De jood als verzamelobject

Rabbijn Lody van de Kamp, net zelf teruggekeerd van een reis naar Polen met een groep joodse Nederlanders, wijdt onder het kopje 'Vrienden' in het 'Nieuw Israelietisch Weekblad' een cynisch kolommetje aan hare majesteits statiebezoek van deze week - een bezoek dat in het teken stond van de eeuwenoude vriendschapsband tussen Nederland en Polen. Op het overvolle programma stond weliswaar een dagje Warschau, maar uiteraard ontbrak de tijd om met de prins gezellig een uurtje door de mooie, gerestaureerde oude stad te slenteren.

En dat is eigenlijk wel jammer, vindt Van de Kamp, want dan had ze door die nauwe straatjes naar het grote plein kunnen lopen en samen met prins Claus voor zo'n stalletje kunnen staan waar souvenirs worden verkocht. Dan had ze ook de poppetjes gezien die daar te koop worden aangeboden - grote en kleine poppetjes, hetzelfde type als de Nederlandse klederdrachtpoppetjes. In Warschau dragen de poppetjes echter andere kleren. Daar geen Volendamse of Zeeuwse broeken en mutsen, maar poppetjes met een kaftan aan, een grote zwarte hoed op, een Torarol of een muziekinstrument in de hand. De toeristenpoppetjes in Warschau zijn namelijk joodse poppetjes.

Dat zou de koningin dan zien. Bovendien zou het haar opvallen dat het geen gewóne joodse poppetjes zijn. “Dat zie je meteen”, weet Van de Kamp uit eigen, recente ervaring. “Die gezichten van de poppen zijn zoals we ze kennen uit de oude antisemitische karikaturen van vroeger. Uit Der Stürmer. Joodse karikaturen met grote neuzen en met een valse gemene grijns. En met een grote geldbuidel in de hand. De jood als geldwolf. De jood met echte witte horentjes en een grote mestvork in de hand. De jood als duivel!”

“Al wandelend hadden de Nederlandse vorstin en haar echtgenoot kunnen ontdekken dat dit stukje vulgair antisemitisme op talloze plaatsen in de Poolse hoofdstad wordt verkocht. In deze schitterende stad, waar honderdduizenden joden zijn vermoord, wordt te hunner nagedachtenis de jood als verzamelobject verkocht.(..) In Warschau staan wij, joden, te koop voor de toeristen. In een stad waar 12000 deportaties per dag plaatsvonden.”

“Jammer dat onze vorstin de poppetjes niet heeft kunnen zien. Dan had zij kunnen ervaren hoe onze Poolse vrienden de herinnering aan hun vermoorde joodse medeburgers in ere houden. (..) Dan had onze koningin ook kunnen begrijpen dat ik wat moeite heb met deze oude vriendschap.”

De groeiende populariteit van de evangelische beweging en van het Evangelisch Werkverband binnen de bestaande protestantse kerken blijft de gemoederen beroeren. Vorige week etiketteerde ds. I. Akkerman in Hervormd Den Haag de grote belangstelling voor de evangelische stroming als ''de heidense hang naar zekerheid en waarheid, waar het christendom eigenlijk niet van zou moeten willen weten''.

Akkerman vindt deze week min of meer bijval in de gereformeerde Groninger Kerkbode en in het Noord-Hollandse Op Weg. Mevrouw D. Helmantel-Dijkstra vraagt zich in de Groninger Kerkbode bezorgd af of de groei die de evangelische beweging in Nederland en wereldwijd beleeft, ook een groei in geloof betekent. Op een voorlichtingsbijeenkomst van het Evangelisch Werkverband in Zuidhorn werd verteld dat steeds meer predikanten en gemeenteleden zich tot deze beweging voelen aangetrokken. “Het was alsof de kwantiteit alleen maar belangrijk was. Waar gaat het nu eigenlijk om? Om steeds meer mensen te 'bekeren' tot de evangelische beweging of om de heilsboodschap?”

Ds. J. de Kok uit Drachtstercompagnie had op de bewuste voorlichtingsavond gezegd: “We proberen langs de weg der geleidelijkheid steeds meer invloed in de kerken te krijgen. We moeten niet teveel ineens willen, maar stapje voor stapje onze inbreng vergroten.” Helmantels grote zorg is daarom ”dat het Evangelisch Werkverband (EW) de totale kerk wil veranderen in een evangelische gemeente, en geen ruimte laat voor andersdenkenden. Dan wordt het kerk-zijn een strijd om de macht”, vreest zij.

In het Evangelisch Manifest van het EW wordt gesproken over het onvoorwaardelijk aanvaarden van de Heilige Schrift als het betrouwbare Woord van God. Helmantel zou graag willen weten wat dat is: onvoorwaardelijk? “De bijbel letterlijk van kaft tot kaft geloven? Is de bijbel van bovenaf gedicteerd of is de bijbel een verzameling boeken, waarin mensen, geïnspireerd door de Heilige Geest, hun geloofservaringen vertellen?” Ze vreest het ergste, want ds. de Kok waagde het om met één grote zwaai ”het schitterende boek 'Het verhaal gaat..' van ds. Nico ter Linden van tafel te vegen, omdat het zich volgens hem niet aan de Bron, de Kern houdt.”

In Op Weg, het informatiebulletin van de hervormd-gereformeerde provinciale synode van Noord-Holland, maakt Menny de Wolf-Boorsma zich soortgelijke zorgen. Zij zit met name in over de aantrekkingkracht die de evangelische beweging op jongeren kan hebben. “Vooral voor jongeren zijn duidelijkheid over wat je wel en niet moet geloven, begrijpelijke taal, vormen van liturgie waarin zij zich herkennen, aansprekende liederen en eigentijdse muziek, doorslaggevende factoren om bij een beweging te willen horen. Juist in een leeftijdsfase van onzekerheden wordt in de evangelische beweging zekerheid omtrent levens- en geloofsvragen geboden.”

Volgens De Wolf kan de kerk van de evangelische beweging leren dat jongeren in een bepaalde leeftijdsfase om duidelijkheid vragen. Maar, waarschuwt ze, er moet dialoog mogelijk blijven en ruimte voor eigen vragen en antwoorden. “We zullen kritisch moeten zijn ten aanzien van onze eigen traditie en het nieuwe elan van de evangelische beweging. Er liggen kansen voor de kerk”, vertrouwt zij, “zonder terug te hoeven naar patriarchale verhoudingen en geloven langs de meetlat.”

In het vrijzinnige tijdschrift VrijZicht gaat Dick Houwaart op zoek naar de betekenis van het woord G(g)od. Van Van Dale's Groot Woordenboek wordt hij niet veel wijzer. Maar in het Groot Woordenboek der Nederlandse taal kan hij zijn hart ophalen: maar liefst zestig kolommen zijn daar gewijd aan het woord god en zevenenvijftig kolommen aan de betekenissen van afleidingen van het woord van god. Wat Houwaart vooral opvalt (en ergert), is de absolute zekerheid over het bestaan van de God van Israël en de christelijke God. En de stelligheid waarmee alle goden die niet op die God lijken, tot afgoden worden en werden bestempeld, door de eeuwen heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden