu doen ze dat te vaak in hun eigen tijd.

"Salarissen, kleinere klassen, innovatiegeld. Het klinkt allemaal niet sexy, maar het is de manier om beter onderwijs te krijgen."

Jelmer Evers (1976)
2006 - 2013: Docente Frans Montessori Lyceum Amsterdam

Zet zich nu in voor onderwijs- vernieuwing met onder andere TEDx, innovatiebureau Flare en Uitgeverij Blink Educatie

'Visie op ontwikkeling, in plaats van alleen op onderwijs'
Het basisonderwijs moet zich opnieuw uitvinden en uitgaan van waar het kind behoefte aan heeft", zegt Rinda den Besten, voormalig onderwijswethouder in Utrecht en sinds april voorzitter van de PO-raad, de vereniging van basisschoolbesturen.

"Mijn ideaalbeeld is een overkoepelende voorziening - die niet per se school hoeft te heten - waarbij het kind centraal staat en waarin de hele ontwikkeling wordt meegenomen. Van nul tot twaalf. Een totaalaanpak, voorschoolse educatie, kinderopvang, basisonderwijs en zorg in één. Een onderwijsinstelling met veel keuzevrijheid voor ouders. Een voorziening die fungeert als spil in de buurt. Waarbij accomodaties als sportvelden of muziekscholen efficiënter benut worden, door ze te integreren in het onderwijssysteem.

"Bij de indeling van de schooldag moeten we meer uitgaan van het bioritme van een kind. Uit hersenonderzoek weten we zo veel meer dan twintig jaar geleden. Alleen geven we nog steeds les volgens middeleeuwse inzichten. Vrij in de zomer, want dan moeten we de oogst binnenhalen, vrij tussen de middag, om thuis warm te eten. Terwijl we al lang weten dat dit niet past bij de ontwikkeling van het kind.

"Ondertussen vinden we dat school meer is dan taal en rekenen. Maar 'Bildung', zwemles, muziekles, sport - dat alles vindt grotendeels plaats buiten de school. Dat kun je allemaal ook binnen één instelling regelen. Dan doe je het echt integraal. En dan kun je kinderen van nul tot zes jaar ook andere dingen aanbieden dan kinderen van zeven tot twaalf. Er blijft talent liggen doordat we kinderen nu in een bestaande mal proppen.

Er wordt al geëxperimenteerd, maar we pakken niet door. Dit vraagt een stelselwijziging. Om te beginnen van drie wetten. De wet kinderopvang, de wet peuterspeelzalen, de wet op primair onderwijs: ik zou naar een integrale jeugdwet willen. Met een nieuw ministerie - het is zonde dat het ministerie van jeugd destijds is mislukt.

"De werkdruk is een reëel probleem, omdat leraren álles moeten doen. De wet is te dwingend: een bepaald deel van hun tijd moeten ze besteden aan niet-lesgebonden taken. Terwijl sommigen gewoon willen lesgeven. Anderen zijn weer beter in de ondersteunende kant van het onderwijs. In het model dat ik voor ogen heb, kan een leerkracht doen waar 'ie echt goed in is. Want nu is er te veel versnippering in de taken van een juf of meester, en dat kost gewoon geld.

"Dit is geen blauwdruk. Scholen moeten kunnen kiezen wat het beste bij ze past, net als ouders. De overheid moet zorgen voor de goede voorwaarden. Dan gaan scholen wel nieuwe dingen doen. Nu kunnen ze nauwelijks nog experimenteren zonder een aantal wetten te overtreden. Die belemmeringen moeten weg."

Rinda den Besten (1973)
Begon als docent aardrijkskunde & economie

2006 - 2011: Bestuurslid faculteit Kunst, media & techniek, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

2011: Programmaleider Applied Game Design HKU

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden