De Joodse verteltraditie bestaat niet

De belangstelling voor literatuur over en door Joden is groot, getuige de Boekenweek-manifestatie dit weekend in de Amsterdamse Rode Hoed en in Bijenkorf, getuige ook de bloemlezing die het warenhuis liet samenstellen door Daphne Meijer, met werk van grotendeels Joodse auteurs.

HENRIETTE BOAS

'Joodse Tradities in de Literatuur' (¿ 10,-, 112 blz.) is een aantrekkelijk uitgegeven boekje met fragmenten uit het werk van honderd door Meijer geselecteerde boeken plus biografische bijzonderheden en een portret van de auteur, en een opgave van in het Nederlands verschenen werken van de schrijver of schrijfster, van gemiddeld twee bladzijden .

Voor ik het boekje opende vroeg ik mij af welke auteurs daarin zouden voorkomen. Ik verwachtte:

- Siegfried van Praag - Carry van Bruggen - Jacob Israël de Haan - Israël Queridon - dichter Saul van Messel (pseudoniem van Jaap Meijer);

en wat buitenlandse auteurs betreft degenen die in het Nederlands zijn vertaald, bijvoorbeeld:

- Georg Hermann (Berlijn) - Joseph Roth (Wenen) - Israël Zangwill (Londen).

Geen van deze auteurs komt echter in dit boekje voor.

In haar inleiding legt Daphne Meijer verantwoording af van de criteria voor haar keuze. Het belangrijkste was: “Welke boeken die op de een of andere manier gaan over de joodse wereld of het joodse leven of de joodse cultuur vind ik zelf mooi en aanbevelenswaardig? Welke romans en verhalenbundels zou, als het aan mij ligt iedereen eigenlijk moeten kopen?”

Een tweede criterium was dat de boeken in het Nederlands geschreven of vertaald moeten zijn, en een derde dat alle titels in 1998 nog verkrijgbaar zijn.

Diverse auteurs zijn niet opgenomen, vervolgt Daphne Meijer, omdat hun boeken haar niet liggen. De keuze is dus ook kenmerkend voor haarzelf die, in 1961 geboren, actief was in de kraakbeweging, en tot dusver twee romans schreef, namelijk 'Resten van de eeuw' (1993), dat grotendeels in Israël speelt, en 'Het plezier van de Duivel' (1995) over een geheel niet-joods onderwerp, uit de 18de eeuw.

Merkwaardigerwijze zijn van de negen door haar genoemde favorieten die zij niet heeft opgenomen, daar zij uitverkocht zijn, er acht van buitenlandse, meest Amerikaanse of Israëlische auteurs.

Van de honderd door haar opgenomen nog wel hier te lande verkrijgbare auteurs zijn er slechts twintig Nederlands, althans tegenwoordig in Nederland wonend en in het Nederlands schrijvend.

De meeste van deze twintig, onder wie ook een aantal Israëliërs, hebben overigens geen band meer met of zelfs een aversie tegen de joodse religie. Ik vraag mij af of gereformeerde lezers van dit blad het juist zouden vinden als, ondanks hun gereformeerde jeugd, in een bloemlezing over protestantse auteurs Jan Wolkers en Maarten 't Hart zouden worden opgenomen.

De titel van het boekje is zoals gezegd 'Joodse tradities in de literatuur'. Uit de inleiding is echter niet duidelijk wat deze 'Joodse tradities' zijn. De achterkaft zegt onder andere: “De internationale joodse verteltraditie is geworteld in eeuwenoude wijsheid, vermengd met spiritualiteit en bitterzoete humor.”

Inderdaad wordt de laatste tijd vaker verkondigd dat er een 'joodse verteltraditie' bestaat. Het is mijns inziens echter de vraag of dit juist is en of, zo er al een joodse verteltraditie bestaat, deze iets typisch joods is. Geldt dit, om bij Nederland te blijven, niet ook voor Nicolaas Beets in zijn 'Camera Obscura'? En zijn alle door de samenstelster gekozen fragmenten die van auteurs die typische 'vertellers' zijn?

Evenmin geldt mijns inziens voor alle in deze bundel vertegenwoordigde auteurs dat zij, zoals de achterkaft zegt, zich bezighouden met de vraag 'Hoe bemoeit de Schepper van de wereld zich met het lot van de mens, en wat is zijn rol in de loop van de geschiedenis?'.

De ondertitel 'Van Mendele Mojcher Sforim tot Arnon Grünberg' suggereert dat in de bundel, zoals de samenstelster zegt, “alle leeftijdscategorieën vertegenwoordigd zijn.” In feite behoort slechts van twee van hen hun literaire werkzaamheid grotendeels nog tot de 19de eeuw: van Mendele Mojcher Sforim (Mendele de Boekverkoper, pseudoniem van S. J. Abramowitz, 1837-1917) en van J. L. Peretz 1852-1915), beiden in Oost-Europa geboren en grotendeels in het Jiddisch schrijvend. Merkwaardigerwijze ontbreekt een fragment van de derde beroemde Jiddische schrijver, Sjolem Aleichem (pseudoniem van S. J. Rabinowitz, 1849-1916), hoewel van hem reeds in de jaren '20 werken in het Nederlands werden vertaald, en nog kort geleden zijn 'Tevje de Melkman'.

Ook ontbreekt de in Oost-Europa geboren Israëlische Nobelprijswinnaar S. J. Agnon (1888-1970), een typische 'verteller'.

Van de auteurs wier literaire werkzaamheid in de eerste decennia van deze eeuw ligt geeft de bundel slechts fragmenten van drie van hen: van Franz Kafka, van de minder bekende, in 1892 in Oost-Galacië geboren Bruno Schulz die in november 1942 omkwam, en van Isaac Babel uit Odessa. Ten dele behoort hiertoe ook de latere Nobelprijswinnaar Isaac Bachevitz Singer (1904-1991).

De literaire werkzaamheid van alle andere auteurs begint pas verscheidene jaren na de Tweede Wereldoorlog. Vaak houdt zij verband met de Holocaust, zoals die van Presser, 'De Nacht der Girondijnen'; Abel J. Herzberg, 'Amor Fati'; Marga Minco, 'Het Bittere Kruid'; Primo Levi; Giorgio Bassai; G. L. Durlacher; Jerzy Kosinski; en Jona Oberski.

Anderzijds wordt ook aandacht besteed aan Amerikaans-joodse schrijvers als Philip Roth, Bernard Malamud en Chaim Potok en aan Israëlische als David Grossman, Yoram Kaniuk, A. B. Yehoshua, Amos Oz, Meir 'Shalev en Ronit Matalon, van wie de meester deze zondagavond in De Rode Hoed aanwezig zullen zijn.

De bundel eindigt met schrijver van de zogenoemde tweede generatie zoals Carl Friedman, Wanda Reisel, Marcel Möring, Leon de Winter, Jessica Durlacher, Rogi Wieg en in zekere zin ook Ischa Meijer en Chaja Polak, om te eindigen met Arnon Grunberg.

Soms heeft alleen hun debuut een joods thema. Wat deze Grunberg betreft: Daphne Meijer noemt zijn 'Blauwe Maandagen' (1994) “een geweldig leuke schelmenroman'. In een interview met de samenstelster zei hij onder andere: “Als de mensen zouden denken: 'Het is toch een joodse jongen, het gaat niet over ons' vind ik dat onterecht. Iets wat goed is moet je toch het gevoel geven dat het over jou gaat.”

Hoort Arnon Grunberg nu wel of niet in deze bundel thuis?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden