De juf/moeder heeft een uiterst traditioneel moederbeeld

AMSTERDAM - Van moeders die buitenshuis werken houden juffen op de basisschool die zelf ook moeder zijn, niet erg.

Kinderen komen een hoop aandacht tekort door dat geren en gedraaf van hun moeder. Ze hebben evenmin veel respect voor moeders zonder betaalde baan. Die hebben niet meer praat dan 'over dat lapje dat ze net hebben gekocht.' Maar daar hebben de kinderen in elk geval geen last van; deze moeders zìjn er tenminste voor hun kroost.

De 35 vrouwelijke leerkrachten met eigen kinderen die zijn geïnterviewd voor het boek 'Juf en moeder' geven een onthullend beeld van De Goede Moeder. Driekwart van hen heeft daar een traditionele opvatting over. De goede moeder ìs er voor haar kind, altijd en overal, eigenlijk totdat het het huis uit gaat, maar in elk geval in de eerste vier levensjaren.

De Leidse onderzoeksters Karin Hoogeveen en Wil Portegijs hebben wel een verklaring voor dat idee over het moederschap, dat overigens volgens hen meer bij de jaren '60 past dan bij de jaren '90. Vooral de oudere geïnterviewden, tussen 28 en 48, hebben op de Pabo geleerd dat het voor een kind van het grootste belang is zich te hechten - aan de moeder.

“Ik ben niet tegen werken van vrouwen in die zin dat ze niet mogen”, zegt een van hen. “Maar dat wegbrengen naar die wisselende leidsters, ja misschien ben ik teveel door Bladergroen (hoogleraar pedagogiek) opgevoed. Die was daar tegenstander van in die tijd.”

Maar het zit bij de juffen niet alleen in het hoofd. Zij merken ook aan de kinderen, zeggen ze, dat een kinderdagverblijf hen geen goed doet. Een voorbeeld: “Ik vind kinderen die in crèches hebben gezeten anders dan de kinderen die de veiligheid van thuis hebben. En ik weet het niet, om ze nou maar in een club van al die snottebellekinderen de ganse dag achter te laten, trekt me niet. Nou, ik merk gewoon dat die de vastigheid van het thuisfront hebben, van de moeder die er altijd voor ze is.”

Hoewel de juffen zelf vaak weer aan het werk gaan als hun eigen kroost boven de vier is, hebben ze haast medelijden met die kinderen wier moeders datzelfde doen. Het grote verschil is, vinden ze, dat zij, afgezien van vergaderingen, ouderavonden en feesten, na schooltijd gewoon thuis zijn. Terwijl die stakkers van de moeders met kantoorbanen ook nog naar de buitenschoolse opvang moeten. Vreselijk: “De kinderen zitten de hele dag al in een groep en dat merken wij al met de kinderen die overblijven tussen de middag, die zich daardoor 's middags toch anders gedragen, omdat ze niet even afstand hebben genomen van die groep, maar de hele dag collectief aangesproken worden bij wijze van spreken. .... Die kinderen missen toch iets van een klein individuutje weer te zijn bij iemand die echt naar je luistert en niet beroepsmatig met je omgaat.”

Een ander: “Ik vind een slechte moeder, dat zie ik dus ook best wel, die de kinderen op school afzet en dan hard wegholt. Zo van, met je broodtrommeltje ... Ik vind dat gewoon niet leuk en volgens mij is het niet goed voor je kinderen. En die staan dan op zondag of zaterdag te wassen en te strijken en dan hebben ze ook geen tijd en dan worden die kinderen ook weer aan hun lot overgelaten. Want de boodschappen en dat huishouden, dat moet toch gebeuren.”

Er zijn ook anderen. Een minderheid vindt dat de werkende moeders ten onrechte de zwarte Piet krijgen toebedeeld. Een van dat kwart zegt het zo: “Ik zie ook kinderen waar het niet goed mee gaat, waarvan de ouders níet werken. Kinderen die het uitstekend doen, terwijl de ouders allebei werken. Soms hartstikke leuke kinderen, dat je denkt: die zijn toch veel alleen geweest. Waar ligt dat aan? Hoe komt dat nou? Komt dat door te weinig tijd, door teveel tijd misschien?”

Het boek van de Leidse onderzoeksters is een schoolvoorbeeld van een boek dat in de zijlijn vele malen interessantere dingen te melden heeft dan op het hoofdpunt. Want eigenlijk is het boek een onderzoek naar de vraag hoe vrouwelijke leerkrachten moederschap en werk combineren.

Het ministerie van onderwijs heeft de opdracht verstrekt. Het departement verwacht dat over een jaar of 10, 15, een tekort ontstaat aan leerkrachten in het basisonderwijs. Ondanks dat er sinds de invoering van de basisschool in 1985 veel meer deeltijdbanen in het onderwijs zijn gecreëerd en er 14 miljoen wordt gestoken in kinderopvang, melden de juf-moeders zich niet in groten getale. Wat willen ze dàn, vroeg het ministerie.

Het antwoord op die vraag levert verhalen op die slechts op details afwijken van de overbekende ervaringen van vrouwen die moeder èn werkneemster zijn. Hun partners steken haast geen tijd in huishouden en opvoeden van de kinderen, ook juffen willen zich zowel op het werk als thuis voor 100 procent inzetten, ze voelen zich verscheurd tussen thuis en school, naar parttimers wordt met een scheef oog gekeken, ze hebben geen carrièremogelijkheden, directie en collega's houden veel te weinig rekening met de verplichtingen thuis, ze hebben geen tijd meer voor zichzelf, laat staan voor een hobby - en zo is ook dit boek een boek over vrouwen die wel willen, maar slechts met de grootst mogelijke moeite kunnen werken.

Er is ook verschil. Zoals de vrouwen met een 'kantoorbaan' jaloers zijn op onderwijzeressen met hun schoolvakanties en werktijden die overeen komen met de schooltijden, zo zijn de juffen jaloers op hun snipperdagen en het vermeende gemak waarmee ze ziek kunnen zijn: er wacht toch niemand op kantoor, toch geen klas met kinderen voor wie je moet zòrgen?

De onderzoeksters voelen met de juffen mee. Daarom vinden ze dat het ministerie moet werken aan een calamiteitenverlof, zodat de juf ook eens van het werk kan verzuimen als het kind ziek is. Ze hebben de vakbonden mee: die brengen dat ter sprake in de CAO-onderhandelingen. Ook menen ze dat twee leerkrachten die samen een klas hebben, tijd moeten krijgen voor overleg. Dat moet de school zelf maar regelen, zegt een woordvoerster van het ministerie. In het voorstel ook geld beschikbaar te stellen voor niet-gesubsidieerde kinderopvang ziet het ministerie evenmin iets.

'Juf en moeder' wordt, meldt de woordvoerster, bij de 'beleidsvoorbereidingen' gebruikt. Dat is veel eer voor een boek dat een heel goed inzicht geeft in hoe de juffen hun werk en hun moederschap combineren en in hoe ze denken over de moeders van hun kinderen - over de vaders trouwens geen kwaad woord. Maar het gaat maar om 35 vrouwen en die zijn ook nog 'via via' geronseld. Of dit onderzoek ook iets zegt over de gemiddelde juf? Het zou best kunnen; soms is ook een klein aantal uitgebreide gesprekken voldoende om de kern te raken. Soms ook niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden