Dé Jood bestond niet

Voor de oorlog was de Joodse identiteit heel divers. Ze werd aangetast door verval van binnenuit en agressie van buiten

Antisemieten in het Europa van voor de oorlog beperkten zich graag tot het clichébeeld van dé Jood. De werkelijkheid was een andere: er waren Joden in alle soorten en maten. Voor elk van hen viel aan echte haat niet of nauwelijks te ontkomen, blijkt uit het nieuwe boek van Bernard Wasserstein.

Omdat de Europese geschiedenis voortdurend levens op zijn kop bleef zetten, moesten mensen zich in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw steeds weer opnieuw uitvinden. Sommigen slaagden daarin. Anderen bleven vergeefs zoekende. De tot het rooms-katholicisme bekeerde Jood Gustav Mahler (1860-1911) constateerde dat hij voor velen altijd ietwat verdacht bleef. De componist en dirigent voelde zichzelf "driedubbel ontheemd: als Bohemer onder de Oostenrijkers, als Oostenrijker onder de Duitsers en als Jood in de hele wereld. Overal is men een indringer, nergens gewenst."

Naarmate de twintigste eeuw vorderde, werd dat alleen maar moeizamer. Zeker in de jaren dertig zagen de Europese Joden zich voor een onmogelijk dilemma geplaatst. Zij die sterk vasthielden aan hun religie en cultuur bevestigden de door antisemieten geschetste karikatuur van een konkelend ras dat het belang van de natie ondergroef. Degenen die assimileerden en integreerden, wakkerden net zo goed al bestaande ressentimenten aan. Zij kregen het verwijt dat ze de beste baantjes inpikten, dominant aanwezig waren en met hun Joods zijn de zuiverheid van het ras aantastten. Eigenlijk konden ze het nooit goed doen.

Bernard Wasserstein, hoogleraar Joodse geschiedenis aan de universiteit van Chicago, beschrijft in zijn boek 'Aan de vooravond. Europese joden voor de Tweede Wereldoorlog' het gevecht om overleven van een groep die bedreigd wordt door agressie van buitenaf en verval van binnenuit. Gemeenschappen vielen uiteen, het aantal ongelovigen nam toe en demografisch was de neergang ingezet.

Wasserstein spreekt van een hoogst noodzakelijk boek. De genocide op de Joden is tot in de kleinste details beschreven, stelt hij. De leefwereld die ze achterlieten kreeg tot nu toe veel minder aandacht. En wat er wel over werd geschreven, is vaak vertekend door vooringenomenheid en sentimentaliteit.

Dat verwijt kun je deze auteur onmogelijk maken. Nauwgezet en zakelijk geeft hij een beeld van de tien miljoen Joden die Europa vlak voor de wereldoorlog telde. Alles passeert de revue: religie, de rol van vrouwen en jongeren, de hoge mate van geletterdheid, het belang van Joodse talen, de prominente bijdragen aan cultuur en wetenschap en het dromen over eigen staten op de meest exotische plekken op aarde.

Wasserstein onderscheidt verschillende regio's met hun eigen omstandigheden. Het Midden- en Oost-Europa kenden de grootste Joodse populatie. Met name in Polen waren de Joden goed vertegenwoordigd. In de Sovjet-Unie manifesteerden ze zich steeds meer als gemeenschap, maar waren ze wel bovengemiddeld vertegenwoordigd in leidende functies. Betrekkelijk gering in aantal waren de Joden in West-Europa. Daartussen lag Duitsland. Voor 1933 behoorden de Joden daar tot de meest welvarende en meest liberale van Europa. Met hun politieke opvattingen, burgerzin, culturele verfijning en zelfverzekerdheid zetten ze de toon voor Joodse elites elders in Europa. Dat vermogen zich aan te passen aan zich snel opvolgende vernieuwingen verontrustte antisemieten misschien nog wel het meest.

De Joden zelf raakten enigszins gedesoriënteerd, omdat hun traditionele samenlevingsvormen in rap tempo verdwenen en de discriminatie toenam. Wasserstein suggereert dat ze, op zoek naar beschutting, steeds sneller hun toevlucht moesten zoeken tot allerlei nieuwe vormen van 'thuis', allerhande leren en dwaalleren, bewegingen en partijen.

De schrijver is sterker in het beschrijven van het publieke domein, waar Joodse leiders en prominenten, organisaties en instituten zich manifesteerden. Het grote landschap in al zijn verscheidenheid brengt het boek 'Aan de vooravond' goed in kaart. Doordringen tot in de krochten van het Joodse bestaan, wat het boek wel ambieert, blijkt een stuk lastiger. Als dat al gebeurt, dan is het in de hoofdstukken waarin het onheil van de vernietigingskampen al meer en meer in de lucht hangt en individuen lastige keuzes moeten maken. Het valt ook niet mee hét verhaal te vertellen over 'waarschijnlijk het meest diverse volk van het continent'.

Hoe mensen persoonlijk worstelden met hun Joodse identiteit in de rustigere jaren twintig blijft wat onduidelijker. Het best op dreef op dit gebied is Wasserstein in zijn beschrijving van de sfeer en leefomstandigheden in de sjtetls in Polen en de Sovjet-Unie . Door de trek naar de stad en emigratie naar elders verdwenen deze typisch kleine Joodse gemeenschappen (als in de musical 'Anatevka') in rap tempo. Daarna leefden de sjtetls voort in de verbeelding van veel Joden.

Uiteindelijk hadden de Europese Joden nog vooral hun vijanden gemeenschappelijk. Aan de echte vooravond van de oorlog sloot het net rond hen zich steeds verder. Hun wereld bestond, zoals de zionistische voorman en latere president van Israël, Chaim Weizmann, het formuleerde, uit 'plaatsen waar ze niet kunnen wonen en plaatsen waar ze niet mogen komen'.

Joden gingen meer en meer op in een wanhopige horde dolende vluchtelingen. In andere landen zaten nog meer Joden in kampen dan in Duitsland zelf. De zoektocht naar een vorm van collectieve zelfverdediging was volledig mislukt. Het ergste moest nog komen.

Bizarre verhalen uit de marge komen in 'Aan de vooravond' ook nog aan bod. De tachtig inwoners van San Nicandro Garganico in Apulië bekeerden zich onder invloed van een ziener collectief tot het jodendom. Het gebeurde toen Mussolini's fascisme al antisemitische trekken begon te krijgen. Ook de leiders van de Joodse gemeenschap in Italië vonden het maar niks.

Andersom bestonden er Joden die antisemitischer probeerden te zijn dan sommige niet-Joden. Het Verband nationaldeutscher Juden had op zijn hoogtepunt 3500 leden. Volgens hun leider Max Naumann waren zogenaamde Ostjuden 'meelijwekkende verschijningen' en 'geen volwaardige mensen'. Pogingen om behalve bij andere nationalisten ook bij de nazi's in het gevlij te komen, liepen op niets uit. In 1935 werd het Verband als een van de eerste Duits-Joodse organisaties verboden.

Bernard Wasserstein - Aan de vooravond. Europese joden voor de Tweede Wereldoorlog. Nieuw Amsterdam, Amsterdam; 640 blz. € 44,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden